In en om Assen





Een beschouwing over het jaar 1969 van de architecten van B.N.A


Bronvermelding:
'Terugblik Rolde 1969'. Briefnr. 7- 3225. Auteurs: Ir. A. Schwencke en Ir. H.G. Bosch, architecten B.N.A., Maastricht


'Landschapsidee Rolde', 1965. B.N.A., Maastricht


Inleiding


Het jaar 1969 is ten einde, het jaar 1970 is begonnen. Het jaar, waarin het grote werk in Rolde (nr. 72 5 : Eerste definitieve paviljoens) geheel gereed zal komen en in gebruik wordt genomen, misschien wel feestelijk wordt geopend,al of niet met toespraken en door te knippen linten,al of niet met geheven glazen. De algehele oplevering van dit werk wordt door allen met spanning tegemoet gezien; op voorhand is iedereen tevreden over de bouw, over de mooie afwerking, de geslaagde architectuur, enz. Deze algemene tevredenheid werd ons reeds verzekerd, wij bemerkten alom voldoening.

Maar: zou het niet nuttig zijn eens ernstig te onderzoeken of alles wel helemaal zo goed wordt, of alles altijd wel zo goed is verlopen, en er niet door sommigen, velen of allen fouten zijn gemaakt ? Hierom lijkt het ons nuttig eens een terugblik te werpen op het jaar 1969 met betrekking tot alle werken in Rolde en wel met het doel hieruit lering te trekken voor de toekomst. In de navolgende terugblik zal wellicht soms verder dan 1969 worden teruggeblikt en zullen wij trachten te herkennen en in te blikken wat er heel goed, goed, matig, slecht en heel slecht is gedaan, gemaakt, georganiseerd, geleid, getekend, berekend, enz. met het doel dit alles in 1970 beter, in 1971 nog beter, in 1972 enz ....

Dit alles wordt hier neergeschreven vanuit ons bekende gegevens en onze herinneringen en is dus subjectief.


Dhr. Gerritsma en de splijtzwammetjes van Broeder Rafael


Het jaar 1969 bracht ons onverhoeds de dood van de Hr. Gerritsma; een zware doffe slag, een ongeloofwaardige werkelijkheid. Het is danook zo dat wij hem steeds nog ervaren; zien lopen in de lange gang; onderuit zien zitten, een sigaartje rokend in de conversatiezaal; achter de vergadertafel in de stafzaal zien notuleren, scherp luisterend, het juiste moment afwachtend waarop hij zijn overtuigd zegje kon zeggen. Of wij horen hem weer eens grapjassen of alweer het besluit nemen om i.v.m. de mist maar weer eens voor een nachtje in te treden bij de Broeders. In de Hr. Gerritsma zien wij nog steeds de grote man van Rolde, de stoere standvastige Fries, die onmiddellijk het initiatief van de Broeders van St. Jozef te Heerlen om in het Bisdom Groningen te gaan werken, wist te effectueren en wel met vaste hand, met een instinctmatige doeltreffendheid.

Hij was het ook, die ons, de door de Broeders uit het uiterste Zuiden des lands meeaangesleepte architecten, na enig besnuffelen wist te vertrouwen en aan het werk te zetten. Met hem onderzochten wij eerst de mogelijkheid van een vestiging rond een oude pastorie te Sorgvlied; daarna een oude vervallen eendenfarm te Rolde. Dat Rolde in ontwikkeling gekomen is tot wat het nu is en gaat worden, willen wij (zonder het aandeel van anderen te verkleinen) toeschrijven aan de inzet, de persoon, het karakter van de Hr. Gerritsma, die bij ons in hoge ere zal blijven.

Als een ander belangrijk feit memoreren wij in 1969 het vertrek van "Broeder Rafael", die wij ook beschouwen als een der werkers van het eerste uur en een krachtige aandrijfmotor. Met hem hebben wij talloze uren op hartelijke en amicale wijze doorgebracht, waarbij zijn enthousiasme voor Rolde al heel snel op ons oversloeg. Hij was stimulerend, vooral in het programmeren van de wensen, het critiseren van de ontwerpplattegronden, het nuanceren van de eisen. Wij schrijven dan ook zonder meer de totale opzet en de uitleg van de eerste paviljoens in systeembouw, die nog steeds blijken te voldoen, aan zijn begeleiding toe, die wel niet erg methodisch, doch soms heel helder was.

Hierbij bemerkten wij een enorme dosis ervaring op het gebied van verpleging van zwakzinnigen en een feeling voor de ontwikkeling op dit gebied. Als gesprekspartner voor plattegronden, structuren en details bemerkten wij een zekere brillance en speurden wij een soort onnavolgbaar gemak. Op zijn conto staat ongetwijfeld het tot in details overtuigende schema, dat ten grondslag ligt aan het programma van eisen van het z.g. werk 725 (eerste definitieve paviljoens), een programma dat thans vrijwel letterlijk bezig is in steen vertaald te worden. Onnavolgbaar was hij in het afwisselend inmengen van een kleine dosis triomfalisme, guitigheid of een soort onverwachtheid in zijn inspraak of zijn kritiek.

Op onnavolgende wijze bracht hij ons hierbij weleens, goedlachs of breed grijnzend, in verwarring door hier en daar een muizevalletje voor ons op te zetten of door ons zo maar op de kast te jagen. Was het soms plagerij van hem, pesterij, of wilde hij ons soms alleen maar testen ? Of wilde hij ons incasseringsvermogen, onze voorraad fantasie alleen maar op de proef stellen, door soms op de meest onverwachte ogenblikken onder goede luim of onder lichte spot ons te choqueren, onze afspraken te vergeten en besluiten te ontkennen e.d.? Wij houden deze z.g. vermoeiende "oefeningen in paraatheid" voor matig nuttig, doch stellen thans nadrukkelijk dat wij "Broeder Rafael" zullen blijven waarderen.

Niettemin moet het ons van het hart, dat wij hem aansprakelijk menen te moeten stellen voor een voortschrijdende soort hobby in het leggen van tijdbommetjes en het kweken van splijtzwammetjes, zodat wij zelfs nu nog soms het gevoel hebben een soort mijnopruimingsdienst te zijn. Wij brengen n.l. onze afweer tegen de steeds sterker wordende obstructie door Broeder Rafael in verband met de constatering op 4 maart 1969 door de Voorzitter van het Bestuur :

"...dat de zaak niet meer zo lekker zit als voorheen..."
"...Er doen zich veel kleine onaangenaamheden voor en..."
"...dit is de reden of niet overwogen moet worden een architect uit het Noorden, in samenwerking met architect Schwencke, deze bouw te laten maken en de volgende bouwfase uit te voeren ... enz..."

Dat hieruit de affaire - binnenhuisarchitect en de affaire - Steeneke en de affaire - Bosch - projectleider - i.p.v. - Schwencke en de affaire Steeneke-als-architect-voor de woning-religieuze-broeders als even zo vele tijdbommetjes zijn ontstaan, is onze vaste overtuiging. Wij komen hierop nog nader terug.


De 'stille lach' van Dhr. Notermans


In 1969 viel de verplaatsing in de richting Zuid, al was het dan maar slechts over de helft van ons landje ,naar de plaats waar de Waal dit landje binnenstroomt, van dr.Notermans. Met hem hebben wij ons van nature altijd verbonden gevoeld. Alleen al zijn voornaam wijst op het feit dat hij afkomstig is uit de stad waar de Maas ons landje binnenstroomt, die plaats in het uiterste Zuiden waar de Ie bisschop zich vestigde, de plaats ook waar ons architectenbureau is gevestigd. Dat zijn jeugd zich goeddeels ergens in "de gordel van smaragd" afspeelde en daarmee samenvalt met de plaats waarde jeugd van de samensteller van deze terugblik zich eveneens afspeelde, moge hier nog even worden opgemerkt als een extra facet aan de verstandhouding.

Het contact met dr. Notermans is steeds groeiende geweest; in het begin ontmoetten wij hem incidenteel, adviserend en belangstellend; naderhand veel direkter en betrokkener bij de ontwikkeling der laatste plannen. Altijd stonden deze ontmoetingen in het teken van de hoffelijkheid, van de "understatement" en altijd omspeelde hem "een stille lach". Belangwekkend was hij voor ons als de man van de wetenschap, die telkens zijn geluid liet horen bij de besprekingen. Hierbij schroomde hij niet om soms een bepaalde opvatting als achterhaald ofwel te idealistisch te bestempelen en aldus een plan opzij te schuiven, hetgeen nooit als hinderlijk werd ervaren.

Bepaald indrukwekkend werd het voor ons als dr.Notermans soms wel eens wat dieper op de oorzaken en therapie van de geestelijke gestoordheid inging. Tot ons genoegen vernamen wij, dat hij als adviseur van de Stichting zal aanblijven. De vriendelijke uitnodiging van het Bestuur om te zijner ere op een receptie en een diner (met een streep door deze drie laatste woorden) te verschijnen, was voor ons aanleiding om hem op andere wijze te danken voor de waarlijk prettige samenwerking . Zijn groots afscheidsfeest was een misser voor de opzichter Bosman, die voor deze misser gelukkig gecompenseerd werd door het belangstellende bezoek dat het echtpaar Notermans "the day after the night before" aan het bouwwerk 725 (Bosman' s troetelwerk) bracht.


'Landschapsidee Rolde', 1965. B.N.A., Maastricht


De oplevering van de eerste gebouwen in 1969


Hierover merken wij het volgende op:

In het gebruik voldoen de woningen aan de gestelde verwachtingen, de afwerking is goed te noemen, ondanks het onverwachte afvriezen van het pleisterwerk gedurende de winter. Door ons werden moeilijkheden ondervonden bij het goedkeuren van de voorgestelde afwerkingsmaterialen, omdat er eerst bezuinigd was en later weer naar duurdere uitvoering werd verlangd. Verder bleek een ons gevraagd voorstel voor de inrichting op de bouwraadsvergadering van 21 januari 1969 overbodig werk geweest te zijn door een onverwacht tegenvoorstel van een inmiddels ingestelde "inrichtingscommissie" , waardoor wij ons toen behoorlijk gegeneerd voelden.

Daarna werd er nog veel stagnatie ondervonden door steeds te moeten wachten op de goedkeuring van deze inrichtingscommissie (verlichting, schilderwerk, tegelwerk, vloerbedekkingen). Hierdoorwerden opzichter, aannemer, uitvoerder, installateur,onderaannemer,vaker radeloos gemaakt. Verder bleek er nog een akelig "misverstand" te bestaan over de leverantieplichten en bestellingsbevoegdheden van vloerbedekkingen, die in casu bij de aannemer thuis hoorden. In 1969 werd van het paviljoen H (Hoofdgebouw) een gedeelte opgeleverd en in gebruik genomen, n.l. de zitslaapkamers + klein recreatiezaaltje op de verdieping. Eind 1969 waren praktisch gereed de 3 aansluitende woonpaviljoens B. D. F. Deze werden op 13 januari 1970 opgeleverd. Bij de bouw als zodanig werden geen noemenswaardige technische moeilijkheden ondervonden.

Moeilijkheden waren er echter wel degelijk en wel o.a.in de besluitvorming met name:

Keuze verlichtingsarmaturen: hier was een onbegrijpelijke obstructie bij de keuze. Vanaf 1 oktober 1968 werd door ons herhaaldelijk aangedrongen op een bijeenkomst hierover, die uiteindelijk pas plaats vond op 2 februari 1969.
Keuze diverse afwerkingsmaterialen. Hierbij werd door ons eveneens vanaf 1 oktober 1968 aangedrongen op gesprekken en beslissingen hierover, die steeds maar weer werden ontweken. Uiteindelijk waren diverse partijen dusdanig de wanhoop nabij in verband met de uitvoering, dat de architect besloot de bouwvergadering mede te delen zelf een beslissing te nemen,daarmee het gevaar een ernstig conflict met de opdrachtgever riskerend. Tenslotte is bij stukjes en beetjes (ten laatste pas op 19 juni 1969) alles bekend geworden.

Laat besluit om recreatieruimte te bestemmen voor cafetariaruimte. Hierdoor moesten hals over kop dure voorzieningen voor ventilatie worden getroffen, toiletvoorzieningen verplaatst, diverse slopingen verricht en de bestelling gedaan voor de cafetariauitgifte met spoelinrichting bij de fa.Roestvrij Staal. Een en ander heeft voor de uitvoerenden veel verwarring ten gevolge gehad; gelukkig zal na gebruikname hiervan niets te merken zijn.
Paviljoen J (speelzalen, primaire observatie,algemene observatie, kleed- en wasruimte). De ontworpen indeling werd al gauw na het begin van de bouw gewijzigd, omdat nieuwe eisen bijkwamen,o.a. een primaire observatie. Dit heeft gelukkig de bouw in zijn tempo niet vertraagd, doch wel veel geld gekost. Contacten werden gelegd met fa."de Schelde" en met fa. Brandsteder van "Sony". Dit laatste verliep zeer slecht en traag.
Op diverse onbegrijpelijke en stagnerende kwesties hoeven wij hier niet gedetailleerd in te gaan(radiatorafdekkingen, plaats lichtpunten, hoogte wandcontactdozen, stenen vloeren, wijziging kelder, enz.).


Deense Interieurverzorging en de "inrichtingscommissie"


Het door Ir. den Boer medio 1968 geopperde idee (na een door enkele bestuursleden gehouden excursie naar Denemarken) om een Deense binnenhuisarchitecte te benoemen, was ongetwijfeld een leuk idee, hoewel een irreëel idee; in elk geval sloeg het een hele serie overwegingen en een hele serie gebeurtenissen los. Het alleszins leuke idee was voor ons aanleiding om een serie basisgedachten omtrent interieurverzorging en binnenhuisarchitecten in een soort nota d.d. 27 juni 1968 op schrift te stellen ten gerieve van het Bestuur, zodat een beraadslaging en besluitvorming hierover op zinvolle en reële grondslag mogelijk zou zijn. Het is de lezer inmiddels wel bekend geworden, dat wij het betreuren, dat de beraadslaging nooit heeft plaatsgevonden, waardoor er een zee van misverstanden, begripsverwarringen en moeilijkheden ontstond.

Nadat de aangezochte Deense geen antwoord had gegeven,besloot het Bestuur op 4 maart 1969 om Ir. Steeneken,een collega architect uit Assen voor te stellen als binnenhuisarchitect . Hoogst verwonderd waren wij dan ook per brief van 6 maart 1969 het voorstel te ontvangen om deze collega-architect uit Assen te benoemen als binnenhuisarchitect voor de eerste definitieve paviljoens. Uiteraard hebben wij ons hiertegen onmiddellijk hevig verzet (per brief van 7 maart 1969). In een voorbespreking van de Bestuursvergadering van 18 maart 19 69 werd het voorstel door het Bestuur zwaar verdedigd en als het ware aan ons opgedrongen, onder het motief dat de bewuste collega architect iemand was, die het interieurontwerpen niet alleen in de vingers had maar het werk ook nog zo'n beetje in zijn vrije tijd als hobby zou verrichten,tegen weinig of nauwelijks enige kostenvergoeding.

Tevens verklaarde het Bestuur op deze 18e maart 1969 dat het voorstel niet de bedoeling had om de bewuste collega ooit in Rolde de rol van architect te laten spelen, of meespelen of indringen, of de architecten ooit uit Rolde te verdringen. Het aldus gedane voorstel had echter wel de achterliggende bedoeling om de collega uit het Noorden via de status van binnenhuisarchitect tot een soort gewenning met ons te laten komen, zodat er in de toekomst mogelijk een samenwerking van architecten tot stand zou komen voor de latere bouwfasen (hetgeen het Bestuur reeds op 4 maart 1969 besloot aan de Raad van Beheer voor te dragen !) Wij vermoeden, dat de man zelve hier geen vermoeden van heeft. Hoe deze gedachtenconstructie ooit tot stand is durven komen is ons nog steeds een raadsel.

Wel zien wij een verdachte samenhang van dit bestuursbesluit met het besluit (eveneens ddo. 4 maart 1969) om architect Schwencke verder uit Rolde te elimineren en te doen vervangen door zijn associé Bosch en wel "omdat de zaak niet meer zo lekker zit" en "er zich regelmatig kleine onaangenaamheden voordoen". Het bewuste architecten-omwisselings-verzoek bereikte ons eveneens per brief van dezelfde 6e maart 1969, in wat omzeilende bewoordingen. De brief werd niet door ons beantwoord en wordt nog steeds door ons als curiosum bewaard. Het niet-beantwoorden van deze brief, werd ons nimmer door het Bestuur verweten. Ook vermoeden wij een samenhang met andere zaken die het Bestuur in een lastig parket brachten.

Naderhand hebben wij er toch in toegestemd om de bewuste collega-architect het interieur te laten verzorgen, echter in een scherp afgebakend gedeelte van het nieuwe hoofdpaviljoen (n.l. de recreatieruimte + z.g. beatkelder) en wel omdat in de voormelde nota deze geïsoleerde mogelijkheid al was genoemd. De collega-architect verklaarde ons, volledig accoord te gaan met onze zienswijze en met de door ons uitgestippelde procedure en werd daarna door ons spoedig van de nodige technische gegevens voorzien. Deze verklaarde echter in een gesprek op 22 april 1969 tot onze grote verbazing,dat hij er geweldig mee inzat; dat het werk hem opgedrongen was door enkele vrienden in het Bestuur, die hij de gevraagde dienst niet goed kon weigeren!

Met het voortschrijden van het jaar 1969 bemerkten wij niets van enige werkzaamheid. Groot was de verbazing toen enkelen onzer in een gesprek met Ir. den Boer, drs. Koekenberg en Broeder Rafael op 13 mei 1969 vernamen, dat men wist dat de collega-architect-binnenhuisarchitect nog niet aan het werk was gegaan en dat wij hem intussen meer moesten gaan zien als adviserend aan het Bestuur inzake interieurskwesties, waarbij de architecten voor de uitvoering van 's mans ideeën zouden moeten zorgen! Verder werd toen medegedeeld, dat de in de 4 groepswoningen opgetreden "inrichtingscommissie" zou moeten worden opgeheven

Op het werk zelve werd de toestand in de loop van 1969 , door het uitblijven van beslissingen die door de coll-arch-bi-hu-arch. of door de "inrichtingscommissie" zouden moeten worden genomen, steeds ondragelijker en werden vele medewerkenden zeer geïrriteerd. Hierdoor zagen wij ons genoodzaakt telkenmale zelf in de meest dringende kwesties beslissingen te nemen en tenslotte een zeer verontruste bouwvergadering mede te delen, het gehele heft weer in eigen handen te nemen, alweer op gevaar af van een ernstig conflict met de opdrachtgever. Deze heft-overname heeft niet het conflict teweeg gebracht. Wel hebben wij toen op 15 augustus 1969 (en wel om de impasse te doorbreken) wederom het voorstel herhaald tot de benoeming van een vrije 100% binnenhuisarchitecte, van wie verwacht kon worden dat zij dagelijks en ten volle en vakkundig voor dit werk beschikbaar ken zijn.

En zo kwam daar op een goed moment op 27 augustus 1969 (5 minuten voor twaalf) de toestemming om Mevr. Hagenzieker uit Groningen, als binnenhuisarchitecte te mogen benoemen. Merkwaardig was hierbij dat zij de benoeming al 24 uur eerder bij monde van een vertegenwoordiger vernam, dan haar officieel door ons werd medegedeeld (over lekkages gesproken !) Hals over kop is Mevr. Hagenzieker toen aan het werk gegaan om nog binnen de zeer korte beschikbare tijd de praktisch gereed zijnde personeelskamers op de verdieping in het paviljoen H. in te richten. Hierbij werd haar Broeder George als gesprekspartner toegevoegd. Dat alles naar wens en nog net op 't nippertje gereed kwam, mag wel met ere vermeld worden.

Voor de inrichting van de z.g. stafkamers had zij iets meer tijd, zodat zij hierover nog de inmiddels aan de horizon verschenen dr. de Valk kon raadplegen. Ook de inrichting van de cafetaria + kelder werd aan haar toevertrouwd, hetgeen mogelijk was omdat de voormelde collega-architect hier nog niet aan was begonnen. Onlangs werden Mevr. Hagenzieker ook opgedragen de inrichting van de overige paviljoens van het in aanbouw zijnde werk alsook de inspraak bij het ontwerpen van de drie z.g. paviljoens voor zelfredzame patiënten en het therapiegebouw. De werkzaamheden met Mevr. Hagenzieker lopen vlot. Inmiddels is er, zoals zij reeds opmerkte, een duidelijker inzicht gekomen in de verantwoordelijkheden die bij haar liggen, bij het Bestuur, bij ons en bij de opzichter. In de aanloopperiode is er n.l. wel eens een misverstand of een moeilijkheid geweest op het gebied, met name over de aflevering van de bestelde goederen, de kwaliteitscontrole, enz.


'Landschapsidee Rolde', 1965. B.N.A., Maastricht


De samenwerking met het bestuur Rolde


Ons is in de loop van 1969 nog steeds niet helder geworden, hoe "Maartenswouden", hoe "Drachten", hoe "Rolde" beheerd, geleid, bestuurd wordt. Vroeger wisten wij niet beter dan dat er een soort superman was, de Heer Gerritsma, die alles wist,deed, representeerde enz. en die allerlei personen in zijn toverzak had zitten. Allerlei namen van mensen uit de kringen van Raad van Beheer, Bestuur Rolde, enz. drongen wel tot ons door,wij ontmoetten hen ook wel, doch op den duur zagen wij niet veel meer dan diegenen, die op de Bouwraadvergadering aanwezig waren uit het Bestuur, uit de Directie, uit Rolde of Drachten en dan had iedereen meestal haast. Personen, die wij tevoren wel eens her en der ontmoetten, kwamen wegens reorganisatie niet meer binnen onze gezichtskring, hetgeen volkomen begrijpelijk is.

Wij ontvingen in september 1969 een stencil: "Huidige Structuur en Organisatie van Huize Mariëncamp te Rolde, anno 1969" van de hand van dr. Notermans, met toelichting. Het lezen hiervan bracht met een soort shockeffect ons ook het besef, dat het bedrijfje Rolde, destijds in pioniersgeest op de eendenfarm neergezet, thans is uitgegroeid tot een reusachtig bedrijf, deel uitmakende van een nog groter overkoepelend orgaan "Maartenswouden". De stencil vermeldt een indrukwekkende lijst functies, afdelingen,functionarissen, sektoren, enz. met een hele grote lijst namen. Eerlijk gezegd, duizelt het ons, zelfs na her-en-der-lezen, en begrijpen wij nog niet goed, hoe alles raderwerkt.

Wij kunnen ons heel goed voorstellen dat het Bestuur en de Directie een geweldige en zelfs moeilijke taak hebben te vervullen, vooral omdat zij een werk doen dat voor allen vrijwel nieuw is, in een streek waar dit werk nieuw is, met personeel, dat grotendeels nog in opleiding is. Het is een steeds groeiende taak bovendien, ook nog op de meest onverwachte momenten begeleid door allerlei verwikkelingen en gebeurtenissen. Daarom kunnen wij ons wel goed indenken dat het Bestuur in 1969 een zorgelijke tijd heeft doorgemaakt en voor ons niet altijd even begrijpelijk was. Het voor ons zichtbare deel van het Bestuur, werd steeds kleiner, totdat het nog maar de omvang had van een meestal onvolledige Bouwraad.

Wij kunnen ons daarom best voorstellen,dat hetgeen door ons als het belangrijkste gezien wordt in Rolde ,n.l. het bouwen en bouwplannen voorbereiden, voor de werkers en bestuurders aldaar slechts als een klein deel van hun activiteiten wordt ervaren. Toch moet het ons van het hart,dat wij ons wel eens van kastje naar de muur gestuurd voelden en wij ervoeren dat het vaak moeilijk was, om tot een gesprek te komen of een gesprek gaande te houden, zelfs in de tijd dat Broeder Rafael nog in de Bouwraad zat, omdat hij er vaak een spelletje van maakte. Wij kunnen dan ook goed begrip hebben voor de talloze moeilijkheden, die het Bestuur had, moeilijkheden, waar wij wel een vaag vermoeden van hadden en uiteraard buiten gehouden werden, doch waar wij ook op indirecte wijze last van hadden.

Het Bestuur heeft na ruim 5 jaar samenwerking met ons, naar wij menen, een zekere kijk op ons gekregen,die naar ons gevoelen niet ongunstig is, maar die toch uitkomt in de typering: hautain voor de samensteller van deze terugblik. Het zij zo. Wij van onze kant vinden de leden van het Bestuur en de Bouwraad best wel allemaal aardige mensen, die belangeloos hard werken voor een goed doel. Het doet ons bepaald goed vaker lovende woorden over ons werk en over onze plannen van het Bestuur te vernemen! Toch is er vanuit het Bestuur (c.q. de Bouwraad) naar ons toe geen gehele openheid, die wij elders met opdrachtgevers wel ervaren. Ongetwijfeld heeft het Bestuur zijn eigen problemen te lijf te gaan en hoeft hierover niet of niet altijd opening van zaken te geven.

Toch plaatsen wij hierbij enige vraagtekens met name daar, waar er vraagstukken zijn die ook ons als architecten raken, waardoor wij ons soms als buitenstaanders beschouwd voelen. Wij vragen ons af waarom wij bijv. zo lang buiten de beslissing gehouden zijn, dat Broeder Rafael zou gaan vertrekken. Tussen de datum van het besluit en het vertrek zelve lagen toch enige weken, waarin men hierover tegenover ons gewoonweg zweeg, alsof wij niet praktisch dagelijks met hem te maken hadden en vele projecten met hem werden voorbereid. Nog steeds zijn wij hierover door geen Bestuurslid of Directielid ingelicht !

Dat de dood van de Heer Gerritsma in geen enkele Bouwraad met een enkel woord gememoreerd werd, is ons tegengevallen, ook niet hoe na zijn dood de gezagverhoudingen dienden te worden gezien. Dit laatste moeten wij vaak eerder bemerken dan dat wij hier mededeling over krijgen. Dit laatste geldt ook voor andere wijzigingen in de bestuursvorm. Geruchten bereiken ons, dat Broeder George, die enige projecten met ons voorbereidt, per 1 januari 1970 een functie elders aanvaardde, maar op de bespreking onlangs over de woningen der religieuze broeders, werd opgemerkt dat Broeder George er niet bij kon zijn wegens een lang weekend waar hij nog niet van terug was gekomen. Van Bestuurszijde geen enkele mededeling.

Nog nooit hebben wij meegemaakt, dat een opdrachtgever een bouwplan met kostenbegroting zonder toestemming van de architecten ter inzage en beoordeling geeft "aan een kennis", omdat men vindt dat de prijs zo hoog is. Eigenaardig vinden wij ook het gevoel dat het paviljoen voor 27 zelfredzame patiënten een repetitiebouw is van de vier groepswoningen voor 24 patiënten en dat dus het in de begroting vermelde architectenhonorarium te hoog is. Afgezien van het feit, dat er geen sprake is van repetitiebouw (zelfs niet met enkele wijzigingen), doen wij alle moeite het gebouw zo voordelig mogelijk qua bouw te ontwerpen.

Bepaald "ongewoon" was het voorstel, terloops even na de bouwraadvergadering van 21 oktober 1969 gedaan, om de reeds eerder genoemde collega-architect uit Assen, de opdracht te geven voor de woningen van de religieuze broeders,welke opdracht dan uit onze orderportefeuille zou moeten worden overgeheveld. Dit werd n.b. als zinnig voorgesteld, omdat hiermee het vervallen van de opdracht voor de in uitzicht gestelde interieurverzorging gecompenseerd zou kunnen worden . Wij appreciëren altijd het toezenden van jaarverslagen door opdrachtgevers. Zijn die van Rolde niet interessant voor ons of blijven zij intern ?


Slot


Bovenstaande terugblik is niet geschreven om de tijd te doden of om iemand een veeg uit de pan te geven. Deze terugblik is echter wél geschreven om vooruit te zien en waar wenselijk of nodig "nader tot U" te komen. En dit alles in de overtuiging dat het werk tot nu toe zeker voor ons een feest is geweest, dat het zó zal kunnen blijven en dat "ROLDE" voor alle deelnemers, bestuur, directie, architecten, medewerkers, enz. een levenswerk zal zijn.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl