In en om Assen




Leendert van Aalst; koordirigent en violist



"...Mijn moeder en overleden broers Willem en Gerrit...".


Mijn dank gaat uit naar de heer Gerke E. J. Somer die de informatie zoals weergegeven op deze pagina aan mij beschikbaar heeft gesteld.


Inleiding

Leendert van Aalst heb ik gekend. Mijn grootvader Gerke Somer woonde van 19 december 1956 tot 22 september 1958 bij ons thuis. In deze periode kwam Leendert mijn grootvader regelmatig bezoeken. Vaak was ik daardoor in de gelegenheid bij hun gesprekken aanwezig te zijn. Leendert had een heel bijzondere uitstraling en wanneer hij sprak was het alsof hij zong. Bij mijn onderzoek naar gegevens over mijn familie, waarbij ik ook de Provinciale Drentsche en Asser Courant heb gelezen vanaf haar oprichting in 1823, kwam ik ook artikelen tegen over Leendert. Omdat hij een vriend van mijn grootvader was en ik hem heb gekend, besloot ik al de gevonden informatie te bundelen in dit boek.

Archieven van de desbetreffende zangkoren zijn niet aangetroffen ook heb ik nog geprobeerd kinderen van hem op te sporen maar dit had geen resultaat. Leendert is geboren op 10 januari 1887 in Beilen in een plaggenhut als oudste zoon van Dirk van Aalst en Harmtje Stevens. Hij is overleden op 28 mei 1967 in Assen, 80 jaar oud. Leendert trouwde, 28 jaar oud, op 3 februari 1915 in Assen met Egbertje Dekker, 27 jaar oud. Zij kregen drie kinderen één zoon en twee dochters. Leendert had al op zeer vroege leeftijd belangstelling voor de muziek. Hij wilde graag een viool. Zoals te begrijpen valt wanneer je vader slechts een paar guldens per week verdient dan blijft er voor de aankoop van een viool niets over. Toch bleek zijn moeder in staat te zijn toen hij wat ouder was, een kapotte viool te kopen. Hij repareerde de viool en heeft zichzelf op dit instrument leren spelen.

Hij moest echter meehelpen de kost te verdienen en zo werd hij timmerman. Dit vak had zijn liefde niet. Zijn ideaal was het beroep van muzikant of clown in een circus. En het had maar weinig gescheeld of hij was met een circus dat eens in Assen was er vandoor gegaan. Hij trad vaak op als violist en humorist op feestjes en partijen. In april 1919 werd door het comité bestaande uit de dames Brok, Hoedjes en Hartsuiker het arbeiderskinderkoor “De Kleine Stem” opgericht en Van Aalst werd gevraag om als dirigent te fungeren. In 1918 was hij reeds dirigent geworden van het arbeiderskoor “De Volksstem”. Zo kon hij voorgoed de timmermanshamer aan de “wilgen” hangen. Ook was hij dirigent van koren in Rolde, Hijken Norg en Wijster. Voor duizenden jonge zangertjes heeft hij meer dan 40 jaar lang honderden velletjes muziek geschreven en er eigen teksten op gemaakt.

Als de liedjes werden ingestudeerd dan vertelde hij er zoveel over dat elk liedje voor de kinderen ging leven. Ze vergaten het nooit weer. De decors voor de uitvoeringen werden gemaakt door zijn vriend Louis Krans. De kinderen hebben hem op handen gedragen. In de meest bizarre tijden ging hij met de kinderen er op uit. Hij bezorgde ze onvergetelijke vakanties en reisjes. Ze gingen naar Haarlem, Alkmaar, Enschede of met de stoomboot naar Appelscha. Ook met de Jan Plezier maakte hij tochten in Drente. Bij hun terugkomst stond altijd het muziekkorps “Voorwaarts” klaar om ze op te halen en een tocht door de stad te maken. Leendert was een groot man en begaafd. Een groot organisator en een nog groter kindervriend. Hij zei altijd dat hij zijn titel als koordirigent niet wilde ruilen voor die van koning of keizer. Zijn werk is niet onbekend gebleven. In 1958 werd hij koninklijk onderscheiden.

Assen februari 2009; Gerke E. J. Somer


De Volksstem

Hoe Leendert van Aalst dirigent van de arbeiderszangvereniging “De Volksstem” te Assen is geworden is niet bekend. Het eerste bericht dat wij tegenkomen in de Provinciale Drentsche en Asser Courant (PDAC) over een uitvoering van De Volksstem onder leiding van Leendert van Aalst is 8 maart 1920. Het laatste bericht dateert van 15 maart 1938 toen “De Volksstem” haar twintigjarig jubileum vierde. Na de oorlog 1940 – 1945 blijkt dat er een conflict is uitgebroken tussen Leendert van Aalst en het bestuur van “De Volksstem” en “De Kleine Stem”. Van Aalst is tijdens de oorlog gewoon doorgegaan met “De Kleine Stem” dit in strijd met de beslissing van het bestuur. Ik geef hieronder het conflict weer zoals dat uit ingezonden stukken uit de krant (PDAC) tot mij gekomen is.


De kwestie Van Aalst – bestuur Volksstem en Kleine Stem

Allereerst is er een ingezonden stuk van 4 oktober 1945 van hand van de directeur Van Aalst, L. Mallon voorzitter en J. Koops van 't Jagt secretaris van het kinderkoor “De Kleine Stem”.

“Het bericht in uw blad betreffende het nieuw opgerichte kinderkoor moet verwarring bij uw lezers brengen. Het oude kinderkoor "De Kleine Stem" onder leiding van directeur Van Aalst is gedurende de oorlogsjaren in verband gebleven als zangschool met de bedoeling de kinderen in deze jaren niet aan de verruwing prijs te geven; een zangschool viel niet onder de Cultuurkamer. Nu zagen sommigen in directeur Van Aalst een pro Duits persoon (juiste woord: fascist). Wat aanleiding werd tot strubbelingen tussen bestuur en directeur Van Aalst welke zover gingen dat op de wederoprichtingsvergadering van “De Volksstem” de bespreking “Directeur” als punt één op de agenda voorkwam. De directeur had voor deze vergadering geen uitnodiging gekregen en is niet meer benoemd. Z'n grote schare kinderen, welke zo aan directeur Van Aalst gehecht is, wenst echter bij hem te blijven, zodat binnen zeer korte tijd weer een van de mooie zang- en kinderspelen zullen kunnen worden opgevoerd van het kinderkoor “De Kleine Stem”.”


"...Lombokkers..."


Er werd besloten om van Aalst niet te handhaven

Hierop reageert op 22 oktober 1945 het echte bestuur van “De Kleine Stem”. Het bericht wordt echter ingekort door de redactie van de krant. Verder blijkt dat in plaats van Van Aalst de heer S. Metz benoemd is tot directeur van “De Volksstem” en “De Kleine Stem”.

“Naar aanleiding van een artikel in dit blad van hen die zich noemen het bestuur van “De Kleine Stem”, schrijft het oude bestuur van “De Kleine Stem” ons o.a.:

"Op advies van ons Hoofdbestuur hebben wij in het begin van de bezetting "De Volksstem" met haar onderafdeling "De Kleine Stem" ontbonden De heer Van Aalst kantte zich tegen dit laatste. Hij ontving echter elke week zijn salaris, waarmee eerst werd opgehouden toen hij zonder het bestuur er in te kennen zich in verbinding stelde met de Procureur Generaal te Leeuwarden. Door hem werd toen weer een kinderzangschool opgericht genaamd "De Jonge Zangers" later genoemd “De Kleine Stem”.

In verband met dit nieuwe koor vroeg hij het bestuur om diverse goederen. Deze werden geweigerd. Daarop kwam een brief van Van Aalst die zich met de politie in verbinding had gesteld en dreigde deze goederen in beslag te laten nemen. Onder deze pressie kreeg hij de goederen. Naar aanleiding van deze feiten werd op de heroprichtingvergadering besloten Van Aalst niet te handhaven.”


Van Aalst en zijn bestuur hebben uiteindelijk gekozen voor een nieuwe naam van hun koor namelijk “De Jonge Zangers”. Op 7 april 1946 geven zij als koor de jaarlijkse uitvoering en gelet op de maand waarin dit gebeurt beschouwen zij zich als de voortzetting van “De Kleine Stem”. Daarnaast blijft het kinderkoor “De Kleine Stem” bestaan onder het oude bestuur.


Dan laait het geschil weer op in juli 1947 zoals blijkt uit onderstaand ingezonden artikel.

“Kindervreugd en kinderleed".

Zaterdag zijn plm. 100 kinderen van het kinderkoor "De Kleine Stem" voor een week er op uitgetrokken om vakantie elders door te brengen. Kindervreugd in de ware zin des woords. Wekenlang is er gewacht op dit moment en de kinderharten hebben gepopeld naar datgene wat hun deze week zal brengen. Velen zullen er bij zijn, die nog nooit het genot van een dergelijk uitstapje hebben beleefd en deze zullen met duizend herinneringen weer terugkeren. Vreugde bij de kinderen en niet minder bij de ouders, die delen in het geluk van hun kinderen. Want is het niet zo, dat wij als ouders meeleven in zulke ontspanningen voor de kinderen?

Ook een 100 tal andere kinderen, zou dezer dagen een reisje maken en ook een week ontspanning vinden bij liefdevolle pleegouders. Alles was reeds in orde gemaakt en het wachten was op het moment dat de trein het station Assen zou verlaten om hen naar Alkmaar te brengen. Totdat een dezer dagen de vreugde veranderde in teleurstelling, want de reis kon niet doorgaan. Kon niet doorgaan, omdat zij, “De Jonge Zangers" van Van Aalst - men kent de voorgeschiedenis van deze zaak - niet zijn aangesloten bij de Bond van Koren, of hoe die instelling ook mag heten. Kan niet doorgaan, omdat grote mensen elkaar niet begrijpen en een zodanige sfeer hebben geschapen, dat er nu een wrijving is, waarvan nu een l00 tal kinderen de dupe worden.

Kinderleed! Waarom? Waarom moeten nu deze kinderen afzien van de reis naar Alkmaar? Was hier geen oplossing te vinden geweest? Was er geen middenweg te bewandelen geweest om toch het kind datgene te geven, wat het zo gaarne wilde hebben? Waar de schuldvraag ligt, wil ik in het midden laten, ik laat het gaarne aan anderen over hierover te discussiëren. Het gaat mij alleen maar om die stakkers van kinderen, die van deze reis verstoken blijven. Wat een tweespalt moet er nu al tussen deze kinderen komen! Wat een afgunst zal dit wekken! Ik besluit met hen, die deze reizen organiseren vriendelijk te vragen of zij kindervrienden in de toekomst dergelijke teleurstellingen willen besparen!

J. Linker, Langedijk 40, Assen.



Een felle aanval op Van Aalst

In dezelfde krant een reactie op dit artikel van het bestuur van “De Jonge Zangers” bij monde van de secretaris de heer J. Koops van 't Jagt, Talmastraat 36, Assen.

De heer Linker heeft de vraag gesteld wat de oorzaak is van de onderlinge twist van grote mensen waardoor zoveel kinderen thans weer gedupeerd worden en de heer Van Aalst, directeur van “De Jonge Zangers” weer met zoveel smaad overladen wordt. Het bestuur van “De Volksstem” en “De Kleine Stem” heeft in zijn midden leden, die alles door een zwarte bril zien en daardoor veel leed kunnen veroorzaken. De kwestie Van Aalst - Bestuur “Volksstem” en “Kleine Stem”, waarvan de heer Van Aalst ongeveer 30 jaar directeur was, is de volgende:

Tijdens de bezetting nam het hoofdbestuur van Arbeiders Zangkoren het besluit de organisatie te ontbinden: dit gold zowel voor grote koren als voor kinderkoren. De heer Van Aalst - we kennen hem, zijn natuur en zijn liefde voor kinderen - kon node hieraan voldoen, hij kon niet buiten zijn schare zangertjes (dit gevoel kunnen zwartkijkers en -denkers niet begrijpen. De heer Van Aalst hield zijn kinderschare (kinderen van diverse pluimage) bijeen, met geen andere bedoeling dan deze kleuters te behoeden voor verruwing in de bange bezettingstijd. Na de bezetting kreeg ondergetekende een convocatie thuis voor wederoprichting van bovengenoemde zangvereniging. Ter vergadering nam de voorzitter, de heer Bodenstaff het woord en toen verwachtte ik dat punt één van de agenda behandeld zou worden, maar in plaats hiervan werd een felle aanval gedaan op de heer Van Aalst, die volgens mijn mening niet door de beugel kon.

Ik stelde de vraag of de heer Van Aalst ook uitgenodigd was ter vergadering te komen om zich te kunnen verdedigen, doch dit was niet gebeurd en was ook niet nodig volgens de voorzitter, zodat hij mijn bedoeling niet begreep. Ik wilde namelijk beide partijen horen, en het geschil trachten op te lossen. Het groepje mensen dat aanwezig was wist natuurlijk al wat er zou gaan gebeuren de heer Van Aalst moest weg, wat dan ook is gebeurd. Bij de rondvraag stelde ik de vraag hoe de mening van het bestuur was over de houding van de heer Van Aalst in de bezettingstijd; of hij zijn werk in het belang van de kinderen had gedaan of in het belang van hemzelf. Het bestuur in zijn geheel wenste mij daar geen antwoord op te geven....alleen de heer A. Scheltes (secretaris), had de moed te zeggen dat de heer Van Aalst in het belang van de kinderen had gehandeld. Dit is ook de overtuiging van allen die de heer Van Aalst van nabij kennen.

Er zou nog veel meer over minderwaardige methodes, over onderling gekrakeel in het licht gesteld kunnen worden, maar dat doet aan de zaak zelf niets af. Alleen een afkeurend woord wil ik hier laten horen over grote en toch zulke hele kleine mensen, die door hun gekrakeel zoveel leed storten in de hartjes van de gedupeerde kinderen.

J. Koops van 't Jagt, Talmastraat 36, Assen.


150 verdrietige kinderen

In dezelfde krant ook een ingezonden van mevrouw Hulshof namens ongeveer honderd moeders.

Zaterdag a.s. zouden ruim 150 kinderen van 't Kinderkoor “De Jonge Zangers” onder leiding van hun geliefde directeur en kindervriend de heer L. v. Aalst voor 't eerst na 5 bange en zorgvolle oorlogsjaren, 4 dagen aan strand en zee gezondheid, nieuwe levenslust en kracht gaan opdoen. Maandenlange voorbereiding van het bestuur, wekenlange voorbereiding van plm. honderd moeders om alles zo netjes mogelijk voor elkaar te krijgen en, zo nodig, van een klein en schamel weekloon, nog enkele nieuwe dingen aan te schaffen, om hun kinderen, arbeiderskinderen, die al vaak veel moeten missen, met trotse en blijde gezichten vier prettige, onbezorgde dagen te doen genieten, die door een dapper bestuur werden aangeboden.

Dagenlang vreugde en spanning van de kleuters, dat 't hoogtepunt had bereikt toen de tijd eindelijk aangebroken was. Dan plotseling het bericht het gaat niet door.Een bericht dat niet minder fatale gevolgen had, dan een zware bom in oorlogstijd die ergens insloeg. Grote mensen die nu met 100 andere kinderen uit zijn, beseft gij wat gij gebroken hebt in de kinderziel? Enkel door een paar geschreven woorden, door een oude vete tussen ouderen? 150 verdrietige kinderen en een in de war geschopte organisatie. Moogt gij, nu gij door een weekje uit, tot rust gekomen zijt, uwe gedachten en Uwe daden een goede wending laten nemen om alsnog 150 kinderen te laten genieten om ook die te geven wat hun toekomt, gelijk de Uwe. U dankend voor de plaatsruimte. Uit naam van plm. honderd moeders.

C. E. Hulshof, Loonerstraat 28.


Foto genomen tussen 24-06-1896 en 24-06-1900. Een klas van de Aardseveldschool of School 6 aan de (latere) Oosterparallelweg te Assen. Linksonder een schoolbord waarop staat: Assen 24 juni 1898. Links bovenmeester Weertman en rechts meester Wind(t), bovenste rij vijfde van links Leendert van Aalst , daaronder Marie Hendrika Philips (witte jurk), op de tweede rij tweede van rechts Philips en op de voorste rij vierde van links Lammert Eising. De andere kinderen zijn niet bekend. (collectie: gemeente Assen)


Een aanraking met de Cultuurkamer

Ongeveer een week later volgt een ingezonden van het bestuur van “De Volksstem” en “De Kleine Stem”. Waarna de redactie de discussie sluit.

De kwestie Van Aalst - De Volksstem en De Kleine Stem is in grote lijnen de volgende:

Toen in bezettingstijd onze socialistische zangkoren, in overleg met het hoofdbestuur van de Bond van Arbeiders Zangverenigingen in Nederland (waarvan beide bovengenoemde koren lid waren) zouden verdwijnen, is hiertoe met grote meerderheid, ook in onze afdeling besloten. Ook Van Aalst was het hiermede eens. Nadien kwam het bestuur nog geregeld bijeen, om voeling met elkander te houden. Ook Van Aalst was hierbij aanwezig. Toen dan Van Aalst ons bestuur verzocht even bij hem aan te komen, en onze voorzitter hieraan gevolg gaf, deed Van Aalst hem de mededeling, dat hij een kinderzangschool mocht gaan organiseren. Dit, nadat er de vorige avond nog een bestuursvergadering was gehouden, waar ook Van Aalst aanwezig was, en waar hij geen bekendheid heeft gegeven, dat hij alreeds met Leeuwarden (Cultuurkamer) in correspondentie was.

Dit was lijnrecht in strijd met het besluit waarom onze koren waren verdwenen. Juist, om niet met de Cultuurkamer in aanraking te kunnen komen, waren we ter ruste gegaan. Vanaf dien tijd is dan ook onze omgang met Van Aalst verbroken. Was het nu maar bij dit ene feit gebleven, allicht hadden we dan nu anders tegenover elkaar gestaan. Doch er is nadien meer gebeurd. “De Kleine Stem” was in het bezit van attributen en kledingstukken die op de jaarlijkse uitvoeringen werden gebruikt. Deze hadden we laten verdwijnen, evenals onze kas, waar we konden aantonen, dat er een tekort was, toen van de Cultuurkamer controle werd uitgeoefend. Van Aalst had echter ook in Norg een kinderkoor onder zijn leiding. Op de uitvoering die hij in dien tijd met dat koor zou geven, had hij enige van deze dingen nodig. Hij heeft ons hierom gevraag, doch dit is geweigerd.

Van Aalst hierover in woede ontstoken heeft ons toen een brief geschreven, waarin hij ons meedeelde, dat hij de politie er mede in kennis had gesteld. Enige bestuursleden hebben hem toen gesproken, en naar aanleiding daarvan deelde hij ons mede, dat hij persoonlijk naar het bureau was geweest, om het een paar dagen op te schorten, terwijl hij enige regels verder schrijft, dat, mocht het niet baten, hij dan zijn gerechtelijke maatregelen zou nemen. Om nu niet de kans te lopen, dat onze bestuursleden de dupe zouden worden, hebben we alsnog aan zijn verzoek voldaan. Tot heden mochten we het nog niet terug ontvangen. Toen na de bevrijding, op 25 mei 1945, onze vereniging weer is heropgericht, hebben we besloten om een andere dirigent te benoemen, omdat we niet willen zingen onder leiding van iemand, die ons in bezettingstijd gedreigd had met de politie.

Om nu de heer Koops van 't Jagt even te antwoorden, wil ik dit zeggen. Ik had er geen moed voor nodig, om mijn mening te zeggen, doch heb het wel enigszins anders naar voren gebracht. Ik heb gezegd, dat mijn persoonlijke mening was (en nog is), dat Van Aalst het niet om eigen voordeel had gedaan; doch omdat hij niet buiten zijn kinderen kon. Dit neemt echter niet weg, dat ik het niet met hem eens was, doch dat hij zich, volgens mij, in onze rijen onmogelijk had gemaakt. Evengoed als zovele van onze mensen offers hebben moeten brengen (en welke) had ook Van Aalst zich dit offer moeten getroosten. Hij heeft getoond, toen het er op aankwam om leiding te geven, hierin volkomen te falen. En nu de vraag, waarom zijn Kinderkoor niet naar Alkmaar kon gaan.

Hij heeft getracht, onder de naam “De Kleine Stem” in Alkmaar inkwartiering te krijgen bij de Alkmaarse Bestuurdersbond en de Partij van de Arbeid. Meer wil ik hier voorlopig niet van zeggen. Degene, die hier volledige inlichtingen kan verschaffen, is Van Aalst zelf. Laat hij de brief die hij uit Alkmaar heeft ontvangen op 13 Juli 1947 en welke is ondertekend door de voorzitter van de commissie die is samengesteld door de Alkmaarse Bestuurdersbond en de Partij van de Arbeid, de heer C. Couwenhoven, N. G. Piersonstraat 4, Alkmaar, onverkort in de krant laten opnemen, dan zijn alle belangstellenden ingelicht. Een afschrift van deze brief is in het bezit van “De Kleine Stem”.

U nogmaals dankend voor de verleende plaatsruimte, namens het bestuur: A. Scheltes, secretaris “Volkstem” en “Kleine Stem". Tot zover dit geschil.


"...Oorlogsjaren '40 - '45..."


"De Kleine Stem"

“De Kleine Stem” is opgericht in april 1919 door de dames Brok – Troelstra, Hoedjes en Hartsuiker. Zij vroegen Van Aalst dirigent van dit koor te willen worden. Mijn grootvader Gerke Somer, koperslager (1872-1960) schreef twee ingezonden stukken naar aanleiding van de viering van zijn 50e verjaardag op 10 januari 1937 en zijn 25 jarig jubileum als dirigent van “De Kleine Stem”. Leendert van Aalst was de huisvriend van Gerke Somer en niet van zijn zoon Louis Somer , violist en componist.

Gerke Somer was degene die Van Aalst aan het vioolspelen bracht. Gerke was een uitstekend musicus. Hij speelde voortreffelijk klarinet en was ook een handig pianist en violist en daarnaast nog dirigent van het orkest “Crescendo” en later het “Asser Muziekkorps”. In de werkplaats van zijn koperslagerij werden de instrumenten van deze korpsen vakkundig gerepareerd. Hij leerde zo ook de koperen blaasinstrumenten bespelen. Wat Leendert van Aalst betreft, deze kwam geregeld in huize Somer. De nu volgende anekdote is opgetekend uit de mond van Louis Somer, een zoon van Gerke.

Op een avond kwam Van Aalst weer op bezoek. Met viool. Op een zeker moment gingen Van Aalst en Gerke Somer naar boven en namen allebei hun viool mee. Wat zich boven heeft afgespeeld zal nooit bekend worden. Na geruime tijd kwamen ze weer naar beneden. Met zeer veel respect en bewondering zei Gerke Somer: “Nou, nou die Van Aalst kan jakkeren”. De heren zullen waarschijnlijk wel een wedstrijd, wie het snelst spelen kon, hebben gehouden. Deze is door Gerke Somer dus verloren. Hier volgen de eerder genoemde twee stukken van mijn grootvader Gerke Somer.


Leendert van Aalst morgen 50 jaar

Een algemeen gekend en geacht ingezetene, de heer Leendert van Aalst hoopt morgen (10 januari 1937) zijn 50ste verjaardag te vieren. Geboren uit eenvoudige ouders heeft Van Aalst zich door ijverige zelfstudie en liefde voor de kunst weten op te werken tot een koordirigent en zangpedagoog, die met ere mag worden genoemd; en bij geschoolde dirigenten niet behoeft achter te staan. Met de door hem geleide koren heeft Van Aalst niet alleen in Assen maar ook in de Hollandse steden en in Duitsland vele successen mogen behalen. Van Aalst heeft het grote geluk gehad, groot gebracht te zijn in de onmiddellijke nabijheid van hol en keet bewoners waar hij de bittere armoede en ellende kon aanschouwen, maar waar ook vaak het romantische zigeunerleven hoogtij vierde.

Al deze opgedane indrukken zijn hem ten goede gekomen in zijn schoon beroep en hebben hem de voorwaarden geschonken, die voor een kunstenaar zo hoog nodig zijn om de componist en strekking van het te brengen lied volkomen te begrijpen. In deze omgeving is ook het verlangen geboren de kunst te mogen brengen aan het gedeelte van het volk dat zich hiervoor geen financiële offers kan getroosten; doch de kunst toch niet kan ontberen. Hierin is Van Aalst volkomen geslaagd en hij heeft honderden zangers en zangeressen de schoonste liederen uit operettes en walsen op de juiste wijze leren zingen. Op plaatsen waar men het niet vermoeden zou kan men nu deze liederen horen. Deze pedagoog heeft nog meer gedaan.

In menig huisgezin zijn door hem betere begrippen aangebracht inzake orde, tucht en reinheid. De aankleding van zijn grote kinderschaar “De Kleine Stem' is hiervan een sprekend bewijs en hij kan met trots op dit stuk cultuurwerk terugzien. Wie de door hem geleide zanguitvoeringen heeft bijgewoond komt onder de indruk van zijn willen en kunnen. De zalen gevuld met een dankbaar gestemd publiek, beluisterde een keurig samengesteld program. Het podium gevuld met zangers en zangeressen, uniform gekleed, wachtende op het sein van de vurige leider. De door hem ontworpen decors, dit alles tezamen kan men beschouwen als beschavingswerk van de allereerste rang, opgebouwd door Van Aalst. Mannen als Van Aalst zijn niet genoeg te waarderen en moeilijk te vervangen. Moge de eminente kunstenaar het niet aan belangstelling ontbreken.

G. Somer.


Leendert van Aalst wisselt hamer voor dirigeerstok.

Deze dagen is het 25 jaar geleden, dat Leendert van Aalst, voor het eerst de dirigeerstok zwaaide voor het toen pas opgerichte kinderkoor “De Kleine Stem”. Groot gebracht onder weinig florissante omstandigheden - hij werd geboren op 10 januari 1887 te Beilen, waar zijn vader als landarbeider, 30 cent per dag verdiende - heeft hij zijn liefde voor de kunst moeten bevredigen door vurige zelfstudie, evenals zijn jongere broer Gerrit, die later als klarinettist bij de Stafmuziek kwam. Als ideaal zag de jonge Leendert het beroep van muzikant of clown in een circus. Het had maar een haar gescheeld of hij was er met een circus dat in Assen voorstellingen gaf, vandoor gegaan. Zijn hart ging al op jeugdige leeftijd uit naar een viool maar dat zat er niet aan.

Hij moest zich daarom tevredenstellen met een harmonica welke hij op 12 jarige leeftijd reeds met grote handigheid bespeelde. Als muzikant en humorist was hij weldra op bruiloften en feestjes een graag geziene gast. Zijn minder sterk gestel stond hem bij een benoeming tot Stafmuzikant in de weg. Maar vijf jaren sloeg hij de grote trom bij de oude Schutterij. Als timmerman op een timmerfabriek hanteerde hij voor zijn dagelijks brood de hamer maar het werk lag hem niet. Toen 15 jaar later een comité bestaande uit de dames Brok, Hoedjes en Hartsuiker hem in het laatst van april 1919 de directie van het kinderkoor “De Kleine Stem” opdroeg, legde hij voor goed de hamer neer om met zijn muzikale kennis in zijn onderhoud te voorzien.

De viool is steeds zijn geliefkoosd instrument gebleven en het is nog immer zijn onmisbare hulp bij het in studeren der liederen. Als dirigent heeft Van Aalst vooral zangkunst gebracht aan dat deel van het volk dat zich daarvoor geen financiële offers kon getroosten. Hij heeft zijn liefde voor de kunst niet alleen overgebracht op honderden jeugdigen zangers en zangeressen, maar hij heeft tevens zijn pedagogische kwaliteiten aangewend om hun de strekking van de liederen te doen begrijpen. Zijn beschavingswerk is daarom van niet te onderschatten betekenis. Het lijflied van Van Aalst is de “Schoonste Feestdag”. Dit nummer zal men dan ook zelden op zijn uitvoeringen missen.

Met dankbaarheid gedenkt de jubilaris de steun die hij bij zijn werk steeds van zijn overleden kunstvriend Louis Krans, heeft mogen ondervinden. Deze heeft dikwijls de decors voor zijn uitvoeringen vervaardigd. Van Aalst is ook dirigent van andere koren, het liefst zwaait hij de dirigeerstok echter voor het kinderkoor. Zo leidt hij ook nog een koor in Wijster en één in Norg. Zijn uitspraak, de titel kinderkoor – dirigent zou ik niet willen ruilen voor die van koning of keizer, typeerde de persoon van de jubilaris en illustreert de liefde voor zijn beroep.

G. Somer.


"...Appelscha in oorlogsjaren..."



Dertig jarig jubileum als directeur – dirigent

Leendert van Aalst leeft voor kinderen en muziek. Zeldzame figuur in Assen jubileert. "Liefde is leven voor en denken aan anderen", staat er voor in het plaatjesalbum, dat Leendert van Aalst ons gistermiddag vol trots toonde. Of het zijn lijfspreuk is? Wij weten het niet, maar wat wij weten, is, dat de eerste bladzijde van dit album ons al heel wat wijzer maakte omtrent de mens Van Aalst. En toen wij daarmee verder bladerden in dit kostbare bezit, dat altijd boven op de linnenkast ligt en te pas en te onpas voor de dag gehaald, ja, toen lag die mens spoedig geheel als een open boek voor ons: Drent in hart en nieren, groot natuur- en kindervriend en zeker niet op de laatste plaats: op en top muziekliefhebber.

Wellicht is het geheel overbodig, dat wij deze dingen nog eens weer oprakelen, want welke Assenaar kent niet Leendert met zijn verfomfaaide hoed boven het altijd vriendelijke gezicht en de vioolkist onder de arm? Toch kan het o.i. helemaal geen kwaad, om bij gelegenheid een dergelijke, in deze tijden helaas maar al te zeldzaam voorkomende figuur nog eens op het forum te plaatsen. En zo'n gelegenheid was er nu, want één dezer dagen herdenkt Van Aalst het feit, dat hij 30 jaren lang de dirigeerstok hanteert. Op zichzelf misschien nog niet zo 'n grote bijzonderheid, doch, indien men weet, hoe hij dat gedaan heeft, wordt het toch wel iets anders. Ergens in zijn album staat namelijk ook te lezen: "Wat goed is, wordt waardevoller, als het oud is".

Vele Assenaren en oud - Assenaren zullen de waarheid van dit gezegde ook ten opzichte van Van Aalst zelve, volledig kunnen bevestigen, want de ervaringen, die zij in hun jeugdjaren met deze man opdeden, hebben zij vooral later ten volle weten te waarderen. Leendert echter is altijd dezelfde gebleven, harde noeste werker, uitmuntend in eenvoud en een zeldzame altruïst. Gemakkelijk heeft hij het nooit gehad, want toen hij op 10 januari 1887 als zoon van een arme landarbeider in Beilen werd geboren en als opgroeiende jongen al spoedig zijn idealen kreeg, leek het er in de verste verte niet op, dat deze ook verwezenlijkt zouden worden. Hoe kon zijn vader die 30 cent per dag verdiende, hem voor musicus laten studeren?

't Ging eenvoudig niet. "Dan doe ik het zelf", dacht Leendert en toen hij ergens een oude harmonica bemachtigde, duurde het niet lang, of de vrolijke jongeman, werd een graag geziene gast op allerlei feestjes en bruiloften. Aanvankelijk had hij aspiraties voor circusclown, maar nadat een poging, om met een in Assen optredend circus de benen, te nemen, mislukt was, gaf hij deze op. In de muziek bleef Leendert zijn heil zoeken en hij bracht het bijna tot stafmuzikant, waarbij echter zijn zwak gestel hem parten speelde. Maar vijf jaren later sloeg de jonge Van Aalst de trom bij de oude schutterij, terwijl hij dan verder in zijn onderhoud voorzag, door overdag op een timmerfabriek, te gaan werken.

In 1919 echter ging de hamer voorgoed aan de kant, want toen werd hij belast met het dirigentschap van "De Kleine Stem". Hier kon hij zich volledig uitleven en met behulp van zijn van ouds geliefkoosde instrument, de viool, slaagde tot grote hoogte op te voeren. Niet alleen in Assen, maar ook in naburige dorpen als Rolde, Hijken, Loon en Smilde maakte en maakt Van Aalst zich nog verdienstelijk. En zo zal de 62 jarige dirigent dan a.s. zaterdag, zoals ieder jaar, weer met zijn grote jeugdige schare voor het voetlicht treden, waarbij deze dag voor hem zelf echter nog een bijzonder tintje krijgt, omdat hij dan eens danig in de bloemetjes gezet zal worden. Verder zal 's middags om 5 uur een rondgang door de stad worden gemaakt, met medewerking van de Muziekvereniging "Voorwaarts". Nu, hij heeft het verdiend, onze Leendert!

PDAC 28 maart 1949 onder Assen.


Leendert van Aalst straks veertig jaar koorleider.

Leendert van Aalst, wie kent hem niet in Assen en omgeving, herdenkt straks zijn veertigjarig jubileum als koordirigent. Hij heeft verschillende koren geleid, maar zijn grote voorliefde is steeds gegaan naar kinderkoren, zelfs zodanig, dat hij nu, op 72-jarige leeftijd, nog steeds de leiding heeft over een groep jongens en meisjes. Elke zondagmorgen, weer of geen weer, gaat Van Aalst op stap, naar zijn kinderen, om met hen gewone liederen, operettes enz. te repeteren. Steeds staat deze man met een opgewekt gemoed voor zijn groep, altijd is hij bereid met hen een spelletje te doen, nog nimmer heeft er een gemelijke stemming geheerst in de koren die door hem werden geleid. Leendert van Aalst leeft naar de wijze woorden 'Tussen weemoed, strijd en hope, vliedt het leven snel voorbij'.

Tweeënzeventig jaren is hij nu geworden, veertig jaren is hij hiervan koorleider geweest en steeds heeft hij dit werk met veel plezier gedaan. Hij heeft er wel eens ruzie met zijn echtgenote over gehad als de koren weinig of geen geld hadden. Van Aalst deed het dan wel voor niets en dat stond zijn vrouw die tenslotte de huishouding moest verzorgen, wel eens slecht aan. Er was ook eens een koor, dat een week salaris aftrok maar het kon Leendert niets schelen. Zijn vrouw echter wel, maar, zo vertelde Van Aalst ons, dat komt de volgende maal wel. Het kwam echter nooit, maar mijn vrouw is er nog nimmer om weggelopen. Zij wist gelukkig ook wel wie ik was en nog steeds ben. De repetities van de koren van Van Aalst begonnen destijds in de oude molen aan de Alteveerstraat.

Aan de repetities waren steeds jaarlijkse reisjes voor de kinderen verbonden, de eerste naar Rolde. De arbeiders muziekvereniging Voorwaarts deed steeds gaarne mee, bracht de kinderen weg en haalde ze ook weer op. Dat daardoor altijd bijzonder veel mensen op de been kwamen spreekt welhaast vanzelf. Later gingen de reizen verder en Van Aalst kan er nog met plezier aan terugdenken, dat hij met 120 zingende kinderen door de Kalverstraat in Amsterdam marcheerde. Hij ging voorts naar Arnhem, Haarlem, Hilversum, Winterswijk, Schiedam enz. In die tijd werden er ook veel zomeravond concerten gegeven in Assen. Het kan de dirigent nu wel eens verdrieten dat er niet meer zoveel gezongen wordt als in zijn jonge jaren, maar de tijden veranderen en hij legt zich daarbij, zij het slechts node, neer.

Met volle energie leidt hij echter nog steeds zijn “De Jonge Zangers”, nog steeds gaat hij met ze op stap. Met weemoed denkt hij aan de jongens en meisjes die in zijn koren zijn overleden. Hij weet het nog precies, vijf meisjes en vier jongens. Eén keer is er een jongen uit Rolde overleden tijdens een reis naar Schiermonnikoog. Deze klappen zijn door hem moeilijk te verkroppen geweest; nog komen hem de tranen in de ogen. Hij had meer koren, nl. in Norg, Rolde, Wijster en Hijken, het dorp waar zijn moeder werd geboren. Verder in Loon, Vries en Smilde. Moeilijke jaren had Leendert van Aalst gedurende de oorlog en zelfs moesten kinderkoren worden opgedoekt uit vrees voor de bezetters. Toch wilde Van Aalst doorgaan en zodoende sprak hij hierover met de autoriteiten die hiermede te maken hadden.

Er werd gezorgd voor een repetitie lokaal (nota bene in de toenmalige ambachtsschool) uitsluitend uit respect voor hetgeen Van Aalst voor zijn kinderen deed en met hen bereikte. Dat bleek trouwens ook verleden jaar, toen hem door de burgemeester van Assen, mr. P. P. Agter de ere medaille in zilver, verbonden aan de Orde van Oranje - Nassau werd uitgereikt een onderscheiding waaraan door de jubilerende dirigent veel waarde wordt gehecht. Tijdens de oorlog heeft hij eens een uitvoering gegeven hetgeen helemaal niet mocht. Leendert van Aalst wist er echter wel raad op. Hij sprak hierover met politiemannen die wel wisten dat er een uitvoering was, maar niet hoeveel mensen hieraan zouden deelnemen.

De afspraak werd gemaakt, dat de uitvoering prompt om 12 uur des avonds ontbonden zou worden. Zij zouden dan zelf komen, hetgeen trouwens ook geschiedde. Geen haan heeft naar deze uitvoering gekraaid. Veel werk is er voor de verschillende koren verricht, nimmer is hij niet op het tapijt verschenen. Leendert van Aalst was er, daar kon men van op aan. Ook zijn leerlingen (viool) wisten hiervan mee te praten. Geert Marree, de bekende Nederlandse vioolbouwer komt nog steeds even kijken aan de Violenstraat te Assen, waar de heer Van Aalst thans woont. Het kan niet, zegt de aanstaande “jubilaris” maar als het mogelijk was dan zong ik in het jaar 2000 nog met de kinderen, want dat is een stuk van mijn leven geworden.

En zo is het inderdaad! Van Aalst is niet te denken zonder zijn kinderen, zonder zijn strohoed, waarmede hij een aparte sfeer aan de uitvoeringen geeft en aan de rode zakdoek die hem nimmer verlaat. Leendert van Aalst kan vertellen als de beste en het kost, heel veel moeite om weer uit zijn gastvrije woning te komen. Het zal de jubilaris zaterdag 21 maart zonder twijfel niet aan belangstelling ontbreken.

PDAC 13 maart 1959.


"...Terugkomende van de repetitie..."


L. van Aalst gehuldigd met veertigjarig jubileum.

Het was destijds een ontzaglijk mooie daad toen H. M. de Koningin Juliana de eremedaille in zilver verbonden aan de Orde van Oranje Nassau verleende aan de heer L. van Aalst, in verband met zijn grote verdiensten voor de koorzang in het algemeen, aldus burgemeester mr. P. P. Agter zaterdagavond in zaal Geerts, waar de dirigent van het kinderkoor “De Jonge Zangers” werd gehuldigd in verband met zijn veertigjarig jubileum als koordirigent. Mr. Agter wist toen nog niets van Leendert van Aalst, maar enige dagen later was dat anders, want toen had hij het “plakboek” van de jubilaris bekeken, het plakboek onder de titel “Dit is mijn leven” met de levensgeschiedenis van de heer Van Aalst. Hij heeft steeds veel geestdrift in zijn werk weten te leggen.

Hij was het steeds die de koren opzweepte tot een grote mate van enthousiasme. Ontzaglijk veel heeft u voor het culturele leven van Assen gedaan. Er zal nu geluk en weemoed zijn, doch spreker hoopte dat er iets van mildheid en wijsheid zal zijn bij de herdenking van dit jubileum. U heeft een stralend geloof in het feit dat het leven goed is. Namens het gemeentebestuur van Assen dankte mr. Agter de heer Van Aalst voor zijn vele mooie en goede werk en hij hoopte dat de jubilaris nog een goede toekomst tegemoet mag gaan. Het ga u wel, zo besloot spreker, waarna een daverend applaus opsteeg hij het vele publiek dat de zaal goeddeels vulde. Verder sprak de heer Bonke uit Beverwijk, de voorzitter van het koor dat “De Jonge Zangers” steeds in Beverwijk ontvangt.

Hij zegde toe dat de kinderen straks weer een hele week zullen verblijven in Beverwijk, welke woorden met groot enthousiasme door de leden van “De Jonge Zangers” werden ontvangen. Hij deed voorts een beroep op de Asser ouders om hun kinderen zoveel mogelijk naar Leendert van Aalst te zenden opdat de zangvereniging weer zo groot wordt als voorheen. De heer J. Linker sprak mede namens verschillende vrienden, de heer H. Noord namens oud-leden, de heer L. C. Mallon, die de leiding van de avond had omdat de voorzitter, de heer G. Buist ziek was, namens het bestuur en leden terwijl er voorts bloemstukken waren. Geschenken waren o.m. een pracht schemerlamp, een paar schoenen, een hartige beet in een rode 'buusdoek', een mand met lekkernijen met daarop een bokking (de mand moet weer terug) enz. enz.

Natuurlijk werd mevrouw Van Aalst niet vergeten. Zij had tal van bloemstukken in ontvangst te nemen. De eigenlijke zanguitvoering was weer als vanouds. Voor de sprekers frisse, vrolijke liederen (Een blijde jeugd is een gave voor het hele leven, aldus stond in het programma) terwijl na de pauze een kinderoperette werd opgevoerd, namelijk. 'Hans en Grietje'. Zo ging de avond verder zingende voorbij. De kinderen zongen met veel plezier en de ouders waren bij voorbaat dankbare toehoorders.


Uit een Libelle van 1958

Gisteren in Assen een merkwaardig man ontmoet. Hij was negenenzestig jaar en heette Leendert van Aalst. Hij was in het bezit van een kinderlijk opgeruimde geest en een even kinderlijk vertrouwen in de mensheid. Dat is een zeldzame eigenschap bij mensen van bijna zeventig. Ik heb die nog maar zo weinig aangetroffen. Het gaf jezelf het gevoel, dat je ouder en scherper en wantrouwender tegenover de wereld stond dan hij. Wat erg gezond is voor een mens om dat zo eens te voelen van tijd tot tijd. Deze man is geboren in een plaggenhut. Hij kan daar treffend van vertellen. Zijn vader was arbeider en verdiende vier gulden per week. Kleine Leendert kwam dus al zeer spoedig tot de ontdekking, dat het leven niet uit louter rozengeur en maneschijn bestond.

Ergens in dat kleine jongetje leefde een intense liefde voor muziek. Zijn hele jeugd door verlangde hij met zijn hele hart naar een viool. Toen hij wat ouder was, kon zijn moeder een kapotte kopen, voor zeven gulden. Hoe hij en die moeder daarvoor gewerkt hebben, laat zich moeilijk beschrijven. De moeder zei tenslotte zorgelijk (Leendert herinnert het zich na ruim een halve eeuw nog goed): 'Mien jong, laten we maar tegen je vader zeggen, dat het ding vief gulden kostte.' Zo zijn moeders wel. Nu en vroeger. Hij lijmde, en repareerde en poetste de viool. Hij leerde zichzelf spelen. Hij was destijds een zeer gelukkig mensenkind door zijn viool. Hij werd timmerman. Maar het nare was, hij hield niet van timmeren. Nu is hij negenenzestig en hij timmert nog.

Eerstdaags scheidt hij er mee uit en gaat dan leven van een zeer klein bedrag. Dat is erg, een mensenleven lang een beroep dat je niet ligt. Maar hij vond er vergoeding voor door negenendertig jaar lang kinderen te leren zingen. Hoe deze man, die op dit gebied toch niets heeft kunnen en mogen leren, dit kan, mag een wonder heten. In ieder geval, hij leert het ze. Negenendertig jaar lang geeft hij nu elke Zondagmorgen les aan een grote schare kinderen, zo een honderd twintig stuks. Hij is in al die tijd nog nooit een Zondagmorgen afwezig geweest. Hij leert hun oude wijsjes, hij leert hun zuiver zingen, hij studeert kinderoperettes met hen in. De kinderen betalen daarvoor veertien cent per week, donateurs geven tien cent per maand.

Een paar keer per jaar geeft hij uitvoeringen en trekt, als een moderne rattenvanger van Hamelen, met zijn kinderen naar verscheidene plaatsen in ons land. Ook maakt hij éénmaal per jaar een uitstapje met hen, per boot, per bus, per trein. Hoe dat alles kan van die schamele centjes? Door overleg, door zorg, door liefde. En een heleboel zelfopoffering. Nu is hij in Assen en daarbuiten een zeer bekende figuur geworden. Hij heeft een oude hoge hoed en een grote papieren neus, ook een oude vrouwen - vermomming draagt hij graag. Als de mensen die neus, die hoge hoed of de hoed met de veertjes zien, zeggen ze: “Kijk, daar heb je onze Leendert!” We zaten daar een middag in de Violenstraat te Assen, hij, zijn vrouw, de fotograaf en ik.

Het kleine huisje blonk van zuiverheid, de kast lag vol souvenirs, foto's, krantenknipsels. Met belangstelling gekeken naar mevrouw Van Aalst. Hoe was voor haar het leven? Zelf heeft zij drie kinderen, die zijn nu getrouwd. Maar in feite heeft ze bijna veertig jaar lang honderd twintig kinderen gehad, want ze waren een deel van het leven van haar man. Misschien had ze er wel honderd twintig, plus drie, plus een, want hij was en is er zelf ook een, ondanks zijn gaven. Stoffelijke resultaten heeft hem dit vast niet opgeleverd. Hij zal een sobere levensavond krijgen. Zijn leerlingetjes die eigenlijk maar mogen blijven van hun negende tot hun veertiende jaar, jokken met hun leeftijd.

Zo nu en dan blijven er meisjes hangen tot na hun achttiende jaar. Dat doet de jeugd niet, als ze niet heel sterk de merkwaardige aantrekkingskracht voelt van deze timmerman. Een sobere levensavond. Maar, gezien alle bovenstaande feiten, beslist geen sombere. Mocht ik ooit zeventig worden, dan wilde ik wel, dat ik evenveel zon in mijn hart had. Dan zou ik in ieder geval op een goed besteed leven terug kunnen zien.


Op 30 april 1958 werd Leendert Van Aalst voor zijn verdiensten onderscheiden.


Zijn overlijden

Op 28 mei 1967, op 80 jarige leeftijd, overlijdt Leendert van Aalst. Slechts één rouwadvertentie vond ik in de Provinciale Drentsche en Asser Courant. Van zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen. Ook heeft de krant geen enkele aandacht besteed aan zijn overlijden dan wel zijn begrafenis. Het is droevig dit te moeten constateren. Zo snel al vergeten na alles wat hij gedaan heeft voor honderden kinderen en hun ouders jaren lang.

Overigens moet mij van het hart dat hoewel de krant in haar naam “Asser” voert dat zij na de oorlog nauwelijks fatsoenlijk Asser nieuws weet te produceren. Er is in mijn ogen sprake van een enorme willekeur inzake het opnemen van het Asser nieuws. In de volksmond had deze krant dan ook de naam “Asser sufferd”.


Alle op deze pagina getoonde foto's zijn afkomstig uit 'Mijn Boek' van Leendert van Aalst. Mijn dank gaat uit naar de heer Pope Oosterhof uit Assen, die het orginele exemplaar van de ondergang redde, het met engelengeduld restaureerde en de inhoud hiervan aan mij ter beschikking stelde.


Bronvermelding:

‘Somer in het Drents archief’; Een genealogisch en historisch onderzoek naar de Somer familie.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl