In en om Assen





Mariëncamp; een foto-overzicht


Bronvermelding:
• JubileumKrant 25 jaar Mariënkamp; 1989
• Het boekje: '45 jaar Mariënkamp in beeld'; samenstelling en redactie Ben Looijensteijn. De Trans 2009.
Met dank aan John Kauffeld voor het ter beschikking stellen van het materiaal


Mariënkamp was nog pril toen de eerste semi-permanente gebouwen in gebruik werden genomen


Hoe is het zo gekomen?

Kort gezegd is Mariënkamp het antwoord op een vraag. Tot in het begin van de zestiger jaren bestond er in Drenthe totaal geen opvang en verzorging van mensen met verstandelijke beperkingen van rooms-katholieke huize. Die vraag werd met de stichting van Mariënkamp beantwoord. Wie alleen het tegenwoordige Mariënkamp kent zal daar misschien vreemd van opkijken. Maar het is wel degelijk zo: wij danken ons bestaan aan een rooms-katholiek initiatief, al zijn de sporen daarvan inmiddels ver te zoeken.


Het was de congregatie van St. Joseph uit Heerlen die begin zestiger jaren het initiatief van de stichting nam. Men kwam in contact met de eigenaren van een hoenderpark in de gemeente Rolde. Zij was niet onwillig om het park te verkopen maar toch leken de onderhandelingen eerst traag te verlopen. Uiteindelijk viel het echter nogal mee en konden zij toch nog tamelijk vlot bekroond worden. De koop werd tenslotte vastgelegd door middel van een haastig opgezocht potlood en een stukje papier!

Inmiddels was er allang nagedacht over een naam. Daarbij werd onder meer ook gezocht in de eeuwenoude archieven van de Achelse kluis. Daar werd ontdekt dat er vóór de reformatie in de omgeving van Rolde een klooster gestaan had dat de fraaie naam droeg: "Maria in Campus". Een prachtige naam om met een kleine wijziging te vereeuwigen in de nieuwe naam. De verschillende delen van de oude kloosternaam werden samengetrokken tot de naam die wij nog altijd dragen: "Mariënkamp".


Strenge kleding voorschriften

15 Augustus 1964 was het zover. Vanuit Limburg reed een Volkswagenbusje met zes broeders naar Rolde om daar met hun werk te beginnen. Daar werden zij met hun zwarte pakken en witte boorden wel vreemd aangekeken. Eén van de bouwvakkers op het terrein vroeg zelfs eens in alle ernst aan een broeder, "Bent u altijd in de rouw, of is dat uw trouwpak?" Het heeft toen heel wat moeite gekost om duidelijk te maken hoe de broeders samenwonen en werken in een congregatie.

Het eigenlijke begin lag natuurlijk bij de komst van de eerste bewoner. Daarna stroomden al gauw meerdere bewoners toe waaronder ook al meteen diverse niet katholieken. De ouders daarvan keken eerst al net zo vreemd tegen de broeders aan als de bouwvakkers. Die eerste contacten verliepen dan ook wel wat stroef. Gelukkig is dat wel heel drastisch veranderd.

In feite is in vijfentwintig jaar alles veranderd. Zo waren er bijvoorbeeld uitsluitend manlijke verplegers de eerste paar jaren. Men meende dat vrouwen de roeping van de religieuze broeders in gevaar zouden brengen. "De geschiedenis van Mariënkamp heeft dit helaas bevestigd", zo merkt één van de broeders op in een terugblik op de eerste jaren. Pas in 1966 trad de eerste vrouw als verpleegster in dienst. En jarenlang moesten de verpleegsters zich strikt aan strenge voorschriften houden zoals: altijd nylons dragen evenals jurken tot over de knie en streng gescheiden van de manlijke verplegers eten. Ook de heren hadden trouwens hun voorschriften. Zo moesten zij het niet niet wagen om zonder stropdas te verschijnen. Zij konden direct rechtsomkeert maken om zich "aan te kleden".


De Z-opleiding

Intussen maakte Mariëncamp die eerste jaren ook een aardige groei door. Er was gestart met zegge en schrijve één therapiezaal, 3 afdelingsruimten, een keuken en een administratieve ruimte evenals de refter van de broeders en een kapel.

Maar Augustus 1966 kwam het gedeelte klaar dat begin 1971 zou afbranden en een jaar later kon er een complete nieuwe vleugel in gebruik genomen worden. Tegelijkertijd groeide zowel het aantal begeleiders als het aantal bewoners. De eerste groep had uit vijfentwintig kinderen bestaan met vijf begeleiders. Als specialisten waren er aanvankelijk uitsluitend een huisarts en spoedig ook een neuroloog. Nog in 1965 werd de staf uitgebreid met een kinderarts, een psycholoog en een revalidatiearts. Intussen hadden ook de eerste leerlingen hun Z-opleiding gevolgd bij Hendrik van Boeyen-Oord om de gelederen te versterken. Met de opening van de nieuwe vleugel in 1967 konden wij meteen weer veertig bewoners erbij opnemen. Zo piepjong als wij nog waren voelden wij ons al bijna gelijkwaardig aan de andere tehuizen in Noord-Nederland. In elk geval was de basis gelegd voor het Mariëncamp van nu.

Tenslotte, begin 1978, vertrokken de laatste broeders in de overtuiging hun taak te hebben volbracht. Het Mariëncamp dat zij achterlieten zou voortaan een algemeen tehuis zijn.



'Dorp' in aanbouw

De precieze datum waarop deze luchtfoto is gemaakt, kunnen we alleen maar schatten. Vermoedelijk eind jaren '60, begin jaren '70. Het is echter een unieke foto van een 'dorp' in aanbouw. Linksonder zijn Brink 1 tot en met 3 en 4 tot en met 6 te zien. Daarboven komen de contouren van De Ark in zicht. De bouw daarvan werd begin jaren '70 gestart.

Rechtsboven ziet u de zogeheten noodgebouwen. Het clustertje gebouwen rechtsonder op de foto is gegroepeerd rond de observatiekoepel die we later kenden als De Stulp. Daarin bevond zich een voor die tijd zeer moderne TV-studio waarmee cliënten konden worden gevolgd. Links daarvan bevindt zich het hoofdgebouw waar een activiteitencentrum, administratie, restaurant en verpleegsterflats waren ondergebracht. Rechts van de observatietoren ziet u De Strubben. Toen in gebruik als ziekenboeg en wooneenheden voor cliënten.



(Foto: herkomst onbekend)


De brand van 2 februari 1971

De zwaarste slag die Mariëncamp ooit te verwerken kreeg was zonder twijfel de brand van 2 februari 1971. De ramp kostte 13 bewoners van 12 tot 53 jaar het leven. Het laat zich raden hoe verschrikkelijk het voor de begeleiders geweest moet zijn om zó, onmachtig om iets te doen, zoveel pupillen te verliezen. Waarmee wij niet willen zeggen dat de reddingspogingen teveel te wensen overlieten. Integendeel. Begeleiders hebben samen met de brandweer 34 bewoners uit het brandende gebouw weten te redden. En dat werd door velen nog als het grootste wonder van die onheilsnacht gezien.

Rond half elf 's avonds moet de brand zijn uitgebroken in een semipermanent gebouw. De bewoners moeten in hun slaap door de brand overvallen zijn. Het was een verpleger die het vuur ontdekte. Hij sloeg direct groot alarm. De huisbrandweer was gauw ter plekke maar kon weinig uitrichten. Zij moest zich er hoofdzakelijk toe beperken te voorkomen dat het vuur zich verder uitbreidde en tot het reddingswerk. De meeste geredden hebben nauwelijks of niet gemerkt wat hen overkwam, zó snel ging de redding in zijn werk.

Nog steeds denken de ouders van de overledenen, maar ook van de geredde bewoners, met verdriet en angst terug aan deze ramp.



Quirinus en zijn fiets

Quirinus fietste altijd. En als hij zijn eigen fiets niet bij de hand had, dan 'leende' hij er wel een. Op deze foto ziet u hem dus in een karakteristieke situatie. Fietsend voor het activiteitencentrum De Stroetenhof, waar hij ook ooit zijn rijwiel ongewild in een bult bouwzand parkeerde...

Quirinus was één van de eerste broeders in huize Mariëncamp en had er, zoals het heet, 'de wind goed onder'. Maar hij was tegelijkertijd ook een heuse 'mentor' voor het personeel. Hij werd later hoofd Opleiding en heeft heel veel betekend voor de ontwikkeling van de Z-opleiding. Mede dankzij zijn inspanningen verwierf deze opleiding landelijk aanzien. De naam Quirinus vinden we nog altijd terug als straatnaam in de wijk Nooitgedacht.


"De toekomst is aan u beste vrienden"

Op een andere plaats in de jubileumkrant praten wij al over onze oprichters. Dus als wij onze hoogte- en dieptepunten vermelden, kunnen wij ons afscheid van hen moeilijk onvermeld laten. Mariëncamp heeft zijn bestaan immers aan hen te danken.

In feite hebben de broeders zich indertijd geleidelijk teruggetrokken. De laatste paar jaar waren er nog maar 5 aan Mariëncamp verbonden en ook zij werden veelal voor andere taken naar elders geroepen. Er werd dan ook al jaren over hun vertrek gesproken. Dat neemt niet weg dat het toch nog onverwacht kwam. Het staat vast dat de broeders destijds, in 1978, bij veel van de toenmalige medewerkers en bewoners een zijn nu goed 10 jaar verder. Inmiddels is ruimschoots bewezen dat het waar is wat één van de broeders in zijn afscheidswoord zei: "De toekomst is aan u beste vrienden". En ook nu heeft Mariëncamp toekomst. Nog altijd mede dankzij onze oprichters. Dat zal altijd zo blijven.


En dan komen er ook meisjes

Wij kunnen het ons nu moeilijk meer voorstellen, maar de langste tijd van zijn bestaan werd Mariëncamp alleen bewoond door jongens. Tegelijk met de ontwikkeling van uitbreidingsplannen ontstond echter het idee om ook meisjes op te nemen om zo te komen tot een gemengde bevolking. Zo waren er in 1977 plannen om de capaciteit uit te breiden met 108 bedden. Nog in hetzelfde jaar werd toestemming gekregen om 72 bedden bij te bouwen in 2 clusters van elk 3 afdelingen van 12 bedden. Snel werd begonnen met de fase van bestek en berekeningen maken.

In het eerste kwartaal van '78 ontvingen wij de officiële bevestiging van de vergunning. En dan werd medio '78 met de bouw begonnen. Ongeveer een jaar lang zou die in beslag nemen. Eind '79, begin '80 begon de werkelijke uitbreiding en kwamen de eerste meisjes bij ons wonen. De directeur H.D.M. Craanen merkte begin '80 al opgewekt op: "We kunnen nu al zeggen dat de komst van de meisjes de sfeer in positieve zin beïnvloedt". Eind 1980, tegen de feestdagen schreef hij: "De rust is teruggekeerd na alle nieuwe opnames en verplaatsingen. Dat betekent dat de jongens en meisjes aan hun nieuwe omgeving gewend zijn en geheel ingeburgerd beginnen te raken". Al gauw waren wij aan de gemengde bevolking gewend. Toch, zelfs al weten wij nu niet beter, was de opname van de eerste meisjes voor ons een mijlpaal.



Spuitgast en spoorzoeker

De bedrijfsbrandweer bestond destijds uit dertien man. Voor het blussen van branden hoefden deze mannen gelukkig maar uiterst zelden uit te rukken. Eigenlijk werd de ploeg vaker ingeschakeld om verdwaalde of weggelopen cliënten te traceren. Dat nam echter de noodzaak tot oefenen niet weg.

Deze foto werd na zo'n trainingsdag genomen. De dertien heren poseren hier in vol ornaat. Boven, van links naar rechts: Harm Hofstee, Renze Hadders, Cor Weersing, Jans Haak, Willem Hadders en Han Brandjes. Onder, van links naar rechts: Bob Koning, Henk Popken, Hans Houtman, lep Zuidberg, Aad Weersing, Hendrik Jan Dijk en Koert Deuten.


Broeder Silverster

Natuurlijk, het ontbreekt niet aan felicitaties voor Mariëncamp. Maar er zijn méér jarigen". Bijvoorbeeld de twee mannen die al vanaf het prille begin bij Mariënkamp: werkzaam zijn: de heer Bakker en broeder Silvester. Zij zijn "ook een beetje jarig".

Broeder Silvester ontmoetten wij een paar maanden voor zijn "verjaardag" bij hem thuis, in Assen. Broeder Silvester is, voor wie het niet weet, één van de broeders die in '64 naar Rolde kwamen om Mariëncamp op poten te zetten. Hij heeft de hele ontwikkeling meegemaakt en is in '78 als enige van de oprichters in Rolde achtergebleven. Waarom? Dat is praktisch onze eerste vraag. "Ik voelde me hier prettig", zegt hij en hij legt uit dat, terwijl de broeders destijds vonden dat zij hun taak voltooid hadden, hijzelf meende als eenling nog veel te kunnen doen. Het trok hem niet aan om ergens anders aan iets nieuws te beginnen terwijl hij zich net zo goed in Rolde, waar hij vertrouwd was, zich nuttig kon maken.

Hij ziet er veel te jong uit voor iemand die aan de wieg van Mariënkamp gestaan heeft. Wij praten immers over de dagen dat de opvang van geestelijk gehandicapten weinig meer was dan alleen opvang. Dat en verzorging en zoveel mogelijk ontwikkeling tot normaal gedrag. De goed vijftigjarige broeder Silvester heeft de hele ontwikkeling tot en met de zorgverlening van vandaag "aan den lijve" mee gemaakt. Het is hem niet aan te zien. Hij is kort, jeugdig, vriendelijk. Niet grijs, mager en streng. Hij is ook vlot, zomers en bijna sportief gekleed. Waar is het habijt gebleven? Of het zwarte pak met het hoge boord? In 1964 was dat nog verplichte kleding.


"Er is nu een heel andere mentaliteit"

Steeds weer komt het gesprek terug op die eerste tijd. "Het was een hele mooie tijd", zegt broeder Silvester. "Wij hadden echt open huis in Rolde. Iedereen kon binnenkomen. Maar het was wel hard aanpoten die eerste jaren. Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat". En nu? "Mariënkamp is een stuk van mijn leven. Er is natuurlijk veel veranderd. Het is zakelijker geworden, er is meer geregeld. Maar het heeft nog altijd wat van dat opene en gastvrije van vroeger".

Broeder Silvester heeft een ernstige ziekte achter de rug en is er anderhalf jaar uit geweest. Hij doet het nu wat kalmer aan en is niet langer afdelingshoofd zoals vóór zijn ziekte, maar groepsleider. Het plezier dat hij in zijn werk heeft is er niet minder om. "Ik ben gek op Mariënkamp", zegt hij onomwonden. "Ik ga er echt met plezier naartoe. Het is een leuke afdeling". Hij vertelt ervan. Hij vertelt hoe plezierig de omgang met zijn pupillen is. Hoe prettig en open het contact is. Hoe zij samen kleding kopen in Assen. Hij geeft hen de gelegenheid zelf te beslissen wat zij willen hebben. Probeert hen een stukje verantwoordelijkheid bij te brengen. Laat hen bijvoorbeeld ook boodschappen doen voor het weekeinde.

Ondanks zijn veelvuldige terugblikken naar de eerste jaren ziet broeder Silvester toch duidelijk vooruitgang. "Ik vind het fijn dat er zo'n stuk ontwikkeling op gang gekomen is in de afgelopen vijfentwintig jaar. De omgang met de kinderen is een stuk plezieriger geworden". Ook het werken met jongere medewerkers bevalt hem uitstekend. Hij merkt niet alleen op dat zij respect voor hem tonen maar tekent ook aan hoe hij hun omgang met de pupillen bewondert. Er is veel veranderd en verbeterd aan de omgang van de verzorgers met hun pupillen. "Er is nu een heel andere mentaliteit". Over de samenwerking met de jongere medewerkers vertelt hij niets dan goeds. Hij is er erg gelukkig mee.

Aan de andere kant geeft hij toe dat hij wel wat meer dan de jongeren wordt aangeklampt voor advies, voor informatie of voor een praatje. "De ouders hebben vertrouwen in je. Ze vertellen je iets meer dan een ander". De vraag of hij nog met plezier op Mariënkamp werkt is eigenlijk overbodig. "Ik doe het nog steeds graag. Ik hoop het nog lang vol te houden". Zonder twijfel wordt bij Mariëncamp algemeen dezelfde hoop gekoesterd. Zoveel is mij intussen wel duidelijk geworden



Een duidelijk tijdsbeeld

Soms is een korte blik op een foto voldoende om je weer helemaal terug in de tijd te wanen. De hier voor het activiteitencentrum De Stroetenhof geparkeerde auto's zijn misschien wel de boegbeelden van de jaren '80. We menen een NSU Prinz, een Fiat 850 en natuurlijk een Citroen 2CV te herkennen. Op het parkeerterrein van Mariëncamp was het in die tijd nog niet moeilijk een plaatsje te veroveren. Zeker niet voor directie en staf. Daarvoor waren 5 plaatsen gereserveerd.

De eenzame fietser rechts op de foto is Hans Buursema. Hij begeeft zicht richting het toenmalige hoofdgebouw, De Stulp. Op de achtergrond ziet u ook de verpleegstersvleugel. De Stulp bood in deze tijd ruimte aan de administratie, omvatte de zusterflat en het restaurant.


Mariëncampers brengen vrolijkheid



(Bron foto:'een jaar in beeld, 1994'. Onder de foto werd de volgende tekst geplaatst:)

Rolde, 18 augustus - Directeur D.H. Jeltes van het Asser bedrijf Burgerhout is blij met zijn werknemers uit de Rolder zwakzinnigeninrichting Mariëncamp. Bij wijze van experiment werden bewoners van Mariëncamp - met begeleider - als 'gewone' werknemers aangesteld op de werkvloer van het bedrijf in Assen. Het experiment slaagde. De directeur beleeft er ook persoonlijk veel plezier aan: "Als ik chagrijnig ben, loop ik er even heen en dan ben ik meteen weer vrolijk!


Info op Drenthejournaal d.d. 10 maart 2009


De Trans neemt afscheid van Mariëncamp

In Rolde en wijde omgeving is Mariëncamp een begrip. De locatie wordt in één adem genoemd met zorgorganisatie De Trans die in Rolde het hoofdkantoor heeft. En dat is niet zo vreemd. Mariëncamp stond ruim veertig jaar geleden aan de wieg van De Trans. Maar de Translocatie Mariëncamp verdwijnt en maakt plaats voor de woonwijk Nooitgedacht.

De nieuwe woningen voor de cliënten zijn klaar en worden bewoond. Ook veel particuliere kaveleigenaren zijn al actief in de nieuwste woonwijk van Rolde. Binnenkort begint de sloop van de oude bebouwing op het voormalige terrein van De Trans. Vooral dat laatste is een symbolisch gegeven. De oude institutionele sporen worden gewist. Dat houdt veel moois in. Cliënten krijgen mooiere woonruimte en hun eigen plaats in de wijk en de samenleving. Precies zoals het in de visie en doelstellingen van De Trans is vastgelegd. Toch is het ook een afscheid waarbij een traan kan worden gelaten. Bijna 45 jaar lang stond Mariëncamp symbool voor De Trans. De plaats waar veel is begonnen…


Zes broeders

Een geschiedenis die begon met een initiatief van kloosterlingen van St. Joseph uit Heerlen. De naam voor dit initiatief werd afgeleid van het Maria in Campis klooster dat voor de reformatie nabij Rolde stond. Op 15 augustus 1964 arriveerden zes broeders in Nooitgedacht om de zorg voor vijftig volwassen mannelijke ‘patiënten’ op zich te nemen. Het woord ‘cliënt’ werd toen nog niet gebruikt. Al snel werd de zorg ook uitgebreid tot kinderen en in 1971 werden plannen uitgewerkt voor de uitwisseling van mannelijke en vrouwelijke patiënten van Mariëncamp en de stichting Maartenswouden in Drachten. Mariëncamp kreeg daarmee gestalte.


Een voorloper

Opmerkelijk in de hele geschiedenis van Mariëncamp is het feit dat al in begin jaren 70 plannen ontstonden om op het terrein reguliere huizen te bouwen en zo de cliënten beter in de samenleving te betrekken. Men wilde een eigen dorp stichten met een winkelgalerij, een postkantoor, een recreatiepark en nog veel meer. Met die vooruitstrevende plannen werd Mariëncamp tot in het buitenland bekend als een voorloper in de zorg voor verstandelijk gehandicapten. Binnenkort worden die plannen in een geëvalueerde vorm afgerond. Het instellingsterrein is al enige tijd eigendom van de gemeente Aa en Hunze en de nieuwe woonwijk Nooitgedacht krijgt steeds meer gestalte.


Omgekeerde integratie

Cliënten van De Trans hebben er hun nieuwe woning betrokken en veel particuliere kopers zijn actief met de bouw van hun huis. Zij vormen straks samen de de wijk Nooitgedacht. Eind maart 2009 nemen medewerkers, cliënten en hun verwanten en andere relaties van De Trans afscheid van Mariëncamp. Dat doen ze door een symbolische start te maken met de afbraak van de oude institutionele bebouwing. Een omgekeerde vorm van integratie is dan een feit en Mariëncamp geschiedenis.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl