In en om Assen





De Oosterhoutstraat


.

De Oosterhoutstraat ca. 1910 met zicht op het Wilhelmina ziekenhuis (collectie Gemeentearchief Assen)


De Oosterhoutstraat is een van de oudere straten van Assen. Hij staat al in 1809 op de kaart als zandweg die vanaf de Zuidersingel doodliep op ongeveer de plek waar nu de Prinses Beatrixstraat eindigt. Tussen 1880 en 1890 werd dat pad doorgetrokken tot de Beilerstraat. Dat gebeurde op particulier initiatief. De naam dateert van 1887 en is afgeleid van Houtstraat — de huidige Esstraat — die toen net bestond. Pas na 1900 werd het een woonstraat en kwamen er ook enkele belangrijke gebouwen: het Wilhelmina ziekenhuis in 1907, de Nederlands Hervormde Kapel en de Dr. de Visserschool in 1913. Henk Blaauwbroek kwam in 1952 in het laatste deel van de straat te wonen: op nummer 72b.


Arm en rijk woonde door elkaar

Ik was vier toen ik samen met mijn ouders en mijn anderhalfjaar oudere zus Ans in de straat kwam te wonen. Daarvoor woonden wij in Veenhuizen. Mijn ouders, Martin en Jannie Blaauwbroek-Koeneman, hadden bij de Oude Poort een kruidenierswinkel (De Spar). Mijn vader werd toen wij in Assen gingen wonen vertegenwoordiger van De Spar. Daardoor hadden wij ook een auto tot onze beschikking. Het was een Ford Anglia. Er stonden in die tijd nog maar weinig voertuigen in de straat. We hadden volop de ruimte om op straat te spelen, zoals tollen, voetballen, touwtje springen, knikkeren en op stelten lopen. Je hoefde niet bang te zijn dat je steeds opzij moest voor een auto of andere weggebruikers.

De Oosterhoutstraat was een heel gevarieerde straat. Wat huizen betreft, maar ook qua bewoners. Arm en rijk woonde er door elkaar, maar de middenklasse voerde de boventoon. Opmerkelijk was het grote aantal weduwes — ook jonge weduwes met kinderen - dat er woonde. Dat komt denk ik door de oorlog. Veel huizen, de meeste vrijstaand, waren eigendom van de bewoner, al was er alleen achter het huis veel ruimte. De meeste woningen stonden pal aan het trottoir. Sommige hadden een portiek, enkele een klein tuintje. Het geldt nog steeds, want veel is er niet veranderd. Wij woonden aan het gedeelte 'na de bocht'. Voor de bocht had je wel meer huurhuizen, waaronder het bijzondere complex van de Rijks Ambtenaren Woningbouw Stichting op beide hoeken van de Parkstraat.

Andere huurwoningen waren meestal van een particulier. Zo had timmerman Van der Gaast van nummer 68 er een serie in de verhuur. Kleine middenstand, ambtenaren, onderwijzers, arbeiders, er woonde van alles. In de straat woonden en werkten een rijwielhandelaar annex kachelsmid, huisschilders, een kruidenier, een broodbakker, schoenmakers, een sigarenhandelaar, een timmerman met werkplaats en er was zelfs een autosloperij. Ik geloof niet dat de bewoners heel veel met elkaar omgingen, maar het ging er gemoedelijk aan toe. Een buurtvereniging of iets dergelijks was er bij mijn weten niet. Van het begin van de Oosterhoutstraat kan ik mij weinig herinneren. Naast het ziekenhuis stond een kleuterschool. Daar heb ik ook op gezeten.


Precies in de bocht zat sloper Van Dam.

Schuin tegenover deze kleuterschool was de sigarenzaak Van der Horst in een opvallend wit pand. Aan dezelfde kant, iets verderop in de richting van de Dr. de Visserschool, was de winkel van Ruben, annex café. Bij Ruben kochten wij vaak snoep. Ook verkocht hij bloemen aan bezoekers van het ziekenhuis. Vaak werd het café gebruikt als wachtruimte als men op bezoek ging in het ziekenhuis. De hoofdingang lag toen aan de Oosterhoutstraat. Wat verderop had je de Dr. de Visserschool. Voor ons was vooral de speelplaats achter de school van belang. Je kon er prima voetballen. Tussen de Parkstraat en de bocht woonde Soesan, hij was voor die tijd een bekend masseur. Ook mijn vader ging er regelmatig heen vanwege last van zijn rug.

Daar woonden ook de heer en mevrouw Leijsma. Ze waren beiden verbonden als leerkrachten aan de HBS aan de Beilerstraat. Hij liep altijd in een grijze lange jas en hoed naar school. Ik zie hem nog lopen. Iedereen kon bij hen aankloppen voor studiehulp. Precies in de bocht zat sloper Van Dam. Je kunt het je nu haast niet meer voorstellen. Voor het pand stond ooit een benzinepomp van Shell. Het gezin Van Dam bestond uit drie kinderen: Jaap, Henderikus en Betta. Achter de schuur van hun garage stonden de wrakken hoog opgestapeld. Je wist niet anders. Overal lagen onderdelen van auto's. De ouwe Van Dam haalde zelfs auto's uit Duitsland. Ik kan mij nog goed herinneren dat Jaap van Dam een achterruit van een politieauto met zijn hand kapot sloeg.

Een stuk glas kwam in zijn arm terecht met als gevolg een slagaderlijke bloeding. Hij wist niet dat daar een gewone ruit in zat. Even verder woonde de familie Buitstra. Ik kan mij alleen de jongens Anne en Lex herinneren. Op een zaterdagmiddag rond het middageten werden wij opgeschrikt door een luide knal. Anne kwam naast de woning de gang uitlopen en liep blijkbaar zonder uit te kijken de straat op. Hij werd aangereden door een auto en meters weggeslingerd. Dat was schrikken. Naast hen woonde een naamgenoot van mij, een neef van mijn grootvader. Hij was dol op onze bal. Als de bal bij hem in de gang belandde en hij kon hem pakken dan kregen we hem niet terug. Tegenover ons woonde de familie Bakker. Met hen zijn we een keer op vakantie geweest naar Ameland.


De Dr. de Visserschool aan de Oosterhoutstraat (collectie Gemeentearchief Assen)


Drie huizen van ons af stond het padvindersgebouw

Ik weet nog dat mijn moeder haar strijkijzer had meegenomen, maar er was nog geen elektriciteit op de camping. We sliepen in een grote tent. Een paar huizen verderop woonde de familie Holtrop. Hij was loodgieter bij Van Dalen aan de Vaart. Gerke en Henk waren mijn vaste speelkameraden. Daar weer naast woonde de familie Oord. Hij was buschauffeur. Oord had achter zijn woning een garage. Hij reed met zijn Volkswagen door de smalle gang naar achteren. De gang tussen Holtrop en Oord was een geliefde plek om tegen de bal te trappen. Ieder van ons stond aan een uiteinde van de gang, als een soort keeper. We deden vaak wie het hardst de bal kon trappen. In de winter kon je bij schoenmaker Van der Steen je schaatsen laten slijpen.

En dan was je al bijna bij de Beilerstraat. Als we dan in gedachten teruglopen langs de even nummers van de straat komen we de familie Thijs tegen. Hij was administrateur en had drie zoons. Op de hoek met de Esstraat zat Venema. Hij verkocht Gazelle-fietsen en kachels. De werkplaats zat aan de Esstraat. Op de andere hoek zat ook een winkel: de kruidenierszaak van Spierenburg. Op 88 zat de bakkerswinkel van de familie Post. Een jongen van Post is tijdens de vorstperiode op zondagmiddag door het ijs gezakt. Dit gebeurde tijdens het schotsje lopen op de Oude Vijver in het Asserbos. Het was voor ons een weddenschap om droog over te komen. Vaak deden we dat met meerdere personen. Hans, die nooit met ons mee ging op zondag, deed dat deze keer wel.

Dat is hem niet goed afgegaan. Tijdens het schotsje lopen zakte hij door het ijs en kwam van een koude kermis thuis. Drie huizen van ons af stond het padvindersgebouw. Nu staat er een woonhuis. Iedere zaterdag was er appèl. Zondags werd daar zondagsschool gehouden. Achter het gebouw lag een groot braakliggend terrein, dat grensde aan de tuin van de huishoudschool en onze tuin. Op dit terrein hadden wij toen al een fietscrossbaan aangelegd. Wij hadden zelfs toestemming van de brandweer om daar een paasvuur te bouwen op nog geen vijftig meter van de huizen. Ons huis was de helft van een dubbele woning. Het is gebouwd in de jaren '51—'52 door aannemer Pottjegort uit de Esstraat. Het was redelijk groot, zelfs al voorzien van een douche.


De Oosterhoutstraat (na de bocht) anno 2011 (foto Sietse Kooistra)


Gans was de eerste die in de straat een televisie had

De diepe tuin grensde aan de tuin van de huishoudschool. In die tuin werden allerlei groenten verbouwd, zoals rabarber, wortels, sla, prei, bietjes, enzovoorts. Ook stonden er struiken met aalbessen en kruisbessen. Achter in de tuin aan de zijde van de Wilhelminastraat stonden veelal fruitbomen. In het midden van het terrein van de huishoudschool lag een prachtig mooi grasveld dat omringd werd door hoge struiken. Op dat grasveld kon je prachtig voetballen, maar dat was niet toegestaan. Als Katjuiter, de conciërge van de huishoudschool, je te pakken kreeg, was je aan de beurt. Meestal waren wij hem te vlug af door naar onze tuin te lopen. Daar kon hij ons niets maken.

Toen de gewone afrastering werd vervangen door een hoog stalen hekwerk, was het uit met de pret. Naast ons woonde Gans. Hun zoon Daan had een schoenwinkel aan de Varkensmarkt. Gans was de eerste die in de straat een televisie had. Zo nu en dan mochten wij daar naar de tv komen kijken. Naarmate we ouder werden speelden wij iedere woensdag- en zaterdagmiddag in het Asserbos. Op de oude kleedklopperij hadden wij een vaste plek waar we bij elkaar kwamen. Van hieruit liepen wij verder het bos in. Vaak werd er een onderscheid gemaakt in de straten.

Wanneer wij bijvoorbeeld in de Esstraat speelden, werden wij vaak weggestuurd. "Ga naar je eigen straat toe", werd er gezegd. Ik kan mij nog goed herinneren dat op zaterdag de schillenboer met paard en wagen langs kwam. De groenstrook langs de Beilerstraat ter hoogte van de Oosterhoutstraat was de vrijdag voor de TT onze favoriete stek. Alle motoren die aan de TT mee deden kwamen hier langs voor de keuring op het veemarktterrein aan de Rolderstraat. Op een gegeven moment gaat een ieder zijn eigen weg. Zo heb ik nog een tijdje gewerkt in de ijzerhandel van Van Weiden aan de Vaart. In 1968 ben ik verhuisd naar Drachten en vandaar naar Hellendoorn. Wanneer ik in Assen kom, loop ik nog vaak door de Oosterhoutstraat. Het was een gezellige straat.


Bronvermelding:

Asser Historisch Tijdschrift; nummer 1 / maart 2008. Een artikel van Henk Blaauwbroek







© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl