In en om Assen




De Molendwarsstraat


Woningen aan de Molendwarsstraat. Links de Miro Markt met parkeerplaats (Collectie: Monumentenzorg)


Het straatje is in 1972 in zijn geheel verdwenen

Mijn herinneringen aan de Molendwarsstraat en later de Venegang dateren uit de jaren ’50 van de 20e eeuw. Ik ben in 1948 geboren aan de Rolderstraat, maar daar weet ik niks meer van. De Molendwarsstraat was een klein straatje tussen de Venestraat en de Molenstraat. Toen hoorde het eigenlijk nog niet bij het centrum, nu zou her er midden in gelegen hebben. Het straatje is door het Plan Uitleg Kern in 1972 in zijn geheel verdwenen. Het enige dat nog herkenbaar is uit die tijd is het pand van steenhouwer Engberts aan de Molenstraat. Dat staat nog op dezelfde plek als in mijn jeugd.

De Molenstraat begon iets verderop richting Molenwegsebrug, ongeveer (de plek) waar nu Kopie Plus zit. Omdat mijn ouders nog geen huis hadden woonden we in bij opa en oma. Wij woonden aan de voorkant, mijn grootouders achter. Zo woonden we met zijn zessen in dat kleine huis aan de Molendwarsstraat 11. Toen mijn oudste zus werd geboren verhuisden mijn ouders naar een woning vlakbij de Venegang. Maar ik ben eigenlijk tot mijn tiende bij mijn grootouders gebleven. Dat was een paar adressen verder dan bakker Stoker. Die had een mooie winkel op de hoek van de Molenstraat. Ik kwam veel bij Stoker. Ik hielp er op mijn manier in de bakkerij. Er was altijd wel een klusje te doen.

Ik weet niet alle bewoners meer uit de tijd van mijn jeugd, maar als ze mij zijn bijgebleven dan is dat vanwege hun kinderen. Het was een erg kinderrijke buurt. Sommige gezinnen hadden wel acht kinderen. Schuin tegenover ons, op de andere hoek van de Molenstraat woonde schoenmaker Bos en daarnaast expeditiebedrijf Engberts. Dan kreeg je de dubbele woning met twee gezinnen Joling. Verderop woonde een andere familie Bos, de familie Dik en de familie Timmer. Bij Bos stond voor het raam een kooi met een aapje erin. Zoon Roelof was zeeman en die had hem meegenomen van een van zijn reizen. Die was er net na de oorlog komen wonen. Misschien was het wel de eerste Asser asielzoeker ….


De bakkerij van H.L. Stoker aan de Molenstraat 61 waar het winkelhuis verbouwd gaat worden. Rechts enkele bakkerskarren in de Molendwarsstraat. (collectie: Monumentenzorg)


Het was een echte arbeidersbuurt

Verderop woonden onder andere Bodde, dan Hazeveld, Rodenburg, Habing en Hogenbirk. Aan het eind de familie Brader en op de hoek met de Venestraat kruidenier Bodenstaff. Tegenover Bodenstaff begon de Venegang met ernaast op het hoekje de Fiat-garage van Van Wijngaarden. Ik herinner me nog dat Van Wijngaarden een herdershond had met de naam Toby. Die hond had een eigen auto: een service-auto van de garage. Het was normaal een heel lieve hond, maar als hij in die auto zat kon je beter niet in de buurt komen.

In de Venegang, die leidde naar de Kanaalstraat, woonden wij later in een rijtje arbeiderswoningen die stonden achter een groot huis waar ‘Krop’ Jager woonde. Dat zal wel een bijnaam zijn geweest. Al met al woonden er veertien gezinnen. Naast ons was het schoolplein van de BLO-school. Die school zat naast het grote huis van Jager aan de Venestraat. Achterin de Venegang had je de bakkerij van de Coöperatie. Later stonden er barakken met daarin de Sociale Werkplaats. Daar trokken ze spijkers uit oude planken. Daarnaast had je de achterkant van de Ambachtschool. Die stond aan de Schoolstraat, maar de ingang zat aan de Kanaalstraat. In de Venegang was verder een ingang naar de groothandel voor levensmiddelen van Wijnalda Kuntz (Kroon). Achter op het bedrijfsterrein hadden ze de opslagplaats voor emballage met daaromheen een groot hek. Daar hebben we wel eens flessen vandaan gehaald en ingeleverd bij Bodenstaff. Het leverde in plaats van geld straf op.

Terug naar de Molendwarsstraat waar op de andere hoek van de Venestraat slagerij Kiers zat. Verder woonden aan onze kant van de straat onder meer fietsenhandelaar Evenhuis, schilder Van Wijk, ijsboer Veenstra en de families Mast senior en junior. Ter hoogte van ijsboer Veenstra zat een flauwe bocht in de straat. Het was een gezellige buurt. Er woonden veel kinderen en het was dus meestal buitenspelen. Vooral voetballen. Op het schoolplein van de BLO kwamen we bijna elke avond bij elkaar om te voetballen. Daar heb ik later veel profijt van gehad toen ik bij FC Assen ging voetballen. Het was een echte arbeidersbuurt. Mijn grootvader bijvoorbeeld werkte bij wegenbouwer Gruno.


Woningen aan de Venestraat met links de Molendwarsstraat. Links De Spar kruidenier H. Bodenstaff aan de Venestraat 70 (collectie Monumentenzorg)


Als ik links schreef kreeg ik een lel met een liniaal

Mijn vader werkte net als veel anderen in de buurt bij conservenfabriek Wilco. Hij was daar etiketteur. Mijn moeder deed het huishouden, terwijl mijn oma meestal kookte. Behalve veel arbeiders had je in de buurt vrij veel winkels en bedrijfjes. Ik weet nog dat we achter het huis aan de Molendwarsstraat in de tuin een WC-hok hadden met een tonnetje er in. Die tonnetjes werden twee keer per week leeg gehaald. We haalden er als kwajongens regelmatig geintjes mee uit. Je mag zelf invullen was ….
In 1953 ging ik naar school. Dat was eerst de Julianaschool, maar al snel werd het de Wilhelminaschool aan de Groningerstraat.

Dan liep ik via de Molenstraat door de Groningerdwarsstraat (Kattegang) waar groothandel Tiggelaar zat. Hij handelde in groente en fruit. Dat bedrijf zat precies achter het schoolplein. Dus werd er wel eens van over de schutting een appeltje gepakt. Het leverde regelmatig strafwerk op; meestal strafregels schrijven. Op de Wilhelminaschool heb ik, op het begin na, een mooie tijd gehad. Bij juffrouw Hommes moest ik leren schrijven. Omdat ik linkshandig ben, had ik de grootste moeite  met rechts te schrijven, maar dat moest ik wel. Als ik toch  links schreef kreeg ik een lel met een liniaal over de vingers. Later mocht ik wel links schrijven.

Voordat de sloop van het hele gebied een feit werd (het huis aan de Venegang 5 verdween in 1961, dat aan de Molendwarsstraat in 1969) verhuisde ons gezin naar de Bilderdijkstraat in de Dichtershof. Direct nadat de twee straatjes van mijn jeugd waren gesloopt ging in 1974 ook mijn oude school tegen de vlakte. Als ik door de stad loop denk ik nog vaak aan die oude buurt met die gemoedelijke sfeer, waar zonder veel weelde toch heel prettig werd geleefd.


De situatie anno 2014


Foto Sietse Kooistra


Straatnamen in Assen

Op 23 juni 1948 startte de Provinciale Drentsche en Asser Courant met het rubriekje ‘straatnamen in Assen’. Op 8 september 1948 publiceerden zij een beschrijving van de naamgeving van de Molenweg:

Jan Harms Bakker, Hindrik Beuker, Otto Coops, Jannes Zwiers, Harm Jacobs, dit zijn enkele namen van Assenaren, die als eerste domicilie kozen aan de tegenwoordige Molenweg en Veeneweg. Het was omstreeks het jaar 1807 dat hun woningen hier verrezen. Toen stond daar reeds de Korenmolen, waaraan de Molenstraat zijn naam ontleent.

In deze tijden was een dergelijke molen van groot maatschappelijk belang. Dit blijkt wel uit het feit, dat de molenaar Hindrik Bush van het Landschapsbestuur vergunning kreeg tot het houden van een collecte toen in 1808 zijn molen in vlammen opging. Deze ramp was waarschijnlijk te wijten aan het feit dat een aantal deserteurs, die in het wachthuisje overnachten, onvoorzichtig  waren geweest met vuur.

Er werd dan ook prompt een resolutie uitgevaardigd, waarbij gelast werd de wachthuisjes bij de molen op staande voet af te breken, daar ze tot schuilplaats dienden voor landlopers en deserteurs. Heden ten dage vinden wij voor aan de Molenweg nog steeds de romp van de na de ramp gerestaureerde molen, die thans in gebruik is bij de heer Edens.



Bronvermelding:

Asser Historisch Tijdschrift; nummer 2 / juni 2010. Een artikel van Joop Ebelties





© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl