In en om Assen





Oorlog in Assen


Bronvermelding:
'Oorlog in Assen'. Uitgave in opdracht van de werkgroep 'viering 40 jaar bevrijding Assen'. 1985. Teksten, idee en eindredactie Bertus Boivin


Een Engelse bommenwerper van het type Havilland Mosquito liet op 14 maart 1945 een bom op de Nieuwstraat vallen.


"Een klein gezellig stadje"


In de geschiedenislessen zul je vast en zeker wel het een en ander gehoord hebben over de Tweede Wereldoorlog, die in Nederland van 1940 tot 1945 duurde. Het lijkt allemaal erg lang geleden en het lijkt allemaal erg ver weg, maar toch was die oorlog vlakbij. Want ook hier in Assen was het oorlog. En als je goed om je heen kijkt, kun je er nog steeds sporen van vinden.

Assen was vroeger veel kleiner dan tegenwoordig. In 1940 woonden er nog maar zo'n 20.000 mensen. (In 2014 woonden er 67.210 mensen in Assen, dit is ruim drie keer zoveel) De stad hield op bij het kanaal, bij het spoor en bij het Asser Bos. Daartussenin lag een kleine stad met veel ouderwetse winkels.

Het was nog niet druk in de stad. Je kon er nog rustig op straat voetballen. Zomers ging je in één van de kanalen in de buurt vissen of met je vrienden in het bos spelen. En als je geluk had, mocht je zaterdagsavonds mee naar de markt op de Gedempte Singel. Aan het eind van de jaren dertig waren veel mensen in Nederland bang dat er oorlog zou komen. De kranten stonden er vol van en ook op de radio was er altijd wel nieuws over Duitsland te melden. Veel mensen waren bang dat Hitler het Duitse leger over de grens zou sturen om Nederland te veroveren. Maar voorlopig leek het daar nog helemaal niet op. Het leven in een stadje als Assen ging nog steeds zijn gangetje.

Het duurde tot de zomer van 1939 voor er echt iets van een komende oorlog te zien was. Het was de tijd van de 'mobilisatie'. (Dat betekent dat Nederland zijn leger zo groot mogelijk maakte om een Duitse aanval te kunnen afslaan.) De mobilisatie betekende ook dat de boeren een aantal van hun paarden moesten afstaan. De dieren gingen de wagens trekken die materiaal naar de grensbewakingstroepen brachten.


Duitsers in de stad

Op 10 mei 1940 ging alles anders dan iedereen gedacht had. Niemand ging die dag naar school of naar zijn werk. 's Morgens vroeg waren alle Assenaren wakker geworden door een paar harde knallen. Op dat moment werden de bruggen over de Vaart en het Kanaal opgeblazen.

Vroeg in de ochtend van die tiende mei waren de Duitsers Nederland binnengevallen. Het Nederlandse leger trok zich terug. Om de opmars van de Duitsers te vertragen werden er zoveel mogelijk bruggen opgeblazen. Maar het hielp niet. Een paar uur lang rolden er aan één stuk door Duitse legeronderdelen door de stad: tanks, vrachtauto's en motoren met zijspan. Een aantal ervan bleef in de stad achter. De rest reed door op weg naar het westen van het land.

Veel leek er niet te zijn veranderd in de stad, toen iedereen een beetje van de schrik bekomen was. Na verloop van tijd ging je weer gewoon naar school en naar je werk. Er waren natuurlijk wel Duitsers in de stad. Je zag ze op straat lopen, je kwam ze in de winkels tegen. Op allerlei plaatsen werden Duitse richtingaanwijzers opgehangen. Ze wezen naar de gebouwen waar de Duitsers ingetrokken waren. De komende tijd waren zij de baas in de stad. De Nazi's hadden de gemeenteraad naar huis gestuurd. De burgemeester en de politie moesten doen wat hen gezegd werd. Honderden kilometers naar het oosten zat een man die bepaalde wat er moest gebeuren...


Rondom de oude synagoge

In het centrum van Assen staat de oude synagoge . Vroeger was die kerk van de Asser joden. Boven de ingang is een gevelsteen ingemetseld die nog aan die tijd herinnert. . Hier hielden ze op sabbatdag (zaterdag) hun kerkdiensten.

Veel joden woonden hier vlak in de buurt. In de Rolderstraat hadden veel winkels joodse eigenaars. Voor de oorlog was de straat één van de drukste en gezelligste winkelstraten van Assen. Maar niet alleen in de Rolderstraat, overal in de stad woonden joden. Ze leefden er net als alle andere Assenaren, ze deden hetzelfde werk. Ze hadden alleen een andere godsdienst dan de meeste anderen.Hitler was in Duitsland de baas geworden door de joden van de armoede en de werkloosheid in het land de schuld te geven. Hoe meer macht Hitler kreeg, des te meer hij de joden in Duitsland discrimineerde. Toen de Nazi's het in Nederland voor het zeggen kregen, gebeurde hier precies hetzelfde. Ook in Assen moesten ze met een ster op hun kleren lopen. Op allerlei plaatsen, zoals bij de ingang van de bioscopen, verschenen bordjes met 'Verboden voor Joden'.

Het leek allemaal heel erg, toch was het achteraf niet meer dan een beginnetje. Want al snel werd duidelijk waar het Hitler eigenlijk om begonnen was: het vermoorden van het joodse volk. Pas laat drong het tot de mensen door wat er aan de hand was. Er kwam een lijst met de namen van 427 Asser joden. Hier in de synagoge kwamen ze bij elkaar om het nieuws te horen dat ze uit Assen weg zouden moeten. Ze mochten alleen wat kleren en voedsel meenemen. In oktober 1942 zouden ze op reis gaan. Eerst naar het Kamp Westerbork. Daarna verder. Waarheen wist niemand. Sommigen vreesden het ergste. Ze hadden gelijk.


Brieven uit de trein

Aan de zuidkant van de stad loopt een bospaadje een eindje tussen de bomen door. Even later kom je bij een groot hek. Daarachter staan tientallen grafstenen. Keurig in lange rijen. Op de meeste stenen kun je niets lezen. Ze staan met de achterkant naar het hek. Je bent hier bij de joodse begraafplaats. Halverwege zie je een wit monument. Op de lage stenen links en rechts staat een groot aantal namen. Op de grote steen staat te lezen 'Wij blijven gedenken de overledenen in Westerbork en de weggevoerden naar de concentratiekampen'.


Kamp Westerbork

Bijna wekelijks vertrok er uit Kamp Westerbork vanaf juni 1942 een trein met joden in de richting van Duitsland. Vaak waren het veewagons. Het was een afschuwelijk gezicht als de trein op het Asser station stopte. Op het station werden vaak brieven uit de trein gegooid. Wie zo'n brief zag, raapte hem op en stopte hem in de brievenbus. Vaak was de brief het laatste dat de familie van de schrijver hoorde. Later werd het station beter bewaakt. Zodra de trein weggereden was, zochten de bewakers de brieven langs de rails op en verscheurden ze. Zo kwamen die treinen steeds weer langs Assen. Op weg naar... Niemand wist het toen. Pas na de oorlog drong het echt tot iedereen door. Toen er van de 427 Asser joden op die Duitse lijst nog geen twintig mensen teruggekomen waren... Als je meer wilt weten over de geschiedenis van de joden in de Tweede Wereldoorlog, moet je eens naar het 'Herinneringscentrum kamp Westerbork' gaan. Vanaf Hooghalen wordt de weg erheen met bordjes aangegeven.


De ondergrondse ziekte

Je ziet hier een heel stuk uit een brief die Henk Tabingh middenin de oorlog aan zijn tante in Meppel schreef. Henk was een Asser jongen die toen twaalf jaar was en in de zesde klas van de lagere school zat. (Om de brief wat gemakkelijker leesbaar te maken hebben we de oude spelling eruit gehaald en de zinnen af en toe een beetje aan elkaar 'geplakt'.)

Gisteren hoefden we niet naar school. De Duitsers hebben onze school de komende tijd nodig. Gisteravond, vlak voor spertijd, kwam de meester van de vijfde klas bij ons thuis vertellen dat we vanmorgen school hadden in de pastorie van de kerk. Daar zaten we vanmorgen dan met de drie oudste klassen. We mochten de jassen aanhouden, want er was geen hout voor de kachel. Na een uurtje hebben ze ons naar huis gestuurd. Zo koud was het hier vandaag! We zullen wel een berichtje krijgen, als we weer naar school moeten. Ik hoop dat dat nog wel een tijdje duurt, want er is zoveel in de stad te doen! Vanmorgen ben ik eerst voor moeder naar de melkboer geweest. Ik moest het hele eind ook nog een keer weer terug, want ik had de verkeerde bonnen meegenomen!

Toen ben ik met Gerrit naar de stad gegaan. We hebben stiekem wat kleine houten paaltjes meegenomen die een stel Duitsers bij de Kolk op een wagen aan het laden waren. Ze schreeuwden ons nog wat na. Eerst waren we bang dat ze ons achterna zouden komen. Wij zijn doorgehold naar de Torenlaan en daar wilden we onze houtjes eerst onder de bosjes verstoppen. Maar dat hebben we toch maar niet gedaan, want misschien zou iemand anders ze wel meepikken! We hebben ze dus maar naar huis gebracht. Moeder mopperde eerst nog wel wat toen ze door kreeg hoe we aan die paaltjes gekomen waren. Maar nu ligt het hout al lekker in de kachel te knapperen. Dus zo erg was het nou ook niet!

Vorige week hebben Gerrit en ik trouwens ook iets heel spannends meegemaakt. In de Kruisstraat zagen we een Duitse officier een winkel uitkomen met allemaal zware pakken bij zich. Hij zei wat tegen ons en we begrepen dat we hem moesten helpen sjouwen. Hij woonde in een groot huis bij het ziekenhuis. De tocht duurde een hele tijd. Gerrit en ik wisten niet wat we tegen de Duitser moesten zeggen. We keken als maar om ons heen. Wat moesten de mensen wel niet denken als ze ons met die Duitser in zijn zwarte uniform zagen lopen? Gelukkig kwamen we bij zijn huis zonder dat we een bekende tegenkwamen!


Een groep SS-ers op de hoek van de Nieuwe Huizen en de Gedempte Singel in 1944 (foto Gemeente Assen)


Zijn vader zit bij de NSB

Toen we onze pakken op de stoep neergezet hadden, begrepen we van de man dat we even moesten wachten. Na een tijdje kwam de Duitser weer naar buiten en gaf ons allebei een half brood. Voor de moeite! Toen we ermee thuis kwamen, zei vader dat we kleine NSB-ertjes aan het worden waren. Het was maar een grapje, hoor! Niemand bij ons thuis lustte dat zure, harde brood trouwens. Ik heb het brood toen maar aan de konijnen opgevoerd. Die smulden er wel van! Dikkie van de overkant, die u ook wel kent, wordt nog steeds erg gepest op school, omdat zijn vader bij de NSB zit. Het is trouwens ook zijn eigen schuld, want hij is altijd over zijn vader aan het opscheppen. Vorige week had hij het erover dat zijn vader ergens burgemeester zou worden. Ik hoop dat dat gauw gebeurt, dan zijn we Dikkie tenminste kwijt! Vanmorgen was hij weer eens niet op school. Meester heeft het nog wel over hem gehad. Meester was kwaad op ons en hij zei dat we Dikkie niet steeds moesten pesten. Gerrit zei later dat meester dat wel moest zeggen vanwege de andere NSB-kinderen in de klas.

Wat kan oorlog toch moeilijk zijn, hè tante! Alles is anders als anders. Wat normaal altijd mag, mag nu niet. Wat normaal niet mag, mag nu ineens weer wel. Het is net of je steeds zelf moet bedenken wat goed en wat fout is. Vader vertelde net - toen ik deze brief aan u aan het schrijven was! - dat ik morgenmiddag met de hele klas naar het Asser Bos moet om beukenootjes voor de Duitsers te gaan zoeken. Daar maken ze in Duitsland olie van, geloof ik. Moeder heeft al tegen mij gezegd dat ik niet zoveel nootjes zélf op moet eten, zoals vorig jaar. Toen ben ik er een paar dagen ziek van geweest. Ze pestten me toen met mijn 'ondergrondse ziekte'.

Nu moet ik eindigen. We gaan de verduisteringsschotten voor het raam doen en de gordijnen gaan dicht. En ik mag niet bij het lampje schrijven, want moeder zegt dat ik dan mijn ogen verpruts. Morgen ga ik deze brief naar de boderijder brengen en die zal hem bij u in de bus stoppen.


Om te ontsnappen aan gedwongen tewerkstelling in Duitsland vond Lambertus Jan de Jager een veilige schuilplaats op de zolder van het garagebedrijf van Van Wijngaarden aan de Venestraat in Assen (RIOD)


De kleine oorlog

Het is erg moeilijk om je in te denken wat de oorlog voor de mensen toen betekende. Henk Tabingh zei het zo in zijn brief: 'Alles is anders als anders. Wat normaal altijd mag, mag nu niet.' Je merkte het tot in de kleinste kleinigheden. Zo moest je steeds goed opletten wat je zei, en tegen wié je het zei. Lang niet iedereen was te vertrouwen. De waarheid spreken kon levensgevaarlijk zijn. ledereen die je niet kende, was verdacht. Als het moest, ging je liegen alsof je leven ervan afhing...

Een onderwerp waar je beslist niet met een vreemde over moest praten was het Koninklijk Huis. Alles wat aan koningin Wilhelmina en prinses Juliana herinnerde, probeerden de Duitsers te verwijderen. Zo heette de Wilhelminastraat in de oorlog de Vondelstraat en de Julianastraat de Rembrandtstraat. Op het oude hoofdgebouw van het Wilhelmina ziekenhuis (dat gebouw staat er nog steeds aan de Oosterhoutstraat.) moest de naam 'Wilhelmina' er afgehaald worden.

De Nazi's controleerden de inhoud van de kranten. Ze verboden het om naar radiozenders als Radio-Oranje te luisteren. Toen dat niet hielp, moest iedereen zijn radio inleveren. En er was steeds minder te koop. De winkels werden met de dag leger. Er kwamen advertenties in de krant met allerlei 'oorlogsspullen'. Steeds meer produkten kwamen op de bon. De rantsoenen werden steeds kleiner. Echte hongersnood, zoals in het westen van Nederland, kwam in Assen niet voor. De stad was daarvoor te klein en het platteland was te dichtbij.


De grote oorlog

Op vrijdag 3 januari 1941 meldde de uitkijkpost 's morgens om half negen motorgeronk op grote hoogte boven Assen. Enkele ogenblikken later werd het weer stil. De man op de uitkijkpost dacht dat de vliegtuigen overgevlogen waren. Maar plotseling klonken er een paar oorverdovende explosies. Op een aantal plaatsen in de stad brak brand uit. Het ergste was het in de Esstraat. Daar vernielden de bommen een aantal huizen. Zeven mensen kwamen er in de puinhopen om.

Waarschijnlijk was het bombardement een vergissing van een Engelse bommenwerper, want de bommen troffen in Assen geen enkel militair doel. Die januarimorgen echter kwam Assen voor het eerst in aanraking met het 'echte' oorlogsgeweld. Later in de oorlog zou het nog een paar keer gebeuren.


Op 3 januari 1941 laat een Engelse bommenwerper per ongeluk brandbommen en 2 brisantbommen vallen op woningen in Assen. Zeven Assenaren komen hierbij om het leven. Op de foto het uitgebrande pand van de meubelmaker en stoffeerder Veeninga aan de Gymnasiumstraat.(collectie Sietse Kooistra)


Het einde in zicht

Na vier oorlogsjaren werd in de zomer van 1944 duidelijk dat de Duitsers de oorlog zouden verliezen. Vanuit Frankrijk gingen de geallieerde troepen naar het noorden. De Duitsers trokken zich steeds verder terug. In het voorjaar van 1945 begon de laatste aanval. Terwijl vooral de Amerikanen en de Engelsen de Duitse westgrens over trokken, waren het met name de Canadezen die oprukten in de richting van Noord-Nederland.

In april 1945 begon die tocht in Gelderland. Dag na dag, van het ene dorp naar het andere kwamen de Canadese legerkorpsen deze kant op. Hier en daar boden de Duitsers felle tegenstand. Vaak probeerden ze alleen maar een veilig heenkomen te zoeken. Voor de oprukkende Canadese legers uit kwam een stroom vluchtende Duitsers en bang geworden NSB-ers.

Met de dag werd de stemming in Assen grimmiger. Op de avond van de tiende april - toen de Canadezen al in het zuiden van Drenthe stonden - gebeurde er in Assen iets afschuwelijks. In een laatste poging de Assenaren angstig te maken werden tien gearresteerde verzetsmensen uit de gevangenis gehaald en aan de bosrand doodgeschoten.


Vrijdag de dertiende

Twee dagen na de moordpartij bij het Asser Bos stonden op 12 april 1945 de Canadese troepen ten zuiden van de stad. Er was eerder een groot aantal Franse parachutisten aan de noordkant van de stad geland. Er ontstonden felle gevechten. Vooral tussen de Fransen en Duitse militairen die zich naar Groningen terug wilden trekken.

De volgende dag - op vrijdag 13 april 1945 dus - hield in Assen de Tweede Wereldoorlog op. Hals-over-kop waren de laatste Duitse militairen op de vlucht geslagen. Het was onmiddellijk feest in Assen. Vrijdag de dertiende mag dan wel een ongeluksdag heten, die dag in 1945 was dat zeker niet! ledereen was die dag tot diep in de nacht op straat.

Asser jongens als Henk Tabingh neusden wat bij de Canadese tanks rond die overal in de stad in lange rijen stonden, 's Avonds kwamen ze thuis met lekkere dingen die ze in geen jaren gegeten hadden: wit brood, sinaasappels, chocolade. Sommigen rookten (stiekem natuurlijk) die dag hun eerste sigaret. En morgen - morgen dan gingen ze weer! Voorlopig leek er geen eind aan het feest te komen...


Op 12 april 1945 trokken een kleine drieduizend zeer jeugdige militairen de stad Assen binnen. De volgende ochtend trokken zij in alle vroegte weg in de richting van Groningen. Deze foto werd stiekem gemaakt vanuit een huis aan de kerkstraat (foto gemeente Assen)


En toen ...

En toen was Nederland bevrijd. Alles moest zo snel mogelijk weer 'gewoon' gaan. Kinderen gingen 'gewoon' weer naar school en ook de rest ging weer 'gewoon' aan het werk. En als je iets nodig had, kocht je het later 'gewoon' weer in de winkel.

Soms was het erg moeilijk om daar weer aan te wennen, want iedereen had in de oorlog wel het een en ander meegemaakt. Sommigen hadden met de dood en hongersnood te maken gekregen, voor de meeste mensen in Assen had de oorlog minder ellende gebracht. Toch had iedereen in die tijd het gevoel dat je iets van die oorlogstijd vast moest leggen. Om al die mensen te blijven herinneren die het eind van de oorlog niet mee hadden mogen maken, zoals de overgrote meerderheid van de Asser joden. Er moest iets vastgelegd worden om ervoor te zorgen dat mensen die later geboren werden, er ook iets van zouden kunnen leren.

Bijvoorbeeld wat het waard is om vrij te zijn, om te kun nen doen wat je wilt, om te kunnen zeggen wat je wilt. En dat ze zouden leren hoe verkeerd het is als de ene mens de ander discrimineert. Daarom zijn er in en om Assen heel wat plaatsen waar je iets over de Tweede Wereldoorlog kunt vinden. Ga er maar eens kijken aan de hand van deze speurtocht!






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl