In en om Assen





De Mustang rijwielfabriek


De Mustang rijwielfabriek in de jaren '70 ( collectie Henk de Geeter, Bovensmilde)


Het verhaal begon aan de Boukegang

Tot 1900 had de ambtenarenstad Assen nog maar weinig industrie. Toen vestigden zich in Assen onder meer een exportslachterij, een zuivelfabriek en een ijzergieterij. De gebroeders Harm Pieter Cornelis de Geeter (geboren 1878) en Tiemus Egenius de Geeter (geboren 1886) werkten als machinisten in de exportslachterij. In 1910 begonnen ze voor zichzelf met een nikkel- en moffelfabriek aan de Boukegang (tegenwoordig de Prins Hendrikstraat). Dat was het begin van de Rijwielfabriek Mustang, die 74 jaar zou bestaan.

In de jaren twintig van vorige eeuw lieten de gebroeders De Geeter een nieuwe fabriek aan de Paul Krugerstraat bouwen. Ongeveer tegelijkertijd werd de fabricage van frames en eigen fietsen ter hand genomen. De fietsen werden onder de merknamen 'Mustang' en 'Albatros' aan fietsenmakers in Noord-Nederland verkocht. Rond 1930 kwam ook de zoon van Harm Pieter Cornelis de Geeter, Roelf de Geeter (geboren 1909), in het bedrijf. Pal naast de nieuwbouw voor de rijwielfabriek werd een gebouw van witte steen opgetrokken. Daarin vestigden de gebroeders De Geeter een ijsfabriek. De productie van ijs voor de koeling van winkels zoals slagerijen was een lucratieve bijverdienste. Aangezien de broers uit hun tijd in de exportslachterij ervaring met koelinstallaties hadden, was deze stap niet verwonderlijk.

Het ijs werd in staven van 25 kilo verkocht en met een eigen bestelwagen bij de klanten afgeleverd. In het weekend konden klanten zoals bijvoorbeeld de ijscoventers op zondagmorgen op een bepaald tijdstip het ijs komen ophalen. Er was niet veel mankracht nodig om de ijsfabriek draaiende te houden: de machines liepen dag en nacht door, er moesten alleen af en toe staven worden getrokken en nieuw water worden bijgevuld. In de jaren dertig ontwikkelde Roelf de Geeter een fiets met een aantal opmerkelijke bijzonderheden. De achterpatten aan het frame waar de wielas in vast wordt gezet, waren zo gevormd dat de speciale spatbordstang er ingestoken en met een klemschroef vastgezet kon worden.


De speciale Mustang spatbordstang

Dit gaf een stijf en degelijk achterframe - zelfs zo stijf dat het bij het wisselen van de achterband niet mogelijk was om de vork uit elkaar te trekken. In plaats daarvan moest het achterwiel gedemonteerd worden. De eigenlijke bedoeling van deze constructie was echter een andere. Eind jaren dertig hielden de betere rijwielfabrieken in Nederland zich bezig met de vraag hoe de kwetsbare verlichtingskabel door het frame naar achterlicht geleid kon worden. Door de speciale achterpat kon de kabel onzichtbaar door de liggende achtervork en de holle spatbordstang naar het achterlicht. Mustang vroeg er op 28 november 1936 octrooi op aan op naam van Tiem de Geeter. die de leiding over de frarmebouwerij had.

Dit werd op 15 juni 1939 onder octrooinummer 46044 verleend. Deze fiets, die de De Geeters als 'Octrooi- fiets' onder de naam Mustang verkochten, week nog op twee andere onderdelen af van het tot dan toe gebruikelijke model: de spatbordstang en de lamphaak. In plaats van de omhoog gebogen carbid- lamphaak ontwikkelde de Geeter de puntig gevormde snephaak zoals deze na de oorlog alom in gebruik zou raken. Echter met één verschil: bij Mustang zat de lamphaak aan de stuurpen vast gelast. De spatbordstang was verlengd zodat deze buiten het spatbord uitstak en een bumper ter bescherming van de achterkant vormde. Ook dit ïdee werd door de concurrentie dankbaar overgenomen, omdat Mustang niet de moeite had genomen het te laten beschermen.

Juncker en Batavus horen tot de eersten bij wie deze bumper op de toerfietsen opdook. Henk de Geeter, de zoon van Roelf, herinnert zich: 'Mijn vader heeft altijd gezegd: hadden we op die bumper en de snephaak maar octrooi aangevraagd, dan hadden we nooit meer hoeven te werken.' In de loop van de oorlog kwant de rijwielfabricage vrijwel stil te liggen, zoals dat in de hele branche gebeurde. Een deel van het personeel werd in Duitsland tewerkgesteld. De ijsfabriek daarentegen draaide op volle toeren o.l.v. Roelf de Geeter. De Duitsers hadden deze gevorderd om bederfelijke etenswaren in op te kunnen slaan. Na de oorlog kochten steeds meer winkeliers eigen koelkasten en liep de vraag naar ijs terug.


Foto genomen tussen 1928 en 1931 toont de Mustang Rijwielenfabriek van de gebr. De Geeter aan de Paul Krugerstraat 11 te Assen. Tweede van links T.E. de Geeter, geheel rechts H.P.C. De Geeter en geheel links vader P.J. de Geeter (1852-1932); de andere personen zijn niet bekend. (collectie Gemeente assen)


Mustang was in omvang de nummer twee van Nederland.

Waarschijnlijk was een brand in 1948 in de rijwielfabriek de aanleiding om met de ijsfabriek te stoppen. Alleen de buitenmuren van het gebouw bleven na de brand overeind, zodat de fabriek opnieuw opgebouwd moest worden. Het gebouw van de ijsfabriek werd nu als montagewerkplaats voor fietsen en voor de opslag gebruikt. In het begin van de jaren vijftig van de vorige eeuw kwamen de fietsen met hulpmotor in de mode. Mustang reageerde hierop door 50cc-hulpmotoren van Rex uit München met snaaraandrijving op Mustangfietsen met een verzwaard frame te monteren. Na enkele jaren stopte Mustang echter met de gemotoriseerde tweewielers. Ook de octrooifiets werd rond deze tijd uit de productie genomen.

In een Mustangfolder uit de jaren zestig staat nog wel een toerfiets model 'Octrooi' vermeld, maar de speciale achterpat werd toen niet meer gemaakt. Op 10 maart 1958 overleed Tiemus de Geeter. Het bedrijf werd nu van een vennootschap onder firma omgezet in een commanditaire vennootschap onder de leiding van Roelf de Geeter. Zijn vader Harm Pieter Cornelis de Geeter bleef als vennoot aan de onderneming verbonden. Hij overleed in 1972 op 93-jarige leeftijd. In de jaren zestig werkten zo'n 40 mensen bij de rijwielfabriek Mustang, onder wie een aantal Molukkers. Mustang had twee vertegenwoordigers in dienst die de fietsenmakers in de regio bezochten en fietsen en onderdelen van de grossierderij van Mustang aan de man brachten.

Bovendien was er nog één zelfstandige vertegenwoordiger uit Amstelveen, die door het hele land reisde om frames van Mustang aan de zelfmonterende grossiers te verkopen, die hun eigen merk op de fietsen plakten. Sinds de jaren vijftig was de framebouw voor derden een steeds belangrijkere bedrijfsactiviteit geworden. De grootste concurrent van Mustang als framebouwer was De Wilde uit Volendam en dan waren er Van Raam en Vrolijk & De Groot, beide uit Amsterdam. Mustang was in omvang de nummer twee van Nederland. De concurrentiestrijd was fel en ging soms letterlijk om een dubbeltje. Op deze manier kon geen van allen rijk worden. De framebouwers deden daarom verschillende pogingen om tijdens ontmoetingen in Amsterdam tot prijsafspraken te komen, maar de gemaakte afspraken werden daarna vrijwel meteen weer geschonden.


Particuliere verkoop

Begin jaren zestig kwamen de twee zonen van Roelf de Geeter, Harry en Henk, in het bedrijf. Ze moesten in het begin alle bedrijfsonderdelen leren kennen, inclusief de smerige klusjes in de productie. Op naam van Henk de Geeter werd in 1968 in het gebouw van de oude ijsfabriek een fietsenzaak geopend, het Asser Rijwielhuis Henk de Geeter'. Uiteraard waren daar ook Mustangfietsen te koop. De zaak was officieel bij het Centraal Bureau voor de Rijwielhandel (CBR) aangemeld. Volgens de reglementen van het CBR was het Mustang als rijwielfabriek echter niet toegestaan om fietsen aan particulieren te verkopen. Er ontstonden dan ook de nodige wrijvingen tussen Mustang en het CBR.

Toen de particuliere verkoop zo succesvol werd dat ook een stuk van de rijwielfabriek bij de winkel werd aangetrokken, werd de band tussen deze twee bedrijven helemaal duidelijk. De problemen met het CBR werden uiteindelijk zo groot dat Mustang begin jaren zeventig uit het CBR stapte. Dat betekende automatisch een boycot door de bij het CBR aangesloten toeleveranciers. Hoe kwam Mustang nu aan de nodige onderdelen? Henk de Geeter: 'Oh, ze leverden allemaal nog wel. Alleen kwamen ze niet met hun eigen vrachtwagens, maar lieten ze de levering door een transportbedrijf doen. We kregen alle materialen, het was geen enkel probleem.' De directe verkoop aan particulieren nam steeds meer toe.

Tegelijkertijd was het verschijnsel van de zelfmonterende grossier aan het verdwijnen. Vanaf halverwege de jaren zeventig gingen de fietsen vrijwel allemaal in de particuliere verkoop. Door de lage prijs trok Mustang klanten uit heel Noord-Nederland. Uiteindelijk was het voor Mustang door de schaalvergroting in de branche niet meer rendabel om de productie in eigen hand te houden. Ook het moffel- en chroomwerk kwam door strengere milieuwetgeving onder druk te staan en werd uiteindelijk opgegeven. In de tweede helft van de jaren zeventig werd de eigen framebouwerij beëindigd en werden de machines naar België verkocht. Mustang kocht vervolgens nog wat frames uit België die in de eigen fabriek werden gelakt.


Foto genomen op 10-10-1950 toont het personeel van de Mustang Rijwielfabriek De Geeter aan de Paul Krugerstraat 11 (na 1950 nr. 37) te Assen, tijdens het 40-jarig bestaan. Voorste rij v.l.n.r. mevr. M. Wekema, mevr. T. Tuinbeek, T.E. de Geeter, H.P.C. de Geeter, R. de Geeter, mevr. K. Schuring en J. Fekkes. Tweede rij v.l.n.r. A. Bultstra, D. Tattje, T. Kramer, D. Klaucke, M. Maris, dhr. Neijenhuis (met bril), B. Meek, A. Fekkes, K. Fekkes, W. Overbeek, F. Klok (met bril), iets naar achteren onbekend, naar beneden D. Nienhuis (staand links achter de dame), naar achteren W. Fekkes, naar achteren R. Stoffers, rechts naar achteren dhr. Seetz, dan naar beneden vijf personen: H. Viring, P. Christerus, D. Maris, dhr. Wesseling en geheel rechts W. Koekoek. Derde rij v.l.n.r. J. Meijer, G. Klaucke, H. Radix, B. Prophitius, onbekend, dhr. Seetz, G. Jagt, A. Philips en H. Joling. Op de achterste rij vijf personen onder de lijn van het afdak: v.l.n.r. dhr. Beugels, onbekend, iets lager dhr. Abbing, J. Hamminga en onbekend. (collectie Gemeente assen)


Het definitieve einde van de grootste fietsenfabriek van Assen

Het assemblagewerk liet men door de sociale werkplaats Cewaco in Assen (nu Alescon) uitvoeren. Daar werden al sinds begin jaren zeventig jaarlijks tienduizenden fietsen voor verschillende Nederlandse rijwielfabrieken gemonteerd, waaronder Union uit Nieuwleusen en Franssen (met de merken Cyrus en Valuas) uit Venlo. In 1979 overleed Roelf de Geeter, die het bedrijf tot dan toe samen met zijn zonen had geleid. Enkele jaren later stopte Mustang helemaal met de fietsfabricage en werden de fietsen compleet van Cové in Blerick betrokken. Daarbij werd nu de merknaam Albatros sterker naar voren geschoven, omdat de reputatie van het merk Mustang in de jaren zeventig onder problemen bij het lakprocédé te lijden had gehad. De last die op de schouders van Harry en Henk de Geeter rustte werd na het overlijden van hun vader steeds zwaarder. Ook de economische situatie was in die tijd niet gunstig.

Begin jaren tachtig belandde Harry in de ziektewet. Toen Henk alle taken moest overnemen werd het ook voor hem teveel. Het bedrijf raakte in 1984 in surséance van betaling en werd overgenomen door Ferwerda in Groningen. Eén medewerker, Henk Blijleven, verhuisde mee naar Groningen en werkt er nog steeds. De bestaande voorraden werden opgemaakt, waarna de namen Mustang en Albatros van de markt verdwenen. De verlaten Mustangfabriek, die in de jaren twintig nog aan de rand van Assen stond, lag inmiddels zeer centraal. Het terrein aan de Paul Krugerstraat was ondanks de bodemvervuiling nog zo veel waard dat het uiteindelijk lucratiever bleek om het aan een projectontwikkelaar te verkopen. Dat betekende het definitieve einde van de grootste fietsenfabriek van Assen


Bezoek hier de website van de Mustang Rijwielfabriek


Bronvermelding:

Asser Historisch Tijdschrift; Een artikel van Herbert Kuner.







© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl