In en om Assen





Melie Lumalessil - Metiarij


Melie met haar vader op 7 juli 2006 t.g.v. het 40-jarig bestaan van de Badan Persatuan. (collectie M. Lumalessil - Metiarij, Assen)


Bij elkaar blijven is heel belangrijk

'Vieze vuile zwarte, ga terug naar je eigen land!' In al die jaren in Assen kreeg Melie Lumalessil-Metiarij (>Schattenberg, 1952) dit één keer naar haar hoofd geslingerd. Het gebeurde in de Gymnasiumstraat. "Ik reed met mijn auto achteruit en dat stond een man niet aan. Hij stapte uit en schold me de huid vol. Ik stond perplex en schrok enorm. Ik was nog zwanger ook. Ja, dan komt er wel een onprettig gevoel naar boven. Op dergelijke momenten moet ik er aan denken dat mijn moeder mij heeft geleerd niet de mens te haten maar zijn gedrag. Het is dertig jaar geleden, maar vergeten doe ik het nooit. Van discriminatie wil ik niets weten. Assen heeft de Molukse gemeenschap geaccepteerd. Er is bij velen ook wel begrip voor onze zaak. Ook voor de acties in de jaren zeventig, al werd er toen wel anders naar ons gekeken."

Melie spreekt van een grimmige periode. "De ogen waren op je gericht. Dat kwam door het geweld. Ook van Nederlandse zijde. Het optreden na de treinkaping bij De Punt heeft diepe wonden achtergelaten bij de Molukkers. Ik had toen een hekel aan de Nederlandse overheid. Er werd meer óver ons gepraat dan mét ons. Een nare tijd. Veel spanning thuis, omdat pa dag en nacht bezig was met de kerk en de politiek. Vergaderen, overleggen, bemiddelen. Het hield niet op. Tijd om Nederlands te leren had hij niet eens. Hij redde zich altijd in het Maleis. Pa was slim en handig en hij had het vertrouwen van zijn mensen. Ik denk dat hij in die periode veel goodwill heeft gekweekt bij de Nederlanders. Hij heeft ook altijd vertrouwen gehad in de Nederlandse overheid, omdat hij bleef zeggen dat het haar verantwoordelijkheid was om ons naar een vrij land terug te brengen. Hij drong zich nooit op. Ik vind het belangrijk dat Molukkers bij elkaar blijven en dat er Maleis wordt gesproken. Die taal moet vooral behouden blijven."


Fanatiek

Het typeert de 57-jarige dochter van de bekende Molukse dominee en politiek leider Semuel Metiarij. Ze zegt dat ze het meest lijkt op haar vader. Geloof in God en vertrouwen in mensen beheersen ook haar leven. Ze wil wat betekenen voor het Molukse volk. Net als veel jongeren was ze fanatiek bij de acties betrokken. Haar man John heeft een jaar vastgezeten, omdat hij in 1970 was betrokken bij de bezetting van de Indonesische ambassade in Wassenaar. "Je zag het geweld toen groeien. De jonge radicalen namen het niet langer. Vijfentwintig jaar werd er al geroepen, het komt wel goed. Dus niet. De acties werden gewelddadiger. Wijster, de school in Bovensmilde, De Punt en het provinciehuis in Assen. Het gebeurde gewoon.

Als knecht van God heeft pa ons altijd voorgehouden niet te haten. Hij heeft nooit gesproken over het goedkeuren of afkeuren van geweld. In het Jappenkamp had hij genoeg geweld gezien. Bij de acties sprak hij meestal over zijn jongens." Dominee Metiarij overleed in 2007. Hij werd 89 jaar. Ook zijn vrouw Anna, volgens Melie de sterke motor in de familie, is er niet meer. Hun missie vrije Zuid-Molukken lieten zij achter. Twee van hun zes kinderen zijn in Nederland geboren, de vier anderen op de Molukken en Celebes. Dominee Metiarij is nooit terug geweest naar zijn geboorteland, ook niet op uitnodiging van de Nederlandse overheid. "Wij vonden het bedreigend en vreesden voor zijn leven. Op dat moment heeft hij zich de mening van zijn vrouw en kinderen goed ter harte genomen."


Droom

Voor Melie is een vrije Zuid-Molukken geen droom, maar realiteit. "Ik geloof er nog altijd in dat ons volk eens vrij zal zijn van de Indonesische overheersing. Dan wil ik ook wel terug. Nu niet." In december gaat ze met haar man John voor het eerst naar de Molukken. "Een deel van mijn reis zie ik als een missie, ter afronding van het boek dat ik over mijn vader aan het schrijven ben. Ik hoop vooral eindelijk mijn vaderland te zien." In de Drentse hoofdstad houdt Melie zich intensief bezig met het welzijn van de Molukkers. Ze is actief lid van de Molukse eenheidsbeweging Badan Persatuan en ook de zorg voor ouderen en de jeugd heeft haar aandacht.

Ze besteedt veel tijd en energie aan het werk voor de Molukse Evangelische kerk. Verder is ze van 2002 tot 2006 raadslid geweest voor de Partij van de Arbeid. Als overtuigd christen koos ze niet voor het CDA. "Daar ontbrak het menselijk gezicht. Pa was het wel eens met mijn keus. De sociaal democraten hadden meer interesse in onze problemen. Ze voelden zich er meer bij betrokken. Jaap Brakke, toen voorzitter van de PvdA afdeling Assen, gaf me altijd het gevoel dat wij er bij hoorden. Toch heb ik als raadslid weinig kunnen bereiken. Politiek bedrijven is een vak en het vereist veel diplomatie. Misschien wilde ik wel te snel resultaten zien. Ik vond althans nauwelijks medestanders voor de Molukse samenleving en het Molukse probleem."


Schattenberg

Het gezin Metiarij kwam in 1952 naar Nederland. Met duizenden andere lotgenoten, veelal KNIL-militairen, werden ze uit Indonesië gehaald. Dominee Metiarij was één van de zeven predikanten die de Molukkers begeleidde. Ze kwamen terecht in Schattenberg, het voormalige Kamp Westerbork. Vanuit hier werden in de oorlogsjaren tienduizenden joden afgevoerd naar de vernietigingskampen. Melie werd in het eerste jaar in Schattenberg geboren. Ze kreeg een vreemdelingenpaspoort, maar behield de Molukse nationaliteit. Ze herinnert zich de barakken nog goed. "Ze waren vies en tochtig. Ik vond ze naar, maar we maakten er wat van. Dat hebben mijn ouders ons geleerd. Bovendien wisten we niet anders dan dat we maar een half jaar in Nederland zouden blijven. Dat hebben we geweten."

Toch voelden de Molukkers zich snel thuis in Schattenberg. "We waren vrij. De omgeving was prachtig. Heerlijk voor kinderen. Ook waren er de nodige voorzieningen, de school, de kerk. Ik herinner me de gaarkeuken nog heel goed. Na een bepaalde tijd werden er keukens gebouwd en kon men zelf koken. We zorgden ook veel voor elkaar. Dat is onze samenleving." De trieste geschiedenis van al het leed in het kamp in de oorlog is de Molukkers nooit verteld. "Ook op de lagere school in het kamp niet. We wisten van niets. Pas op de middelbare school in Assen leerde ik wie Anne Frank was." Nu nog komen er regelmatig Molukkers op een vrije zondag naar het kamp. "Het zijn weliswaar lege plekken, maar we weten nog precies waar iedereen heeft gewoond."


Assen

Dertien jaar duurde het verblijf in Schattenberg. Na een grote brand in 1957 werden de Molukkers gaandeweg verspreid over nieuwbouwwijken in Assen, Bovensmilde en Hoogeveen. Semuel en Anna Metiarij en hun kinderen vertrokken in 1965 naar Assen. "Pa had geen keus. We moesten naar Assen. We vonden het heel erg. We kwamen al wel regelmatig in Assen. Winkels bekijken, inkopen doen, enzovoorts. Best leuk, maar we misten de vrijheid van Schattenberg. Daar kon de kleine vochtige en tochtige huurwoning met vier kamers in Assen niet tegen op. Pa liet weinig merken. Zijn vertrouwen in de overheid was groot. En verder moesten we er maar wat van maken. Hij leefde in zijn wereld. Kerk en politiek slokten zijn tijd op. Best wel eens vervelend, maar het moest. Nee, hij verwaarloosde zijn gezin niet, maar mijn moeder heeft het niet gemakkelijk gehad. We werden als domineeskinderen ook niet anders behandeld. In de kerk zaten we gewoon bij de anderen. Alleen ma had een speciale plaats. Dochter van een dominee zijn is geen last, ook geen lust. Ik ben het gewoon."


Groepsfoto in Schattenberg. Melie als baby op de arm van haar peetmoeder (mama ani) Jeannethe Snijder. (collectie M. Lumalessi - Metiarij, Assen)


Doodzonde

Melie heeft die situatie heel nadrukkelijk ervaren. In 1972 raakte ze zwanger van haar latere echtgenoot John Lumalessil. Ze waren nog niet getrouwd. "Dan zwanger raken was een doodzonde. Nog voor de geboorte van Semmarti zijn we voor de wet getrouwd. Voor de kerk trouwen mocht nog niet van mijn vader. Ik ben een jaar geschorst voor de kerk. Pa vond dat hij dat moest doen. Zo zat hij in elkaar. Zo liet hij zijn verantwoordelijkheid zien, weliswaar onder luid protest van zijn collegae, die in hun eigen gezin in de zelfde situatie nooit zo hebben gehandeld. Gelukkig stond mijn man naast me, toen ik voor in de kerk de door hem opgelegde straf aan moest horen." Melie en John wonen in de Molukse wijk in Assen. Ze willen daar niet weg, ook al lokt een grote mooiere woning wel eens.

"We moeten de wijk zien als Schattenberg. Bij elkaar blijven is heel belangrijk. Ik zie dat als een missie. Pa zou het ook zo willen." De 170 woningen in de Molukse wijk zijn nog altijd bezet. Na jarenlange verwaarlozing door Domeinen zijn ze opgeknapt en beter bewoonbaar dan voorheen. Volgens Melie is de verhuizing naar Assen goed geweest. "Ik woon er graag. Beter dan een huis in het westen. Wel kwam de overheid de eerste jaren in Assen de beloften op sociaal terrein beter na dan nu. Want ze blijft verantwoordelijk voor onze komst naar Nederland. Zo zien Molukkers dat." Melie en haar gezin zijn ingeburgerd in Assen. Ze voelen zich er thuis. Ze zijn Drentse Molukkers, altijd trots op hun eigen cultuur, die ze ook ten koste van veel in stand willen houden. Melie kijkt uit naar de reis naar de Molukken. "God heeft elk volk een land gegeven. Daarom hebben we daar ook recht op vrijheid."


Bronvermelding:

Asser Historisch Tijdschrift; nummer 3 / september 2009. Een artikel van Ger Gramsma





© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl