In en om Assen





Het witte kerkje van Gasselte


Bronvermelding:
'Het Drentse Landschap'. Juni 2007, nummer 54. Een artikel van Olav Reijers, directeur van het Drents Plateau.
Foto: collectie Drents Plateau.



Vraag tien Drenten naar de mooiste oude kerk in Drenthe en zeker één zal het witte kerkje van Gasselte noemen. Was het echter mogelijk geweest een inwoner van Gasselte vanuit het jaar 1700 naar onze tijd te verplaatsen, dan had hij het gebouwtje niet eens herkend. 'Het witte kerkje? Nooit van gehoord. Niet bij ons'.

De kerk dateert oorspronkelijk uit de tweede helft van de 13e eeuw, maar het middeleeuwse uiterlijk is sindsdien grondig veranderd. Zo heeft de kerk eeuwenlang geen toren gehad. We weten dat er eind 17e eeuw een klokkenstoel is gebouwd, een houten stellage voor de kerk waar de klok in hing. Pas bij een ingrijpende verbouwing in 1851 is de huidige toren op de kerk geplaatst. Met een royaal gebaar wordt deze verbouwing wel een restauratie genoemd omdat de kerk toen op instorten stond. Bij gebrek aan voldoende geld was het zelfs de vraag of het gebouw niet afgebroken moest worden. Met onze huidige opvatting van restaureren had het echter weinig te maken.

Er stond na afloop bijna een andere kerk. De huidige indeling van de muren is ook van meer recente datum, waarschijnlijk van de verbouwing van 1787. De sporen van de oude ramen en poortjes zijn op sommige plekken nog in het metselwerk van de buitenmuren te zien. Aan de binnenzijde is onlangs een middeleeuws raam ontdekt dat uit de 15e eeuw stamt. Dit zogenaamde spitsboogvenster, nu herkenbaar als een nis in de zijmuur, vertelt ons nog een ander verhaal. Op zijn beurt is het namelijk dwars door een oudere muurboog heen gebroken die was bedoeld om een stenen gewelf te ondersteunen. Waarschijnlijk is dit een restant van de oudste kerk van Gasselte. Stenen gewelven waren in de 13e eeuw gebruikelijk in Noord-Nederland maar in Drenthe is er niet één bewaard gebleven. Ze zijn er wel geweest, want behalve in Gasselte zijn ook in de 13e-eeuwse kerk van Roden bouwsporen van een gewelf gevonden.

Bovennatuurlijk

Ook het kerkhof heeft zijn huidige vorm pas in de 19e eeuw gekregen. Toen werd het stuk aan de achterzijde in gebruik genomen omdathet niet meer toegestaan was in de kerk zelf te begraven. Oorspronkelijk lieten de meest aanzienlijke burgers zich in de kerk begraven, het liefst zo dicht mogelijk bij het altaar waar in elke kerk de heilige relieken werden bewaard. Aan deze resten of attributen van heiligen werden bovennatuurlijke eigenschappen toegekend en daar kon je maar het beste zo dicht mogelijk bij liggen. Dit gebruik werd ook in de protestantse tijd voortgezet.

Zo bevinden zich in het koor nog twee grafstenen van aanzienlijke families uit de 18e eeuw. De wat minder bedeelden werden buiten de kerk begraven. Soms waren ze in staat een grafsteen te betalen, maar de allerarmsten verdwenen in anonieme graven.Vanaf 1826 moest iedereen buiten de kerk begraven worden, maar het onderscheid tussen rijk en arm bleef zichtbaar in de graftekens. De nu nog aanwezige grafstenen zullen voor het grootste deel van de 'betere' families afkomstig zijn. Onder het kerkhof bevinden zich ook een aantal grafkelders. Dit werd pas duidelijk toen een maaimachine in de diepte verdween nadat het gewelf boven zo'n 19e-eeuws graf was bezweken onder het gewicht van het apparaat.


Modekleur

En de witte kleur? De kerk heeft het eeuwenlang zonder moeten doen. Pas bij de 'restauratie' van 1851 is, naar de mode uit die tijd, een witte pleisterlaag aangebracht op de oorspronkelijk kale bakstenen buitenmuren. In dezelfde periode werden de kerk van Oosterhesselen en het inmiddels verdwenen kerkje van Schoonebeek ook van een witte pleisterlaag voorzien en is de eveneens witte Jozefkerk in Assen gebouwd. Bij een nieuwe restauratie in 1963 is de pleisterlaag vervangen door een witte verflaag. In onze tijd hechten we zeer aan tradities en het witte kerkje is inmiddels zo'n begrip geworden dat een andere kleur niet meer denkbaar is. Het interieur van de kerk heeft vooral veel te lijden gehad tijdens de Tachtigjarige Oorlog.

Niet van het oorlogsgeweld of een beeldenstorm maar van soldaten die er waren ingekwartierd, nota bene om de bevolking te beschermen. De minste van de kwaden was nog wel dat zij bedsteden hadden getimmerd in de kerk. Erger was dat de soldaten doorgingen met dagelijkse bezigheden als roken en koken tijdens de kerkdiensten. De kerk bleef namelijk gewoon in gebruik. Het lawaai van hun kinderen overstemde zelfs de preek. Zeer verontwaardigd waren de kerkgangers over het gedrag van de soldaten, omschreven in termen van goddeloosheid en ongerechtigheid, zonder verdere details. Het meest betreurenswaardig was echter de gewoonte van de tijdelijke bewoners alles wat maar brandbaar was te gebruiken als brandstof.

Zo is de complete oude preekstoel opgestookt, waarschijnlijk ter bereiding van een soldatenmaaltje. De uitstraling van de huidige kerk staat ver af van dit roerige verleden. Kerk en kerkhof liggen er vredig bij. Illustratief is het bord in de kerk met de namen van de tien pastoors die uit de bronnen bekend zijn. Ertegenover hangen twee borden van alle predikanten sinds 1611. Het witte kerkje van Gasselte is van iedereen, ongeacht geloof of achtergrond. Juist het feit dat de kerk nog zo'n centrale functie heeft binnen de gemeenschap maakt het tot een levensvatbaar monument






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl