In en om Assen




De Nieuwstraat


Het kruidenierswinkeltje van de weduwe Suichies omstreeks 1960 op de hoek van de Lonerstraat (links). De huizen rechts van Suichies zijn ten behoeve van de nieuwe weg naar Rolde al afgebroken. (collectie Asser Historische Vereniging)


Het waren zeer eenvoudige huisjes

Anno 1930 (ik was negen) heette de Wethouder Buningstraat nog de Nieuwstraat. Omdat het een nieuwe straat was. De buurt met twintig huizen en een winkel was in 1911 gebouwd door de Bouwvereniging Assen voor mensen met een smalle beurs. Ook de aanleg van de straat zelf was het werk van de bouwvereniging. Het rijtje waar wij woonden was kleiner dan de “rode” woningen die nu nog steeds aan de Wethouder Buningstraat staan.

Ons huis kostte toen fl. 1,25 per week. De grotere huizen verderop deden fl. 2,25 per week. Wij woonden destijds op nummer 27, het op een na laatste huis aan de linkerkant vanaf de Lonerstraat. Het hele rijtje bestaat al niet meer, opgeofferd voor de aanleg van de Roldertunnel in 1960. Door die tunnel is het ook een heel besloten buurtje gebleven. Dat was destijds niet de bedoeling, want je kunt nu nog zien dat er zijstraten waren gepland naar de Steendijk en naar de Lonerstraat. Het waren zeer eenvoudige huisjes met een woonkamer waarin twee bedsteden. De grotere was voor mijn ouders, de andere voor mijn zuster Hilly. Dan was er nog een achtergedeelte met een stenen vloer. Ik herinner me een waterkraan met een emmer eronder. Daar werd gekookt op een kookkachel en op een gasstel. Maar er werd ook gewassen en we gingen er zaterdags achter elkaar in de tobbe.

Bij de voordeur was een klein portaaltje met een trap naar de zolder. Het was er niet groot. Daar stonden twee tweepersoons bedden en dan was er nog net ruimte voor een kastje met boeken en wat persoonlijke spullen. In het ene bed sliep mijn oudste broer Jannes, het andere was voor mij en mijn jongste broer Albert. De zolder werd slechts verlicht door een dakraampje voor en achter. Mijn vader was ‘los werkman’. Meestal maakte hij dingen van cement: septictanks, rioolbuizen en vooral veel dakpannen. Hij was de laatste pannenbakker van Assen.

Als hij werk had verdiende hij tien of twaalf gulden per week. Dat was al geen vetpot, maar als er geen werk was moest hij in de werkverschaffing. Bos aanplanten in Gasselte of Grolloo. Dan kwam er zeven of acht gulden op de plank. Mijn moeder had drie werkhuizen. Onder meer bij dokter Kalverkamp. Maar als mijn vader steun had, werden er van de drie gulden die ze verdiende twee ingehouden van de steun. Dat soort armoede was er meer in de straat.


De weduwe leverde ook gasmunten

Aan het begin van de straat op de hoek links was het kruidenierswinkeltje van de weduwe Suichies, volgepakt met alles wat men toen nodig had. Het petroleumvat stond gewoon in de winkel bij de voordeur. Puntzakken boven de toonbank aan een touw, de grote koffiemolen op de hoek van de toonbank. Verder waren er bakken langs de muur met diverse grutterswaren. Als je boodschappen kwam doen en je had geen geld, dan werd het opgeschreven in het winkelboek. Zaterdagsmiddags moest er worden afgerekend. Dat kon toen allemaal nog. De weduwe leverde ook gasmunten. Kosten: elf cent. Wij hadden toen allemaal nog gaslicht. Met zo’n fragiel kousje. Als wij op zolder wat wild aan het spelen waren riep mijn moeder: “Jongens, zachtjes aan, anders is het kousje stuk”.  Nu nog zeggen we wel eens tegen elkaar: ’Denk om ’t koussie’. Het gebeurde wel eens dat op zondag de gasmunten op waren. Dan kon je bij Suichies even achterom vragen om een paar munten.

Voor in de straat rechts was onder andere de sigarenfabriek van Laferte. ‘Rookt Verdi’ stond er op de muur geschilderd. Zoals zoveel Assenaren in die tijd hadden we een plee in de schuur. Aansluiting op het riool was er nog niet. Daarvoor was er een tonnetje, dat regelmatig geleegd moest worden. Dat gebeurde bij voorkeur op de mestvaalt achter in de tuin. Het kon ook gedaan worden door de gemeentereiniging, maar daarvoor moest betaald worden. De mest gebruikte mijn vader op de tuin. Hij verbouwde er aardappelen en groenten en dat gold eigenlijk voor de hele buurt.


Aan de Nieuwstraat stond tot 1953 de sigarenfabriek van de Gebroeders Laferte. Links achter de heg woningen aan de Nieuwstraat. (foto Gerrit Oosterveen, collectie J. Laferte, Assen)


Er was respect voor elkaar

Achter in de straat stond onze school. Hij staat er nog, al is hij verbouwd. Toen heette hij School nummer -4- aan de Nieuwstraat. Hoofd van de school was meester Bosscher. Hij gaf les aan de zevende klas. Leerkrachten waren de meesters Boxma, Van Boven en Meertens en mejuffrouw Benus voor klas drie. De anderen zijn mij niet bekend. Voor de school was nog een plein van zand. Dit hoorde niet bij de school maar was voor ons een prachtig voetbalveld. Omdat we geen voetbal hadden was een opgeblazen varkensblaas of een tennisballetje het alternatief. We hebben het altijd een gezellige buurt gevonden. Heel sociaal. Iedereen wist alles van iedereen en wij vonden dat heel normaal. Op een keer was ik voor straf naar boven gestuurd. Mijn ouders gingen weg, maar als ik beneden zou komen zou er wat zwaaien. Toch kon ik me niet bedwingen en probeerde over het dak beneden te komen. Maar de buurvrouw hoorde me en schreeuwde me toe dat ik moest maken dat ik weer terug kwam. Zoveel respect voor de buurvrouw hoef je tegenwoordig niet meer te verwachten.

Nog even over het gas. De straat werd verlicht met twee gaslantaarns. Het kousje daarvan kon ook stuk gaan. Dat gebeurde wel eens, want we gebruikten de gaslantaarns ook voor spelletjes. Tikkertje, blikkie spuit of verstoppertje. We speelden ook wel op de goederenwagons op het stuk spoor aan de Lonerstraat (nu Rembrandtlaan) waarin de varkens voor de Drentex werden aangevoerd. Ook het Pelincksbos was een belangrijke speelplek. Zwemmen deden we in het kanaal (nu Havenkanaal) aan het eind van het Molenpad. Van Geldersplas aan dat pad (nu Amelterhout) leverde ons de rieten pijlen voor in onze bogen waarmee we de mussen van het dak schoten.


Wie woonden er in de Nieuwstraat?

Het was in die jaren een kinderrijke buurt. Er woonden vooral arbeidersgezinnen. Aan het begin van de straat woonde metselaar Jongsman. Dan kwam De Vries. Die maakte botertonnetjes bij Botsinga aan de Steendijk. Diens buurman Weidgraaf had wel acht kinderen. Daarna kwamen het echtpaar Tabak en weduwvrouw Linker. Dan stratenmaker Drent, wiens zoon in de oorlog is omgekomen bij Leipzig. Dan had je de familie Soer en vervolgens stukadoor Dijkhuis. Zijn zoon Stoffer voetbalde niet onverdienstelijk bij Achilles. Naast hem woonde Torley. Hij was slachter bij de Drentex. Naast Torley woonden wij en op nummer 29 de familie Roos. Die ventte met petroleum. Ze hadden twee dochters en een zoon.

Daarna had je de rode woningen. In de twee blokken aan de Lonerstraatkant woonde op nummer 31 gasfitter Meijer en zijn gezin. Hij werd door ons ‘Gasmeijer’ genoemd omdat er nog een Meijer in de straat woonde. Ernaast woonde weduwe Rudolphus met twee zoons. Dan het echtpaar Jellema. Hij was jarenlang gemeenteraadslid voor de CPN en botermaker bij zuivelfabriek Acmesa. Voor ons was het een echte meneer: een Fries die keurig Hollands sprak. Op nummer 41 woonde gemeentewerkman Middelbos met zijn gezin met vier kinderen. Als laatste van het blok woonde ‘Spoormeijer’, zo genoemd omdat hij bij de NS werkte. Aan de andere kant was een blok van tien huizen aan elkaar, zodat je achter alle huizen langs moest om bij de achterdeur te komen. Daar woonde onder meer  de familie Pultrum.

Aan het nooit doorgetrokken zijstraatje richting Steendijk woonden de families Ubels, Talens en De Vries. Tegenover ons huis stond nog een blok van drie woningen van de families Meilof, Regtop en Kuiper. Daarnaast dan het huis van de familie Laferte met de sigarenfabriek. Het voorste stukje aan de rechterkant van de straat grensde aan de tuinen van de Steendijk. Daar stonden appel- en perenbomen die voor ons jongeren een geweldige aantrekkingskracht hadden.


Het eerste onderwijzersteam van School nr. 4 die op vrijdag 4 januari 1929 in gebruik werk genomen (later de Vermeerschool genoemd) bestond uit: J. Boscher, hoofd - klas 7, A van Boven - klas 5, A. Meertens - klas 4, Mej. M.C. Hamming - klas 3 en 2, J. Boxma - klas 6, Mevr. Somer - klas 2, Mej. N. Dalman - klas 1 en Mej. G. Benes - klas 3 (Bron: jubileumboekje 'Vermeerschool' 1929 - 1979)


De roodvonkepidemie

Belangrijk fenomeen in de buurt was ook de bijverdienste van de Wilco. Deze conservenfabriek stond even verderop aan toen nog de Lonerstraat. In het zomerseizoen werden er auto’s vol snij – en slabonen aangevoerd. Deze moesten dan worden gepunt door mensen in de buurt. Ook wij hadden zo vele honderden kilo’s bonen gepunt. Voor het daarmee verdiende geld werd kolen en turf gekocht. Het was dus nodig ook, die bijverdienste. Vaak mochten we pas gaan spelen als we een paar kisten hadden gedaan.

Een gebeurtenis die me nog bij staat is een roodvonkepidemie in Assen – Oost. Er waren heel veel mensen ziek. De gemeente had toen het plaveisel van de straat bedekt met stro. Om het geratel van karren een beetje te dempen voor de rust. Een andere keer werd ik aangehouden op een fiets met een belastingplaatje met een gat erin. Dat kreeg je als je de belasting niet kon betalen, maar dat was alleen voor mijn vader bedoeld. Ik moest verder lopen en de fiets kon mijn vader terughalen bij de politie en een boete betalen van fl. 2,50.

Bijzonder was ook de keer dat mijn moeder de ophaler van de kerkbelasting de deur wees. Wij waren bij De Kapel aan de Oosterhoutstraat. Een paar keer per jaar werd de kerkbelasting opgehaald en dat was veel geld, 24 gulden of zo. Toen mijn moeder zei dat ze haar geld hard nodig was voor de kinderen zei die man dat de kerk voor de kinderen ging. Zo zijn heel wat mensen van de kerk vervreemd. De wethouder Buningstraat is bekend geworden door het bombardement in de laatste dagen van de oorlog. Omdat in de school veel Duitsers zaten. Veel weet ik daar niet van, omdat ik toen voor de Arbeitseinsatz in Duitsland zat. Maar toen ik na de bevrijding thuis kwam waren de ramen van ons huis met planken dicht getimmerd. De bommen hadden de ruiten uit de huizen geblazen. Ik ben direct glas gaan regelen, voor zover mogelijk.

Gelukkig bestaat een belangrijk deel van de straat nog. Het is nog altijd een bijzondere straat!


De wethouden Buningstraat anno 2010. foto © Sietse Kooistra 2010


Bronvermelding:

Asser Historisch Tijdschrift; nummer 2 / juni 2006. Een artikel van Gerrit Schuiling





© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl