In en om Assen





Marinanne R.C. van Voorn


foto William Lith


Van het eenvoudigste tot iets bijzonders .

Deze maand (1991) verschijnt bij uitgeverij La Rivière & Voorhoeve 'De Verveelde Julia', een kinderboek van de hand van Marianne R.C van Voorn. Over de inhoud: Julia, de hoofdpersoon, is het dochtertje van een gravin. Zij woont in een heel groot huis, wat haar maar matig bevalt, want ze verveelt zich voortdurend gruwelijk. Gelukkig heeft Julia een lieve, enigszins vergeetachtige grootmoeder, die ze elke dag bezoekt, en die haar verhalen vertelt. Met die verhalen blijkt echter iets mysterieus aan de hand te zijn, waar Julia al snel achter komt, wanneer zij met haar neefje in de tuin aan het spelen is: de avonturen waarover haar grootmoeder vertelde, beleeft zij nu zélf, de verhalen worden waarheid...

Ik kende Marianne van Voorn niet, maar we moeten elkaar ongetwijfeld wel eens tegengekomen zijn, want we blijken van ongeveer hetzelfde (studie)jaar te zijn (weliswaar van andere studierichtingen, maar toch) en vrij dichtbij elkaar te wonen. In het gerenoveerde huis in de Korrewegwijk wring ik mij langs vele fietsen in krappe portalen naar haar woning, twee hoog. Marianne, afkomstig uit Yde, sinds een paar jaar woonachtig in Groningen. Ze is blond, gekruld van haren, blauw van ogen, vrolijk en gezellig, dol op paaseitjes en -haasjes van meneer Jamin. En vooral zeer artistiek. We spreken over achtergronden, kinderboeken, exposities, uitgevers, haar tekeningen en aquarellen en, uiteraard, uitvoerig over De Verveelde Julia.

In de meeste gevallen is er sprake van een verhaal, waar illustraties bij worden gemaakt. Het bijzondere van dit boek, zo had men mij verteld, is dat eerst de illustraties zijn gemaakt, en daarna het verhaal is geschreven. Dat blijkt minder ver uit elkaar te liggen dan ik mij had voorgesteld. "Ik had de loop van het verhaal natuurlijk in mijn hoofd toen ik ging tekenen", vertelt Marianne van Voorn. "Ik zat er alleen ontzettend tegenaan te hikken hoe ik het op moest schrijven. Dat heeft te maken met de leeftijdsgroep waarvoor het bedoeld is: kinderen van 8 tot 10 jaar. Die kinderen zijn bezig met leren lezen, kunnen zelf al lezen, maar willen ook wel graag voorgelezen worden.

Ik vond het heel moeilijk om daar een tussenweg in te vinden. In het begin zag ik dat nogal gemakkelijk in, maar toen ik echt aan het schrijven ging dacht ik: toch moeilijk, eerst doe ik nog maar een paar illustraties. Op een gegeven moment had ik die allemaal af, en toen moest het wel. In die volgorde is het dus gegaan."


En de mogelijkheid om het verhaal alleen uit illustraties te laten bestaan?

"Dat leek mij aanvankelijk ook wel leuk, maar je kunt zo'n verhaal, als je het een beetje goed schrijft, in dezelfde sfeer houden als de tekeningen. En helemaal natuurlijk als verhaal en illustraties door één persoon worden gemaakt. Ik heb er voor gekozen in het verhaal bepaalde stukken weg te laten, die uit de illustraties wel duidelijk worden. Het is dus zeg maar een interactie tussen illustraties en tekst, het één is daarbij niet belangrijker dan het ander. En het is zo geschreven dat het lekker loopt als je het hardop leest, er zit een cadans in. Het is een soort vertelverhaal geworden." Waar kinderboeken tegenwoordig overwegend zijn voorzien van 'lieve', sterk gestileerde Dick Bruna-achtige, in ieder geval kleurentekeningen, zijn de illustraties in De Verveelde Julia zwart-wit pentekeningen

"Natuurlijk is het zo dat kleuren kinderen aanspreken. Maar bij de projecten voor creatieve vorming die ik doe op lagere scholen, en op kunstmarkten en dergelijke, merk ik dat de kinderen die mij het meeste aanspreken, in de leeftijdsgroep van 8 tot 10 jaar, mijn pentekeningen, hartstikke interessant vinden. Als ze wat ouder worden gaan ze kennelijk toch anders kijken, dan willen ze toch een illustratie waar ze een beetje in kunnen verzinken, waar ze wat bij kunnen dromen, en denken. Dat zeg ik dus uit ervaring hoor, het is geen theorie. Ik heb de illustraties voor dit boek natuurlijk ook bij die groep uitgeprobeerd, ik wilde weten of het aansloeg. En blijkbaar zit ik op het goeie spoor.

Volwassenen vinden het ook mooi. Maar 't gaat mij in eerste instantie om de kinderen. Bovendien is werken met pen en inkt de techniek die mij het meest na aan het hart ligt. Eigenlijk het eenvoudigste wat je kunt bedenken, en dan toch proberen daar zoveel mogelijk variatie in aan te brengen, dat zo uit te bouwen dat je iets bijzonders krijgt. Dat vind ik het leukste. Wat ik in het boek een beetje probeer op te roepen is de sfeer van de 19e eeuwse staalgravures, het wat mysterieuze, sprookjesachtige Het was mijn bedoeling er een soort ouderwets degelijk kinderboek van te maken Zoiets als Piet de Smeerpoets. Het leek me leuk om dat weer wat terug te halen, maar niet om er een trend van te maken hoor.

Ik val sowieso buiten elke illustratietrend die er op het ogenblik is, dat zegt mijn uitgever althans, en die vindt dat alleen maar interessant godzijdank (grinnikt). Voor mijn pentekeningen gebruik ik speciale pennetjes, lithopennetjes, waarmee je op lithostenen graveert. Die zijn keihard, omdat ze niet mogen slijten, en als je die mooi dun slijpt, kun je heel fijn werken, zoals ik dat doe. Ik ben heel detaillistisch, alle illustraties zijn ontzettend uitgewerkt. Dat stelt dan ook weer hoge eisen aan de druk, en aan de papiersoort."


Waren dat allemaal zaken waar je van tevoren al aan gedacht had?

"Wat dit boek betreft? Nee, helemaal niet. Het was een idee dat ik al heel lang in mijn hoofd had. Ik illustreerde wel dingen in opdracht, maar om een keer helemaal zelf een boek te maken -dat leek me zo leuk om eens te doen. Toen ben ik er, een paar jaar geleden eigenlijk al, gewoon mee begonnen. Er kwamen steeds dingen tussendoor, een expositie, een andere opdracht, dingen die voor gingen, want met dat boek was ik niet aan tijd gebonden, en zoiets schuift dan op.

Tot er vorig jaar een stukje over mij in de krant verscheen, waarin terloops werd genoemd dat ik met een boek bezig was. Naar aanleiding daarvan hebben heel veel uitgevers gereageerd. En daar heb ik de grootste uitgezocht, degene die mij de meeste mogelijkheden bood. Dat is La Rivière & Voorhoeve uit Kampen."


Welke mogelijkheden bedoel je daarmee?

"Onder andere de middelen die je hebt. Kijk, sommige uitgevers zijn heel idealistisch, die zijn aangesloten bij bepaalde boekhandels. Maar dat beperkt de verspreiding. Die uitgevers hebben vaak ook minder geld om het goed te drukken. La Rivière & Voorhoeve is een grote en bekende uitgever, die ook veel kinderboeken uitgeeft, en die alle mogelijkheden heeft wat druk en verspreiding betreft. Dat moet gewoon goed gaan, ik heb in ieder geval de kans dat het goed gaat lopen. En het voordeel van zo'n grote uitgever is ook dat het boek uiteindelijk niet zo duur hoeft te worden." Een uitgever die haar, voordat De Verveelde Julia zelfs nog maar te koop is, al de opdracht heeft gegeven om een volgend boek te maken.

"Toen ik alles inleverde waren ze over de illustraties al heel enthousiast, en nadat ze de tekst hadden doorgenomen, belden ze me op: of ik nog ideeën had voor een volgend boekje? Nou, ideeën genoeg! Maar omdat ik net dit boek af had, wilde ik er eerst even wat anders tussen door doen. Anders ben je de hele tijd met dezelfde hoofdpersoon bezig, en dat gaat zo'n routine worden, dan begint het te vervelen. Maar nu ben ik er echt weer lekker mee bezig."


Hoe lang heb je in totaal aan De Verveelde Julia gewerkt?

"Een half jaar echt fanatiek. Ik had dus een aantal illustraties klaar, maar een heleboel van de tekeningen die ik al af had vond ik bij nader inzien toch niet goed genoeg, die heb ik overgedaan. Als ik nog langer de tijd had gehad, had ik nog veel meer opnieuw gedaan, dan was ik eindeloos aan het knoeien en verbeteren gegaan. Dan is het wel goed dat de uitgever een inleverdatum stelt. Ik kan prettig werken onder druk, een beetje stress vind ik niet erg. Je dwingt jezelf om over dode punten heen te werken, en je wordt veel efficiënter. Dat heb ik ook nu met dat tweede boek: ik had dus in oktober de opdracht al te pakken, en iedereen zei meteen: zou je daar nu niet es op tijd mee beginnen? Maar dat werkt dan niet."

Een andere techniek waar Marianne van Voorn zich, naast pentekenen, vooral op toegelegd heeft, is aquarel. "Traditioneel aquarel werkt met grote vormen, en veel water. Ik werk met aquarel eigenlijk precies zo als met pen. Heel detaillistisch, er is niets op een illustratie wat aan mijn aandacht is ontsnapt, niets is gewoon toeval. Overvloeien, door elkaar heen laten lopen van kleuren, een techniek die bij aquarel veel wordt toegepast, gebruik ik niet echt - overvloeien is bij mij geen toeval. . Ik heb daar allerlei techniekjes voor om het eerst te laten drogen, en er dan weer extra kleur in te werken.

Daar zit ik echt lang in te knoeien. Normaal gesproken heb ik heel weinig geduld, maar in mijn werk kan ik eindeloos doorgaan. Iedereen verbaast zich daar over - als ik voor een rood stoplicht moet wachten erger ik mij al groen en geel, eigenlijk moeilijk met elkaar te rijmen. Maar dit ligt mij heel na aan het hart, dit wil ik goed krijgen."


Zou je jezelf in dat opzicht een perfectioniste willen noemen?

"Ja, in zekere zin wel. Het wordt natuurlijk nooit helemaal perfect, maar je kunt er wel zo dicht mogelijk bij proberen te komen. Met een tekening ben ik al gauw drie dagen bezig, en als ik ook maar even zie dat het mis gaat, maak ik hem niet af. Het heeft geen zin om dan te proberen het goed te krijgen, want dat blijft toch zichtbaar, ik begin dan gewoon opnieuw. En OOK als ik achteraf met een tekening die al af is, niet tevreden ben, doe ik hem over. Ik denk dan niet: ik heb weinig tijd, het moet maar zo - ik wil echt het gevoel hebben dat ik werk lever waar ik achter kan staan. Ik gooi dus zéér regelmatig dingen weg. Als ik denk: dit moet niet in handen vallen van iemand anders, want dan schaam ik me dood, dan verscheur ik het.

Wat ik altijd heel moeilijk vind is: afstand nemen van mijn werk. Het duurt bij mij altijd een paar jaar om het zo te kunnen zien als een buitenstaander. Dat heeft een technische kant, je ontwikkelt je natuurlijk, en dat maakt dat je beter kunt beoordelen. Maar het is niet alleen technisch - als je er zo dicht op zit, er zo mee bezig bent, weet je precies waar je de mist in gaat, wat je voor ogen had, wat het moest worden. En dat is nooit precies wat je wilde. En dat weet je later niet meer zo goed."


Van schrijvers wordt gezegd dat zij eigenlijk steeds weer hetzelfde boek schrijven, steeds dezelfde thematiek vanuit een andere invalshoek beschrijven. Hoe is dat bij Marianne van Voorn?

"Ik gebruik heel vaak dezelfde figuren, ja. Zo was er generaal Stavast, een vogelverschrikker, die heb ik jarenlang in tekeningen gebruikt, en die komt ook in het boek voor. Ergens in één van de verhalen waait hij om, en nu is het echt afgelopen met hem, nu gebruik ik hem verder ook nooit meer. En zo heb ik meer van die figuren die een eigen leven gaan leiden en steeds terugkomen. In mijn kleurgebruik zou je ook een soort thematiek kunnen zien. Ik heb vaak hetzelfde palet. En ook de sfeer, dat ouderwetse, mysterieuze, sprookjesachtige."


Pentekening en aquarel zijn favoriet, maar daarnaast volgt Marianne cursussen in grafische technieken, zoals litho en etsen. Ook om ze voor illustraties te gebruiken?

"Ik ben er wel mee bezig, maar niet om er illustraties mee te maken. Ik vind het nooit zo leuk om een druktechniek te gebruiken voor een illustratie die toch ook al gedrukt wordt. Etsen zou ik dus niet gebruiken, omdat veel van het effect verloren gaat. Lithografie vind ik erg moeilijk, dat durf ik nog niet. Dat is een heel procédé - je hoeft maar ergens een beetje nonchalant te zijn, en je kunt het verder wel vergeten. Dan is het vooral heel belangrijk dat je niet alleen een creatieve geest hebt, maar ook de technische vaardigheid. Je moet het in je vingers krijgen. Een kwestie van oefenen: bepaalde dingen moet je honderd keer doen voor je ze beheerst. Dat heb ik heel sterk met een nieuwe techniek, als ik daarmee begin durf ik er niet direct mee op een expositie te gaan staan.

Ook al zouden honderd mensen zeggen dat het hartstikke mooi is, ik moet zélf het idee hebben dat het goed is. Ik wil het kunnen beheersen, het onder controle hebben - boven de stof staan, niet aarzelend ertussen zitten. Ik ben daarom niet zo dol op technieken waarbij veel van het toeval afhankelijk is. Ik wil zelf kunnen bepalen wat het gaat worden."


Het is geen echte verrassing om te horen dat haar sterrebeeld Leeuw is. Wat duidelijk is, is dat ze een druk bezet leven leidt: naast haar werk, pentekening en aquarel, illustratieopdrachten, deelname aan exposities, zoals de Biennale 1988 in Tsjecho-Slowakije, een tweejaarlijkse internationale tentoonstelling van werk van illustratoren, het volgen van cursussen. Ook het zelf geven van cursussen?

"Ik doe projecten op middelbare en lagere scholen, projecten creatieve vorming, en voor volwassenen geef ik cursussen kunstgeschiedenis en kunstbeschouwing, iets heel anders, iets heel saais eigenlijk (lacht). Ik heb kunstgeschiedenis gestudeerd."


Geen Kunstacademie dus. Daar heeft ze geen spijt van?

"Nee, ik denk namelijk dat als ik de kunstacademie had gedaan, ik nu niet zo zou werken als ik werk. Je wordt altijd beïnvloed door dingen die je ziet, dingen die anderen maken, met wie je omgaat. En wanneer je vijf jaar lang intensief met mensen omgaat die ook kunst maken, mensen waar je ook les van krijgt, neem je heel gauw wat over, stijl, manier van werken. Een paar jaar geleden werd er tegen mij gezegd dat mijn werk zo uit een boek van Tolkien zou kunnen komen . Het leek er op, had er mee te maken, dat moest ik maar eens gaan lezen.

Dat heb ik toen expres niét gedaan, omdat ik bang was dat het mij zo zou aanspreken dat ik het inderdaad als inspiratiebron zou gebruiken. Dat wil ik per se niet, ik wil niet de een of andere stijl of trend aanhouden, ik wil gewoon zelf mijn eigen werk maken. En of het nou mooi of lelijk is, goed gelukt is of niet, of wat anderen er ook van vinden, ik wil niet op iemand anders lijken, maar mijn eigen stijl uitdragen."


Het moge duidelijk zijn dat ze die stijl inmiddels gevonden heeft. Heeft ze Tolkien nu al eens gelezen?

"Nee (lachend). Maar het is ook zo'n ontzettend dikke pil, ik zie er al tegenop als ik een dik boek zie."


De Verveelde Julia, verschijnt in april 1991 bij La Rivière & Voorhoeve, Kampen, op een formaat van 21 bij 25 centimeter, (alle tekeningen op ware grootte), gaat ongeveer ƒ22,50 kosten, en zal 64 bladzijden tellen. Bladzijden die enigszins gelig van tint zijn ('het doet een beetje ouderwets aan'), en fijn van structuur, zodat de zeer gedetailleer¬de tekeningen mooi uitkomen. Ik ben benieuwd. En Marianne van Voorn zeker.

Tot speculaties over Gouden en Zilveren Penselen laat ze zich niet verleiden, daar gaat het helemaal niet om, en daar heeft ze trouwens ook nog totaal niet aan gedacht. Wat mij betreft wordt het een gouden.


Bezoek hier de website van 'Pink Pig Productions'



Bartissimo 27 januari 2011 CBK Emmen


In Bartissimo een nieuwe expositie in het CBK in Emmen. Onder de titel "Ogen open, pyjama aan" laten drie illustratoren hun werk zien. Daniëlle Schothorst, Marianne van Voorn en Marloes de Vries maken illustraties voor kinderen.


Bronvermelding:

'Drenthe', onafhankelijk maandblad voor en over Drenthe. Maart / April 1991. Artikel van de redactie.





© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl