In en om Assen





De kerk van Oosterhesselen


Bronvermelding:
'Het Drentse Landschap'. Maart. 2010, nummer 65. Een artikel van Olav Reijers, directeur van het Drents Plateau.
Foto's: collectie Drents Plateau.



Nadat de kerk door het oorlogsgeweld was ingestort is de westgevel verhoogd en dichtgemaakt zodat kerk en toren los van elkaar kwamen te staan


Waar kom je in het vredige Drenthe nog sporen tegen van oorlogsgeweld? ? Natuurlijk het voormalig kamp Westerbork dat symbool staat voor de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Maar ook de kerk van Oosterhesselen die kan worden beschouwd als een van de belangrijkste zichtbare getuigen van de Tachtigjarige Oorlog, uitgevochten in de 16e en 17e eeuw.


Het oudste deel van de kerk is de toren.

Een kerk roept vaak een beeld op van onveranderlijkheid: het was zo en zal altijd zo blijven. Niets is minder waar. Juist vanwege het intensieve gebruik zijn gebouw en interieur steeds opnieuw aangepast aan de eisen van de eigen tijd. Een mooi voorbeeld van deze dynamiek is de kerk van Oosterhesselen die in zijn huidige gedaante onherkenbaar zou zijn voor de stichters van toen. Het oudste deel van de kerk is de toren. Deze behoort tot de Drentse torenfamilie, een groep van zeven kerktorens die op basis van gezamenlijke stijlkenmerken in de eerste helft van de 15e eeuw wordt gedateerd.

Een van de oudste torens uit deze groep is die van Ruinen. Omdat het klooster te Ruinen, later Dickninge, landerijen bezat in Oosterhesselen is het goed denkbaar dat de toren van Oosterhesselen op die van Ruinen is geïnspireerd. Oorspronkelijk stond tegen de toren een laag kerkgebouw maar dat werd in de tweede helft van de 15e eeuw fors verhoogd, te beginnen bij het koor. Om ons onbekende reden (meestal had dit met geld te maken) stopte de verbouwing zodat er lange tijd een kerk stond met een laag schip en verhoogd koor, vergelijkbaar met de huidige kerken van Vries en Zuidlaren.


Verwoestingen

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog trokken zowel Spaanse als Staatse (Nederlandse) troepen plunderend over het Drentse platteland. Er zijn weinig schriftelijke bronnen overgeleverd, maar het moet een van de meest traumatische perioden zijn geweest uit de Drentse geschiedenis. In 1592 belegerde prins Maurits Coevorden om het op de Spanjaarden te veroveren. In het oorlogsgeweld werd ook het deel van de kerk van Oosterhesselen verwoest dat de verbinding vormde met de toren. Om erger te voorkomen werd het resterende deel van de kerk op gelijke hoogte gebracht met het koor en dichtgemetseld. Kerk en toren kwamen zo los van elkaar te staan, tot op de dag van vandaag.

Wat er nog aan waardevols restte werd in het rampjaar 1672 door brandschattende troepen van 'Bommen Berend' vernield, die onder andere de glas-in-loodramen van de kerk in stukken sloegen. De kerk is in de 19e en 20e eeuw flink onder handen genomen. Zo werd de karakteristieke witte pleisterlaag pas in 1862 aangebracht, een modeverschijnsel want we zien het in die tijd ook gebeuren bij het Witte kerkje van Gasselte en de verdwenen kerk van Schoonebeek. Toen zijn ook de steunberen aan de buitenzijde van de kerk weggehaald. Omdat deze zorgden dat het dak niet teveel op de muren drukte, is nu aan de binnenzijde duidelijk te zien dat de muren naar buiten wijken.

Daarom zijn de steunberen al in 1930 weer teruggebracht. Bij deze 'restauraties' zijn ook veel originele bouwelementen verdwenen die ons iets over de geschiedenis van het gebouw hadden kunnen vertellen. Gelukkig zijn de boognissen aan de binnenzijde gebleven zodat iets van het laatmiddeleeuwse karakter van het gebouw nog zichtbaar is.


De steunberen die het dak stutten waren in 1862 weggehaald maar in 1930 weer teruggeplaatst omdat de zijmuren begonnen te wijken.


Dynamiek

De kerk heeft zijn huidige uiterlijk te danken aan opnieuw een restauratie, uit 1982. De opvattingen over restaureren zijn inmiddels drastisch veranderd. Belangrijk is nu om de geschiedenis van het gebouw te tonen, in al zijn details, mooi of lelijk, en niet meer om deze te vervangen of weg te vagen. Daarom concentreerde deze restauratie zich vooral op herstel van bouwdelen als zolder, goten en vensters. Wel werd het interieur helemaal opnieuw ingericht. Dezelfde dynamiek van het gebouw zien we ook terug in het interieur. Zo is bijvoorbeeld de preekstoel een tweedehandsje, maar wat voor tweedehandsje! Het is de preekstoel uit de voormalige abdijkerk van Assen, daarna provinciehuis, nu Drents Museum.

Hij dateert uit de 17e eeuw en is in 1817 als afdankertje naar Oosterhesselen gekomen. Ten onrechte want het is een van de mooiste preekstoelen van Drenthe. Het orgel is zelfs door nog meer handen gegaan. Gebouwd in 1864 voor de kerk van Wanswerd (Fr), daarna gebruikt in de kerk van Wyckel (Fr) en pas bij de restauratie van 1982 geplaatst in Oosterhesselen. De galerij waar het orgel op staat is ook pas toen getimmerd.


Misschien nog meer dan het gebouw zelf weerspiegelt het interieur zo de eisen van de tijd. Als u de kerk dit voorjaar gaat bezoeken, is deze opnieuw ingrijpend aangepast. De kerk heeft nu een belangrijke culturele functie voor de hele omgeving. Hij is bekend om zijn goede akoestiek en daarom repeteren er verschillende koren. Onder de noemer Hesselen.

Cultureel zijn er regelmatig concertuitvoeringen en tentoonstellingen. Dat vraagt om voorzieningen als sanitair en een keuken die bij de entree zijn aangelegd. En bezoekers van concerten laven zich graag aan prachtige muziek maar dat gaat een stuk beter met warme voeten. Er ligt nu vloerverwarming, met als bijkomend voordeel dat de ontsierende radiatoren uit de nissen zijn verdwenen. Zo kan de kerk weer jaren mee, tot een volgende aanpassing, want de geschiedenis staat nooit stil.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl