In en om Assen





De kerk van Odoorn



Bronvermelding:
'Het Drentse Landschap'. Dec. 2010, nummer 68. Een artikel van Olav Reijers, directeur van het Drents Plateau.


Links staat het huidige koor, duidelijk te zien is de basis van zwerfkeien in de zijmuur van de kerk. (foto Rijksdienst voor Monumentenzorg)


In Drenthe weten we wel wat je met zwerfkeien kunt doen. Onze verre voorouders maakten er immers hunebedden van. Om aan te geven hoe groots deze prestatie was geven we hen zelfs de bijnaam 'kathedralen van de prehistorie'.Veel minder bekend is dat er ook echte kerken met zwerfstenen gebouwd zijn zoals die van Odoorn

In de 12e en 13e eeuw werden er in een behoorlijk tempo nieuwe kerken gesticht in Drenthe. Dit zal te maken hebben gehad met de relatieve welvaart en bijbehorende bevolkingsgroei in die periode en de grote afstanden die gelovigen moesten afleggen om bij een kerk te komen. Drenthe kende waarschijnlijk eerst drie, later zes 'oerkerken' (Vries, Anloo, Rolde, Beilen, Diever en Sleen / Emmen) van waaruit alle latere kerken zijn ontstaan. Zo is de kerk van Odoorn waarschijnlijk een dochterkerk van die van Emmen. De oudste kerken werden in hout gebouwd maar daarvan is er in Drenthe geen enkele meer bewaard gebleven; zij werden later vervangen door stenen exemplaren.

Wel zijn bij opgravingen in een aantal kerken sporen van de oorspronkelijke houten kerk gevonden. Vanaf het midden van de 12e eeuw werden tufsteen en graniet als bouwmateriaal gebruikt en vanaf halverwege de 13e eeuw tenslotte baksteen. Pas aan het eind van de middeleeuwen kwam zandsteen in de mode. De grote voorkeur voor baksteen was natuurlijk makkelijk te verklaren omdat het in de regio geproduceerd kon worden.Tufsteen en zandsteen moesten van ver komen, respectievelijk vanuit de Eifel en Bentheim, en over water worden aangevoerd. Graniet was moeilijk te bewerken maar op sommige plaatsen, met name op de Hondsrug, wel direct beschikbaar in de vorm van zwerfkeien.


Met veldstenen gebouwd

Er zijn nog slechts twee kerken in Drenthe waar we graniet als bouwmateriaal kunnen zien: in het koor van Odoorn en de toren van Emmen. Het is verleidelijk te concluderen dat dit te maken had met de onderlinge relatie van beide kerken. Belangrijker zal geweest zijn dat zij beide lagen in een gebied waar zwerfkeien als bouwmateriaal ruim voorhanden waren, in een periode dat er nog niet in baksteen werd gebouwd. Het koor van de kerk van Odoorn dateert van ca. 1200 en is tot een hoogte van ca. anderhalve meter opgebouwd uit bewerkte zwerfkeien. Het is nu met baksteen verhoogd en er zijn, bij een verbouwing in de 14e of 15┬░ eeuw, spitsboogvensters ingebracht. Het gewelf aan de binnenzijde zou nog wel eens uit de stichtingsperiode kunnen stammen.

Al met al is dit koor een van de oudste en meest interessante bouwresten die we kennen in Drenthe. Ook de rest van het kerkgebouw is tot een bepaalde hoogte ooit opgetrokken geweest uit graniet. De drie Podagristen die in 1842 door Drenthe zwierven, hebben de kerk nog in oude staat gezien. Zij schrijven er als volgt over: 'Zoekt gij er werken van kunst, - derzelver katalogus begint en eindigt met No 1, 't kerkgebouw der Hervormden, een snoeperig kerkje, met een even snoeperig torentje, - tot een zekere hoogte van gekapte veldstenen opgetrokken. 'Van dit 'snoeperige' kerkje bestaat gelukkig ook een afbeelding van J.Reynders die de waarneming van de Podagristen bevestigt. Daarop is te zien dat de basis van de middeleeuwse kerk dezelfde opbouw van zwerfkeien heeft als het koor.


Door brand verwoest

In 1856-1857 is de oude vervallen kerk vervangen door een nieuwe en ruimere kerk, ontworpen door W. van Ernst. Deze lijkt in niets meer op zijn voorganger. Het is een eenvoudige bakstenen kerk met grote halfronde vensters, gebouwd in de voor die tijd gebruikelijke neoclassicistische stijl. Meest opvallend element is de slanke witgepleisterde toren die iets uit de voorgevel springt. De kerk ging al in 1897 verloren door een grote brand die ook enkele andere gebouwen in de as legde, maar werd direct weer in zelfde stijl herbouwd. Zowel bij nieuwbouw als brand is het koor gelukkig gespaard gebleven en doet sindsdien dienst als consistorie, de kamer waar de kerkenraad vergadert en de predikant zich omkleedt. Daartoe is in de voorheen gesloten achterzijde nu een deur gemaakt.

Het orgel, geschonken door Henderikus Zegering, ging wel in de brand verloren maar uit de inscriptie op het huidige orgel is te lezen dat zijn neef Jan Hadders voor vervanging zorgde: 'Dit orgel is een geschenk van den heer Jan Hadders uit Valthe. Ging, wat H. Zegering schonk, bij 's beehuis' ramp verloren. Thans in de gift des neefs prijkt nog des ooms herboren. Hoe 't vuur ook woeden mocht, de mildheid won den strijd; Zoo juich dan, Orgelklank, opnieuw aan God gewijd.'


Multicultureel gebruik

Het kerkgebouw is nog steeds als zodanig in gebruik door de Vrij zinnig Hervormde Kerk die naast Odoorn ook Exloo,Valthe, Odoornerveen en Klijndijk bedient. Door vergrijzing en ontkerkelijking beslaat de kerkgang nog maar 25-30 personen terwijl er toch nog altijd 750 personen ingeschreven staan. Gezamenlijk dragen zij het onderhoud en beheer van dit voor Drenthe zo belangrijke gebouw. Dit drukt des te zwaarder omdat de kerk voor het laatst in 1970 is opgeknapt en nogal wat achterstallig onderhoud kent.

Ook moet de verwarming vervangen worden en zijn nieuwe voorzieningen nodig om bezoekers te ontvangen, als een keuken en gehandicaptentoilet. Gelukkig hebben Rijk en Provincie de handen ineengeslagen om dit monu- ment een opknapbeurt te geven en is de restauratie inmiddels gestart. Het zal nu vaker gebruikt worden voor culturele activiteiten als exposities en muziekuitvoeringen. Op dit moment is het al in gebruik door een muziekcorps van 140 leden. Hopelijk betekenen restauratie en nieuwe activiteiten dat het gebouw vaker open is en zo zijn middeleeuwse schat aan iedere geïnteresseerde kan tonen.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl