In en om Assen





1975; Molukse jongeren en Duivelse dilemma’s


Bronvermelding:
Maand-periodiekje "Drenthe"; juni 1975. Een artikel van T. Graafsma


1951; Ambonese gezinnen tijdelijk ondergebracht in hotel de Schelp. (collectie Moluks Historisch Museum)


Trouw aan de cultuur van de Ouderen

Het is niet zo gemakkelijk nu een artikel te schrijven over Zuidmolukse jongeren in Nederland. Ik heb nogal geaarzeld omdat er momenteel veel publiciteit is rondom Zuidmolukkers waarin sprake is van agressief en gewelddadig gedrag. Toch wil ik over diezelfde jongeren enkele aantekeningen formuleren. Niet om hun gedrag goed of af te keuren, maar om enkele psychologische aspecten ervan te beschrijven. De kans dat de lezer zoekt naar een oordeel over, of liever een veroordeling van de manieren waarop vele Zuidmolukse jongeren zich gedragen, lijkt me redelijk groot. Zo'n oordeel zal de lezer hier niet vinden. Wèl zal ik enige psychologische interpretaties geven van de leefwereld van Zuidmolukse jongeren.

Toen ik enige tijd geleden (1971) ter gelegenheid van een onderzoek nogal intensief contact had met de Zuidmolukse gemeenschap, viel me op dat vele jongeren lichamelijke klachten hadden van "psycho-somatische" aard. Klachten als hoofdpijn, maagpijn en moe-zijn. Al snel leerde ik een aantal van hen beter kennen, en bemerkte hoezeer ze zochten naar een gevoel van "behoren bij". Theoretisch kan men zoiets omschrijven als het zoeken naar een gevoel van identiteit waarin trouw centraal staat. Zo centraal, dat de eigen ontwikkeling overwegend in dienst staat van die van de gemeenschap, en met name in dienst van de ouders. Diezelfde ouders hebben in het verleden waarschijnlijk hetzelfde beleefd ten opzichte van hun ouders en ook ten opzichte van de Nederlandse overheid, zij het niet in Nederland.

Zo centraal staat trouw ook, dat ik sprak van een identiteitsgevoel bij Zuidmolukse jongeren dat nogal star was. Men kan weinig soepel reageren op plotselinge veranderingen, nauw gebonden als men is aan de normen en verwachtingen binnen de eigen gemeenschap, terwijl men ook snel geneigd is tot verwarring en agressie wanneer sprake is van een bedreiging van de eigenheid.


Trouw houdt meer in dan gehoorzaamheid

Nu leert de adolescentiepsychologie dat trouw één van de kernproblemen is waarmee adolescenten in hun fase van ontwikkeling worden geconfronteerd. In dat opzicht wijken Zuidmolukse jongeren dus weinig af van anderen, zij het dat zij er in het algemeen meer moeilijkheden mee ervaren. Maar eerst in het algemeen: trouw zijn betekent zich loyaal opstellen ten opzichte van een te volbrengen taak, ten opzichte van een omschreven toekomstvisie. Zo houdt trouw aan ouders in, dat een jongere hen gehoorzaam is en tevens fungeert als "afgevaardigde" die een "missie" krijgt waarmee hij de toekomst tegemoet gaat. Verwacht wordt dat adolescenten zich trouw tonen aan zo'n missie. Dat kan veel inhouden.

Bekend is hoezeer vele ouders van hunkinderen verlangen dat ze de ouderlijke idealen verwerkelijken. Ze willen dat de kinderen niet enkel goed "terecht komen", maar ook dat de kinderen de prestaties verrichten die men zelf graag had willen verrichten. In de klinische praktijk ontmoet men meermalen adolescenten die gebukt gaan onder hooggespannen verwachtingen van ouders, terwijl ze daarbij bijzonder afhankelijk van thuis worden gehouden. Daardoor krijgen ze geen kans op eigen benen te leren staan en toch trouw te zijn aan de verwachtingen van hun ouders. Een zeer merkwaardig gedragspatroon bij jongeren zien we, wanneer jongeren in hun gedrag zowel trouw zijn aan de verwachtingen van hun ouders en tegelijkertijd ervaren dat zulk gedrag tot straf leidt.

We komen daarop nog nader terug, omdat juist bij Zuidmolukse jongeren iets dergelijks meermalen voorkomt. Trouw houdt meer in dan gehoorzaamheid. Ieder die zich loyaal gedraagt ten opzichte van een bepaalde visie op het leven, kan dat uiten in gehoorzaamheid of in maatschappelijk afwijkend gedrag. Loyaliteit betekent immers soms, dat men zich moet opstellen tegenover een meerderheid wanneer men van mening is zich niet anders te kunnen gedragen dan men doet, ondanks de herkenning en erkenning van ook andere meningen. Veel volwassenen vergeten dat juist adolescenten, Zuidmolukse of Nederlandse, scherp aanvoelen dat identiteit en trouw de basis vormen voor hun plaats in wat de geschiedenis tot hun omgeving heeft gemaakt.

En evenmin voelen ze aan, hoezeer de samenhang binnen de gemeenschap afhankelijk is van de mate waarin die gemeenschap er in slaagt de solidariteit van haar jongeren aan zich te binden. En juist in omstandigheden als die van Zuidmolukkers in Nederland, waar zowel de gemeenschappelijke ideologie als de individuele identiteitsontwikkeling sterk onder druk staan ziet men daarom dat jongeren zich sterk binden aan een groeps-solidariteit.


Oude gedragspatronen worden door plotselinge migratie onbruikbaar

De geschiedenis maakte onze Zuidmolukse landgenoten tot migranten. Dat is historisch niet zo gebruikelijk. We kennen vele groepen mensen die migreerden, maar meestal betrof het dan een zelf-bepaalde keuze. Altijd blijkt hoezeer plotselinge migratie leidt tot innerlijke krises. Want oude gedragspatronen worden onbruikbaar; de toekomstidealen en de "missies" die men gezamenlijk deelde blijken veelal niet meer in realiteit om te zetten. Men staat daarop voor de keuze tussen opnieuw migreren, zich trachten aan te passen aan andere gedragspatronen en andere toekomstverwachtingen, of zich te isoleren en vast te houden aan de normen waarmee men gewend was om te gaan.

Daarbij komt dat een gedwongen verhuizing als die van de Zuidmolukkers na de Tweede Wereldoorlog een toestand van "in-aktiviteit" betekende. Men treft de kons-kwenties van zo'n geforceerde inaktiviteit onder meer aan bij vele oude Zuidmolukse mensen in Nederland. Vaak gaan ze gebukt onder een slechte gezondheidstoestand, en ik herinner me hoezeer ik onder de indruk kwam van hun passiviteit en hun somberheid. Ze zagen geen kans te komen tot bevredigende aktiviteit in de omgang met anderen. Men zou hen "patiënten" kunnen noemen, als waren ze blootgesteld aan krachten die buiten hen om werkten en waartegen geen verzet mogelijk was. Of het moest zijn het verzet in gedachten: konden we maar naar huis.


Identiteitsverwarring en ontworteling bedreigen de Zuidmolukse jongeren

Wat biedt zo'n generatie van ouderen aan haar jongeren? Ik denk vooral twee dingen. Bitterheid en streven naar de gewenste toekomst: de RMS. Wat kan deze generatie haar jongeren niet bieden? Een gezonde samenleving voert haar jongeren naar traditionele normen en idealen. Zo bindt ze de volgende generatie aan de voorgaande. Dat gebeurt op vele manieren: door rituele bevestigingen, door scholing, door inprenting van normen, door vormen van inwijdingen in de privileges of de ideologie van de oudere generatie. Maar ook door te dreigen met straf of uitsluiting. Al met al betreft dit een ingewikkeld proces, waarvan we hier enkel twee aspekten wat nader zullen onderzoeken.

Beide zijn gevolgen van de omstandigheid dat in de Zuidmolukse gemeenschap in Nederland de traditionele binding van jongeren aan de gemeenschap niet meer bruikbaar is. Dit leidt tot — en dat in de eerste plaats — de identiteits"verwarring" die Zuidmolukse jongeren bedreigt omdat hen een vorm van nationale identiteit en solidariteit wordt ontzegd. De geschiedenis kent vele voorbeelden, waarbij een dergelijke dreigende verwarring leidt tot het ontstaan van ideologieën die totalitair zijn: gekenmerkt door een zekere starheid, exclusiviteit en eenzijdigheid. Met name bij jonge mensen ziet men in het algemeen een geneigdheid tot vormen van totalitaire logica, en daarop zijn Zuidmolukse jongeren geenszins een uitzondering.

Daarbij komt dat een dreigend verlies van identiteit nagenoeg altijd leidt tot gemengde gevoelens van onrechtvaardig behandeld worden en van krimineel gedrag. Dergelijk gedrag leidt vaak tot gedeeltelijk sukses. Men ziet dat bijvoorbeeld aan vele vormen van buiten-parlementaire aktie, waarin politieke en delinkwente (soms liever: "burgerlijk ongehoorzame") aspekten samen gaan. Toch levert dat nimmer een gezond en gemeenschappelijk identiteitsgevoel op. Daarvoor is dergelijk gedrag te zeer gebaseerd op exclusiviteit, terwijl bovendien vaak sprake is van een neiging tot afbreken van de eigen aktiviteiten. Daarop komen we verderop nog terug.

Eerst moet nog een ander aspekt genoemd worden in verband met "ontworteling" en intergenerationele verhoudingen. Wanneer jongeren het gevoel hebben "ontworteld" te geraken, ontwikkelen ze vaak een "negatieve identiteit". Dat wil zeggen: in hun gedrag laten ze zich voornamelijk leiden door normen en ideeën die hen overigens als slecht en afkeurenswaardig zijn voorgehouden. Men zegt dan: liever uniek zijn en dan maar slecht dan helemaal niets zijn. Sommige jongeren maken daarvan zelfs een eer. Dergelijk gedrag is niet enkel een mogelijk gevolg van ontworteling vanwege migratie. Een kinderbeschermings-maatregel in de zin van een uithuisplaatsing kan hetzelfde betekenen.

En sommige kinderen in gezinnen lijken op een gegeven moment "over" te zijn, worden genegeerd of verworpen en verliezen daarmee ook een thuisgevoel. Men kan zich voorstellen hoezeer dergelijke omstandigheden afbreuk doen aan gezonde gevoelens van loyaliteit ten opzichte van de voorgaande generatie. Zulke jongeren ervaren geen "thuis" en kennen ook niet het gevoel dat ze op de een of andere wijze "afgevaardigde" zijn van mensen uit een vorige generatie, voor wie een taak in het leven is weggelegd.


“Achterom in de wijk”. Fotograaf: Otto Tatipikala (Collectie: Moluks Historisch Museum)


Loyaliteit en verzet

Wanneer we dan proberen enige konklusies te trekken, dan zijn dat de volgende. Voor Zuidmolukse jongeren geldt dat zowel de wijze van opvoeden als de sociale omstandigheden in Nederland sterk bijdragen tot het volgende beeld. Kenmerkend daarin is een dreigend identiteitsverlies en een neiging tot verzet daartegen. Zuidmolukse jongeren kunnen niet ontkomen aan een twijfel over de mogelijkheid van het verwerkelijken van de missie, waarmee hun ouders hen "afgevaardigden": de vestiging van een onafhankelijke Zuidmolukse republiek. Loyaliteit en verzet vormen dus de kenmerken van hun identiteitsontwikkeling van dit moment. De twijfel wordt sterk aangemoedigd door de houding van de Nederlandse overheid.

Dat leidt tot vormen van totalitaire logica, zoals men die vaak bij jongeren kan herkennen. Een dreigend identiteitsverlies en het zoeken naar loyaal gedrag leidt bij jongeren vaak naar vormen van streng-ideologisch denken die worden afgewisseld met (pre-) delinkwent gedrag. Daarbij komt dat vele Zuidmolukse ouders onbewust dan wel bewust het agerend gedrag van hun jongeren zowel aanmoedigen als bestraffen. Ik vermoed dat zij daarin een realisering vinden van hun wens iets te uiten van hun grieven over de behandeling die ze ondervonden in Nederland. Ze hebben die als bijzonder krenkend ervaren. Ik heb de indruk dat vele Zuidmolukse ouders in dit opzicht te vergelijken zijn met Nederlandse ouders waarvan de kinderen maatschappelijk afwijkend gedrag laten zien:

enerzijds leveren ze verborgen aanmoedigingen voor dergelijk gedrag (dat zowel delinkwent als politiek-radikaal kan zijn), anderzijds werken ze straf in de hand omdat ze zich ook sterk gebonden voelen aan maatschappelijk gewenste normen. De konsekwentie van zo'n tegenstrijdigheid is natuurlijk dat jongeren innerlijk in steeds grotere konflikten geraken die gemakkelijk leiden tot een steeds sterker wordend totalisme: men raakt steeds heftiger verwikkeld in sociale konflikten. Een dergelijk totalisme leidt altijd tot eenzaamheid, want het eigen gedrag wordt onder invloed van het verzet en het zoeken naar loyaal gedrag met konflikterende aspekten steeds exclusiever. Zo ontstaan subkuituren van jongeren die worden gekenmerkt door een uiterst exclusief gedrag dat vaak als maatschappelijk onaangepast wordt beoordeeld.


De zichtbare voorhoede van een veel grotere groep jongeren

Men kan een artikel over Zuidmolukse jongeren niet beëindigen zonder iets te zeggen van de positie van jongeren in de huidige westerse samenleving. Vele jongeren wantrouwen het vermogen van de generatie van ouderen tot het wegnemen van onrecht, ver-waarlozing en verspilling in de wereld, ondanks alle ontwikkelde kennis. Daarbij komt dat de positie van jongeren in de samenleving sterk verandert. Vroeger (al is dat nog maar kort geleden) was jong-zijn een "doorgangsstadium" naar de volwassenheid. Nu wordt de adolescent meer en meer een deelnemer aan een aparte levensfase, vaak met eigen normen, maar ook meer en meer erkend als "partij" met eigen rechten en plichten.

Die relatieve autonomie wordt versterkt doordat seksualiteit meer en meer wordt losgekoppeld van voortplanting, en dus minder gebonden is aan het "volwassene" zijn. We zien ook dat jongeren zich vaak tijdelijk identificeren met de machtelozen in de maatschappij, met achtergestelde en "uitgebuite" mensen. En tenslotte zien we hoe het ekonomisch voortbestaan van de samenleving minder afhankelijk is van het inschakelen van de jonge generatie in het arbeidsproces. Met name adolescenten in levensomstandigheden als hiervoor genoemd worden gemakkelijk belemmerd in de ontwikkeling van trouw. Voor Zuidmolukse jongeren geldt dat die omstandigheden niet aansluiten bij een innerlijk "schema" van ontwikkeling.

Ze moeten in wezen kiezen voor een totaal andere levensweg als die van de ouders (en dus voor ontrouw aan de voorgaande generatie) of voor een vorm van totalistisch gedrag. Elke keuze levert maatschappelijke of innerlijke eenzaamheid op. Zuidmolukse jongeren worden dan ook al vroeg oud. Ik meen dat ze beschouwd kunnen worden als de zichtbare voorhoede van een veel grotere groep jongeren die — meestal maatschappelijk minder zichtbaar — kampt met dezelfde loyaliteitskonflikten, zoekend naar een antwoord op de vraag: trouw waaraan?


Over de auteur

Opgeleid als sociaal psycholoog, 26 jaar, werkt op de afdeling Jeugdpsychiatrie van het Academisch Ziekenhuis te Groningen, verder parttime als psychotherapeut op het Jongeren Advies Centrum en bij de Therapeutische Gezinsverpleging, ook te Groningen. Promoveert in juni op een studie naar identiteitskon flikt en in de adolescentie. Deed in zijn stage een onderzoek naar identiteit en identiteitsproblemen bij Zuidmolukse jongeren.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl