In en om Assen





Ds. Sanders vertelt de geschiedenis van Licht & Kracht


Bronvermelding:
In het jaar 1975 interviewt H. Klaassens voor de huiskrant van Licht & Kracht ds. Sanders


Het terrein van Licht en Kracht beginjaren zestig


In Oktober 1934 kwam het eerste gebouw gereed


De bosrijke omgeving van Assen

Op vrijdag 1 augustus 1975 had ik een gesprek met ds. Sanders, die van 1938 tot 1969 als geestelijk verzorger aan ons centrum verbonden is geweest. Omdat hij het wel en wee van "Licht en Kracht" 31 jaar lang van nabij heeft meegemaakt, leek hij ons de aangewezen persoon om te vertellen over de ontwikkeling die zij in de loop van haar nu 40-jarig bestaan heeft ondergaan. Dit artikel maakt geen aanspraak op volledigheid: de veranderingen en vernieuwingen van de afgelopen 5 jaar worden hier niet beschreven, ook al vormt dit een hoofdstuk apart dat minstens evenveel bladzijden zou vullen als het hieronder afgedrukte relaas van ds. Sanders.

Voor de ontwikkelingen in die laatste 5 jaren heb ik me beperkt tot enkele opmerkingen aan het slot van dit artikel, die maar een heel summier overzicht geven van hetgeen er in deze periode is bereikt. We laten nu ds. Sanders aan het woord en gaan daarvoor terug in de tijd tot we zijn aangeland in het jaar 1933, het jaar waarin het schrijven van dit verhaal mogelijk werd gemaakt door de eerste plannen die op tafel werden gelegd voor de oprichting van een nieuw psychiatrisch centrum in de bosrijke omgeving van Assen.

"Het bestuur van de vereniging besloot in 1933 om, naast de al bestaande inrichting "Zon en Schild" te Amersfoort, een nieuwe inrichting te vestigen in het noorden van het land. De keus viel op een bebost terrein aan weerszijden van de spoorlijn Assen-Beilen, aan de zuidelijke stadsrand van de Drentse hoofdstad. Het gemeentebestuur verwachtte veel profijt van deze vestiging voor de plaatselijke economie en bood daarom het terrein waarop later het paviljoen "Port Natal" zou verrijzen, praktisch gratis aan het bestuur van de vereniging. Toen de grond eenmaal was aangekocht, begon men met de bouw van de eerste paviljoens. In oktober 1934 kwam het eerste gebouw gereed; dit was het latere paviljoen "Nebo", waarin de eerste patiënten werden opgenomen, maar waarin ook de administratie was ondergebracht. Daarvóór was deze afdeling nog een tijdlang gevestigd in het voormalige Parkhotel, waar nu de speelgoedfabriek van de firma Homas is te vinden.


De "Karreploeg"

De eerste administrateur uit die tijd was dhr. Strop. In maart 1935 werd de officiële opening verricht. Bij deze opening bestond "Licht en Kracht" uit de open afdeling "Port Natal", de gesloten afdelingen die later Jabbok en Nebo zouden worden genoemd en het hoofdgebouw. Hierin was behalve de inmiddels al weer verplaatste administratie ook een onderzoekkamer, een röntgenafdeling en een apotheek ondergebracht, helemaal in de stijl en met de mogelijkheden die toen in de jaren dertig voorhanden waren. Aan het hoofdgebouw zelf was een kapel gebouwd, die ook gebruikt werd als ontspanningsruimte. De voorste paviljoens Zoar en Meriba konden begin 1938 in gebruik worden genomen. Bij die gelegenheid kregen de paviljoens hun (bijbelse) namen. Toen ik eind 1938 als eerste fulltime geestelijk verzorger in dienst trad, telde de inrichting ongeveer 325 patiënten. Dr. Audier was toen geneesheer-directeur en werd bijgestaan door één, later twee artsen en door een enkele assistent.

De behandelingsmethoden bestonden uit: slaapkuur, insulinekuur en shockbehandeling door injecties met cardiasol. Voor erg agressieve patiënten gebruikte men het permanente bad en het spanlaken, naast de isoleercellen die ook tegenwoordig nog wel worden gebruikt. De arbeidstherapie uit die tijd bestond voor de vrouwen uit werk op de afdeling, huishouding, centrale keuken of de linnenkamer. Ook konden ze op de afdeling gaan handwerken. De ernstigst gestoorden werden bezig gehouden met het pluizen van touw en het sorteren van bonen en erwten. De mannen werkten op de boerderij of in de plantsoenen, een enkele liep mee met de schilder, stoffeerder of timmerman; verder was er een rietmattenmakerij. Waar ik met de meest onplezierige herinneringen op terugkijk, is wel de zgn. "karreploeg".

De mensen die zo apathisch waren dat men ze nauwelijks ergens toe kon activeren, werden als trekdieren voor een grote kar gespannen. Soms telde ik wel twintig mannen of vrouwen die met zo'n kar over het terrein rondliepen. (Er was zowel voor de mannelijke als voor de vrouwelijke patiënten een "karreploeg"). Ze moesten hierin verschillende dingen vervoeren, zoals b.v. de afgevallen bladeren in de herfst en ander afval. De mannen waren gestoken in blauwe overalls, de vrouwen droegen grijsblauwe dienstbodejurken, wat het geheel een nog triester aanzien verleende. Toch was dit toen de enige methode waarmee men die mensen in beweging kon krijgen: bovendien kregen ze op deze manier buitenlucht. U moet weten dat toentertijd een behoorlijk groot aantal verpleegden nauwelijks waren te activeren: velen zaten maar te zitten of lagen maar te liggen op de afdelingen. De ontspanning werd georganiseerd door de personeelsverenigingen, zoals de zangvereniging, de toneelvereniging e.d., die jaarlijks enkele uitvoeringen verzorgden, terwijl men ook aanbiedingen kreeg van verenigingen uit de stad en omgeving.


De oorlogsjaren

Het hoogtepunt van de in het kader van de ontspanning georganiseerde activiteiten werd gevormd door het Koninginnefeest, waarvoor o.a. een optocht met praalwagens op het programma stond. Dit heb ik zelf vóór de oorlog maar één keer meegemaakt; na de oorlog werd dit hervat. 1948 was het jaar waarin Wilhelmina afstand deed van de troon en Juliana onze nieuwe koningin werd. Men besloot toen van het oorspronkelijke feest op Koninginnedag maar een zomer- of tuinfeest te maken, dat nog elk jaar wordt gevierd.

In de oorlogsjaren werden de personeelsverenigingen formeel ontbonden omdat men zich niet wenste aan te sluiten bij de zgn. "Kulturkammer". Onze eerste geneesheer-directeur dr. Audier werd in 1942 ontslagen en opgevolgd door dr. A. J. van der Graaff, die samen met twee doctoren en enkele assistenten weinig anders kon doen dan proberen de zaak draaiende te houden. Dit was geen gemakkelijke opgave: zo werden patiënten uit Dennenoord in Zuidlaren en Beileroord in Beilen bij ons ondergebracht. De toeloop was zo groot dat de kapel achter het hoofdgebouw als slaapzaal moest worden ingericht. De kerkdiensten werden toen verplaatst naar de paviljoenen Zoar en Meriba.

U begrijpt, dat men voor enorme problemen kwam te staan m.b.t. de voedselvoorziening. Maar dankzij het beleid van dhr. Kolkman, de toenmalige huismeester (= econoom), lukte het om dankzij de eigen boerderij niet alleen de eigen patiënten van voedsel te voorzien, maar ook af en toe wat af te staan aan "Zon en Schild", dat er minder florissant voorstond. Het paviljoen "Port Natal" werd door de Duitsers gevorderd en moest worden ontruimd om plaats te maken voor ouden van dagen uit Bremen die door de geallieerde bombardementen dakloos waren geworden. Later werd het gebruikt voor de internering van zgn. "T. O. D.-arbeiders", o.a. van het eiland Texel. Aan het eind van de oorlog zaten er zo'n 1200 mensen die daar door de Duitsers werden bewaakt. Van hygiëne was nauwelijks sprake: toen het gebouw in 1945 door de bezetters was ontruimd zat het van de kelder tot de dakpannen barstensvol vlooien. De patiënten van "Port Natal" werden ondergebracht op de bovenverdieping van Jabbok.


Op de voorgrond het gebouw van Port Natal. Achter de spoorlijn het terrein van Licht & Kracht. Datum opname: 11.11.1973


De psychofarmaceutische industrie

Maar het allerergste gevolg van de oorlog was de deportatie van de joodse patiënten. Het personeel, van de geneesheer-directeur tot het jongste verpleegstertje toe, weigerde consequent zich hierover uit te laten tegen de mannen van de W.A. en de S.A. Hiervoor werden dr. van der Graaff en zijn vervangster mw. van Rooyen zelfs tijdelijk gevangen gezet. Toch wisten ze beslag te leggen op de patiëntenadministratie, waarna men aan de hand van de dossiers met de persoonsbewijzen gemakkelijk de joodse patiënten er uit kon pikken. Twee patiënten zijn hier aan ontkomen, maar de anderen werden allemaal afgevoerd om te worden vermoord in de "Vernichtungslager".

In 1944 werd dr. van der Graaff in zijn functie als geneesheerdirecteur opgevolgd door dr. Tiersma, die wegens ziekte het werk enige tijd moest overdragen aan dr. Breetvelt. In deze periode viel tussen Zoar en Jabbok een bom, die de bovenverdieping van Jabbok bijna volledig vernielde. Gelukkig vielen daar geen slachtoffers. Een scherf van de bom drong echter door in paviljoen Zoar en doodde daar een patiënt. Als gevolg van de ravage die was aangericht moesten de patiënten van Port Natal die op de bovenverdieping van Jabbok waren ondergebracht, nu verhuizen naar de linnenkamer. Na de oorlog moest weer worden opgebouwd wat in de oorlogsjaren was beschadigd of verloren gegaan. "Port Natal" moest helemaal opnieuw worden ingericht, omdat het gebouw erg had geleden onder het pakhuis van mensen dat het in het laatste oorlogsjaar was geweest.

Maar na verloop van tijd kwam men er weer bovenop. Door het op gang komen van de psychofarmaceutische industrie kon men de patiënten beter en sneller behandelen dan daarvoor mogelijk was geweest. Men was nu zover, dat de patiënten "gestichtssociaal" konden worden gemaakt. Dit wil zeggen, dat men de patiënten zo ver kon brengen, dat ze binnen de structuur van de inrichting een eigen plaats konden gaan innemen, zich als mens onder medemensen konden handhaven en bewegen. De arbeidstherapie mogelijkheden werden uitgebreid, de karreploeg afgeschaft en men ging o.a. ook over tot bezigheden op creatief terrein. In 1956 werd paviljoen Hoge Wal geopend met een kleine afdeling medisch centrum, waarin o.a. ook de apotheek was ondergebracht. In datzelfde jaar werd de gymnastiekzaal in gebruik genomen. Aan weerszijden hiervan zaten aanvankelijk therapie-gebouwtjes voor arbeidstherapie. Voor de mannen was daar de mattenmakerij, voor de vrouwen een handwerk-afdeling.


Vakantietochten voor de patiënten

Tegenover het gymnastiekgebouw verrees een semipermanent gebouw met cursuslokalen en therapie ruimte. In Westerbork werd een boerderij met een nabijgelegen villa aangekocht, waarin plaats was voor enkele patiënten die overdag werkten op de boerderij en de overige tijd konden doorbrengen in de villa, waarin zij halfvrije verpleging genoten. Dit resocialisatieproject was bedoeld voor mensen die afkomstig waren uit het boerderij-bedrijf en ook daarin weer wilden terugkeren. De ontspanning was nog steeds in handen van de personeelsverenigingen, die in de naoorlogse jaren begonnen met de organisatie van dagtochten met personenauto's voor de patiënten. Ook mensen uit de stad stelden hiervoor hun tijd en hun wagen beschikbaar.

Op den duur werd het aanbod zo groot dat men op weg ging met een file die bestond uit 150 personenauto's. De politie, die de tocht begeleidde, splitste de stoet in 3 delen om verkeersopstoppingen te voorkomen. Toch leidde deze grote deelname tot het einde van deze uitstapjes. De aandacht van het publiek werd op deze manier op een onaangename manier gevestigd op de patiënten. Dit was voor de organisatoren voldoende aanleiding om de dagtochten te staken. Hiervoor kwamen vakantietochten in de plaats, o.a. naar de Noordster in Dwingeloo, nog later ging men paviljoensgewijs reizen organiseren naar het buitenland met een geselecteerde groep patiënten. In 1958 overleed dr. Tiersma en werd opgevolgd door dr. K. Visser die in 1959 zijn functie als geneesheer-direkteur aanvaardde. Onder zijn directoraat is er veel veranderd.

De hele wereld van de psychiatrie maakte in die tijd trouwens een snelle ontwikkeling door, raakte in een stroomversnelling. Door de hoogconjunctuur van de economie kwam er veel geld beschikbaar voor investeringen op grote schaal, waar dr. Visser dankbaar gebruik van maakte. "We geven hier een opsomming van de uitbreidingen en veranderingen die "Licht en Kracht" onderging onder zijn bestuur:


Uitbreidingen en veranderingen


- Het medisch centrum werd uitgebreid met een interne afdeling, een röntgenkamer, E.E.G.-en E.C.G. accommodaties en een laboratorium met aan het hoofd een academisch geschoold biochemicus. Er werd een interniste in dienst genomen en één, later twee, psychologen.

- Het arbeidstherapiedorp werd gebouwd met veel meer gedifferentieerde mogelijkheden naar aanleg en vaardigheid voor de bezoekers.

- De personeelsflats losten veel huisvestingsproblemen voor het inwonend personeel op; bovendien kwamen de voormalige personeelskamers nu vrij voor gebruik door de patiënten.

- Dankzij de bouw van het paviljoen voor psychisch gestoorde bejaarden, de Vierackers, kunnen deze mensen in hun laatste levensjaren veel beter worden begeleid en verzorgd. Hierdoor kwam er op paviljoen Meriba ruimte voor het onderbrengen van andere probleemgroepen.

- De medische staf werd aanzienlijk uitgebreid met afdelingsartsen en assistenten, waardoor er veel meer ruimte en tijd kwam voor verschillende vormen van gesprekstherapie .

- Nieuwe vormen van behandeling werden toegepast, zoals b.v. de creatieve therapie, bewegingstherapie al of niet in groepsverband, biofeedbackbehandeling, gedragstherapie enz. Hiermee kunnen de mensen niet alleen beter en effectiever worden geholpen, maar ze zorgen eveneens voor een snellere doorstroming en vergroting van de opnamecapaciteit per tijdseenheid.

- In de binnenstad van Assen kwam het Dagziekenhuis te staan waar alleen een dagbehandeling wordt gegeven, die bestaat uit groepsgesprekken, arbeids-en creatieve therapie.

- Het buitenpaviljoen "De Haegenaarskamp" in Smilde werd opgezet met de bedoeling dat daar mensen zouden worden verpleegd die na korter of langer tijd weer konden afvloeien naar de maatschappij, het kreeg een overbruggingsfunctie tussen inrichting en maatschappij, een zgn. "sluis-internaat".

- "Sans Souci" werd in gebruik genomen.

- De polikliniek werd aanzienlijk uitgebreid. Er kwamen maatschappelijk werkers en -werksters en psychiaters voor het geven van zowel voor- als nazorg. Een video afdeling werd later bijgebouwd.

- Er verrees een groot recreatiecentrum met een toneelzaal , twee foyers, een kegelbaan, biljart- en tafeltenniszaaltjes, bibliotheek, een bar en andere voorzieningen.

- Doordat de administratie zich vooral in de jaren zestig enorm heeft uitgebreid, moest de kapel, die bij het hoofdgebouw ,worden afgebroken om plaats te maken voor moderne vertrekken waarin o.a. de afdelingen inkoop en patiëntenadministratie werden ondergebracht. Ook aan de dringende vraag naar vergaderruimte en onderdak voor de I. N. A. S.-stagiaires kon zodoende worden tegemoetgekomen.

- Voor de oude kapel kwam de nieuwe Adventskerk in de plaats, die in december 1967 voor het eerst dienst kon doen als kerkgebouw. Tegenwoordig worden de diensten zowel door bewoners van " Licht en Kracht " als door bewoners van de wijkgemeente " Vredeveld " uit Assen bijgewoond.

Deze opsomming is niet volledig: toch krijgt u hierdoor een indruk van de schaal waarop in de afgelopen jaren "Licht en Kracht" is veranderd en uitgebreid. Plannen voor de toekomst zijn o.a.:


De Adventskerk van Licht en Kracht met op de achtergrond paviljoen Jabbok.


Toekomstige plannen

- De bouw van een zwembad en een bijbehorend sportcomplex,

- realisatie van de "categorisering" waardoor de probleemgroepen, zoals b.v. oligofrenen en neurotici alle op een eigen afdeling kunnen worden ondergebracht, evenals een aparte afdeling op paviljoen voor de nieuwe opnames,

- uitbreiding van het aantal resocialisatie afdelingen voor verhospitaliseerde patiënten in de stijl van Zoar-E en de token-economy groep op Nebo,

- reorganisatie van de scholing van het verplegend personeel i.v.m. de kategorisering.


U ziet, dat "Licht en Kracht" in de loop van haar 40-jarig bestaan is veranderd van een primitieve psychiatrische inrichting in de stijl van de jaren dertig in een modern, goed geoutilleerde centrum waar nog wel het een en ander op valt aan te merken, maar dat toch een uitgebreide scala van behandelingsmethoden tot haar beschikking heeft.

Wie weet hoe "Licht en Kracht" er over veertig jaar uit zal zien? Misschien is ze dan overbodig geworden door de voorzorg, of doordat de wereld één groot gekkenhuis is geworden Wie het weet mag het zeggen .....






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl