In en om Assen

Portret van Albertus en Gerrit Koetsier



Inleiding


Als Albertus Koetsier op 13 juni 1895 een rijke boerendochter trouwt, is hij 29 jaar oud. Hij vestigt zich in de Kruisstraat 3 -5 en begint een handel in klavervoer, kruidenierswaren en tabak. Hij weet zich in de loop van de jaren een positie in Assen te verwerven die hem het nodige aanzien geeft.


De sigarenwinkel van Albertus Koetsier aan de Kruisstraat 5 omstreeks 1923 (collectie E.W. Stel, Assen)

De etalageruiten laten weinig daglicht toe


Dit is mogelijk het gevolg van een aantal factoren: hij is ouderling van de Gereformeerde Kerk, is getrouwd met een rijke vrouw en heeft een grossierderij. Omstreeks 1920 noemt Albertus Koetsier zich officieel ‘Grossier in Tabaksfabrikaten’. Na zijn militaire diensttijd kiest zijn zoon Gerrit Koetsier (geboren in 1896) definitief voor beroep van middenstander en maakte hierdoor uitbreiding van activiteiten van de fa. A. Koetsier mogelijk.

Vader een zoon verdelen de taken, waarbij Albertus Koetsier de rol van winkelier / grossier op zich neemt. Gerrit Koetsier wordt reiziger / vertegenwoordiger. Hij gaat, eerst op de fiets, later op de motor, de provincie in om de handelswaar te verkopen. Er wordt geleverd aan klanten in Zuid-Oost Drenthe en de veenkoloniën. De grossierderij levert naast de winkel de nodige bestaanszekerheid. Een grossierderij heeft als voordeel dat je rechtstreeks van de fabrikanten kunt kopen en daardoor grotere kortingen krijgt. Daarbij speelt ook een rol dat wat je van de groothandel in de detailhandel (de winkel) verkoopt, is ingekocht voor groothandelprijzen, waardoor de winstmarge groter is.

Als Albertus Koetsier in 1935 overlijdt gaat de zaak over naar zijn zoon Gerrit en zijn jongste dochter Hendrika Klasina, die korte tijd later uit Assen vertrekt. Via het lage stoepje betreden we het pand. We komen in een smalle, diepe winkel met aan de straatzijde aan weerszijden van de winkeldeur twee vrij kleine etalageruiten, die weinig daglicht toelaten. Een reden om de winkel voortdurend met kunstlicht te verlichten. In de winkelruimte zien we aan beide zijden een toonbank en in het midden op de door de jaren heen versleten vloer staat een potkachel, waarvan de kachelpijp door de winkel loopt.


Gerrit Koetsier voor zijn winkel in de Kruisstraat omstreeks 1920 (collectie A. Koetsier, Zwolle)

De verkoop van kranten of snoepgoed is er niet bij


Op de toonbank rechtsvoor staat een zilverkleurige gasaansteker. Hier vinden ook de betalingen plaats. Achter de toonbanken stellingen met een ronde boog, drie naast elkaar. Geschilderd in de kleuren geel en bruin. Aan de rechterzijde de sigaren en aan de linkerzijde de vakken met pijpen, aanstekers e.d. Ook achterin zijn verkoopvakken voor sigaren. De sigaren staan oplopend in prijs op de plank. Rechts achteraan de goedkoopste, tegen de achterwand de duurdere en linksachter de dure sigaren tegen de vakken met pijpen en aanstekers.

Achterin de winkel is een trapje dat toegang geeft tot het kantoor. Hier gebeurt de administratie en van hieruit wordt de winkel in de gaten gehouden. Het is tevens de plek waar de leveranciers worden uitbetaald. Rechts voor de opgang naar het kantoor gaat een lange smalle trap omhoog. Boven bevindt zich de grossierderij in de zogenaamde postkamer. In het midden staat een grote tafel vol met orders. Langs de muren staan rekken vol met kistjes sigaren, sloffen sigaretten en andere rookwaren. Een kolenkachel zorgt ervoor de juiste vochtigheidsgraad.

In een hoek ligt een stapel opgevouwen dozen voor de verzending van orders. De bestellijsten van de klanten komen per pos. Men heeft voorbedrukte antwoordkaarten, hoewel bestellingen ook wel via de telefoon worden afgehandeld. De ingepakte bestellingen worden naar het bodehuis aan de Rolderstraat gebracht. De grossierderij blijft tot 1949 bestaan. Dan gaat Gerrit Koetsier het na een hartaanval wat rustiger aan doen. Hij is een bescheiden man met weinig kapsones die altijd in een bruine stofjas in de zaak te vinden is. Als hij trouwt is hij reeds de vijftig gepasseerd.

Halverwege de jaren vijftig begint iedereen te verbouwen, hij niet. Zo is hij ook standvastig in zijn stiel: verkoop van kranten of snoepgoed is er niet bij. Hij kijkt min of meer neer op collega’s die hier toe wel overgaan. Zijn redenering is: ‘Je hebt een sigarenzaak en geen krantenzaak!’. De gang van zaken blijft zo tot aan 1963, het jaar waarin Gerrit Koetsier overlijdt. De zaak wordt door zijn vrouw Grietje Koetsier-Janssen voortgezet. De verkoop van zoetwaren is op de duur ook voor haar onvermijdelijk. In 1968 wordt de fa. Koetsier opgeheven.


Bronvermelding:


'In rook opgegaan'. De geschiedenis van ruim honderd jaar Asser tabaksindustrie en -handel. M.H.D. Hiemink en P.H. Sprik.
Dit zeer informatieve boekje is te bestellen onder ISBN 90-800868-2-7


Naar boven



© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl