In en om Assen





De geschiedenis van het Noorder Dierenpark Emmen


Bronvermelding:
'n metamorfose'. Uitgave van het Noorder Dierenpark, maart 1995. ISBN 90 71533 52 2



Op Hemelvaartsdag 1935 opende het Noorder Dierenpark zijn poorten.

Willem Oosting had een groot deel van de tuin van zijn ouderlijk huis omgetoverd tot een dierenpark en daarmee zijn jongensdroom verwezenlijkt. Al heel jong antwoordde hij op de vraag wat hij later wilde worden: "Directeur van Artis!". Toen dat niet lukte, maakte hij z'n eigen dierentuin. Het was een louter particuliere onderneming, met familiegeld op familiegrond gebouwd. Van het begin af aan overtrof het bezoekersaantal alle verwachtingen. Daarom konden al vrij snel naast het park gelegen percelen aangekocht worden. Willem Oosting trouwde in 1938 met Tineke Bos ma, die tuinarchitecte was. Zij besteedde veel aandacht aan het groen in het park. Vanzelfsprekend brak in de oorlog een moeilijke periode aan.

Een echte hongersnood heeft Drenthe tussen 1940 en 1945 niet gekend, maar het was toch niet altijd eenvoudig om aan genoeg voedsel voor de dieren te komen. Daarom werden soms pasgeboren bizons en kamelen vetgemest om aan de leeuwen, tijgers, wolven en hyena's te voeren. Voor onderduikers bood het dierenpark een ideaal toevluchtsoord. Het meest werd gebruik gemaakt van de zolder van de wilde dierengalerij. Willem Oosting bewoonde met zijn gezin en ouders het dubbele witte woonhuis dat net voor de oorlog gereedgekomen was. Nu dient het bovengedeelte ervan als kantoor voor de directie en de administratie. Beneden is een restaurant gevestigd. Voor het huis lag een groot gazon dat op drukke dagen als fietsenstalling gebruikt werd.

De entree van het park bevond zich op de stoep van de Hoofdstraat. Bezoekers moesten eerst een lang, aan weerszijden met gaas afgeschermd pad volgen voor ze het eigenlijke dierenpark bereikten. Aan de ene kant van dat pad lag de tuin van de familie Oosting, aan de andere kant die van de familie Hospers. In 1971 werden beide tuinen aan het park toegevoegd wat een aanzienlijke verruiming betekende. Na de oorlog brak voor het Noorder Dierenpark een echte bloeitijd aan. Er waren jaren waarin zo'n 250.000 mensen het park bezochten, terwijl het maar zeven maanden van het jaar geopend was. Bovendien was Drenthe toen nog zeer dunbevolkt. Het Noorder Dierenpark was zonder twijfel de grootste trekpleister van het hele Noorden.


Eindjaren '60 begon het bezoekersaantal terug te lopen.

De redenen daarvan waren divers: meer dagattracties, toenemend autobezit, meer vakanties in het buitenland en een kritischer houding van bezoekers. Door de terugloop van de kaartverkoop werd het steeds moeilijker om nieuwe publiekstrekkers te realiseren. Het park ontving als familiebedrijf ook geen overheidssteun. Op den duur kon zelfs het onderhoud niet meer naar behoren uitgevoerd worden. Willem Oosting raakte volkomen gedesillusioneerd en wilde het park verkopen. Maar hij was niet de enige eigenaar. Sinds het overlijden van zijn ouders was zijn zuster, Digna Gerritzen-Oosting, voor de helft mede-eigenares. Zij wilde het park absoluut niet verkopen, maar het behouden voor zowel de familie als voor de Emmer gemeenschap.

Statutair was Willem Oosting verplicht zijn aandelen eerst aan zijn zuster aan te bieden. Haar ontbraken echter de financiële middelen voor de aankoop. De toenmalige president-commissaris van het park, het kamerlid mr. Harm van Riel, had inmiddels Aleid, de oudste dochter van Willem Oosting, en haar echtgenoot, de architect Jaap Rensen, benaderd met de vraag of zij bereid waren de directie over te nemen. Zij voelden daar, na enige aarzeling, wel voor. Begrijpelijkerwijs wilde de gemeente Emmen het park graag laten voortbestaan. Zelfs in die moeilijke periode was het namelijk toch nog goed voor zo'n 200.000 bezoekers. Daarom kwamen, na uitvoerige onderhandelingen, de gemeente en de familie overeen dat Digna Gerritzen de aandelen van haar broer zou overnemen en dezelfde dag aan de gemeente Emmen zou doorverkopen.

Zo werd het Noorder Dierenpark in augustus 1970 voor de helft gemeente- en voor de helft familiebezit. Jaap en Aleid Rensen namen de directie over en wilden het park drastisch veranderen. De gemeente verklaarde zich bereid hierbij hulp te bieden. Deze zou voornamelijk bestaan uit het verstrekken van gemeentelijke garanties voor leningen die het park moest afsluiten. De nieuwe directie begon in september 1970 met de reorganisatie van het park. Hoofddoel werd educatie. In die jaren waren dierenparken ingericht naar diergroepen. Er was een vogelhuis, apenhuis, dikhuidenhuis en een roofdierengalerij. In zo'n roofdierengalerij bijvoorbeeld leefden Afrikaanse leeuwen zij aan zij met Aziatische tijgers en Amerikaanse poema's.

Het Noorder Dierenpark koos voor een geheel nieuwe indeling: een "geografische. Zo kwamen er bijvoorbeeld een Afrikaans, Amerikaans, Aziatisch en Europees gebied. Jaarlijks konden er maar een paar oude onderkomens vervangen worden, zodat de herindeling vele jaren in beslag nam. Op 31 mei 1971 vond, na de eerste verbouwingsronde, de heropening plaats. In dat eerste jaar trok het park maar liefst 325.000 bezoekers. De nieuwe formule sloeg blijkbaar aan. Alle reden dus om op de ingeslagen weg voort te gaan. Maar het liefst in een wat hoger tempo en op een wat grotere schaal. Daarvoor was echter meer financiële armslag nodig. In het begin van de jaren zeventig bleef de economie in Drenthe en met name in de Zuidoosthoek erg achter.

De overheid schoot te hulp, waardoor het park voor speciale projecten een beroep kon doen op stimuleringsregelingen zoals Aanvullende Werken, Werkverruimende Maatregelen en regionale investeringssubsidies. Het grootste project dat mede dankzij zo'n subsidie tot stand kwam, was het Biochron, een groots opgezet museum over de geschiedenis van het leven op aarde. Overigens heeft het Noorder Dierenpark voor alle vernieuwingen de benodigde financiën grotendeels zelf opgebracht. Aan het werelddeelgebieden-concept is in 1995 de laatste hand gelegd. Het hele park is dan ingedeeld in werelddelen met daarin de dieren die er thuishoren. De meeste gebieden hebben bovendien een eigen huis. Zo is er een Afrikahuis, een Aziëhuis en een Amerikahuis.

De indeling in werelddelen is niet het enige waarin het park zich onderscheidt van andere dierentuinen. Het meest opvallend is de grote rol die educatie in het park speelt. Eigenlijk kan er niet meer gesproken worden van een dierentuin, maar zou de term "een levend museum over de levende natuur" de lading beter dekken. Het park kent naast een aantal musea eveneens vele kleine exposities. Ook op andere manieren krijgen bezoekers informatie. Er worden tal van drukwerken uitgegeven: bijzondere boekjes, vragenlijsten, speurtochten en bouwplaten. Te veel om op te noemen. Toch zullen de meeste bezoekers niet alleen het park willen bezoeken om er iets van te leren. Ze willen ook gewoon een gezellig dagje uit. Aan die behoefte moet het park dus ruimschoots kunnen voldoen.

Dat betekent dat er hoge eisen gesteld worden aan voorzieningen als restaurants, souvenir winkels, tuinaanleg, speeltuinen, enzovoort. Door alle vernieuwingen steeg het bezoekersaantal sterk. Waren er in 1970 200.000 bezoekers, inmiddels is dat opgelopen tot 1.800.000. De omzet steeg van £1.900.000 in 1970 tot ver boven de 25 miljoen. Het aantal medewerkers nam toe van 8 in 1970 tot meer dan 180 in 1995. Het park nadert met z'n huidige oppervlak de grenzen van z'n groei met rasse schreden. Het is mogelijk dat die groei voortgezet zal kunnen worden op de nabijgelegen Noordbargeres. Al sedert 1993 worden de mogelijkheden onderzocht om op dit terrein een themapark in te richten als uitbreiding van het Noorder Dierenpark. Voor het park ligt hier misschien de mogelijkheid om opnieuw een weg in te slaan die andere dierentuinen nog niet bewandelen. Kortom, een kans om een 21e eeuwse dierentuin te ontwikkelen.


Aleid Digna Rensen-Oosting


Bronvermelding:
Artikel in "101 markante Drenten in de 20e eeuw" van Maxine Robeta Hilbrandie - Meijer; uitgeverij Moordboek, 2001.
ISBN: 9033012383


Aleid Rensen was in de jaren '70 vaste gast in de "Vuist' van Willem Duys


Zakenvrouw van het jaar 1991

Aleid Rensen is de dochter van Willem SJ. Oosting en Tineke Bosma. Oosting was de oprichter en directeur van het Noorder Dierenpark te Emmen. Het was zijn jongensdroom. Op de vraag wat wil je later worden antwoordde de jonge Willem steevast 'directeur van Artis'. Het park opende op Hemelvaartsdag 1935 zijn poorten in de tuin van het ouderlijk huis. Voor de aanleg van het park was Willems vrouw, van beroep tuinarchitecte, verantwoordelijk. Ze koesterde de oude bomen en bracht gevarieerde plantensoorten aan. Zo plantte ze bij de stinkende bizons sterk geurende jasmijn. In de oorlog kon de dierentuin het hoofd nog net boven water houden. Het particuliere bedrijf verkeerde eindjaren zestig in een ernstige crisis door verschillende factoren.

Het bezoekersaantal liep dramatisch terug. De gemeente Emmen bood uitkomst. Ze werd voor de helft eigenaar van de dierentuin. Op verzoek van president-commissaris WD-senator mr. Harm van Riel verklaarde de oudste dochter van Willem Oosting, Aleid, zich met haar man Jaap Rensen bereid de directie van het park over te nemen. Op 1 september 1970 trad het echtpaar aan om 25 jaar later op 1 september 1995 het stokje over te dragen aan een volgende generatie. Met hun moderne visie en vaardigheden hebben zij van de traditionele dierentuin, waar het ezeltje rijden een hoogtepunt was, een fantastisch educatief en wetenschappelijk centrum gemaakt. Hier kun je terecht met je kinderen en als volwassene je licht opsteken of tot rust komen.

Zowel Aleid als Jaap komt alle eer toe bij de ontwikkeling van de tuin. Zij hebben er de mooiste dierentuin van Europa van gemaakt. Zij reorganiseerden het park en maakten een geografische indeling naar werelddelen, een Europees, een Afrikaans, een Amerikaans en een Aziatisch gebied. Naast de ruime verblijven van de dieren, ontworpen naar de laatste biologische inzichten, wordt er ook in museale opstellingen aandacht geschonken aan natuurlijke verschijnselen en andere volkeren. Het park is een megaonderneming van internationale allure met een uitgebreid personeelsbestand en voorzien van technische noviteiten. En steeds moeten er nieuwe attracties verzonnen worden. Het directie-echtpaar Aleid en Jaap Rensen werkte aan de tuin ieder op zijn eigen terrein.

Jaap verdient lof vanwege zijn kwaliteiten als vormgever en bestuurder. Hij heeft veel tijd doorgebracht achter de tekentafel. Het ontwerpen voor dierenonderkomens is wezenlijk anders dan voor mensen. Hij heeft voor zijn Amerikahuis, het AmeriCasa, de architectuurprijs van Drenthe gekregen. Aleid wordt geroemd om haar inspirerende ideeën en inzicht in de p.r. en publiciteit. Ze is niet voor niets de zakenvrouw van het jaar 1991. Ze was constant bezig om de dierentuin onder de aandacht van de pers en het publiek te brengen, een ster in het houden van lezingen. Ze is een werkpaard, maar ziet er graag verzorgd uit. In haar drukke agenda is altijd plaats voor de kapper. Adel verplicht. Naast de dierentuin heeft Aleid haar sporen verdiend als bestuurder in zo'n 27 instellingen: van adviseur van de Hortus Botanicus te Leiden en voorzitter van de Stichting 'Het Drentse Landschap' tot lid Comité van Aanbeveling Stichting 'Jan Roos', straatzanger te Groningen.


50 jaor Emmer dierenpark


Bronvermelding:
'Oeze volk, maoandblad in Drents dialect. 29e jaorgang, no. -5-, Mei 1985. Een artikel van Bart Veenstra


Het dierenpark in Emmen besteeit 30 mei 50 jaor en de redaktie weur neugd urn 't vieren van dit feit ok met te maoken. Een van de eerste dingen die mij toen deur de kop gung, was: Hé, Oeze Volk hef nooit is drokte maokt over dit park. En 't is wat waor as Drenthe nog wel groots op weden mag. Waorum dan nooit in de kolommen van Oeze Volk? Ik zul der gien zinnig woord van zeggen kunnen. Toen 't park lös kwam bin'k er as kwaojong van-zölfs op antrökken. Getrouwd en aal biw der met de kinder slagmaotig west, die dan nog wel is gekker waren op de wupwappen en dreimeulnties, dan op de dieren met 'n kander. Maor plezeer hadden ze der. De leste paor jaor gow der met de kleinkinder hen en der is niks veranderd, want die zit ok vot maank de meulnties en wupwappen.

O, de dieren mugt ze ok wel, maor as der wat speulerij in 't pad steeit, bint de tiegers en eulifanten wel even vergeten. Nietterum, Drenthe mag groots weden op dit park en 'n bult volk van dichtbij en wiedvot koj der tegen. Now schreef ik hier boven van 't Emmer dierenpark maor 't steeit anschreven as Noorder dierenpark en zo is 't ok zeker, nargens vind je aans zukswat in de kop van Nederland. En je moot al 'n beste ende ofzakken, aj het tegenkommen wilt. Waorbij je dan ofvraogen moot, of 't now wel net zo is. Want 't neiste is now weer dat er 'n heel apatte vlindertoen bijkommen is. Met een hele bats bont gekleurde vlinders tusken planterij oet de tropen. Het duo Karst oet Hoogeveen zingt aait een topper oet heur repetoir met „vlinders, vlinders."

Ze mussen daor op 30 mei maor is even met de vlindertoen in, dan kan 't volk niet allen de vlinders zeein, maor der ok van heuren. Ik zul der van zeggen willen, maok ok is 'n reis hen 't Noorder dierenpark ankommend veurjaor of in d' zummer. Want deur aal vergif hej maor 'n schijntie vlinders meer in de hof of boven 't bleekveld. In de grootste overdekte tropische vlindertoen ter wereld, koj ze wel tegen. En dat is dan nog maor een part van het Biochron, ok een heel apat museum waor de ontwikkelingsgeschiedenis van het leven gloepens mooi in beeld braacht wordt. Der hef 'n tied west dat Drenthe op d' achterste beun mus zitten. Met de grootste overdekte vlindertoen kuw oons wel zeein laoten, al is dat dan 'n eer die de directie van 't park toekomp.

En dat is niet allen in Emmen zo, Drenthe döt hielndal met an. Eén ding moe'k nog even kwiet. In d' advertentie van 50 jaor lee'n stun. Entree f 0,30 per persoon, voor kinderen f0 15. Woj de doolhof in, moej f 0,10 bijbetaolen. Die priezen geldt now niet meer. Das even um je te zeg-zeg daj wat roem geld in de buus steken moot aj op 't Noorder dierenpark antuugt. En goj op pad, dan wèenst de redaktie je 'n hoop plezeer in 't jubilerend park, de Drentse Zoo.


Info op woestenledig d.d. 02.december 2010


Dierenpark Emmen 2010

Na afdracht van 19 euro 50, ‘geen korting’,
volgt het ongemak bij de kleumende bavianen.
Herkenning blijkt goed voor eenzame jeuk
op een besmeurde plek onderaan de rots.

Gevangen in een kooi van Heras-gaas voedt
de ijsberende tijger sluimerende schaamte.
‘Zo moe geworden, dat hij niets meer merkt.’
Eens zo trotse wil versplinterd in stukjes.

In de Vlindertuin dwarrelt het nieuwste
kleurrijke idee in een neerwaartse spiraal
voorbij traverse en Holdert neer op de Es
waar apenbomen tot in de hemel groeien.

‘Eerst jagen we de bewakers weg.
Daarna lokken wij u met leeuwen.’


Info op datditkaninnederland d.d. 11 juni 2011


Entree nieuw Dierenpark Emmen veel te duur

Dierenpark Emmen heeft grootse plannen. Ondanks dat de dierentuin in grote financiële problemen verkeerd en vorig jaar bijna failliet ging, wil de dierentuin verhuizen naar een nieuwe locatie, net buiten het centrum van Emmen.

Sinds 1935 bevindt Dierenpark Emmen (ook bekend als het Noorder Dierenpark) zich in het centrum van de Drentse hoofdstad. Door de beperkte omvang van het terrein, wat 13ha groot is, is uitbreiding niet meer mogelijk. Omdat de directie toch meer bezoekers naar de dierentuin wil trekken, is nieuwbouw noodzakelijk.

Goed plan of niet, ze kunnen het in elk geval wel goed brengen:

...Direct al bij binnenkomst herinnert niets maar aan de wereld waar u net uitstapte. Het is een smeltkroes van producten en activiteiten uit alle hoeken van de wereld. Een klimtocht tussen apen. Met een hangbrug over de olifanten. Betoverd worden door een opzwepende show in het jungletheater...

Zo gaat dat nog wel even door.

Maar dan is het de vraag of het plan een kans van slagen heeft. De nieuwbouw gaat namelijk naar schatting ruim 200 miljoen euro kosten, wat toch zal moeten worden terugverdiend. Het park maakte daarom bekend de toegangsprijs te verhogen naar € 30,00 per kaartje, waarmee het park met stip één van de duurste attracties van Nederland is en veel duurder is dan elke andere dierentuin. Ter vergelijking: een kaartje voor Dierenpark Emmen kost nu € 19,50 p.p. waarmee het nu al (samen met Diergaarde Blijdorp en Ouwehands Dierenpark) de duurste dierentuin van Nederland is.

Omdat het park nu al kampt met dalende bezoekersaantallen is het dus maar de vraag of ze met de nieuwe tarieven slagen in hun plan meer bezoekers naar de dierentuin te lokken. Want wie wil er voor € 30,00 per persoon voor over om naar de aapjes te gaan kijken?


Info op Onjo d.d. 1 februari 2012


Dierenpark Emmen: financiële strop of fantastisch project?


De bouw van een omstreden dierenpark in Emmen gaat door. De Provinciale Staten van Drenthe gaan vandaag akkoord met het verlenen van een laatste krediet van 12 miljoen euro aan het nieuwe park. Critici vragen zich af of het besteden van overheidsgeld aan het project gerechtvaardigd is.

Die vraag lijkt niet geheel onterecht. Het nieuwe belevingspark DPE Next dat aan de rand van Emmen moet verschijnen en het huidige dierenpark in het centrum van de stad moet vervangen kost handen vol met geld. Van de 200 miljoen euro die het park moet kosten wordt 170 miljoen euro opgehoest door het rijk, de gemeente en de provincie. Het radioprogramma Argos stelde in de uitzending van afgelopen zaterdag de vraag centraal of overheden wel zoveel geld moeten stoppen in private ondernemingen.

Grote verdeeldheid

In Emmen heerst grote verdeeldheid. De kosten van een nieuw park zijn zo hoog dat gevreesd wordt voor grote financiële problemen in Emmen. Men twijfelt of het park de investeringen kan terugverdienen. Voorstanders van het nieuwe park, dat de ‘Efteling van het Noorden’ moet worden, menen dat het de provincie uiteindelijk geld zal opleveren. Het park moet honderden mensen aan het werk helpen.

Hoe zat het ook al weer?

Op 3 oktober 2011 reserveerde de gemeenteraad van Emmen met steun van de PvdA, CDA en VVD een krediet van 84 miljoen euro voor een nieuwe dierentuin met theater in Emmen. Dat gebeurde met 25 stemmen voor en 14 stemmen tegen. De nieuwe kredieten zijn het gevolg van een beslissing in 2008 om de dierentuin een verplaatsingsvergoeding van 65 miljoen toe te kennen. Dat geld komt uit een potje dat gereserveerd was voor de afgeblazen Zuiderzeelijn.

Rendabel project?

De raadsleden beschikten over een aantal studies waarin werd berekend of het nieuwe park rendabel zou zijn of niet. Sommigen waren positief gestemd andere niet. Een belangrijke pijler in de berekeningen is het aantal bezoekers dat op het nieuwe park zal afkomen. Dat is een schatting. Komen er 700.000 bezoekers op af zoals nu het geval is bij de huidige – bijna failliete - Emmense dierentuin dan maakt DPE Next zwaar verlies. Komen er 1,3 miljoen mensen af op het park dan wordt er winst gemaakt. Dat is volgens critici echter bijna niet te haalbaar.

Als het mis gaat dan kan Emmen de klap waarschijnlijk niet opvangen. CDA lid Oldenbeuving heeft mede daarom als enige van zijn partij tegen gestemd. Hij is van mening dat de overheid niet op de stoel van de ondernemer moet gaan zitten. Het principe, aldus Oldenbeuving, dat de gemeente een belevingspark start, is verkeerd. Het kapitaal moet uit het bedrijfsleven komen.

Probleem is dat er na de toekenning van de verplaatsingsvergoeding geen particulieren waren die wilden investeren in het project. De gemeente bleef over. De enige private partijen die deelnemen zijn het Bouwbedrijf VolkerWessels en de plaatselijke Rabobank die een forse lening geeft. In totaal doen zij voor 30 miljoen euro mee.

Verboden staatssteun?

Er speelt nog een belangrijke kwestie. De 65 miljoen euro die werd gestopt in de verplaatsing van het dierenpark is mogelijk in strijd met Europese regelgeving. Een gemeente mag alleen maar geld meegeven als er sprake is van een gedwongen verhuizing. Econoom Oosterhave zegt in Argos dat dit niet het geval. Daarnaast moet de hoogte van het bedrag passend zijn. Raadslid Oldenbeuving stelt vraagtekens bij het bedrag van 65 miljoen euro.

Klacht ingediend

Gisteren meldde RTV Drenthe dat Jaap Beekhuis, een man uit het Drentse dorp Erica, een klacht gaat indienen tegen alle subsidies van de gemeente, de provincie en het rijk. Hij dient zijn klacht in bij zowel naar het ministerie van economische zaken als naar de Europese Commissie. Beekhuis weigert als belastingbetaler in de gemeente Emmen op te draaien voor een eventueel verlies door het nieuwe park.

Europese Commissie

Argos meldde dat als er een klacht komt bij de Europese Commissie Emmen moet kunnen aantonen dat er geen sprake is van oneerlijke concurrentie met dierenparken in andere lidstaten. Omdat het dierenpark ook veel Duitsers wil trekken zou dat nog een hele kluif kunnen worden.


Info op woestenledig d.d.30 januari 2012


Gooi er nog wat knopen tegenaan Bouke Arends!

Radioprogramma Argos bracht zaterdag een uitgebreid item van Willem de Haan over de verplaatsing van Dierenpark Emmen. Groot nieuws zat er niet in, of het moet het aarzelende voornemen van Henk Dietz zijn. Die speelt met de gedachte de Europese Commissie te vragen of het de Nederlandse overheid is toegestaan 170 miljoen euro geld te investeren in een particuliere onderneming. Dietz, eigenaar van een vogelpark in Ruinen, wil zulke steun ook wel.

Volgens de gemeente Emmen, die een notaris in Zwolle consulteerde, is geen sprake van staatssteun. Bart Hessel van de Universiteit Utrecht twijfelt. Het mag alleen als de verplaatsing gedwongen is en dat lijkt hem niet het geval. Een kwestie van interpretatie. Het park is in de huidige opzet, op de huidige locatie, failliet. Op de Es is een toekomst. Aan de andere kant: waarom zou voor een gesaneerd park aan de Hoofdstraat, in kleinere vorm, geen toekomst bestaan? In die zin is verplaatsing niet noodzakelijk, maar vooral gewenst.

Enfin. Het interessante van de uitzending zat in de analyse: hoe een gemeentebestuur aan een avontuur begint zonder te overzien wat de gevolgen zijn en vervolgens niet meer op de schreden te kunnen terugkeren omdat het avontuur al is begonnen. Te grote stappen voor een krimpende gemeente. Zelfs Aleid Rensen, directeur in de tijd dat het dierenpark nog toonaangevend was en winst maakte, denkt niet dat de verplaatsing nog wordt afgeblazen.

En de eerlijkheid gebied: Woest & Ledig gelooft daar ook niet meer in. Het schip maakt water en de twee doofstomme kapiteins – Bouke Arends en Frankwin van Beers – houden vol goede moed vast aan hun koers om de Noord. “We naderen nu de Wereld van de IJzige Kou. Daar, achter die ijsberg! Volle kracht vooruit! Gooi er nog wat knopen tegenaan Willem Barendtsz!” Afgelopen week tekende zich binnen provinciale staten een meerderheid af voor nog eens een investering van 12 miljoen euro in het park, deels als subsidie, deels lening onder versoepelde voorwaarden. Daarmee heeft burgemeester Bijl en zijn wethouders de laatste hindernis genomen, zodat dit voorjaar de definitieve handtekeningen kunnen worden gezet. Dat er nog geld ontbreekt, zoals uit Den Haag, baart de provincie Drenthe geen zorgen.

Hoe het nu verder gaat? Een voorspelling.

In 2015 gaat het park op de Es volgens planning open voor publiek. Er komen geen 1,3 miljoen bezoekers, want de opening was later dan gedacht, het park is ook nog niet helemaal klaar. Het jaar daarop, na een ideale zomer, komen er 1 miljoen – zoals begroot, zegt de directie. In 2018 blijken er financiële problemen bij het theater, de vaste kosten van het gebouw blijken erg hoog. In 2019 valt het bezoek aan het Belevingspark enigszins tegen. Vooral vanwege het weer, zegt de directie. Enzoverder enzovoorts.

En ieder jaar, zo vertelden de makers van Argos, betaalt de gemeente Emmen 3,2 miljoen euro voor investeringen in een particuliere onderneming. Investeringen die nodig zijn omdat het bedrijf aan de Hoofdstraat jarenlang slecht werd geleid en omdat andere particuliere investeerders geenmoneyspinner zien in een Belevingspark aan de rand van Noord-Nederland. Ieder jaar 3,2 miljoen. Veertig jaar lang…

Zaterdag plofte ook het aanslagbiljet gemeentelijke belastingen op de mat. Totaalbedrag: 1.236,29 euro. Wordt automatisch afgeschreven.


Info op woestenledig d.d. 19 maart 2012


Dierenpark Emmen 2012

Vergeet het stijgende water in het vooronder
Negeer het kompas, kijk neer op de sterren
Wie alleen op verstand vaart komt nergens

Wij gaan verder, nee, wij zullen wel moeten
Weg uit dit moeras, naar beter, naar meer
Voorbij duistere kanalen wacht helder water

Gooi de allerlaatste ouwe sok over de boeg,
Achter ijsbergen gloort de wereld van ijzige kou


Weerzien in Dierenpark Emmen


Bronvermelding:
Woest en Ledig d.d. 22 december 2015; een artikel van Joep van Ruiten



Enige tijd geleden plaatste Dagblad van het Noorden een oproep voor verhalen of anekdotes van maximaal 250 woorden en foto's over, straks, het oude dierenpark aan de Hoofdstraat in Emmen.

Ik had aan de oproep kunnen voldoen door te vertellen over de geelwangschildpad die ik in het Afrikahuis in het dierenpark heb achtergelaten, in de nabijheid van krokodillen. Het dier – Schildje – had bij ons geen goed leven meer in zijn oude groentela vol water met een steen als eiland. Vonden we. Te groot geworden voor de huiskamer. Te klein voor onze tuin, waar hij vermoedelijk zou worden aangevallen door eksters of, erger, de weg oversteken. Hoezeer we ook aan onze geelwang gehecht waren – een cadeau na het behalen van een zwemdiploma – de dierentuin leek ons de beste toekomst. Ergens in het voorjaar van 2008 stopte ik 'm in een Wolky-schoenendoos, deed de doos in een rugzak, de rugzak in een fietstas en fietste naar het park. Waar ik, na het vertoon van het gezinsabonnement en het passeren van de kassa, rechtstreeks naar zijn nieuwe onderkomen beende.

Nog herinner ik mij de sensatie van weleer. Het schichtig om mij heen kijken of ik betrapt kon worden. Het heimelijk openritsen van de rugzak. Het zenuwachtig openen van de doos. Het met één hand pakken van de schildpad aan zijn schild. Zijn spartelende pootjes, de ingetrokken kop. Het in het water zetten, waarop het dier het prompt op een zwemmen zette. Het water leek kouder dan hij gewend was, maar de ruimte en 'natuurlijke omgeving' beviel, dat zag ik meteen. Eindelijk vrij.

Ik fietste naar huis met het gevoel een goede daad te hebben verricht, voor het eerst weer sinds lange tijd. Een paar weken later wandelden we tijdens een bezoek aan de dierentuin uiteraard het Afrikahuis binnen. De krokodillen luierden voldaan, onze schildpad was nergens zien. Hoe we ook keken en tuurden, hij leek verdwenen. Wat ons ergens niet vreemd voorkwam. Oppassers heten niet voor niets oppassers. Een vreemde gast kan vreemde ziekten meebrengen. Hekken dicht. Weg ermee. Hup, de container in.

Aangekomen in het Americasa, waar het om onduidelijke reden warmer was dan in het Afrikahuis, zagen we 'm ineens. De geelwang liet zich drogen op een steen, aan de overkant van een watertje, in de houding die hij bij ons thuis ook altijd in zijn groentela had aangenomen. Hij was het onmiskenbaar, dezelfde vorm, dezelfde tekening. Iets groter misschien, maar niet veel. In blakende conditie. We wezen in zijn richting. We noemden zijn naam.

Toen gebeurde het. De geelwang draaide zijn kop, stak demonstratief een poot uit en verliet zijn steen om zich in het water te laten zakken en zwom onze kant op. Hij associeert ons met voedsel, bedacht ik. Hij herkent ons aan het blonde haar in ons gezin, dacht ik. Hij hoort onze stemmen, dacht ik. Even leek het alsof er oogcontact was.

Daarna ontstond er iets wat ik wederzijdse verlegenheid zou willen noemen. Wat nu? Een gesprek voeren? Herinneringen ophalen? De verrassing veranderde in verbazing en daarna in verwarring. Bij het verlaten van het Americasa wisten we het zeker: het was een weerzien. We wisten ook: dit gelooft niemand. Dit geloven alleen wij. Dit is niet iets om door te vertellen.

Daarbij: 500 woorden is veel te veel.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl