In en om Assen





Muziekgeschiedenis Drenthe


Bronvermelding:
'Waardeel, Drents Historisch Tijdschift. Nummer 2 - 2006. Een uitgave van de Drentse Historische Vereniging. Een artikel van Albert Haar



The Strolling Players 1961 (foto Albert Haar, compositie sk.)


Inleiding

Binnen de Drentse geschiedschrijving is nog weinig aandacht voor de periode van de afgelopen vijftig jaar. Een onderwerp als muziekcultuur komt daarin helemaal niet voor. In 2003 vatte een groepje mensen het plan op om het onderwerp Drentse lichte muziek bij de kop te pakken: de muziek van café en danszaal. Het resultaat van hun speurtocht verscheen recent in boekvorm. Albert Haar, een van de initiators, geeft voor Waardeel een schets van deze muziekgeschiedenis.

Voor het boek Altied underwegens - Vijftig jaar lichte muziek in Drenthe is deels gebruik gemaakt van schriftelijke bronnen, zoals de Drentse en Asser Courant, de muziekbladen en recent verschenen boeken als De Missie over Harry Muskee en Vlinder van 20 lentes over Duo Karst. Maar dit zijn beperkte bronnen, want hierin is alleen de geschiedenis van de meest bekende artiesten geboekstaafd. De geschiedenis van de lichte muziek in Drenthe bleek voornamelijk in de hoofden van mensen te zitten en hooguit te zijn vereeuwigd in hun plakboeken en fotoalbums. Dus werden er gesprekken gevoerd met muzikanten, zaalhouders, studioeigenaren, jongerenwerkers en winkeliers. Waar speelden de muzikanten, hoe was de samenstelling van de groep, welk repertoire hadden ze, hoe gedroegen de fans zich, waar werden studioopnamen gemaakt, hoe was de aandacht in de media en wat waren de successen en teleurstellingen?


Muziek van alle tijden

Natuurlijk is er ook in Drenthe altijd muziek geweest. Er zal zijn gezongen en gefloten. Juist het platteland, met de ruimte, bood gelegenheid te over om zonder storende blikken van andere mensen vreugde en verdriet te uiten in vocalen. De schoolmeester begeleidde met zijn viool de kinderzang. De harmonicaspeler zorgde in het dorp voor de gezelligheid in de avonduren of tijdens feesten. Vooral de trekharmonica ('de eenrijer', de meest eenvoudige in z'n soort met een diatonische toonladder in C) was in zwang om eenvoudige melodieën op te spelen. Later zien we in christelijke gezinnen, in het bijzonder de gereformeerde, het harmonium verschijnen, als begeleidingsinstrument bij het zingen van psalmen en gezangen.

Alhoewel de eerste radiouitzending al in 1919 in Eindhoven plaatsvond (alleen in die omgeving te ontvangen), ontwikkelde de radio zich pas goed aan het eind van de jaren twintig. De Tweede Wereldoorlog bracht een geweldige internationalisering van de communicatie. Amerikaanse en Canadese soldaten brachten hun muziek mee naar Europa en al tijdens de oorlog startte de Voice of America met de uitzendingen. De verschillende stations voor de Amerikaanse soldaten in Europa, zoals de American Forces Network (AFN), brachten na de oorlog de jazz, blues en countrymuziek over.

Drentse middelbare scholieren als Harry Muskee en Erik Nordholt deden zo hun eerste muzikale kennis op. Een andere oorlog zorgde in Drenthe voor de eerste plaatopnamen. Nederlandse soldaten in Indië brachten hun groeten over middels een plaatopname en omgekeerd. De firma Adolfs uit Enschede maakte op locatie een plaat die naar een familielid overzee gestuurd kon worden. Zo speelde Gerrit Sikkenga uit Westerbork een nummer voor zijn broer in Indië. De opname werd naar alle waarschijlijkheid gemaakt in zaal Prakken in Beilen.


Drentstalig

Het was schoolmeester Peter van der Velde uit Roderwolde die als een van de eerste liedjeszangers de Drentse podia betrad. Al voor de Tweede Wereldoorlog schreef en zong hij zijn meestal Drentstalige liedjes. In 1940 begon hij met het Bonte Bitse Cabaret (met de uitdagende afkorting BBC!). Op last van de bezetter werd het cabaret in 1943 opgeheven. Na de oorlog pakte Van der Velde de draad weer op met het cabaret De Bekketrekker. De naam was het Drentse equivalent van de sleedoorn, de struik die blauwe vruchten draagt die zo wrang smaken dat je 'de bek d'r van samentrekt'. In 1950 stapten Peter en zijn vrouw Alke van der Velde uit het cabaret dat daarna als revuegezelschap verder ging. In die naoorlogse periode ontwikkelde de Omroep van het Provinciaal Militair Commissariaat (OPMC) zich tot regionale omroep voor Noord-Oost Nederland (RON, later RONO).

In 1946 kwam er een kwartier zendtijd voor de provincie Drenthe. Het was Tonny van der Veen die in zijn programma De Aetherbusse de eerste Drentse liedjes liet horen. Veelal door hemzelf geschreven en gezongen door de Triantha's, een studioformatie bestaande uit onder andere Jan van Dijk, Jaap Dubbelboer, Tonny van der Veen, Sieb Kooi, Henk van Dijk en Jan Scholten en later aangevuld met Eddy Kamstra op accordeon. Naar voorbeeld van Amerikaanse groepen als de HiLo's, de Four Freshmen en de Andrew Sisters zongen zij 'Mooi Annegien', 'Rosing's heeg' en "t Is lente in Drenthe'. De geschiedenis van de Triantha's werd pas in 2002 beknopt opgetekend door Egbert Meijers in het boekje bij de cd De Triantha's 1948-1956.


De Triantha's. Drentstalige muziek van de jaren '50. (collectie Albert Haar)


Nieuwe bandjes

Een andere belangrijke invloed op de lichte muziek in Drenthe in de jaren vijftig van de vorige eeuw was de aanwezigheid van de Johan Willem Frisokapel in Assen. Als enig professioneel muziekgezelschap in Drenthe had het orkest een grote uitstraling. Veel leden van het orkest werkten in hun vrije tijd als muziekdocent, dirigent of speelden als muzikant in kleine ensembles. Het combo Wes van Wagensfeld was daar een goed voorbeeld van. Zij verzorgden muziek in het ball-roomcircuit. Daarnaast waren er de schoolfeesten voor middelbare scholieren. In Assen maakte het Dubbel-S-Combo furore, met Frans Koning op trompet, Peter Linker op gitaar, Adri Merks achter het slagwerk, Eric Nordholt op piano en Dick Rienstra die klarinet en zang combineerde.

In hetzelfde circuit was ook The Old Fashioned Jazz Group actief. De band kwam voort uit de Mixtures en speelde een mengeling van dixieland en jazz. Spil van de groep waren de gebroeders Jaap en Henk Hilbrandie. In de groep speelde ook een schuchtere, jonge bassist die later beroemd zou worden als blueszanger: Harry Muskee. Het was het begin van de jaren zestig en de band speelde regelmatig als onderdeel van het revuegezelschap Showboat van Sjaak Nieuwenhuis, waarvan ook een vrouwelijk zangduo, danseressen en het bandje The Rocking Strings, met Eelco Gelling op gitaar, deel uitmaakten. In de revue werd de basis gelegd voor Cuby and the Blizzards


Indorock

De eersten die in Nederland de rock-'n-roll uit Amerika oppakten, waren de Tielman Brothers uit Breda. De vier broers, af en toe bijgestaan door zus Jane, waren begonnen als The Timor Rhytm Brothers en maakten in 1958 de single 'Rock little baby of mine'. Het was het begin van een muziekstijl die doorgaans aangeduid wordt als Indorock. In Drenthe werd de nieuwe muziek met extra interesse gevolgd door de jongeren onder de 3000 Molukse bewoners van Woonoord Schattenberg, het oude Kamp Westerbork. Het waren jongeren als Daniël Sahuleka en Anis Latumaelissa die de Molukse muziek een gezicht gaven. Beide groeiden op in Schattenberg en zochten hun weg in de muziek. Sahuleka kwam op het nationale poppodium met successen als We'11 go out tonight' en 'Wake up'.

Voor het album 'Sunbeam' ontving hij in 1981 een Edison. Voor Anis Latumaelissa is Drenthe de basis gebleven. In 1957 richtte hij met vier andere Molukse jongens The Strolling Players op. Ze speelden op feestjes en bruiloften in Schattenberg, maar stonden ook in het voorprogramma van de Blue Diamonds, hét boegbeeld van de nationale Indorock. Niet alleen Schattenberg leverde puike 'Drentse Indorock'. Neem bijvoorbeeld de Hartung Sounds uit Coevorden. Ze traden op in Tijd voor Teenagers van de VARA en Nieuwe Oogst van de AVRO. Ondanks een paar succesvolle singles lukte het hen echter niet om professioneel te gaan werken. Het bleven optredens in de vrije tijd en 's ochtends om zeven uur stonden ze weer aan de poort bij Philips in Hoogeveen.


Daniël Sahuleka


Stad en platteland

Van oudsher waren Assen, Meppel en Coevorden de stedelijke centra van Drenthe. Na de oorlog kwamen daar Hoogeveen en Emmen bij. Niet dat het er alle dagen feest was, maar er gebeurde wel eens iets. Op het Drentse platteland was het een stuk rustiger. Zeker, er was een bloeiend verenigingsleven met muziek, zang en toneel. Geen wonder dat de revuecultuur tot op de dag vandaag in menig dorp bloeit. Van echte amusementsmuziek was aanvankelijk amper sprake. Pas in de jaren vijftig en zestig kwam daar verandering in. Voortaan leefde ook het platteland zich uit op zaterdagavond (en soms zondagmiddag). Van heinde en ver trok men met Puch, Zündapp en Kreidler naar Van Dalen in Oosterhesselerbrug, De Gouden Leeuw in Zuidlaren en Van Hemmen in Gasselte.

En aan de rand van Drenthe ging men naar Takens in Balkbrug, Dommering in Winschoten, Pruim in Zevenhuizen, De Witte Paarden in Steenwijkerwold en De Kruisweg in Marum. En was er op zondag niks te doen in Hoogeveen of Smilde, dan kon men 's avonds terecht bij Mulder in Dwingeloo of Sent Hees in Ruinen. Dansen en na afloop ruzie met jongens uit een ander dorp om een meisje. Dat beeld veranderde toen eind jaren zestig het sociaal-cultureel werk zich ging ontwikkelen. Gestimuleerd door Jim van Opijnen, vertegenwoordiger van het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk in Drenthe, werd dit in menig Drentse gemeente op poten gezet. De flinke subsidies vormden een belangrijke stimulans.

Met begeleiding van consulenten van de STIP (Stichting Stimulering Projecten) in Borger verrezen her en der jeugdsozen en jongerencentra, zoals Goeroe in Nieuw-Schoonebeek, The House in Gieten, Tinck in Hoogeveen, Dodiek in Zuidwolde en Trefpunt in Meppel. Voor veel jongeren was het de kennismaking met een nieuwe wereld van Undergroundmuziek, Hitweek, blowen en de revolutie, van generatieconflict, gezagscrisis en de verbeelding aan de macht. Kortom, de tegencultuur. De band Child of nature uit Grolloo, met onder andere Henk Lanting, Frits Charbon en Marius Bos, speelde psychedelische muziek. Human Orchestra uit Emmen experimenteerde met jazz en blues.


Een elpeehoes van Cuby and the Blizzards (collectie G. Schenkenberg van Mierop)


Iconen

Het past niet zo bij de Drentse mentaliteit om mensen op een voetstuk te plaatsen. Lichte muziek in Drenthe is dan ook vooral amateur-muziek geweest. De meeste muzikanten werkten doordeweeks op de bouw of in een fabriek en in het weekend stonden ze op het podium. Slechts weinigen zijn tot sterrendom gekomen en hebben er hun beroep van kunnen maken. Harry Muskee is met Cuby and the Blizzards al veertig jaar actief en hij doet gewoon zijn dagelijkse boodschappen in Rolde. Niemand die hem daar als een ster ziet. Gedeputeerde Marga Kool moest in 1992 de toekenning van de Culturele Prijs van Drenthe aan de blueszanger voor de poorten van de hel wegslepen. En het borstbeeld dat in 1997 in Grolloo werd geplaatst, was een initiatief van de Friese gedeputeerde Gerard van Klaveren.

En dan dat andere icoon van de Drentse muziek: Daniël Lohues, de zanger van Skik, uit Erica. Geboren in het tuindersdorp, trok hij weg naar de grote stad en kwam terug om zijn 'roots' te vinden. Net als Muskee is hij een authentiek talent met een grote verbondenheid met de provincie. Zijn teksten zijn in het Drents en hebben vaak een Drentse situatie tot onderwerp ('Op fletse'). En al zingt Harry Muskee in het Engels, de thematiek en aard van zijn muziek zijn zo Drents als wat. In het nummer 'Just for fun' (Desolation, 1966) zingt hij over het dorpsleven in Grolloo en de cryptische en sobere teksten met veel understatement van andere nummers tonen grote overeenkomsten met de uitingsvormen van de autochtone Drent.

Je merkt bij beide artiesten dat Drenthe hun 'thuis' is. Marten Löhr bezocht tientallen muzikanten op zoek naar hun verhaal en voerde eindeloze gesprekken met mensen van de Hartung Sounds, met Roel Fleer van Highmoor City Seven, Ina Rees en Rita Eggens. Marten was niet de enige. Een auteursteam van zo'n 25 personen graasde Drenthe af naar informatie. Niet gestructureerd, wél gemotiveerd. Het resultaat werd geredigeerd door twee professionals: Sophie Timmer en Bertus Boivin, beiden historicus én met een passie voor muziek.







© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl