In en om Assen





De Kruisstraat


De Kruisstraat omstreeks 1905. Geheel links bij het uithangbord 'Sigaren' had Albert Koetsier een tabakszaak en een grossierderij in tabakswaren, koffie en thee. Ernaast was de handelsdrukkerij, tevens boek-, papier- en kunsthandel van G.F. Hummelen. Aan de rechterfzijde de zaak van juwelier en horlogemaker N.A. Stuart


We knikkerden bij tabakswinkelier Greebe voor het huis

Lion Hiemink is geboren en getogen in de Kruisstraat. Zijn vader had er op nummer 14 'Hieminks Bazar'. Halverwege de jaren twintig verhuisde Hiemink zijn zaak naar de overkant naar nummer 19 tussen chocolaterie Boomker en de meubelwinkel van Meijer. In de loop van de jaren zeventig werden al deze zaken opgeslokt door veelvraat Vanderveen. De nu 75-jarige Hiemink vertelt Bertus Boivin over een onbezorgde jeugd in de jaren twintig in een stadje dat één grote speelplaats was. Waar je nog een wedstrijdje kon houden wie met de minste slagen zijn tol van de ene kant van de Kruisstraat naar de andere kant kon slaan. Waar je op de Oostersingel met je rolschaatsen een stukje achter een auto kon 'meeliften'. Waar je concurrerende bendes van de ene kant van de stad door steegjes en brandgangen naar de andere kant kon achtervolgen...

"Je voelde je meteen al een hele kerel als je niet langer de hele dag om moeder heen hoefde te lopen, maar naar school ging. Naar de Fröbelschool naast de Kapel aan de Oosterhoutstraat. Ik moest altijd hollen om niet te laat te komen, want er was onderweg altijd van alles te zien. Hoeveel haast ik ook had, ik ging altijd aan de andere kant van de leuning over het bruggetje van het Drostenlaantje. Om negen uur deed juffrouw Venema de deur van school op slot. Als ik te laat was, dan schopte ik net zo lang tegen de deur tot ze me binnenlieten. Ik moet in die tijd een lastig mannetje geweest zijn. Zo schijn ik ook eens de konijnen die ze achter het schooltje in een hok hadden, te hebben laten ontsnappen door als juf niet keek, met mijn handen bij het gaas een diep gat te graven."

"We speelden in de Kruisstraat en de Marktstraat, op de Markt en op de Brink. Ako Siegers van de viswinkel, Henk Weggemans van de groenteboer en Henk Puper van de rietzaak in de Singelstraat. We knikkerden bij tabakswinkelier Greebe voor het huis tegen de stoeprand. We reden met vliegende hollanders over de straat en het was de sport om in de bochten niet te remmen. Voor Hotel Somer op het hoekje van de Kruisstraat en de Markt straat stond altijd een agent die het weinige verkeer in de gaten hield." "Ik moet een jaar of vijf geweest zijn, toen ik samen met Harm Gerding paardje speelde. Ik was paard en hij hield de teugels vast. Voor het Woonhuis in de Marktstraat stond een hele grote vrachtauto. Die zag je eigenlijk nooit in de straat.


Met een varkensblaas kon je prachtig voetballen

Achteraan de wagen zat een haak en daar maakt Harm Gerding mij zo lang even aan vast. Ik moest op stal, ik trappelde wat en ondertussen stapte de chauffeur in en die reed weg! Ik had het geluk dat ie de Kruis straat in sloeg. Eerst kon ik het nog bijhouden, maar toen viel ik en ik sleepte achter de auto aan. Onze buurman Bertus Stuart stond toevallig in de deur en zag mij achter de auto bungelen. Die begon te rennen en kon hem op de hoek waar nu Jamin zit, tegenhouden. Echt de hele straat stond toen om de auto heen. Dokter d'rbij, maar mij mankeerde gelukkig niks." "Er was altijd veel te zien in de straat. Op het hoekje van Jamin zat vroeger kleermaker Mooy met een grote pop met een uniform in de etalage.

Later kwam er de Friese Bazar van Maurits de Jong. Meelhandel Benus had een eindje verderop zijn meelpakhuis bij het steegje. Hij woonde aan de straat. Voor het huis stonden nog van die kleine stenen pilaartjes met kettingen ertussen waar wij stiekem op schommelden. Voor één van de ramen stond een grote koperen kooi met een papegaai." "Op dat stukje van de Kruisstraat zat ook smid Niemeijer die achter het huis zijn smederij had. Het gangetje was zo smal dat hij, als ie iets groots moest maken, dat voor aan de straat deed. En je had een eindje verder slager Koetsier die zijn varkens levend afgeleverd kreeg. Hij trok ze dan aan de staart en joeg ze door zijn winkel heen naar de slachtplaats achter de zaak.

Ik heb als kleine jongen wel eens bovenop zo'n varken gezeten. Mijn moeder woest, omdat ik een uur in de wind stonk." "Af en toe moest ik boodschappen doen bij kruidenier Huininga of bij Mulder op de Gedempte Singel. Akelig vond ik dat altijd, want mijn vader keek altijd wat ik gekocht had. Hij was vroeger zelf als kruidenier begonnen. Hij keek naar mijn zak grauwe erwten en kon dan bijvoorbeeld zeggen: 'Breng maar weer terug, dizze binn'n niet goed!' En dan ging je weer naar Huininga: 'Ik moet beter'n hebben van mien vader!"' "Vroeger liep er ter hoogte van Van der Kuyl een steegje van de Singelstraat naar de Kruisstraat. In dat steegje stond een dubbele woning en het kwam uit bij de slagerij van Barkhof. Daar kregen we varkensblazen van waar je prachtig mee kon voetballen."


De begravenis van baron Van der Felz

'Ook zo'n steegje liep er van de Gedempte Singel bij Menninga tot naast de Poort van Kleef aan de Nieuwe Huizen. In dat steegje hebben we als kwajongens een keer naar binnen staan gluren bij een joodse familie waar iemand stond opgebaard. We konden net onder het overgordijn doorkijken. Het was schemerig binnen, de kaarsen brandden en er zaten allemaal mannen met grote zwarte hoeden in de kamer. De kist werd steeds opgetild en in een andere hoek gezet. Dat hoorde bij hun rituelen, maar wisten wij toen veel. Het was spannend en griezelig tegelijk. Toen ze de kant van het raam opkwamen, wisten we niet hoe snel we de Gedempte Singel op moesten." "Wat indertijd erg veel indruk op me maakte was de begrafenis van baron Van der Feltz.

De familie Van der Feltz woonde op de Oostersingel, in het grote huis waar later het DLG in zat. Op een middag op weg naar school - ik zat toen net op de Emmaschool - zagen we een eindeloos lange rouwstoet met paarden met donkere lakens over, brandende kaarslantaarns op de koetsen met zwarte gordijnen. Alle koetsen die in Assen waren, reden in de stoet mee. Ademloos liepen we achter de stoet aan naar het oude kerkhof aan het Kerkhoflaantje. En natuurlijk kwamen we die middag veel te laat op school! Maar dat kwam wel meer voor. De stad was één groot avontuur. Tijd om naar school te gaan had je voor je gevoel eigenlijk niet!"


De Kruisstraat anno 2011


Foto Sietse Kooistra


Oorsprong straatnamen in Assen

Op 23 juni 1948 startte de Provinciale Drentsche en Asser Courant met het rubriekje ‘straatnamen in Assen’. Op 6 oktober 1948 publiceerden zij een beschrijving van de naamgeving van de Kruisstraat:

In vroeger eeuwen toen het klooster Maria in Campis, waaraan Assen zijn ontstaan te danken heeft, ook nog inderdaad als klooster dienst deed, had het slechts één behoorlijke verbinding met de hoofdverkeersweg naar Rolde, Groningen enz., namelijk over een brug, die zich in de tegenwoordige Marktstraat bevond. Deze enige communicatie was misschien voldoende, maar toen het klooster in 1602 aan zijn eigenlijke bestemming onttrokken werd en er op het terrein verschillende woningen verrezen, deed zich de behoefte gevoelen om de oude verkeersweg, die leidde langs de Beilerweg, Alteveerstraat, Weiersgang (nu Schoolstraat), Jordaan (nu Varkensmarkt), Oude Groningerstraat enz. en welke buiten dit terrein lag, er over te leggen.

Daarom werd beginnende bij de Marktstraat, ter hoogte van de tegenwoordige bazaar van Thomas een verkeersweg gelegd, die de toenmalige Noordersingel (nu Gedempte Singel) kruiste bij de tegenwoordige percelen van de heer Buning en Koetsier. Men had hiermee de verkeersweg over het kloosterterrein geleid en tevens een gelegenheid om nieuwe woningen te bouwen voor de vele Landschapambtenaren die naar Assen kwamen in verband met de vestiging van de zetel van het bestuur aldaar. De nieuwe weg kreeg de naam Kruisstraat, wat zij naar men zegt te danken heeft aan een groot kruis, dat in de kloostertijd bij de toegang tot het kloosterterrein, misschien bij de poort, heeft gestaan.


Bronvermelding:

Asser Historisch Tijdschrift; nummer 3 / december 1993. Een artikel van Bertus Boivin







© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl