In en om Assen





Het orgel van de Gereformeerde Kerk van Ruinerwold-Berghuizen


Bronvermelding:
'Er staat een orgel in ..., 60 belangrijke orgels uit alle provincies van Nederland'. Auteurs: Gert Oost, Bert Wisgerhof, Piet Hartemink. Uitgave: 1983. ISBN 90 246 4448 8



Deze kerk beschikt over een briljant barokorgel


Berghuizen is een buurtschap in de gemeente Ruinerwold, prachtig gelegen in het Drentse land, tussen Meppel en Hoogeveen. De Gereformeerde Kerk van Ruinerwold werd kort na de Afscheiding van 1834 door Hendrick de Cock en zijn volgelingen gesticht en wel op 30 mei 1835. Het is daarmee een van de oudste gemeenten van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Eerst in 1875 werd de kerk gebouwd, die er ook nu nog staat, en waarvan de eenvoud de meest opvallende eigenschap is. Het orgel in deze kerk is van een allure die tegenovergesteld is aan die van het gebouw waarin het staat. Het is een schitterend orgel in Noordduitse barokstijl, geschilderd in een fraaie uitbundige rode kleur en met een stralende klank. Het instrument heeft een veelbewogen geschiedenis.

Blijkens een opschrift op het middelste achterschot van de orgelkas werd het in 1743 gebouwd door de orgelmaker Matthias Amoor uit Groningen. Amoor was afkomstig uit Danzig. Het orgelmakersvak leerde hij in Oost-Friesland, bij Nikolaus Stöver uit Weener, een orgelbouwer die werkzaamheden voor Arp Schnitger uit Hamburg uitvoerde. Omstreeks 1725 vestigde Amoor zich als orge¬maker in Groningen, enkele jaren voordat ook Hinsz dat zou doen. Behalve met de orgelbouw hield Amoor zich in Groningen ook met de handel in wijn bezig. Hij overleed in 1769. Veel nieuwe orgels maakte hij niet, in tegenstelling tot Hinsz. Behalve het orgel dat thans in Berghuizen staat bleef ook zijn orgel in Eexta uit 1734 bewaard. Amoor maakte het orgel van Berghuizen in 1743 voor de Hervormde Kerk van Raamsdonk. Joachim Hess vermeldde in 1774 de dispositie: één manuaal met 11 registers, waarvan de meeste gehalveerd in bas en discant, en een aangehangen pedaal.

In 1785 verving Johannes Schot uit Breda de Cornet door een Bourdon 16' discant. Toen in 1850 in Raamsdonk een nieuw orgel werd aangeschaft, bracht de orgelbouwer T. Hofmeyer uit Amsterdam het instrument over naar de Hervormde Kerk van Aardswoud (Noord-Holland). Daar heeft het niet lang gestaan, want al in 1884 werd het aan Berghuizen verkocht en overgeplaatst door J. Proper uit Kampen. Deze wijzigde in 1903 ook de dispositie nog enigszins. In 1951 had een restauratie plaats, die werd uitgevoerd door de orgelmaker Klaas Doornbos te Groningen. Daarbij werd het instrument uitgebreid met een rugpositief, waarvan de kas in de stijl van de hoofdwerkkas van Amoor werd gemaakt. De beelden die in Raamsdonk nog boven op het orgel hadden gestaan, werden nu op de kas van het rugwerk geplaatst. Doornbos vernieuwde ook de mechaniek en maakte alle registerdelingen ongedaan. Verder werd het pedaal van een Subbas 16' met pneumatische tractuur voorzien.

De orgelkas werd opnieuw geverfd en verloor daarmee haar oorspronkelijke kleur. Tijdens deze werkzaamheden overleed Klaas Doornbos. Het werk werd voltooid door zijn knechts Mateboer en Praat. Mede omdat de kwaliteit van het werk van Doornbos, met name wat betreft de mechanieken, niet zeer hoog was, raakte het orgel toch weer snel in verval. Er werd dan ook tot een grondige restauratie besloten, die in 1975/76 werd uitgevoerd door Flentrop Orgelbouw te Zaandam, onder advies van Dr. M.A. Vente. Het hoofdwerk werd daarbij gereconstrueerd naar de toestand van 1743, inclusief de registerdelingen. De mechanieken uit 1951 werden vervangen door nieuwe, in oude stijl gemaakt.

De registertrekkers van het rugpositief werden in de rugwerkkas aangebracht. Op een gereserveerde plaats op de rugwerklade werd een nieuwe Dulciaan 8' geplaatst, terwijl de Trompet 8' van het hoofdwerk, die uit 1951 dateerde, vervangen werd door een nieuw exemplaar, gekopieerd naar het Trompetregister uit het Amoor-orgel van Eexta. De intonatie van het rugwerk werd ingrijpend herzien, waardoor het zich thans goed bij het oude hoofdwerk aansluit. Voor de Subbas werd een nieuw mechanisch laadje gemaakt. De orgelkas werd opnieuw in de oorspronkelijk rode kleur geschilderd, snijwerk en pijplabia werden van bladgoud voorzien. Het pijpwerk is gestemd in een historische Werckmeistertemperatuur, de toonhoogte is ongeveer een halve toon boven normaal. Zo beschikt deze kerk weer over een briljant barokorgel, ideaal geschikt voor de vertolking van de muziek van Noordduitse meesters als Buxtehude, Bruhns, Böhm en niet te vergeten Bach.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl