In en om Assen

Miep Diekmann


“Diekmann was een progressief en geëngageerd auteur, die het aandurfde heilige huisjes af te breken”

Bronnen: wikipedia.nl, kjoek.nl, dbnl.org


Info op wikipedia. com

Biografie

Maria Hendrika Jozina (Miep) Diekmann (Assen, 25 januari 1925) is een Nederlands journaliste en schrijfster van voornamelijk jeugdliteratuur.

Alhoewel geboren in Drenthe bracht ze een flink deel van haar jeugd op Curaçao door, waar haar vader commandant van de militaire politie was.
Diekmanns vroege oevre bestaat uit meisjesboeken met niet al te grote diepgang. Vanaf ongeveer 1960 schreef ze boeken die "lastige" onderwerpen zoals seksualiteit, discriminatie en politiek niet uit de weg gingen. In latere jaren richtte ze zich op het jongste publiek en schreef ze voor peuters en kleuters.

Miep Diekmann schreef een tiental boeken over de Antillen, zoals De boten van Brakkeput (1956), En de groeten van Elio (1966), Marijn bij de lorredraaiers (1967) en De dagen van Olim (1971). Een doekje voor het bloeden; koninkrijksverband (1970) bevat journalistiek werk dat ze schreef na de opstand van 30 mei 1969 op Curaçao.

Ze coachte Antilliaanse auteurs als Sonia Garmers en Diana Lebacs, Richard Piternella, Frances Kelly, Desiree Correa en Josette Daal. Met bibliothecaresse Alice van Romondt en Liesbeth te Houten van uitgeverij Leopold was ze medeoprichtster van de Arubaanse uitgeverij Charuba.
Naast haar romans schreef Diekmann ook diverse sprookjes, voorlichtingsboeken, boeken voor beginnende lezers en boeken over de zeventiende-eeuwse schilderkunst.

Aan Diekmann werden diverse prijzen uitgereikt, waaronder de Kinderboekenprijs (wat later de Gouden Griffel is geworden), de Duitse Staatsprijs, de Nederlandse Staatsprijs voor kinder- en jeugdliteratuur en de Nienke van Hichtumprijs.


Info op kjoek.nl

Biografie

Een deel van haar jeugd bracht Miep Diekmann door in Willemstad, op Curaçao. Na de middelbare school ging ze in Nederland voor een krant werken en kinderboeken schrijven. Ze is getrouwd geweest, maar koos voor haar werk boven haar gezin: de kinderen zijn bij haar man gebleven.

Haar eerste kinderboek kwam kort na de Tweede Wereldoorlog uit. Ze was - naast schrijfster - vertaalster, recensent van kinderboeken en coach van beginnende kinderboekenschrijvers, met name uit de Nederlandse Antillen. Ook met de Tsjechische jeudliteratuur had ze een speciale band.



Profiel

De boeken van Miep Diekmann zijn in een aantal groepen te verdelen. Ze begon met het schrijven van niet al te diepgaande meisjesboeken. Vervolgens schreef ze haar Westindische boeken. Deze boeken zijn openhartig, gaan moeilijke onderwerpen niet uit de weg. Ze beschrijven jongeren die te maken krijgen met 'volwassen' zaken zoals discriminatie, politiek, verkrachting, zelfmoord en seksualiteit, en daarmee om moeten leren gaan.

Na de Westindische boeken schreef ze voor een jonger publiek: kleine maar mooie gedichten en verhalen over gebeurtenissen in de levens van peuters en kleuters. Daarnaast schreef ze realistische boeken, sprookjesachtige boeken, voorlichtingsboeken, boeken voor beginnende lezers, boeken over de zeventiende-eeuwse schilderkunst en stelde ze bloemlezingen samen.


Info op dbnl.org; een interview met Liesbeth ten Houten; een interview van Erna Staal d.d. 13 maart 1998

‘Miep wordt dan jouw uitgeefmoeder’

Liesbeth ten Houten (1948) is uitgever bij Leopold in Amsterdam. Erna Staal interviewde haar op 13 maart 1998 over haar ervaringen met Miep Diekmann.

In 1970 kwam ik bij uitgeverij Leopold werken; toen was Dick Kok er directeur. Miep was auteur in het fonds van Leopold en dat jaar kreeg ze de Staatsprijs voor Kinder- en Jeugdliteratuur. Ze nodigde ons allemaal uit voor een groot feest. Toen heb ik voor het eerst van mijn leven een avondjurk gekocht.
Ze was bezig met De dagen van Olim. Ze had het vast in haar hoofd gezet dat ze op de dag van die Staatsprijs en dat feest, het manuscript van Olim af zou hebben. In drie weken heeft ze dat boek geschreven.

Toen kwam ik erachter dat schrijven maar het topje van de ijsberg is. Ze had er al héél erg lang over nagedacht en dan kan het schrijfwerk zelf erg snel gaan.
Ik was begonnen als assistent voor de productie, maar al gauw deed ik ook redactie. Ik heb het manuscript van Olim gelezen, de drukproeven gecorrigeerd. Als je een van de eerste drukken van Olim pakt, dan staan daar wat zetfouten in. Er staat bijvoorbeeld een q terwijl het een hoofdletter d moet zijn, maar dat kwam omdat mijn handschrift niet zo fantastisch is.

Gênant vond ik dat, maar Miep maakte zich er niet erg druk om. Ze is altijd erg realistisch en nuchter, daarom is er zo goed met haar te werken. Ik vond Olim een fantastisch jeugdboek. In het begin werd het niet goed door de bibliotheken besteld,
ze vonden vooral het begin onfatsoenlijk. Pas later is dat boek gaan verkopen. Dat is vaker het geval geweest met de boeken van Miep. Altijd waren haar ideeën de tijd vooruit en dan kwam er later een inhaalmanoeuvre van bijvoorbeeld de bibliotheken.



Dick Kok ging weg en de hoogste baas bij Nijgh en Leopold, Van Dam van Isselt, zei tegen mij: ‘Dan word jij adjunct-directeur en moet jij die uitgeverij gaan doen, maar Miep wordt dan jouw uitgeefmoeder.’ Hij vond dat ik nog wel enige begeleiding van een ouder iemand nodig had.
Miep en ik konden geweldig met elkaar opschieten. We deelden veel sympathieën en antipathieën. We hebben vaak de slappe lach gehad. En zij heeft mij veel geleerd over het coachen van auteurs. Waar je op moet letten. Hoe belangrijk het is dat een schrijver niet alleen bezig is met schrijven, maar ook lezingen moet geven om zijn lezers te ontmoeten.

Hoe ze een inkomen kunnen opbouwen. Het zat er waarschijnlijk al wel in, maar ik heb van haar geleerd dat je als uitgever ook een beetje maatschappelijk werker bent.
Ik heb nog altijd profijt van de ‘schrijftrucs’ van Miep. Ik stel met beginnende auteurs vaak een schema op. Je moet ze een handvat bieden. Iets waar ze zich aan vast kunnen houden. Van zo'n schema kunnen ze ook weer afwijken. Vroeger had je schrijfmachines, maar tegenwoordig werkt iedereen met computers. Dat werkt natuurlijk makkelijk, maar je krijgt vaak van dat pc-proza.

Auteurs met computerziekte. Dan zeg ik: ‘Jongens, waar gaat het eigenlijk over? Takken weghakken!’ Ik lees op verschillende niveaus. Vind ik het spannend, gewoon voor mezelf, op taal en is het commercieel interessant. Daarin heeft ze me heel erg beïnvloed.Miep hielp bij het vinden en coachen van nieuwe auteurs. Bij manuscripten die me opgestuurd werden vroeg ik haar oordeel. Of ze bracht zelf mensen aan, bijvoorbeeld Selma Noort. Die zat ooit bij een lezing van Miep in de zaal en vertelde haar na afloop dat ze zo graag schrijfster wilde worden. Nou, ze is gecoacht door Miep en kijk wat een een bloeiend schrijfster daaruit gekomen is.

Ze hielp bij Nederlandse auteurs, maar was ook  bezig in België en niet te vergeten Tsjechoslowakije. Eén keer ben ik met haar meegeweest naar Praag. Ik geloof dat ik wel vijf lagen kleren over elkaar aan had. We namen van alles mee voor de mensen daar. Ik heb er de vertalers Hans en Olga Krijt leren kennen en een boel Tsjechische auteurs, die Leopold heeft uitgegeven.
Ik leerde door Miep de weg in het circuit, dat die auteurs er veel aan hadden dat hun boeken in het buitenland werden uitgegeven, dat ze zo hun geld verdienden in plaats van subsidies van hun eigen regering te krijgen. Dat ze op die manier vrij konden blijven denken en werken.

En dan natuurlijk de Antillen. Ik ben er in 1985 voor het eerst geweest. Miep was er ook. Ik wilde weten hoe het land van haar jeugd en haar boeken eruitzag, waar ze gewoond had, waar ze van dat dak was gevallen. Wat precies haar achtergrond was. Hoe Curaçao was.



Waarom ze boeken als Elio, De boten van Brakkeput en Marijn heeft geschreven.
Miep was al bezig met uitgeverij Charuba, dat was haar idee. Ze wist dat er Antilliaanse jeugdboekenschrijvers waren, maar dat die geen uitgever konden vinden. Ondertussen had zij op Curaçao Diana Lebacs en Sonia Garmers gecoacht en die verkochten hier heel aardig, werden ook bekroond. Dus we probeerden het met nog een aantal anderen op Aruba, Josette Daal, Richard Piternella, Frances Kelly, Desiree Correa. Ik wilde die auteurs natuurlijk leren kennen.

Miep ging elk jaar enkele maanden naar Aruba om auteurs op te vangen en te coachen. De productie deed ik vanuit Nederland. Zonder subsidies, want dat was Miep veel te paternalistisch ten opzichte van de mensen. Ik had vertrouwen in dat project. Als Miep zei: ‘Dat doen we’, dan deden we het ook. Anders had het ook niet gewerkt. Dan stak zij er tijd in, terwijl ik later misschien zou zeggen: ‘Laat maar.’ Dat is nooit een probleem geweest, want we zaten op dezelfde golflengte. De dingen die zij belangrijk vond en vindt, vind ik ook belangrijk. Uiteindelijk lukte dat project toch niet goed. In Nederland verkochten hun boeken wel, maar mensen op de Antillen kopen hun eigen schrijvers niet. Ze hebben geen leescultuur.

In totaal ben ik drie keer op de Antillen geweest. Ik heb er lezingen gegeven, boeken gepresenteerd. Alles gezien en aan den lijve ondervonden hoe langzamerhand die warme, zware lucht op je neerdaalt als je uit het vliegtuig stapt. Heel erg leuk. Natuurlijk heb ik ook ruzie gekregen met Miep. Want op een gegeven moment wist ik wel zo'n beetje hoe het vak in elkaar zat. Maar ze bleef zich overal mee bemoeien. Een echte perfectionist. Ze checkte alles. Terwijl ik dan dacht: Mens, dat heb ik allang gedaan.

Op een gegeven moment had ik iets gezegd en dat kon volgens haar niet. Zij woedend, ik boos. Die ruzie is weer bijgelegd. Miep ging naar de Antillen. Ik schreef haar lange brieven, zij schreef mij lange brieven. Dat ruziemaken hoorde erbij, maar we misten elkaar toch ook erg en dat schreven we dan.
Als auteur heb ik Miep helaas maar kort meegemaakt. Want door ruzie met de vorige directeur vertrok ze met haar eigen werk naar uitgeverij Querido. Die hebben Total loss uitgegeven, Wiele wiele stap en Hannes en Kaatje. Haar oude boeken heb ik altijd herdrukt. Die heb ik nooit losgelaten, want het zijn belangrijke boeken. Dat vond ik heel belangrijk. Toen is ze Hoe schilder hoe wilder gaan schrijven, dat is bij Leopold verschenen. En haar laatste boek Krik gaan we dit jaar herdrukken.


Het werk en leven van Miep Diekmann in een notendop

Kinderboeken:

  • Voltooid verleden tijd (1947)
  • Panadero Pan (1947)
  • Wereld van twee (1948)
  • En wat kan ik? (1949)
  • Anders is niet altijd beter (1954)
  • Marmouzet (1954)
  • Viermaal Lodewijk (1955)
  • Mariëtte (1955)
  • De boot vertrekt zonder Claartje (1955)
  • Annejet stelt zich voor (1956)
  • Annejet helpt een handje (1956)
  • Annejet wint de laatste ronde (1956)
  • Een spel van schijn (1956)
  • De boten van Brakkeput (1956)
  • Padu is gek (1957)
  • Een mens te kort (1957)
  • Annejet laat het er niet bij zitten (1957)
  • Annejet knipt de kaartjes (1958)
  • Annejet en de jongens
  • Nooit meer een lampion (1958)
  • Gewoon een straatje (1959)
  • Driemaal is scheepsrecht (1960)
  • Het varken dat spaarvarken wilde zijn (1960)
  • ... En de groeten van Elio (1961)
  • Als je het nog niet wist (1961)
  • Andere mensen zijn ook gewoon (1962)
  • Nildo en de maan (1963)
  • Mijn lama (1964)
  • Jossy wordt een indiaan (1964)
  • Shon Karkó (1964)
  • Marijn bij de Lorredraaiers (1965)
  • Geen mens is van de ander (1965)
  • Meisjes zoals jij (1965)
  • De schoonste dag (1967)
  • De trapeze, deel 9 (met Jules de Corte) (1967)
  • Jossy wordt een indiaan (1968)
  • Shon Karkó (1968)
  • Het geheim van Dakki Parasol (heruitgave van 'De schoonste dag') (1971)
  • De dagen van Olim (1971)
  • Total Loss, weetjewel (1973)
  • Stuivertje wisselen (1974)
  • Iedereen doet maar (1974)
  • Nildo en de maan (4 delen, heruitgave van 'Cu luz na man-serie') (1975)
  • Dan ben je nergens meer (1975)
  • Slavenarts (1975)
  • Mens te koop (heruitgave van 'Geen mens is van de ander') (1977)
  • Het geheim van Dakki Parasol (heruitgave van 'De schoonste dag') (1977)
  • Zeg 't maar (met grammofoonplaatje) (1978)
  • Ik heb geen naam (met Dagmar Hilorová) (1980)
  • Het meidenboek (1981)
  • De prinses van Zweelo (heruitgave van 'Een mens tekort') (1982)
  • Geen enkel verdriet duurt honderd jaar (verhalen) (1982)
  • Zonder Klaartje (1983)
  • Hannes en Kaatje, wat is dat voor praatje? (1983)
  • Zonder Claartje (heruitgave van 'De boot vertrekt zonder Claartje') (1984)
  • Klik klik... ik (1984)
  • Hannes en Kaatje, 2 in een straatje (1985)
  • Hannes en Kaatje, een koekje met een gaatje (1985)
  • Annejet en de jongens (1985)
  • En waar woon jij? (1985)
  • Dubbeldikke vrienden (1985)
  • Hannes en Kaatje en het rommellaatje (1986)
  • Hoe schilder hoe wilder (met Marlieke van Wersch) (1986)
  • Annejet en het stuivertje wisselen (1986)
  • Luie uil (1986)
  • Er zit een dwerg op de berg (1986)
  • Verliefd hoezo? (heruitgave van 'Annejet knipt de kaartjes') (1988)
  • Hoe schilder hoe wilder, deel 2(met Marlieke van Wersch) (1988)
  • Zeg 't maar (heruitgave in 2 delen) (1988)
  • Het grote boek van Hannes en Kaatje (1989)
  • Krik (1989)
  • Teus Langeneus (1989)
  • Zóóó groot (1993)
  • Treiterbijter (1993)
  • Lief zijn op bevel (heruitgave van 'Annejet stelt zich voor') (1994)
  • Pesterijen (heruitgave van 'Annejet helpt een handje') (1994)
  • Vijand of vriend? (heruitgave van 'Annejet wint de laatste ronde') (1995)
  • Vakantiebaantje (heruitgave van 'Annejet knipt de kaartjes') (1996)
  • O, wat zijn wij heden blij (1998)
  • Krik, de prins die trouwen moest (heruitgave van 'Krik') (1998)
  • Verre eilanden (2001)



Literaire prijzen:

  • Het beste kinderboek 1956 voor 'De boten van Brakkeput'.
  • H.C. Andersen-diploma 1960 voor 'Padu is gek'.
  • Deutscher Jugendbuchpreis 1964 voor '...En de groeten van Elio'.
  • Nederlandse Staatsprijs voor kinder- en jeugdliteratuur 1970 voor haar gehele oeuvre.
  • Nienke van Hichtum-prijs 1975 voor 'Dan ben je nergens meer'.
  • Gouden Griffel 1978 voor 'Wiele wiele stap'.
  • Laurens Jansz Coster-prijs 1979 wegens verdienste voor de Nederlandse kinder- en jeugdliteratuur.
  • Gouden sleutel 1981 voor 'Ik heb geen naam'.
  • Premio d'Oro 1982 (Italië) voor 'Ik heb geen naam'.
  • Janysz Korczak-prijs 1983.
  • Vlag en Wimpel-vermelding 1985 voor 'Hannes en Kaatje, 2 in een straatje.
  • Vlag en Wimpel-vermelding 1986 voor 'Hannes en Kaatje en het rommellaatje'.
  • Vlag en Wimpel-vermelding 1987 voor 'Hoe schilder hoe wilder'.
  • Europese prijs voor de jeugdliteratuur (Pier Paolo Vergerio-prijs) 1988 voor 'Hoe schilder hoe wilder'.

Miep Diekmann heeft meegeholpen aan het in het leven roepen van twee prijzen voor jeugdboekenschrijvers: De Staatsprijs (nu: Theo Thijssen-prijs) en de Nienke van Hichtum-prijs

Opmerkingen:

  • Miep Diekmann werd geboren in Assen. Haar was was beroepsmilitair. In 1928 verhuisde het gezin naar Kampen, in 1930 naar Vreeland. In 1934 verhuisden ze i.v.m. het werk van haar vader naar Willemstad op Curaçao. Ze woonden hier tot 1939. Deze periode is voor Miep Diekmann heel belangrijk geweest. Een aantal van haar boeken speelt op de Antillen.
  • Toen ze elf jaar was viel ze van het dak van hun huis. Ze had een dubbele schedelbasisfractuur. Nog jaren daarna had ze geheugenproblemen en viel ze af en toe flauw.
  • In 1938 komt ze terug in Nederland. Ze gaan in Breda wonen, maar Miep moet naar een katholieke kostschool, eerst in Roosendaal, daarna in Tilburg.
  • In 1941 scheiden haar ouders. Miep blijft met haar vader in Schiedam. In 1942 wordt haar vader als krijgsgevangene geïnterneerd in Polen. Miep komt in huis bij de familie van Wouw in Rijswijk. In 1943 gaat ze met haar tante en voogd Cor Lutgers in Apeldoorn wonen. Eind 1943 gaat ze met haar vader - die terug is uit gevangenschap - in Amsterdam wonen. Het huwelijk van haar ouders wordt in 1944 officieel ontbonden. Haar vader trouwt met 'Tante Cor'. Ze gaan in Leiden wonen.
  • Miep Diekmann volgde het gymnasium en werd journaliste.
  • Ze schreef scenario's voor documentaires, vertaalde boeken, recenseerde boeken en schreef zelf boeken voor kinderen.
  • Miep Diekmann is getrouwd geweest met een kunsthistoricus. Ze hadden twee zonen.
  • Sinds 1969 begeleidt ze (aankomende) auteurs van de Antillen. Vanaf 1973 doet ze dit voor uitgeverij Leopold.
  • Ze woonde o.a. in Scheveningen.
  • Miep Diekmann was een van de eerste schrijfsters die zaken als discriminatie en verliefdheid in kinderboeken beschreef.
  • Miep Diekmann heeft altijd geprobeerd ervoor te zorgen dat het kinderboek en de kinderboekenschrijvers serieus genomen werden. In 1961 was ze mede-oprichtster van de Werkgroep van Jeugdboekenschrijvers in de Vereniging van Letterkundigen. Ook heeft ze meegeholpen aan het in het leven roepen van twee prijzen voor jeugdboekenschrijvers: De Staatsprijs (nu: Theo Thijssen-prijs) en de Nienke van Hichtum-prijs.
  • In de boeken van Miep Diekmann zijn de hoofdfiguren, die mestal goed voor zichzelf op kunnen komen, op zoek naar rechtvaardigheid en naar hun eigen plaats in het leven.
  • Samen met de kunsthistorica Marlieke van Wersch (die haar schoondochter is) schreef ze boeken over de schilderkunst in de zeventiende eeuw (Hoe schilder hoe wilder).

Anderen over Miep Diekmann:

  • Zij schreeuwt waar anderen gelaten mompelen, zij vloekt waar anderen goedig protesteren, zij laat niet af te waarschuwen. Waarschuwen tegen de geestelijke armoede, nivellering, commercialisering, bevoogding, verouderde ethiek, verstarring en vooral onvrschilligheid. (juryrapport Staatsprijs voor Kinder- en Jeugdliteratuur 1970)
  • Diekmann is een progressief en geëngageerd auteur, die het aandurfde heilige huisjes af te breken. Dat blijkt ook uit haar taalgebruik dat altijd direct en soms wat modieus is. (Het ABC van de jeugdliteratuur, blz. 123)
  • Miep Diekmann heeft an ook voor een belangrijk deel het gezicht van de jeugdliteratuur in Nederland na de Tweede Wereldoorlog bepaald. Ze heeft meer dan vijftig titels op haar naam staan, vertalingen gemaakt en jonge auteurs begeleid. Door haar inspanningen is er in de VLL, de vakbond voor schrijvers, een werkgroep jeugdboekenschrijvers opgericht. Miep Diekmann heeft ervoor gezorgd dat het kinderboek en de lezer daarvan serieus genomen worden. (Lijsterwijzer,1999, blz. 23)


© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl