In en om Assen





Langs de Norger- en Kolonievaart


Bronvermelding:
'Op stap langs de Drentse kanalen'. Auteur: Harry Wonink. Zutphen 1984. ISBN 90 6255 266 8


De op de foto getoonde karakteristieke ophaalbrug over de Nogervaart bij Huis ter Heide stamt uit 1925 en werd – evenals de bijbehorende brugwachterswoning uit 1860 – op de Provinciale Monumentenlijst geplaatst. Voor de gemeente Noorderveld vormde dit echter geen belemmering om deze brug in 2002 te slopen en te vervangen door een afzichtelijk ‘modern’ exemplaar. (foto Truus en Harry Wonink)


Een schutsluis vormde de oplossing


De in de achttiende eeuw aangelegde Norgervaart verbond de Drentse Hoofdvaart met het veengebied rond Huis ter Heide. Toen de Maatschappij van Weldadigheid in 1822 drieduizend hectare veen en heide kocht, om bedelaars en zwervers aan een bestaan te helpen, kreeg de Norgervaart er een zusje bij. Dat werd de Kolonievaart. Natuurlijk genoemd naar de kersverse kolonie Veenhuizen, waar de Maatschappij haar activiteiten ontwikkelde. De nieuwe vaart kwam in 1823 tot stand; vanaf het eindpunt van de noordwaarts gerichte Norgervaart, in westelijke richting. Toch was het in eerste instantie nog een stiefzusje van het oude kanaal, want het provinciaal bestuur gaf vooreerst geen toestemming voor een verbinding van beide water-wegen met elkaar.

De eigenares van de Drentse Hoofdvaart kampte in die tijd nog volop met het probleem van de vele ondiepten in het bovenpand van de vaarweg. Men vreesde een verslechtering van de toestand, als via de Norgervaart ook de Kolonievaart nog water af zou nemen. Een oplossing zou een schutsluis zijn op de plek waar beide vaarten bij elkaar kwamen. Maar wie moest dat betalen? In 1837 kwam er een oplossing. Besloten werd dat de provincie en de Maatschappij elk de helft van de kosten van de aanleg van de sluis zouden dragen. Die sluis bij Huis ter Heide is er nog steeds. Norger- en Kolonievaart zijn geheel via een harde weg over achtereenvolgens de westelijke en noordelijke oever te volgen.

Vanaf de weg langs de Drentse Hoofdvaart kan men die over de Norgerbrug bereiken. Na enkele kilometers strekt zich achter de sobere huisjes langs de westelijke oever en achter een strook boerenland een groot hoogveengebied uit. Dat is het Fochteloërveen. Daarvan ligt achthonderd hectare op grondgebied van de Drentse gemeente Norg. Het is een bezit van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten, dat haar reservaat in 1964 door aankoop uit kon breiden met de 58 hectare van de Norger Petgaten. Dit laatste gebied nu, ligt het dichtst bij de oude scheepvaartweg.


De cranberries van de Norger Petgaten

De Norger Petgaten is een veengebied, waarvan de langgerekte waterpartijen, de petgaten, herinneren aan de winning van baggerturf. Met een groot schepnet, de beugel, werd de veenmodder van de slootbodem geschraapt en vervolgens in door planken gevormde vakken gestort, platgestampt, gedroogd, gesneden, opgestapeld en in vierkante vorm, als de lang brandende harde baggerturfjes, afgeleverd. Wat de vegetatie betreft wijkt die van de Norger Petgaten niet zoveel af van die van het Fochteloërveen, maar er is één plant, die er groepsgewijs voorkomt, die elders ontbreekt. Ze vond hier dan ook niet van nature een vestigingsplaats, maar werd aangeplant en verwilderde.

In de buurt van de petgaten vindt men namelijk de Amerikaanse veenbes of cranberrie, die in ons land ook wel lepeltjesheide wordt genoemd. Dikke rode bessen dragende struikjes, die vooral in het buitenland worden gewaardeerd in de vorm van compote bij wildbraad. Die cranberries ten westen van de Norgervaart zijn van een rond de eeuwwisseling gestichte maar al voor de laatste wereldoorlog in de steek gelaten plantage achtergebleven en verwilderd. Deze plant werd door de wetenschap voor het eerst in 1868 op het waddeneiland Terschelling ontdekt. Men kende de cranberrie tot dan alleen van de Noordamerikaanse veengebieden en men stoeide met gedachten over relicten uit de Ijstijd die zich in de duinvalleien van Terschelling hadden weten te handhaven.

Bij de eilandbewoners wist men echter uit overlevering hoe de vork in de steel zat en dat leverde een even boeiend verhaal op. Het moet in 1839 zijn gebeurd dat voor de kust van het eiland een schip verging. Bij het aangespoelde wrakhout vonden jutters toen ook enkele vaten. Ze sleepten ze de duinen in, trapten ze open en toen rolden er duizenden zuur smakende bessen uit. De jutters lieten ze liggen en ziet, spoedig schoten de eerste plantjes op en gestaag breidde het areaal zich vervolgens uit. In 1885 haalde een kweker wat stekjes en legde daarmee een plantage aan bij Musselkanaal. Die aanplant hield niet lang stand. Wel werd van het Musselkanaalse plantenmateriaal een plantage gesticht op van het veen ontdane percelen in de buurt van Bovensmilde.

Een dorp langs de Drentse Hoofdvaart, even ten zuiden van de plek waar de Norgervaart dat kanaal bereikt en op luttele afstand van de Norger Petgaten. Daarvan zullen dan ook de verwilderde cranberries van de Norger Petgaten afkomstig zijn. Die Bovensmildse cultuur handhaafde zich tot het midden van de jaren dertig, maar vervolgens ging ze geleidelijk ter ziele. In de duinvalleien van Terschelling ontdekten de eilandbewoners in 1890 dat de bessenpluk een aardige bijverdienste op kon leveren. Er meldde zich een opkoper, die de hele oogst naar Engeland uitvoerde. In 1910 werd het plukrecht echter verpacht. Nu staat er nog een vijftig hectare van tussen de duinen en de oogst wordt ter plaatse verwerkt tot jam, wijn of likeur, terwijl ook een deel wordt geëxporteerd naar Frankrijk, België en West-Duitsland.


Het Tonckensbosch bij Huis ter heide (foto Sietse Kooistra)


Huis ter Heide


Zetten we de tocht langs de Norgervaart voort, dan bereiken we bij het vlekje Huis ter Heide een groot bosgebied van dezelfde naam. Dat is bereikbaar over een ophaalbrug in de Koelenweg en strekt zich uit langs de oever van het laatste stuk van de Norgervaart en de weg naar Norg, evenals langs de eerdergenoemde Koelenweg. Vanaf die weg kan de wandelaar het bos ook binnentrekken en het verkennen door gebruik te maken van de vele fraaie laantjes en zandweggetjes. Het is een bos met frisse, gemengde houtopstanden dat in de 19e eeuw werd aangelegd op dalgrond, dus op wat restte na het afgraven van het veen. Ook maakt er een ruim veertig hectare groot heidegebied deel van uit, dat zich uitstrekt langs de oostelijke rand, een staatsnatuurreservaat.

Behalve struik- en dopheide, vindt men daar nog een aantal vrij zeldzame planten. Bijvoorbeeld de wolverlei en de lavendelheide. Ook groeit hier de zogenaamde lepeltjesheide, de cranberrie, waarmee we bij de Norger Petgaten al kennis maakten. Maar het grootste deel van het gebied bestaat uit bos. Zo'n honderd hectare. Dat heeft verschillende eigenaren. Zelfs de weduwe van Wim Kan, Corry Vonk, heeft hier enkele tientallen hectaren van in bezit. Op achthonderd meter van de ophaalbrug ziet men links van de Koelenweg een slagboom aan het begin van een zandweg en het bordje 'Opengesteld'. Daar kan aan de wandeling worden begonnen. Er zijn geen gemarkeerde routes uitgezet, maar omdat alle lanen en zandwegen rechthoekige bosvakken omzomen, kunnen er meer of minder lange rondgaande wandelingen worden gemaakt.


De schapen bij het Esmeer

Na de 3,2 kilometer lange Norgervaart, volgt, voorbij de sluis van Huis ter Heide, die in 1837 werd aangelegd, de 3,8 kilometer lange Kolonievaart. Daarvan wordt een deel van de zuidelijke oever gemarkeerd door de houtopstanden van het Esmeergebied. Dat is een onderdeel van het ruim zestienhonderd hectare grote Natuurmonument het Fochteloërveen. Het wordt door de ronde veenplas met de naam Esmeer gescheiden van de Norger Petgaten. In dit gebied houdt Natuurmonumenten binnen een raster een kudde Drentse heideschapen. Die zorgen er voor dat in het Esmeergebied de heide heide blijft. Door de begrazing worden pijpestrootjes en jong opschietend houtgewas teruggedrongen. Voor dat doel zijn de meeste heideschapen in Drenthe tegenwoordig in de weer.

Die woldrager, waarvan ook een kudde het zogenaamde Kolonieveld ten zuidwesten van het Esmeergebied begraast, zijn nazaten van de eens in deze provincie zeer talrijke heideschapen. Met duizenden liepen die eens, onder de hoede van herders met hun honden, de uitgestrekte velden af. In 1866 bijvoorbeeld was de Drentse heideschapenstapel 135.000 dieren groot en in 1891 waren er 100.000, de helft van de totale Nederlandse populatie. De meer dan honderd herders die er eind vorige eeuw nog waren, hadden soms per man kudden van duizend tot veertienhonderd woldragers onder hun hoede. In 1910 telde Drenthe echter nog dertien herders en was de heideschapenhouderij een aflopende zaak.

De invoer van goedkope wol uit Australië, het algemener wordende gebruik van kunstmest, die de plaggenmest, een mengsel van heideplaggen en schapekeutels overbodig maakte deed de schapen de das om. Natuurlijk lieten ook de grootscheeps aangepakte heideontginningen in die tijd het areaal voor de schapen snel afnemen. Nu vindt men nog slechts een drietal herders met hun schapen op de heide. Toch neemt het aantal de heide beherende woldragers de laatste jaren steeds toe. Maar die grazen zonder herder op omheinde percelen. Want het heideschaap is herontdekt als beheerder van de nog overgebleven heide. Overigens is in Drenthe op dat terrein nog een ander schaperas actief. Dat is de Schoonebeker, waarvan de laatste kudde, in de buurt van Westerbork huizend, dreigde te worden opgedoekt. De Stichting Het Drents Landschap behoedde dit ras voor uitroeiing. Nu graast er onder andere een kudde van in het reservaat Rabbingerveld-Wildenberg bij de Reest, in het zuiden van de provincie.


De Schutsluis in de Kolonievaart


De schutsluis in de Kolonievaart (foto Sietse Kooistra)


Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Schutsluis aangelegd in 1878 ter verbetering van de in 1823 gegraven Kolonievaart naar Veenhuizen. Ter aansluiting van de vaart op de Norgerstraat werd iets ten zuiden van de oude loop een nieuw tracé uitgezet. De plannen werden ontwikkeld door de Hoofd-ingenieur van Rijkswaterstaat J. Strootman. Behalve de sluis werd ook een inmiddels verdwenen draaibrug ontworpen. De giet- en smeedijzeren bewegingswerken zijn vervaardigd door de ijzergieterij G.J. Wispelwey & Co. uit Zwolle. De schutsluis, die bekend staat als de Koloniesluis, is thans in gebruik als stuw. Het betonnen element dat daartoe in de kolk is aangebracht valt buiten de bescherming.

Sober en functioneel uitgevoerde schutsluis met ovale kolk. De sluiswanden en de aanhechting met de wal zijn opgetrokken uit basaltblokken en, evenals de sluishoofden, afgezet met natuurstenen dekplaten. De bakstenen sluishoofden met schotbalksponningen bieden plaats aan de giet-en smeedijzeren bewegingswerken en de plaatijzeren sluisdeuren. Op de sluisdeuren staan bewegingswerken voor de schuiven. Aan weerskanten van de sluis zijn remmingswerken aangebracht.

De Schutsluis is van architectuurhistorisch, typologisch, waterstaatkundig en stedebouwkundig belang alsook van belang voor de geschiedenis van de Rijkswerkinrichting Veenhuizen; in hoofdvorm gaaf, qua type voor de provincie Drenthe uniek en landschappelijk waardevol.


Info over Huis ter Heide Dr.


Koelenweg -4- in Huis ter Heide (foto Sietse Kooistra)


Algemeen

Huis ter Heide is een buurtschap langs twee kanalen, de Kolonievaart en de Norgervaart in de gemeente Noordenveld. Het hoorde tot 1997 bij de gemeente Norg. Er wonen ongeveer 130 mensen. De naam Huis ter Heide is afgeleid van de boerderij die vlakbij de sluis staat. Het pand was vroeger een herberg en de naam Huis ter Heide prijkt nog steeds op de gevel. Vanaf begin 19e eeuw werd het heidegebied ontgonnen. De turf werd via de Kolonie- en Norgervaart afgevoerd in de richting Smilde en Assen. De naam is helaas niet uniek. In het Friese Gaasterlaand en Tietjerksteradeel en in Utrecht ligt ook een Huis ter Heide. En een stuk natuurgebied tussen De Moer en Loon op Zand koestert dezelfde naam.


Historie

Vanaf het einde van de 18e eeuw werd het uitgestrekte heideveld tussen Norg, Smilde en Assen ontgonnen. Ter ontsluiting en voor de afvoer van het turf werd de Norgervaart gegraven, vanaf het gebied ten zuiden van Norg richting Smilde / Assen. Bij Huis ter Heide maakt de vaart een haakse bocht westwaarts en heet vanaf hier Kolonievaart, die vanaf 1823 werd gegraven door de Maatschappij van Weldadigheid voor de kolonie Veenhuizen. Op de plek waar beide vaarten samenkomen werd een grote, nog steeds aanwezige schutsluis gebouwd. Aan beide vaarten werd de weg later maar aan een kant verhard en aan deze kanten verrees de bebouwing van Huis ter Heide dan ook voor het merendeel. De wegen vormen een redelijk belangrijke functie als ontsluitingsroute voor de streek en binnendoorweg naar bijvoorbeeld het Friese Oosterwolde.

Echt groot is de nederzetting Huis ter Heide nooit geworden. Er kwamen in de loop van de 20e eeuw een paar grotere boerenbedrijven aan de Kolonieweg aan de oostkant en in het gebied De Fledders aan de westkant, dat overigens tot Zuidvelde behoort. Een deel van de heide werd aangeplant als bos, zoals het Tonckensbosch aan de oostkant. In het gebied rond de oude pingoruïne Esmeer werden bomen door gevangenen uit Veenhuizen geplant als werkverschaffingsproject. Aan de noordkant, richting Zuidvelde, werden voor de oorlog nog vier arbeidershuisjes gebouwd. De buurtschap Huis ter Heide straalt een zekere rust uit, ondanks het langsrazende autoverkeer. De Asser nieuwbouw rukt echter op, mede mogelijk gemaakt door een grenswijziging in 1998, waarbij enkele hectares aan de Stad van Bartje werden toegevoegd. Hierdoor ligt Huis ter Heide niet meer zo geïsoleerd als in het verleden.


Huis ter Heide is klaar met sluiproute


Info Dagblad van het Noorden d.d. 28 mei 2010


De belangenvereniging van het dorp Huis ter Heide is er helemaal klaar mee. "Wanneer in augustus, september nog niets duidelijk is over de aanpak van de Koelenweg, dan gaan we stappen ondernemen richting de politiek." Dat stelt voorzitter Wim Pastoor van de dorpsclub. De aanwonenden van deze sluiproute tussen Huis ter Heide en Assen kreeg de belofte van wethouder Jacob Dam van Gemeentebelangen, dat de aanpak van de Koelenweg begin 2010 zou zijn afgerond. Nee dus. Er is nog helemaal niets gebeurt. Sterker, pas begin juni gaat de gemeente intern bekijken hoe deze route kan worden aangepakt. Ondertussen worden de bermen verder en verder kapotgereden.

Pastoor: "Een aannemer is bezig om de schade te herstellen, zodat we weer een paar maanden vooruit kunnen. Maar het ziet er niet uit." Wethouder Dam vertelt dat de eerste plannen een fors financieel kostenplaatje opleverde. Ik ga geen bedragen normen, maar het vormt voor ons aanleiding om het project nog eens tegen het licht te houden. Ik weet dat de bewoners daar niet blij mee zijn, we hadden inderdaad een andere belofte gedaan." De gemeente Noordenveld heeft de betrokken partijen inmiddels geïnformeerd over de vertraging. De aanpak van de Koelenweg is een kwestie die zich al jaren voortsleept. Veel overleg, veel scenario's, maar de gemeente slaagde er telkens niet in de financiën op orde te krijgen.


Zwangere vrouw van de weg in Huis ter Heide


Geüpload door rtvdrenthe op 11 jan 2010

Bij Huis ter Heide raakte een zwangere vrouw van de weg. Haar auto raakte een boom en kwam in een weiland tot stilstand. De automobiliste is door de brandweer uit haar auto gehaald. Volgens de politie is de vrouw met lichte verwondingen naar een ziekenhuis gebracht.


Monument Franse Parachutisten


Het Monument voor Franse Parachutisten is opgericht ter nagedachtenis aan zes para's van het 3e regiment Chasseurs van de Special Air Services die hier in gevecht met de bezetter op 10 april 1945 (vlak voor de bevrijding) zijn omgekomen. Het oorlogsmonument in Kruisvorm staat onopvallend tegen de schuur van de familie Janssens aan de Koeweg 10 in Huis ter Heide. Een herinnering aan de voor onze vrijheid gesneuvelde Franse parachutisten.

'IN EEN VUURGEVECHT OP 10 APRIL 1945
VIELEN HIER ALS HELDEN
VOOR ONZE VRIJHEID

IBRAHIM AZEM (SYRIËR) JEAN PIERRE MUNCH
CPL. PIERRE BEVALOT ROBERT SPINA
MARCEL LEVEQUE S.L. JEAN A. VALAYER

V.H. 3e REG. CHASSEURS PARACHUTISTES.'

In Drenthe is in de nacht van 7 op 8 april 1945 een regiment van ruim 700 Franse parachutisten gedropt. Onder de codenaam 'Operation Amherst' werden zij in groepjes van circa vijftien man in de hele provincie gedropt. Doel van de operatie was het veroveren van bruggen en het stichten van zoveel mogelijk verwarring onder de bezetter. Bij een boerderij aan de Koelenweg 10 in Huis ter Heide had een groepje para's onderdak gevonden in een schuur.

Maar zij werden verraden en raakten in gevecht met de bezetter. De schuur vloog in de brand, drie van de soldaten kwamen hier om en de anderen sneuvelden in een vuurgevecht. De slachtoffers werden begraven in een noodgraf. Later werden de stoffelijke resten overgebracht naar de Zuiderbegraafplaats te Assen en nog weer later naar de Franse erebegraafplaats te Kapelle-Biezelinge (Zeeland).






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl