In en om Assen





De Marktstraat


De Marktstraat in 1959 (collectie Martin Hiemink, Assen)


Albert Ruiter werd 47 jaar geleden aan de Marktstraat geboren en is sindsdien Assenaar gebleven. Pas op zijn 26ste verliet hij de ouderlijke bovenwoning op nummer 17. Nu is Ruiter studiobeheerder bij RTV Drenthe. Hij kijkt terug op zijn jeugd in 'Hartje stad'.


De Marktstraat was een drukke verkeersweg

Mijn vader was directeur van de Nieuwe Drentsche Courant. De redactie van de krant was gevestigd in een pand aan de Marktstraat en wij woonden in het huis erboven. De krant, in 1945 begonnen als nevenuitgave van de Nieuwe Provinciale Groninger Courant, verscheen de eerste paar jaar als weekblad. In 1962 werd de krant overgenomen door Trouw. Beneden werkten ongeveer zes mensen. Ons gezin, mijn ouders, mijn twee zussen Jeanet en Christien en ik woonden erboven. Ik was nogal een flierefluiter en al vroeg veel uithuizig. Zo veel zelfs dat buurvrouw Sluijer van de Centrawinkel mijn moeder betichtte van onverantwoorde opvoeding. Een jaar of drie en dan al alleen op straat, dat kon niet vond ze.

In de tijd dat ik op mijn stepje door de stad crosste reed al het verkeer van en naar Groningen nog door de straat. Dat was dus nog voor de Gedempte Singel werd verlengd naar de Vaart. Het is nu nauwelijks meer voor te stellen, maar je had een drukke verkeersweg en twee trottoirs en dan werd er nog aan één kant geparkeerd ook. Ik stond altijd heel vroeg op en ging dan standaard naar bakker Boomgaard in de Singelpassage. Mijn ontbijt bestond uit een groot stuk taart. De Marktstraat was begin jaren '60 een levendige straat. Dat kwam door het verkeer en er waren destijds veel meer winkels. Zo'n veertig jaar geleden waren de Marktstraat en de Kruisstraat dé winkelstraten van Assen. Als je vanaf de Marktzijde de straat in liep had je aan de rechterkant — waar nu café De Koppelpaarden zit — de schoenenzaak van Bata. Die had ook het pand ernaast, nu kunstuitleen De Ruimte, in gebruik.

Stomerij Gerner zat er toen ook al, gerund door de familie Kamminga. De winkel is sindsdien nauwelijks veranderd. Naast Gerner had je Veeze met petten en sjaals en zo. Dan kwam de krant en vervolgens de Centrawinkel van de familie Sluijer. Er was niet veel plek om te spelen in de straat, maar Bertram herenmode (nu Zeeman) had een prachtig portiek om in te rolschaatsen. Daar weer naast zat juwelier Stuart en dan kwam warenhuis Thomas. Aan de andere kant van de straat op de hoek zat in die tijd Foto Arti. Links daarvan verkocht Van Haren schoenen. Dat is nu de VW. Dan had je Stern met panty's en dergelijke. Vervolgens kwam 'Petten Thijs' en daarnaast zat Bertram met damesmode en kindermode, die ook de bovenverdieping in gebruik had als winkel.


De pitspoes van de TT

Een pand verder de firma Lammerts, een gerenommeerde elektronicazaak. Op de hoek was toen de stoffenzaak van Herman Jansen. Als ik dan toch een rondje maak, lopen we ook nog even over de Markt. Daar is ook erg veel veranderd. Waar nu Cosy Corner zit had in die tijd Jamin een winkel. Die verhuisde later naar de hoek van de Kruisstraat en de Gedempte Singel. Links van Jamin was de rijwielzaak van Willems en dan kwam cafetaria La Venezia van Sikkema. Het rijtje eindigde met het sigarenmagazijn van Stuit. Aan de overkant van de Markt was toen hotel café restaurant Centraal gevestigd. Links daarvan achtereenvolgens de kunstnijverheidswinkel van Stern, de parfumeriezaak van De Weert en in het hoekpand met de Kerkstraat zat de kledingzaak van Herman Jansen. Opticien Marree bezette het pand op de andere hoek van de Kerkstraat, nu eetcafé Tastoe.

Links daarvan vond je Gerritsma Interieur, dan kapper Van Slooten, die net als veel kappers sigaren en sigaretten verkocht. Het huurpand was in gebruik bij de provinciale VW 'De Koppelpaarden' en daarnaast zat Foto Lux. En daarmee zijn we rond. Ik heb al die zaken zien verdwijnen, want ik was er altijd als de kippen bij als er wat gebeurde. De meeste bovenwoningen waren dan wel bewoond, een echte buurt was de Marktstraat niet. Echt kinderrijk was de straat ook niet, al waren er wel een paar grote gezinnen. De Bata werd gerund door een echtpaar met vijf dochters en tegen Herman Jansen kon niemand op. Verderop woonde de familie Van der Oord. Ik speelde veel met zoon Niek. Dochter Wienie was in mijn ogen een soort femme fatale. Ik zie haar nog als pitspoes bij de TT. Toen Mike Hailwood een keer had gewonnen, hing zijn krans nog dezelfde avond bij de familie Van der Oord boven voor het raam.

Dat was nog eens wat anders dan de TT-prijzen die je altijd bij Stuart in de etalage zag. We keken nogal op tegen meneer Stuart, want die zat in allerlei commissies en verenigingen. Van Veeze heb ik me wel eens afgevraagd hoe hij zijn geld verdiende. Ik kan hem zo uittekenen zoals hij in het portiek stond met de handen in de zakken, een sigaret in de mond. De familie Sluijer had een herdershond: Herta. Wij deelden een gangetje en we konden het niet laten regelmatig een stok door de brievenbus te steken om die hond te jennen. Op een keer sprong hij tegen me op en beet me zo in het gezicht. Dat was een hele consternatie en er was sprake van dat Herta moest worden afgemaakt. Dat is gelukkig niet gebeurd.



Verkeersbrigadier in het Jeugdverkeerspark

Bijzonder aan de Marktstraat was dat de meeste huizen een flinke tuin hadden. Die van ons was vijftig meter diep en dat midden in het centrum. Maar voetballen konden we daar niet, vanwege een stiekelheg. Dat deden we op het pomppleintje tussen De Rooij en Albert Heijn met de verkeersborden als doel. Ik denk dat ik de ruit van de sigarenzaak van Stuit er wel vier keer uit heb geschopt. En het grote zijraam van Albert Heijn op de hoek van de Kruisstraat is wel tien keer aan diggelen gegaan. Het mooiste speelterrein vond ik de Singelpassage. Die was toen overdekt. Uniek in die tijd. En de roltrappen van warenhuis Thomas. Ik weet nog goed dat die met de trein werden aangevoerd. Het was de tijd dat warenhuis Vanderveen steeds verder groeide en de ene na de andere winkel kocht en aan hun zaak toevoegde. Toen het Komplan Assen Noord werd uitgevoerd, verdween de ene na de andere middenstander.

Marktstraat en Kruisstraat werden voetgangersgebied en dus werd het er rustiger. Het betekende wel dat er altijd ergens verbouwd werd. Alle verbouwingen van Vanderveen heb ik van nabij meegemaakt. De middenstand vond het wel zonde dat de kleine zaken verdwenen, maar Assen kreeg er een mooi warenhuis voor terug. Meest indrukwekkend was de sloop van het grote gebouw van Van Gorcum aan de Brink. Die duurde een eeuwigheid. Het was voor de jeugd uit de buurt het ontmoetingspunt. Erg gevaarlijk, maar we vonden het prachtig. Heel indrukwekkend rond Sinterklaas was de etalage van warenhuis Thomas. In de grote etalage stond denk ik zo'n beetje alle speelgoed dat ze verkochten. En er reed een treintje tussendoor. Vanderveen had in die tijd vaak 'levende' Zwarte Pieten in de etalage. Omdat ik overal kwam, verdiende ik er al snel een centje bij.

Het personeel van warenhuis Thomas was verzot op gevulde koeken, die ik dan voor hen bij bakker Stuurwold aan de Brink haalde. Op 11 november, Sint Maarten, ging iedereen met zijn lampion de winkels langs, maar ik had het niet zo op snoep. Ik zong liever een liedje in cafés in de buurt, waar je geld kreeg. Zo heb ik wel eens twintig gulden opgehaald. Bij Vanderveen ruimde ik voor een kwartje per ochtend de kleerhangers op en in het magazijn van Gans aan de Oudestraat hielp ik de magazijnbeheerder. Dan kreeg ik wel eens een rijksdaalder. En je werd natuurlijk, als je oud genoeg was, verkeersbrigadier in het Jeugdverkeerspark. Je had dan een echte politiepet op en een koppelriem die nooit goed zat. De 'vooruitgang' voor de Marktstraat kwam in de vorm van de Stichting Parkeerdekkenplan.


De gevels zijn eigenlijk niet veel zijn veranderd

Er moest een parkeerdek komen achter de winkels aan de zuidzijde van de Marktstraat. In het bestuur zaten behalve Niek Stuart onder meer mijn vader, Jan Kramer en Jan Giethoorn. Mijn zusje en ik zijn een keer naar zo'n informatieavond geweest om er tegen te protesteren. Want onze tuin ging eraan. Dat mijn vader in het bestuur zat hinderde ons niet. Het zou nog meer dan een kwart eeuw duren voor die parkeergarage er kwam. De Marktstraat van nu heeft nog steeds het karakter van toen. Met het verkeer door de straat verdween dan wel de levendigheid, voor een winkelstraat wonen er nog steeds veel mensen. En als je naar boven kijkt zie je dat de gevels eigenlijk niet veel zijn veranderd. Die aan de zuidkant zijn bijna allemaal gemeentelijk monument. Eigenlijk zou ik er best naar terug willen.


Bronvermelding:

Asser Historisch Tijdschrift; nummer 4 / december 2004. Een verhaal van Albert Ruiter


De Marktstraat anno 2011 (foto ©Sietse Kooistra)


Straatnamen in Assen

De Marktstraat

Het centrum der stad Assen kon in vroeger tijden onderscheiden worden in twee gedeelten. Namelijk het Brink- en het Marktplateau. De verbinding hiertussen bestond uit een smalle steeg, die na het gereedkomen van de Drentse Hoofdvaart op 7 oktober 1780 de naam kreeg van Vaart of Havenstraat. Niets wees er nog op dat deze weg eens voorbestemd zou zijn om één van Assens voornaamste winkelstraat te worden; het was niet meer dan een nauwe gang met aan het eind een brug over het zogenaamde Weiersdiep, voor de communicatie met het voormalig Kloosterterrein. Toch zag men hier toen ook al in dat hierin verbetering moest komen en ingevolge een overeenkomst van 7 september 1782 van het Landschapsbestuur met de aangelanden werd de straat aan de noordkant aanvankelijk verbreed.

Hiermee was de grondslag gelegd voor de latere Marktstraat, die nu in snel tempo aan belangrijkheid begon te winnen. Zo vonden we hier het posthuis, eerst achter het perceel van mr. W. H. Erkenswijk, president van de Etstoel, die op de hoek Marktstraat Alteveerstraat woonden, later op de andere hoek aan de oostzijde van de Markt. Hier zetelde de postmeester E. van Wijk, die later de functie van postdirecteur kreeg. Reeds in 1807 kon men de Marktstraat beschouwen als Assens Kalverstraat; zij was aan weerszijden bebouwd en onder andere woonde er de kastelein J. C. Veeze, die de beroemde "holsken" (sloffen met houten hakken) fabriceerde. Verder was er ook gevestigd H. Dieters wiens voorvader, die bij het Snijdersgilde was, op gezette dagen tegen vier stuiver bij zeer geerde clientèle de ronde deed, "gastende en koutende, om hen in het pak te steken en op te flikken, of audiëntie gaf, om hen in te zepen, bij de neus te nemen en op te pruiken."

Ook was de Marktstraat nog een herenlogement rijk, namelijk de Gouden Roemer van A. Zwarts, die dit in 1808 overdeed aan zijn schoonzoon H. Somer. Dit hotel kreeg een goede naam en omstreeks 1850 was het het middelpunt van het buitensteeds verkeer. In 1907 was Marktstraat geheel gemoderniseerd, zowel wat winkelpuien als gevels betreft en toonde zij reeds veel overeenkomst met het huidige beeld.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl