In en om Assen




Marcel Möring


foto Keke Keukelaar


Info op woest en ledig d.d. 26 april 2011


Minder is bij Möring nog altijd heel erg goed

Louteringsberg, de nieuwe roman van Marcel Möring, is minder dan zijn voorganger Dis. Minder spectaculair om te beginnen. Wat niet vreemd is daar Dis zich afspeelt in de hel op aarde – probeer dat maar eens te overtreffen. Minder rijk aan directe verwijzingen naar klassiekers uit wereldliteratuur. Minder rijk aan couleur locale uit de provincie Drenthe; dit keer wordt vanuit Overijssel de wereld bestreken. Minder rijk aan experiment ook.

In Louteringsberg maken we wederom kennis met Marcus Kolpa. De jongeling die in Dis tijdens de TT-nacht beseft dat hij de stad van zijn jeugd moét verlaten, is inmiddels de vijftig gepasseerd en heeft zich teruggetrokken in een groot huis op een heuvel in Oost-Nederland. Rijk geworden dankzij één boek wil hij na het uitvliegen van zijn talentvolle dochter genoegen nemen met zichzelf en de mensheid op afstand.

Wat een zware opgave is. Overal liggen brokstukken: de verdwijning van zijn vrouw Chaja na een ontploffing in een warenhuis in 1983, de emigratie en het overlijden van zijn moeder, smeulende lontjes uit zijn jeugd, het raadsel van zijn vader, zijn joodse wortels, een archief in de Verenigde Staten. Kolpa zelf vormt ondertussen het grootste struikelblok, beschadigd als hij is door de gebeurtenissen uit het verleden en toch al geneigd zich af te sluiten. Een roman bouwen rond een apathische hoofdpersoon, inderdaad, het is vragen om problemen. Het knappe is, dat Möring er wonderwel in slaagt die problemen op te lossen. Op uiteenlopende manieren.

Door in Louteringsberg elementen te stoppen afkomstig uit eerdere romans bijvoorbeeld, zo duikt de familie Hollander uit In Babylon weer op. Door van de alternatieve woordenboekenlezer Kolpa uit Dis een beschaafde intellectueel te maken die Madness heeft verruild voor Keith Jarrett en bier uit plastic, voor wijn uit de kelder. Door de aanhoudende ernst te doorbreken met een gevoel van humor dat Britten als wit aanduiden. Door zeer venijnig commentaar te leveren op de samenleving. Door een nieuwe draai aan de legende van Ahasverus. Door een ontroerende brief. Door symboliek.

Maar vooral door een fabuleus vermogen een meeslepend verhaal te vertellen, waarin allerlei eindjes aan elkaar worden geknoopt, steen op steen wordt gestapeld, hoger en hoger, steeds hoger. Zodat je als lezer nog nadrukkelijker begint te verlangen naar het moment waarop de boel uit elkaar spat, in elkaar dondert, of definitief goed komt. Kortom, een ontlading, een spectaculair einde van al die miraculeus opgebouwde heldere zinnen.

En daar ontbreekt het nu net aan. Gelukkig ontdek je pas na de laatste bladzijde. Minder is bij Marcel Möring nog altijd heel erg goed.


Titel: Louteringsberg. Auteur: Marcel Möring. Uitgever: De Bezige Bij. Prijs: €19.90 (510 blz.)


De manier van Marcel Möring


Een rijk en geweldig boek, van een groot schrijver.’ Aldus besloot Woest & Ledig in 2006 een juichende bespreking van Dis, toen de nieuwe roman van Marcel Möring . We stonden in dat oordeel alleen, bleek later. Vrijwel alle andere besprekers in Nederland hadden geen goed woord voor het boek over. Möring zou zich vertild hebben aan zijn apocalyptische vertelling. En niet alleen omdat hij de hoofdstad van Drenthe had afgeschilderd als de aars van de wereld. “Ik heb betere ontvangsten gehad”, blikt de schrijver van Mendels erfenis, Het grote verlangen en In Babylon vijf jaar later terug. “Ik had er ook wel een beetje rekening mee gehouden”, voegt hij daar aan toe. “Een schrijverschap kent een bepaalde dynamiek. Na succes op succes en de daarbij behorende prijzen komt er een moment waarop het voor de literaire kring even genoeg is. Als je dan ook al geen deel uitmaakt van die kring…”

Natuurlijk was hij teleurgesteld – mede omdat voorbij werd gegaan aan wat het boek wilde zijn. “Dis is in stijl en vorm de recapitulatie van mijn leesgeschiedenis: Homerus, Dante, James Joyce. Een geschiedenis waar veel van is verdwenen. Ik wilde laten zien wat er nog mogelijk is. Dis is literaire lol! Ik vind dat literatuur kunst moet zijn, in plaats van consumptiegoed. In de hoofden van uitgevers, verkopers, besprekers en ook schrijvers lijkt alleen plek voor A tot Z- verhalen met heldere causale verbanden.” Dat de roman nadrukkelijk aan een provincieplaats was geklonken, hielp ook niet mee. “En dan niet aan Groningen, maar aan Assen”, gnuift Möring. “We zijn in Nederland niet erg sterk in onze relatie met de provincie. We schamen ons voor ons accent en voor onze plaatselijke verbondenheid. Vergelijk dat eens met Engeland. Hier doen we alsof het beloofde land pas wordt bereikt als je de provincie voorgoed hebt verlaten. In Nederland willen we niets met de provincie te maken hebben.”

De reacties uit Assen waren positiever. “Toen er een avond rond Dis werd gehouden kreeg ik een waarschuwing: ‘Pas maar op jong, ze willen je bloed.’ Dat kan nog pittig worden, dacht ik. Het bleek enorm mee te vallen. Voor het eerst sinds mijn vertrek uit Drenthe zag ik die avond iets van zelfbewustzijn in Assen, om niet zeggen trots. Assen wás in de jaren tachtig een gat waar niks kon, waar alleen gesloopt werd. Dat vond niet alleen ik. Dat vond iedereen. Nu is sprake van een drive, er gebeurt iets.”

Dis staat bol van woede. Over wat er tijdens de Tweede Wereldoorlog met de Joden is gebeurd en over wat ene Marcus Kolpa in de jaren tachtig overkomt als hij merkt dat hij de stad van zijn jeugd is ontgroeid. Diezelfde Kolpa staat centraal in Louteringsberg. In dit op zichzelf staande vervolg is de hoofdpersoon rijk geworden van één boek en een erfenis en leeft hij geïsoleerd in een groot huis op een berg in Oost-Nederland. Zijn vrouw is op mysterieuze wijze verdwenen, zijn geëmigreerde moeder overleden, zijn dochter het huis uit. Louteringsberg was voor de helft voltooid toen Dis verscheen. “En ik was begonnen aan een derde deel”, vertelt Möring. “Aanvankelijk dacht ik aan één boek van 1000 bladzijden, maar het bleken onverenigbare grootheden. Ik kreeg het niet bij elkaar, het werd te geconstrueerd. Een boek moet voor de lezer natuurlijk aanvoelen. Ik hou van boeken als gevonden voorwerpen, als een steen die je op het Balloërveld kunt vinden. Geen baksteen met rechte hoeken, maar iets waar de tijd overheen is gegaan.”

Een ontwikkelingsroman over een man die de vijftig is gepasseerd, noemt Möring het. “Ik wilde een aantal dingen, zoals een zedenschets maken over de afgelopen dertig jaar. Uiteindelijk vond ik het interessanter Marcus Kolpa verder te verkennen, een man die zó boos was en daarna zó gekwetst werd door de verdwijning van zijn vrouw en het vertrek van zijn moeder. Wat doet de verbijstering en teleurstelling die daar op volgt? Mijn boeken gaan over de letterlijke invloed van geschiedenis. In dit geval een geschiedenis die dichtbij staat.”

De opgave was het verhaal niet in bitterheid en cynisme te laten eindigen. “Ik wilde openheid en licht aan het einde. Verlichting, zonder metafysisch te worden. Dat bleek nog moeilijk. Kolpa noemt zich een paar keer Boeddha op de berg. Hij is zeker geen Boeddhist. Maar het Boeddhisme is een levensfilosofie, en om dat praktische gaat het in Louteringsberg. Om de vraag: ‘Wat doet een mens als hij niet kan terugvallen op religie of politiek?’ ”

Möring spreekt van een persoonlijk boek. “Als schrijver probeer je altijd jouw personages te doorgronden. Daarvoor moet je soms diep in jezelf graven en wordt schrijven een zelfstudie. Bij eerdere boeken gebeurde het soms dat ik vastliep, dat loste ik op door er omheen te schrijven, met techniek. Dit keer heb ik het anders aangepakt. Als ik nu vastliep, wachtte ik tot er iets gebeurde. En dan gebeurde er ook iets. Ik heb geleerd dat de kern zich daar bevindt waar het moeilijk wordt.”

Louteringsberg is tevens een reflectie op de huidige tijd, zegt hij. “Op de hijgerigheid van deze tijd, de heftigheid van onze reacties op wat er gebeurt. Mijn hoofdpersoon leidt een geïsoleerd bestaan. Daar is bewust voor gekozen, ook als pleidooi om nu eens niet te hoeven reageren op de wereld. Ik word als schrijver voortdurend om mijn mening gevraagd. Vaak heb ik die gegeven. Tot ik dacht: ‘Je kunt wel vanalles vinden Möring, maar je zit er achteraf meerdere keren naast. En de andere helft van jouw meningen is niet goed doordacht.”

Wat niet wil zeggen dat hij niet maatschappelijk betrokken is. “Ik heb wel een mening, maar die is niet voor de krant van morgen. Ik maak me over álles druk. Vooral dat we er niet in slagen de wereld tot een betere plek voor grote groepen mensen te maken terwijl de middelen en mogelijkheden wel voorhanden zijn. Ik ben opgevoed met het vooruitgangsdenken. Ik weet het, dat was de illusie was van begin jaren zestig, maar het idee leeft nog steeds in mij. Ik ben niet cynisch, ik ben teleurgesteld over wat wij nalaten te doen.” De barricaden op? “Voor veel schrijvers is schrijven iets dat je heel misschien thuis doet. Die reageren via debat en opinie en lijken kranten en televisie belangrijker te vinden. Het is mijn rol om romans te schrijven. Dat is een manier die weinig te maken heeft met het heftige hier en nu, maar appelleert aan het denken van de lezer zelf. Daar haal je misschien niet direct een mening of een oplossing uit. Maar als het goed is, doet het wel iets. Anna Karenina heeft meer invloed gehad dan alle kranten die destijds zijn verschenen. Ik geef toe, schrijven is een omslachtige manier van communiceren. Maar het is míjn manier.”

Normaal ruimt Möring na het afleveren van een roman zijn kamer op en worden de meubels verplaatst. Dit keer kan hij zich moeilijk losmaken van zijn boek. “Misschien komt het ook doordat Louteringsberg mij een vertrouwen heeft opgeleverd dat ik nog niet had toen ik met het schrijven eraan begon. Vertrouwen in de mensen, de wereld, de dingen. Een idee dat alles is zoals het is, en dat ík het niet beter kan maken. Noem het acceptatie, ook al blijf ik veel onacceptabel vinden.”

Toch kijkt hij al weer uit naar een nieuw boek, naar de voltooiing van wat zijn variant op De Goddelijke Komedie van Dante zal worden. Het paradijs wacht. “Een lekker vet boek. Een Joodse Umberto Eco,” luidt de belofte. “Tijdens het schrijven aan Dis en later ook Louteringsberg had ik soms zin er volop mee bezig te gaan. Ik moest mij bedwingen dat niet te doen. Want voor je het weet heb je Van der Heijden-achtige situaties met manuscripten op verschillende bureaus. Ik ben een maar een beer met een klein brein.”


Bronvermelding:

Info op 'Woest en Ledig' d.d. 20 April 2011


Dertig man kwamen op Marcel Möring af in de eerste lezing uit een reeks over klassieken bij Flanor. Hierin besprak hij, serieus met een continue droog ironische ondertoon, De Goddelijke Komedie van dante als inspiratiebron voor Dis en de twee delen die nog zullen volgen. De lezing was enthousiasmerend: je wilt nu eindelijk dat boek van Dante helemaal lezen, maar ja, ook Möring zei, dat het gedeelte over de hel het leukste was en het gedeelte over de hemel als 'gemalen engelenstront'.


Info op  Wikipedia,


Marcel Möring

Möring werd geboren in Enschede en bezocht daar de Montessorischool. Eind jaren zestig verhuisde zijn familie naar Assen. Hij studeerde twee jaar MO-Nederlands, maar brak deze studie af, omdat hij zich toe wilde leggen op het schrijven. Hij had allerlei baantjes, onder meer als redacteur Theater en Beeldende Kunst bij de Drents-Groningse Persbladen.
Mörings boeken zijn in vertaling verschenen in meer dan vijftien landen.

Voor het korte verhaal 'East Bergholt', vertaald door Stacey Knecht en gepubliceerd in 'The Paris Review' ontving hij als eerste niet Engelstalige schrijver de Aga Khan Prize. Zijn nieuwste en tot nu toe dikste roman, Dis, verscheen in november 2006 bij De Bezige Bij. Ondanks zeer hoge verwachtingen is deze roman matig ontvangen.
Möring woont in Rotterdam en was een van de eerste Nederlandse schrijvers met een eigen website. Gedurende het studiejaar 2007-2008 was Möring 'schrijver op locatie' aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, een functie waarin hij Abdelkader Benali opvolgde.


Werk


Mendels erfenis

Hij debuteerde in 1990 met de roman Mendels erfenis, waarvoor hij de Geertjan Lubberhuizenprijs kreeg. In dit boek worstelt hoofdpersoon Mendel Adenauer met het verleden van zijn joodse familie. Langzaamaan verzinkt hij in een diepe depressie en verliest hij het contact met zijn omgeving.


Het grote verlangen

In Het grote verlangen (1993), bekroond met de AKO Literatuurprijs, is hoofdpersoon Sam van Dijk zijn ouders verloren bij een auto-ongeluk. Hij en zijn tweelingzus Lisa en oudere broer Raph zijn in verschillende pleeggezinnen opgegroeid en worden pas jaren later herenigd. Sam heeft nauwelijks herinnering aan zijn jeugd en ondervindt veel problemen in zijn omgang met anderen. Hij gelooft niet in de liefde, die hij een wilsdaad noemt.

Soms lijken hem flarden herinneringen te binnen te schieten, maar inmiddels weet hij niet meer wat zijn eigen herinneringen zijn en wat hem is verteld door Lisa. Tegen de achtergrond van een vuile binnenstad, vervallen fabrieksterreinen en de wildernis van een verlaten olieveld tracht Sam zijn leven richting te geven en uit te vinden wat een leven is, als je je niets herinnert.


In Babylon


Samenvatting

In 1997 verscheen In Babylon, een roman van bijna 500 pagina's, waarin sprookjesschrijver Nathan Hollander met zijn nichtje Nina ingesneeuwd raakt in het landhuis van zijn overleden oom Herman. Herman heeft in zijn testament opgenomen dat Nathan het huis alleen zou erven, als hij een biografie van hem zou schrijven. Wachtend op hulp stookt Nathan de haard met antieke meubels.

Intussen leest Nina de biografie, die zich echter ontwikkeld heeft tot een geschiedenis van het geslacht Hollander, beginnend in de zeventiende eeuw bij de joodse klokkenmakers oom Chaïm en neef Magnus, die woonden in de grensstreek van het huidige Polen en Litouwen. Als Chaïm vermoord wordt in een pogrom vertrekt Magnus en reist jaren door Europa en het Ottomaanse Rijk. Als hij in de Nederlanden arriveert besluit hij zich daar te vestigen.

Het gaat de Hollanders voor de wind, aanvankelijk als klokkenmakers, later als geleerden. Nathans oom Herman is een socioloog van internationale faam en zijn vader Emanuel ingenieur. In de jaren dertig emigreren Emanuel (later: Manny) en zijn gezin en Herman naar de Verenigde Staten. Na de oorlog scheiden Nathans ouders. Manny vestigt zich blijvend in de Verenigde Staten, zijn vrouw en kinderen in Nederland.

Nathans broertje Zeno wordt in 1945 geboren en ontwikkelt zich tot een zeer begaafde jongen, die messiaanse neigingen krijgt. Eind jaren zestig blijkt hij een soort profeet te zijn geworden van een massale sekte. Deze tracht door zwijgen het proces van de entropie tot staan te brengen en zo het einde van de wereld te voorkomen. Als enkele jonge sekteleden zelfmoord plegen, verdwijnt Zeno spoorloos.

Intussen is niet duidelijk of Zeno overleden is. Het landhuis waar Nathan en Nina vast zitten begint steeds meer op een spookhuis te lijken. Er zijn booby traps, waarvan er een een bandrecorder inschakelt met de stem van Zeno. In zijn geschiedenis van de familie Hollander beschreef Nathan al, dat hij nog geregeld bezoek krijgt van de geesten van oom Chaïm en neef Magnus. Tijdens zijn gedwongen verblijf in het landhuis komen oom en neef ook weer langs.

Aan het eind van het boek, als Nina al gevlucht is, wordt Nathan ternauwernood gered. Pas daarna volgt een bizarre ontknoping, die echter geen vragen oplost.


Thema's en motieven

Een van de belangrijkste motieven van In Babylon is dat van de wandelende jood. Deze legende gaat over de jood Ahasverus die Jezus geweigerd zou hebben om tijdens de kruisweg te rusten op een bankje bij zijn huis. Ahasverus was daarna gedoemd tot het einde der tijden op aarde te blijven rondzwerven. In In Babylon zijn de Hollanders een geslacht van wandelende joden, die tijdelijk hun kamp hebben opgeslagen in Nederland, maar in de twintigste eeuw weer aan het zwerven gaan.

In plaats van een doem is het wandelen van deze joden een keuze geworden, die in het boek enige heroïek krijgt. De Hollanders zijn aanwezig bij grote gebeurtenissen in de wereldeschiedenis. Zo trekt Magnus enige tijd mee in het gevolg van Sjabbati Zwi, een joodse pseudo-messias. Nathans vader Manny werkt in de oorlog voor het Manhattan-project: het maken van de eerste atoombom. Als kleine jongen is Nathan aanwezig bij de eerste geslaagde proef met een atoombom in 1945. Herman is een van de eersten die de bevrijde concentratiekampen bezoekt.

Entropie is een tweede belangrijk motief. Simpel geformuleerd houdt entropie in, dat de wanorde van een systeem ofwel gelijk blijft, ofwel toeneemt. Deze toename is onomkeerbaar en bij maximale entropie is de energie uit het systeem verdwenen. Oom Herman past entropie als sociologische metafoor toe op de samenleving, en Zeno ziet de wereld door de entropie ten onder gaan.

Dit wordt verbonden aan het beeld van de klok, die opgewonden wordt en die loopt tot de veer helemaal ontspannen is. Dit zien we terug in subplots die niet tot een einde komen in In Babylon, levensgeschiedenissen die niet helemaal verteld worden en het oplossen van de geest van oom Chaïm.


Prijzen

Voor In Babylon kreeg Möring in 1998 de Gouden Uil en de jonge Gouden Uil.


 Bibliografie

  • Mendels erfenis (1990) (roman)
  • Het grote verlangen (1993) (roman)
  • De Kotzker (1993) (verhaal, later opgenomen in In Babylon)
  • Bederf is de weg van alle vlees (1995) (novelle)
  • Het Derde Testament (1995) (samenst.)
  • In Babylon (1997) (roman)
  • Naakt en namaak in de literatuur (1999) (Frans Kellendonklezing)
  • Modelvliegen (2001)
  • Lijdenslust (2006) (essay)
  • Dis (2006) (roman)
  • Een vrouw (2007) (novelle, geschreven t.g.v. de 80e verjaardag van Harry Mulisch)
  • Bederf is de weg van alle vlees en andere novellen (2008) (bundel)
  • Een lange weg (2008) (essay, geschreven in opdracht van de Vrije Universiteit)
  • Louteringsberg (2009) (roman)


Louteringsberg is aangekondigd als het tweede deel van een trilogie (in dit deel zal Marcus Kolpa centraal staan), waarvan Dis het eerste deel was. Möring zegt dit 'verzwegen' te hebben voor het publiek, hijzelf wist het al lang. In de periode 1997-2006 heeft hij niet alleen aan zijn meest recente roman gewerkt, maar ook aan de twee vervolgen.


Bezoek hier de eigen webstee van Marcel Moring


Museumnacht 2008

Schrijver Marcel Möring vertelt over een klein en een groot werk in de museumcollectie: de 'Verheerlijking van Maria' van Geertgen tot Sint Jans en Walter de Maria's 'A Computer Which will solve every problem in the world'.

Zie hier de beelden van deze documentaire


Schrijver op locatie

Schrijver op Locatie Abdelkader Benali ontvangt de nieuwe Schrijver op Locatie (Marcel Moring) , die per 1 februari 2008 begint als zijn opvolger aan de Vrije Universiteit van Amsterdam.

Zie hier de beelden van deze documentaire





© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl