In en om Assen





Informatiemap Huize Mariëncamp 1979


Bronvermelding:
Huize Mariëncamp, 1979. Auteur(s): onbekend


Overzichtsfoto van het terrein van Huize Mariëncamp 1975


Inleiding


In deze map vindt u een beschrijving over Huize "Mariëncamp" te Rolde. "Mariëncamp" is een internaat voor geestelijk gehandicapte mensen. We proberen u met deze beschrijving in grote lijnen enig inzicht te geven in o.a. de opzet van het internaat, de benadering van onze bewoners. De financiën komen b.v. even aan bod, de plaats van de oudervereniging wordt belicht en we geven aan langs welke weg de bewoners in ons internaat worden opgenomen. We hopen dat u al lezend enig inzicht zult krijgen van wat een internaat als "Mariëncamp" is en wat ze nastreeft te willen zijn. We zijn ons terdege bewust dat dit niet meer als een eerste aanzet zal kunnen zijn.

In het kort even de voorgeschiedenis van het huis: Huize "Mariëncamp" is op 24 augustus 1964 in Rolde gestart met de opvang van geestelijk gehandicapte jongens. Het werd het tweede internaat van de Stichting Maartenswouden. Huize "Maartenswouden" in Drachten was het eerste huis van de stichting. Het centrale hoofdkantoor van beide internaten zetelt in Haren (Gr.). Momenteel wonen er in het huis zowel vrouwen als mannen, alhoewel de manlijke bevolking nog wel in aantal overheersend is. Er werd begonnen als zijnde een rooms katholiek huis, in latere fase werd dit in de stichtingsbrieven veranderd en kan de signatuur nu "algemeen" genoemd worden.


Plaats en opzet van het internaat


Huize "Mariëncamp" ligt even buiten het dorp Rolde. Het is het gemakkelijkst te vinden als vanuit Rolde de weg naar Borger genomen wordt. Als men op de weg Rolde - Borger gekomen is, vindt men na ongeveer 500 meter aan de rechterhand een duidelijke naamvermelding. Hier rijdt u het terrein op, welke een totale grondoppervlakte heeft van ca 50 ha„

De bewoners van "Mariëncamp" bewonen de huizen aangegeven als "Het Dorp" en de paviljoens "De Ark", "De Stulp" en ....... (nieuw te bouwen paviljoen)

In de woonhuizen van "Het Dorp" wonen ongeveer 85 mensen. Er zijn tien woongedeelten, in elk woongedeelte wonen ca. 8 a 9 mensen. Deze bewoners zijn redelijk zelfredzaam te noemen. We denken hierbij b.v. aan kleden, eten, wassen etc. en kunnen tevens een redelijke mate van vrijheid aan. Een aantal van hen gaat b.v. zelfstandig naar het dorp Rolde. De mobiliteit is in deze huizen erg belangrijk omdat er boven geslapen moet worden en ook boven de wasgelegenheid is. Overdag gaan nagenoeg alle bewoners naar het aktiviteiten centrum, om daar bezig te zijn.

Paviljoen "De Ark" bestaat uit zes woonruimtes met in totaal ca. 70 bewoners. Onder dit paviljoen valt ook de Germondy Hoeve. In het ene gedeelte wonen dames met ook weer een redelijke mate van zelfredzaamheid, terwijl het andere gedeelte bewoond wordt door mannen waarvan de eigen redzaamheid minder groot is. Niet alle bewoners gaan b.v, hier naar het activiteiten centrum en als ze gaan is het vaak voor een korter gedeelte van de dag. De vertrouwdheid van de afdeling en de aktiviteiten daar zijn voor deze bewoners het belangrijkst. In de Germondy Hoeve, een wat minder centraal gelegen, verbouwde boerderij, wonen tien mannen. Hun mobiliteit moet redelijk goed zijn willen ze aan het gebeuren op "Hariëncamp" deel nemen.

Paviljoen "De Stulp" bestaat uit zeven woonruimtes met totaal ongeveer 80 bewoners. In dit paviljoen wonen bewoners zowel met redelijke zelfredzaamheid als bewoners die geheel verzorgd moeten worden. In dit paviljoen bestaat ook de mogelijkheid bewoners op te vangen die in de huizen van "Het Dorp" moeite krijgen met het traplopen.

Paviljoen .... bestaat uit zes woonruimtes, waar tesamen ruim 70 bewoners hun thuis vinden. Dit paviljoen, wat we nu nog (1980) nieuwbouw noemen, is zo gebouwd dat vooral de mensen die grotendeels verzorging behoeven, bedlegerig zijn, hier goed verzorgd kunnen worden.

In de woonunits werken Z-verpleegkundigen en leerling-Z-verpleegkundigen. "Mariëncamp" kent, zoals alle noordelijke internaten, een eigen interne opleiding. Iedere woonunit heeft zijn eigen afdelingshoofd/groepsoudste. Alle vier de paviljoens (Het Dorp, De Ark, De Stulp en .....) hebben een eigen paviljoensteam. Dit paviljoensteam bestaat uit een paviljoenshoofd, een arts, een psycholoog of pedagoog en een maatschappelijk werker. Dit paviljoensteam staat het personeel van de woonunits terzijde om zo te zorgen voor een verantwoord beleid binnen iedere woonunit en paviljoen, zodat de bewoners zich wel kunnen bevinden.


Overzicht huidige samenstelling paviljoensteams en direktie


Het Dorp

Paviljoenshoofd -dhr. J. Prins
Arts - dhr. F. Scholte
Pedagoog - dhr. F. Weg
Maatschappelijk werker - dhr. T. Evers

Paviljoen De Ark

Paviljoenshoofd - dhr. H. Prinsen
Arts - dhr. F. Scholte
Psycholoog - dhr. R. v.d. Heijden
Maatschappelijk werker - dhr. T. Evers/J. de Haan

Paviljoen De Stulp

Paviljoenshoofd - dhr. B. Ploeger
Arts - dhr. J. Drijftholt
Psycholoog - dhr. P. Siebesma
Maatschappelijk werker - dhr. J. de Haan

Direkteur

dhr. H.D.M Craanen arts


Uitgangspunt van werken


Totaal bevolken ongeveer 315 geestelijk gehandicapten Huize "Mariëncamp". Huize "Mariëncamp", waar we proberen deze mensen een leefwereld te bieden waar ze zich thuis kunnen voelen, waar ze zich geaccepteerd weten. Wij willen onze bewoners begeleiden, verzorgen en behandelen vanuit een acceptatiegerichte visie. Wat wil dat zeggen? Dat betekent, dat we de bewoner in zijn zwakzinnig-zijn accepteren, hij of zij is er voor ons "niet meer of minder om". Zoals hij of zij nu is, met zijn/haar mogelijkheden en beperkingen, zo telt hij/zij mee als een volwaardig mens. Want dat volwaardig-zijn hangt niet af van wat hij/zij kan of wat hij/ zij nog zou kunnen leren.

Natuurlijk: als het kind ontwikkelingsmogelijkheden bezit, dan krijgt het bij ons de kans om deze te ontplooien, op zijn/haar manier en in zijn/haar eigen tempo! Maar als die kansen er niet zijn (en dat is heel vaak zo) dan houdt onze zorg en begeleiding niet op! Want voor alle bewoners vinden wij het allerbelangrijkst, dat ze zich door ons geaccepteerd voelen. Dat is namelijk "veiligheid, geborgenheid en liefde", zodat ze niet angstig of onzeker hoeven te zijn. Daarom zijn onze begeleidings-aktiviteiten niet alleen maar "ontwikkelingsgericht". De meeste zorg rond de bewoner betreft hier en nu: een plezierige leefwereld bieden voor de bewoner, waarin hij of zij zich veilig en vertrouwd kan voelen.

Eens per twee jaar houden wij over elke bewoner apart een zogenaamde "grote pupillen bespreking". Dit is een bespreking waarbij het personeel van de woonunit en teamleden van het betreffende paviljoen samen over de bewoner praten. Kort samengevat zou je kunnen zeggen: er wordt gekeken of de bewoner een goed omgangsplan heeft binnen zijn en onze mogelijk- en onmogelijkheden. Het wil niet zeggen dat er altijd nieuwe gezichtspunten naar voren komen, maar altijd blijft de winst dat je getracht hebt de zaken weer eens op een rijtje te zetten. Tevens is voor de nieuwe mensen op de afdeling een dergelijke bespreking erg leerzaam.

Zo komt iedere bewoner eens per twee jaar aan de beurt. Van deze tweejaarlijkse bespreking krijgen ouders/familie bericht. Zijn er vragen of opmerkingen vooraf dan kunnen wij er in de bespreking aandacht aan geven. Mocht er behoefte zijn om na de bespreking van gedachten te wisselen over dat wat besproken is dan moet dit even kenbaar gemaakt worden. Uiteraard zijn er naast deze bespreking andere vormen van overleg, waardoor de begeleiding voor onze bewoners kontinuïteit heeft.


Uitsnede plattegrond Mariëncamp, Rolde. 20.01.1975


Aktiviteiten


De dagelijkse aktiviteiten buiten de woonunit worden verzorgd door de aktiviteitendienst. De mogelijkheden zijn zo opgezet dat alle bewoners, die daaraan behoefte hebben, daarin een plaats kunnen krijgen. Er is een aktiviteitencentrum, een tuin met kassen en een gebouw voor bewegingsaktiviteiten. In het aktiviteitencentrum vinden we groepjes waar ontwikkelingsgericht wordt gewerkt, maar ook groepjes waarbij het plezier van het bezig-zijn op zich doel is. We vinden er mogelijkheden tot aktivering van gedrag, maar ook muzikale vorming en ontspanning. Ook pottenbakken, machinale houtbewerking en eenvoudig montage werk zien we daar. Kortom, een skala aan mogelijkheden en benaderingswijzen waar de bewoners een aantal uren per dag, halve dagen of hele dagen gebruik van kunnen maken.

In de tuin en de kassen zijn de bewoners dagelijks bezig met het kweken van planten en het zaaien, planten, onderhouden en oogsten van verschillende gewassen. Ook lichte terreinwerkzaamheden zijn hier aan toegevoegd.

In het zwembad en de oefenzaal (het bewegingsstimuleringsgebouw) komen de gehele dag door groepjes, zowel voor het ontplooien van ontwikkelingsmogelijkheden als voor puur plezier. Zowel het oefenen van bepaalde vaardigheden en spelvormen, als het lekker kunnen uitleven staan hier op het programma. Tenslotte willen we het paardrijden nog vermelden. Dit gebeurt in een manege buiten "Mariëncamp". Vanzelfsprekend komen hiervoor niet alle bewoners in aanmerking. Faktoren als veiligheid, plezier en persoonlijke mogelijkheden zijn hierbij erg belangrijk.


Bezoek


Speciale bezoekdagen of uren kennen we niet op "Mariëncamp". Wel is een telefoontje vooraf aan te bevelen zodat met de af¬spraken van onze bewoners aan b.v. aktiviteitencentrum, medisch centrum etc. rekening kan worden gehouden. Een teleurstelling dat de bewoners juist op het moment van een bezoek buiten "Mariëncamp" zijn (uitstapje, winkelen of iets dergelijks) wordt door een telefoontje vooraf voorkomen.


Hoe verlopen onze opnames ?


Wellicht is het ook goed even te kijken op welke wijze nieuwe bewoners bij ons komen en hoe de werkwijze hierin is. Als er in "Mariëncamp" opnamemogelijkheden zijn, dan geven wij deze mogelijkheid door aan de diensten maatschappelijk werk geestelijk gehandicapten of sociaal pedagogische diensten in de vier noordelijke provincies (Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel). Via de maatschappelijk werkers van deze diensten komen wij in kontakt met de ouders/familie en de eventuele bewoner voor ons huis. We willen graag de kennismaking wederzijds doen verlopen. We willen met de familie praten over onze mogelijkheden en eventuele onmogelijkheden. Is het dan zo dat ouders/ familie hun kind/familielid in "Mariëncamp" kunnen laten wonen, dan wordt een datum bepaald waarop wij onze nieuwe bewoner mogen begroeten.

De eerste maanden is een periode waarin de nieuwe bewoner ons en wij hem of haar moeten leren kennen. Het is onze gewoonte om na deze wederzijdse "verkenning" met ouders/familie over deze periode te praten en ons omgangsplan met de betreffende bewoner voor te leggen. In de eerste periode na opname zullen ook de huisarts en de neuroloog de nieuwe bewoner lichamelijk onderzoeken om zo snel mogelijk een beeld van de gezondheidstoestand te hebben. Ook volgt een laboratoriumonderzoek van bloed en urine, onder andere om eventueel besmettelijke ziekten op te sporen (die kun je bij je dragen, zonder er zelf ziek van te zijn). Tenslotte worden er in die eerste fase röntgenfoto's gemaakt van de borst (hart en longen). Afhankelijk van eventueel bijkomende handicaps kan dit worden uitgebreid, b.v. met de heupen van een spastisch kind, uiteraard na overleg met de ouders of familie.

Huisarts of neuroloog zullen in de meeste gevallen ook graag een gesprek met de ouders willen hebben om zoveel mogelijk informatie over de opgenomen bewoners te krijgen. In samenhang met de behoeften van de bewoner volgen na kortere of langere tijd nog een aantal onderzoeken door specialisten, die als consulent aan de inrichting verbonden zijn, nl. de revalidatie-arts (in samenwerking met de fysiotherapeute), de oogarts en de keel-neus en oorarts. De uitslagen van deze medische onderzoeken worden gebundeld en worden met ouders/familie een aantal maanden na opname doorgesproken. Dit kan meestal samenvallen als er over het omgangsplan gepraat wordt.

Voor plotselinge problemen van ernstige aard, die zich helaas altijd kunnen voordoen, bestaat er een samenwerking met de specialisten van het nabijgelegen Wilhelmina Ziekenhuis in Assen. Tenslotte kunnen wij u nog vertellen dat voor de tandheelkundige verzorging wekelijks een tandarts het internaat bezoekt en in een speciale behandelkamer de gebitten van de bewoners onder controle houdt en zonodig behandelt.


Maatschappelijk werk


Naast alle andere werkers in het internaat willen we hier apart even praten over het maatschappelijk werk. Het maatschappelijk werk neemt nl. een centrale positie in binnen ons huis als het gaat om de lijn ouders/familie - bewoner - internaat. Voor de opname verzorgen zij de kennismaking. Na opname willen zij een tijdlang voor ouders/familie beschikbaar zijn, om hen mogelijk vertrouwder te maken met het gegeven een familielid in het internaat te hebben.

Vragen als: hoe stel je je op voor wat betreft bezoek aan het internaat, hoe vaak ga je, haal je wel of niet je kind naar huis. Hoe doe je als je kritiek op het internaat hebt. Het kunnen vragen zijn waar je met een ander over zou willen praten. Vanuit het beroep van de maatschappelijk werker hebt u een zekerheid dat u zaken met hem in vertrouwen kunt bepraten zonder dat dit in het internaat hoeft te komen. Na de eerste periode bezoekt de maatschappelijk werker u niet op regelmaat van b.v. eens per jaar. Ze stellen zich beschikbaar voor u, maar wel moet het initiatief van u uitgaan of er moet een reden vanuit het internaat zijn om kontakt met u op te gaan nemen. Mocht u kontakt met een maatschappelijk werker willen dan is een telefoontje of briefje voldoende voor hem om een afspraak met u te maken voor bij u thuis of op "Mariëncamp".


Uitsnede plattegrond Mariëncamp, Rolde. 20.01.1975


De oudervereniging


Het is nog niet zo lang geleden dat er in de geestelijk. gehandicapten zorg enkel gedacht werd aan de relatie gehandicapte - hulpverlener en bij opname in een internaat aan bewoner - internaat. De ouders werden in deze zorg niet of nagenoeg niet betrokken. In de laatste jaren is men echter steeds meer gaan inzien dat de ouders een derde "pool" zijn, naast hun kind en het internaat. De ouders hebben hierbij wel een deel van hun zorg overgedragen aan het internaat, maar de eindverantwoordelijkheid ligt indirekt bij de ouders.

Uiteraard zal men als ouders het meest geïnteresseerd zijn bij het eigen kind, maar als men daarbij voldoende betrokken kan zijn, zal ook de wenselijkheid opkomen van een gezamenlijke deelneming van de ouders in een oudervereniging. In "Mariëncamp" werd deze ongeveer 10 jaar geleden opgericht. Deze oudervereniging heeft tot doel het behartigen van de belangen van alle bewoners die in het internaat verblijven, dus een zeer uitgebreide doelstelling. Enkele voorbeelden:

- via het bestuur kontaktpunt zijn tussen ouders en direktie;
- het stimuleren van maatregelen welke strekken tot handhaving en verbetering van de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de bewoners en het bevorderen van alles wat kan leiden tot verhoging van hun levensvreugde;
- adviezen aan ouders.

Door regelmatige kontakten tussen de oudervereniging en de direktie en staf van het huis en daarnaast met het bestuur van de Stichting "Maartenswouden" is een voortdurende gedachtenwisseling mogelijk. Het bestuur van de oudervereniging wordt zodoende geregeld betrokken bij b.v. nieuwbouwplannen of veranderingen, begroting, jaarverslag, personeelsbeleid, benoemingen en behandelingsbeleid. Het bestuur wordt geacht de bewoners en hun ouders/familie te vertegenwoordigen.

De oudervereniging doet van haar aktiviteiten en van alles wat daar voor in aanmerking komt mededeling in het drie maandelijks blad "De Mariëncrant". Dit blad dient tevens als publikatiegelegenheid voor leiding en staf van het huis. In de maand mei houdt de oudervereniging haar jaarlijkse ledenvergadering en daarnaast meestal twee kontaktdagen met behandeling van aktuele onderwerpen en met discussiemogelijkheid. Uitgaande van de reeds eerder genoemde eindverantwoordelijkheid van de ouders willen we u wijzen op de noodzaak van onze oudervereniging met als basis een zo groot mogelijk aantal leden. De kontributie bedraagt ƒ 12,50 per jaar.

Apart vermelden we hier even dat er een fonds bestaat, nl. "Vrienden van Mariëncamp", welke gelden beheert en wil ontvangen voor speciale doeleinden, zoals b.v. financiering van vakanties voor bewoners onder de 18 jaar (bewoners boven de 18 jaar hebben zelf hiervoor geld, nl. de A.A.W.).

Elk jaar wordt de laatste zaterdag in augustus op het terrein een fancy-fair gehouden met als doel de bewoners en hun familieleden een prettige dag te bezorgen.


Financiën


Zoals u zult begrijpen, is er ontzettend veel geld nodig in de geestelijke gezondheidszorg. De kosten van 1 bewoner per dag is nl. al iets meer dan ƒ 160,—. Per jaar wordt dit dan voor alle bewoners van "Mariëncamp" tesamen ongeveer veertien en een half miljoen.

Hoe komt dit geld nu bij elkaar?

Eenvoudig gezegd is het zo, dat over alle in Nederland betaalde salarissen, een bepaald percentage voor sociale lasten betaald moet worden. Zo ook voor de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (A.W.B.Z.). De zelfstandigen betalen deze premie rechtstreeks. En om deze A.W.B.Z. gaat het bij ons: sinds 1 januari 1968 is het nl. zo, dat opneming en verder verblijf in een inrichting, bestemd voor behandeling en verpleging van geestelijk gehandicapten, behoort tot het verstrekkingenpakket van de A.W.B.Z. Een opname in een internaat als "Mariëncamp" is dus niet iets waar je iemand dankbaar voor hoeft te zijn, maar het is een recht voor iedereen geworden.

In het kort komt het er op neer dat bijna de gehele verzorging betaald wordt door de A.W.B.Z. Een uitzondering hierbij wordt gemaakt voor enkele verzekeringen, nl. ziekenfonds, w.a. en begrafenisverzekering en tevens voor ontspanningskosten en gedeeltelijk voor kleedgeld.

Wie betaald nu deze kosten van ontspanning, verzekering enz.?

We houden hierbij rekening met twee groepen, nl. de groep bewoners met eigen inkomsten en de groep zonder inkomsten. Bewoners zonder inkomsten Hiervoor adviseren wij de ouders bovengenoemde verzekeringen zelf af te sluiten. De kosten van ontspanning enz, trachten wij via de Stichting Vrienden van "Mariëncamp" bijeen te krijgen en alleen voor bijzondere kleding vragen wij wel eens een bijdrage.

Bewoners met inkomsten

Alle bewoners van 18 jaar en ouder ontvangen een A. A.W.-uitkering. Van deze bewoners en ook van bewoners met andere inkomsten vragen wij een voorschot van ƒ 125,— (dit bedrag was geldig in 1979) per maand om bepaalde kosten, die wij voor hen betalen mee te verrekenen. Wij denken hierbij aan ontspanningskosten, ziekenfondspremie (deze sluiten wij collectief voor de A.A.W. genietenden af, kosten plm. ƒ 43,— per maand), enz. Aan het eind van ieder jaar ontvangt u dan een afrekening. Wij adviseren ook voor deze bewoners zelf een W.A.- en begrafenisverzekerning af te sluiten. In bijzondere gevallen betaalt deze groep ook een gedeelte van hun eigen kleding.

Het beheer van inkomsten van bewoners

Wij kunnen hierbij juridisch uitgaan van drie groepen:

1. de bewoners van 18 tot 21 jaar
Hier zijn de ouders verantwoordelijk voor het beheer.

2„ de bewoners van 21 jaar en ouder waarvoor een curator is aangewezen
Deze is dan verantwoordelijk voor het beheer.

3. de bewoners van 21 jaar en ouder zonder curator
Voor deze groep bewoners ligt het juridisch niet zo eenvoudig. In de praktijk is het zo, dat de persoon, die begint met de zaken van de bewoner te behartigen, wordt beschouwd als zijn zaakwaarnemer en dus ook verantwoordelijk voor het beheer. In de meeste gevallen zullen dit dan de ouders zijn. Indien u dit beheer niet op prijs stelt of moeilijk vindt, hebben wij hiervoor ook een oplossing. Voor deze gevallen hebben wij, samen met de ouderverenigingen, nl. een Stichting Vermogensbeheer Pupillen opgericht.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl