In en om Assen





Centrale Vereeniging voor den opbouw van Drenthe
verslag over 1929


Bronvermelding:
"Drenthe". Provinciaal Drentsch Periodiek voor Praehistorie - Historie - Folklore - Heemschut - Opbouw - Toerisme. Nummer 8, Juni 1930.


Een kleuterschool in Zuid-Oost Drenthe omstreeks 1930


Sociale werk

In het jaar 1929 werd de reorganisatie van de dienst der buurthuizen, waarmede in 1928 een aanvang was gemaakt, voortgezet.


Decentralisatie

In de eerste plaats kan in dit verband genoemd worden het feit, dat met de decentralisatie van de verschillende buurt-werkzaamheden werd voortgegaan. Zoowel uit sociaal als uit finanti ëel oogpunt werd steeds sterk het nadeel gevoeld, dat de werkings-spheer der buurthuizen te zeer beperkt bleef tot den naasten omtrek. Het sociale werk — waar de behoeften zich algemeen doen gelden — mag zich niet bepalen tot eng omgrensde gebieden. Een ingrijpende hervorming in den dienst der buurthuizen schiep de mogelijkheid, dat door het Dag. Bestuur plannen tot meerdere decentralisatie konden worden ontworpen.


Kleinere buurthuizen

Het meest wenschelijk werd geacht de decentralisatie door den bouw van kleinere buurthuizen te bevorderen. Hierbij werd van de gedachte uitgegaan dat in dit nieuwe type van buurthuis geen directrices inwonend zouden zijn. De regeling der werkzaamheden en het geven der cursussen zou vanuit de oude buurthuizen plaats vinden. Een dusdanige organisatie zoude effectueeren, dat plaatsen, tot nu toe van sociale, cultureele en hygiënische maatregelen verstoken, van de door de Centrale Vereeniging in deze getroffen voorzieningen mede zouden profiteeren, terwijl de beoogde uitbouw, door de reorganisatie van het werk in de oude buurthuizen en het niet doen wonen van personeel in de nieuwe buurthuizen, gehouden kan worden binnen het finantiëele kader van thans.


Buurthuizen Barger-Compascuum en Witteveen

Besloten werd in de eerste plaats te trachten een buurthuis van het nieuwe type te bouwen in Barger-Compascuum en Witteveen. Eenige personen uit Barger-Compascuum van onderscheidene richting, die zich hiertoe tot een commissie gevormd hadden, drongen herhaaldelijk bij het Dag. Bestuur er op aan, om tot den bouw van een buurthuis over te gaan, er op wijzend, hoe sterk de omstandigheden in Barger-Compascuum deze voorzieningen wenschelijk maakten. Niet minder urgent werd het geacht om in Witteveen een buurthuis te doen verrijzen. Als kunstmatig in het leven groepen gemeenschap kan Witteveen zelf nog niet de noodige sociale en hygiënische maatregelen treffen. De aanwezigheid te Witteveen van tal van werkelooze arbeiders uit de steden deed de behoefte aan een buurthuis, waar dan tevens voor de genoemde stadsarbeiders gedurende de week-ends een lees-en recreatiezaal geopend zou kunnen worden, des te sterker gevoelen.


Spakler Fonds

Tot uitvoering van deze plannen kon echter eerst worden overgegaan, nadat de Stichting „Hulp na Onderzoek" het zgn. „Spakler Fonds" door een belangrijke gift de Centrale Vereeniging hiertoe in staat had gesteld. Het is der Centrale Vereeniging een behoefte hier openlijk hare groote erkentelijkheid uit te spreken voor de wijze, waarop het bestuur der Stichting zijn medewerking heeft verleend. Deze medewerking heeft het mogelijk gemaakt, dat een beteekenisvol stuk maatschappelijk werk kon worden aangevat.


Opening buurthuis Barger-Compascuum

Met den bouw der buurthuizen te Barger-Compascuum en Witteveen kon thans een aanvang gemaakt worden. De opening van het buurthuis te Barger-Compascuum kon reeds 18 November 1929 plaats vinden. Deze dag was voor het buurthuiswerk der Centrale Vereeniging van groote beteekenis. Bij de opening waren tal van autoriteiten aanwezig, waaronder Mej. E. C. Knappert, oud-directrice van de school voor Maatschappelijk Werk te Amsterdam, het gemeentebestuur van Emmen, afgevaardigden van het Drentsch Landbouwgenoodschap en vele oud-directrices der buurthuizen. De opening geschiedde door den Voorzitter. Woorden van dank werden tot allen gericht, die op eenigerlei wijze tot de totstandkoming van het buurthuis hadden meegewerkt, in het bijzonder tot het bestuur der stichting „Hulp na Onderzoek".

De directrice van het buurthuis Zwartemeer, Mej. W. Kaag, werd tevens directrice van het buurthuis te Barger-Compascuum. Bij dit gedecentraliseerde systeem, dat geen inwonende kracht kent, rust de zorg voor het buurthuis voor een belangrijk deel op de actieve buurthuis-commissie te Barger-Compascuum. In den winter konden de eigenlijke werkzaamheden een aanvang nemen. Kook- en naailessen werden gegeven, terwijl voor de jongens een timmerclub werd gehouden. Een leiders- en leidsterscursus werd georganiseerd. Binnenkort zal een kleuterschool geopend worden en een consultatiebureau voor zuigelingen beginnen, terwijl het in de bedoeling ligt de volgende cursus de werkzaamheden verder uit te breiden.


Nijverheidsonderwijs voor meisjes

Tot voor kort kon, wegens het ontbreken der hiertoe benoodigde geldmiddelen in de buurthuizen niet de vereischte aandacht aan het Nijverheidsonderwijs voor meisjes worden besteed. De noodzakelijkheid, inzonderheid van het geven van kook- en naailessen aan de vrouwen en meisjes uit de venen, werd echter steeds sterker gevoeld. De veen- en veldarbeid der vrouwen en meisjes gedurende een groot deel van het jaar heeft o.a. ten gevolge, dat op dit gebied achterstand te constateeren valt. Het voedsel is meestal nog zeer eenzijdig. Teneinde in dezen toestand verbetering te krijgen, richtte de Centrale Vereeniging zich tot den Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen met het verzoek der Centrale Vereeniging de middelen te verschaffen, om de in deze zoo noodige maatregelen te treffen.

Nadat de Minister zijn steun had toegezegd, kon met kracht dit voor de veenbevolking bij uitstek belangrijk onderdeel van het werk worden aangevat. Als leerkrachten werden aangesteld: Mej. Joh. Oorthuys en Mej. T. Veldmeyer, resp. belast met het geven van kook- en naailessen. Deze lessen zijn geheel ingesteld op de behoeften van het veengezin. In verband met dezen opzet werden in de nieuwe buurthuizen te Barger-Compascuum en te Witteveen keukens gebouwd volgens het zgn. Deensche systeem en de in de oude buurthuizen bestaande keukens zoo veel mogelijk in genoemd model veranderd. Veel heeft de Centrale Vereeniging bij den opzet van dezen nieuwe tak van dienst te danken aan de voortdurende belangstelling en mede¬werking van de inspectrice van het Nijverheidsonderwijs voor meisjes, Mej. M. M. A. Michels.


Kleuterscholen nieuwbouw

Het jaar 1929 stond wat de kleuterscholen betreft in het teeken van den nieuwbouw. Het met ingang van 1 Mei 1929 weder verplichtend worden van het 7de leerjaar bracht met zich mede, dat tal van lokaliteiten, tijdelijk aan het kleuter-onderwijs afgestaan, weer ontruimd moesten worden. Het gevolg was niet de opheffing van de kleuterscholen, wél het onder dak brengen van kleuterscholen in meest zeer primitieve lokaliteiten. De opgedane ervaringen met de kleuterscholen in de Drentsche venen gaf aan het bestuur en aan de bevolking aanleiding om een dusdanige huisvesting der kleuterscholen te verkiezen boven opheffing der school. Met dezen stand van zaken kon evenwel de Centrale Vereeniging noch uit paedagogische noch uit medisch-hygiënische overwegingen genoegen nemen. De eenige mogelijke oplossing — wilde de Centrale Vereeniging tenminste niet tot opheffing overgaan — was de bouw van nieuwe kleuterscholen.

Een commissie, waarin o.a. zitting hadden de inspectrice van het kleuteronderwijs, de inspecteur der Volksgezondheid, de beide school-artsen der Centrale Vereeniging en de directeur der gemeentewerken te Emmen, diende der Centrale Vereeniging van raad en advies. Bij het ontwerpen van een, wat den bouw betreft, model kleuter-school werd zooveel mogelijk er naar gestreefd het type van een openluchtschool te benaderen en het geheel zoo vriendelijk en vroolijk mogelijk te doen zijn. Voor de aan de besturen in deze gestelde nieuw-bouw voorwaarden mogen wij verwijzen naar het hoofdstuk „Hygiëne" van dit verslag. Het door de Centrale Vereeniging ontworpen plan kostte per éénklassige school ongeveer / 4000.— (bouw- en verfkosten).

Den schoolbesturen werd door de Centrale Vereeniging een belangrijke bijdrage in de kosten toegezegd (ongeveer / 2300.—). De verwachting is, dat een 20 schoolbesturen tot den bouw van een nieuwe kleuter school zullen moeten overgaan. Voor het bedrag voor dezen nieuwbouw is de Centrale Vereeniging op steun van particulieren aangewezen. Met groote dankbaarheid mag hier vermeld worden belangrijke bijdragen van particulieren, die het der Centrale Vereeniging mogelijk maakten de nieuwbouw plannen aan te vatten. Met niet minder erkentelijkheid zij hier gememoreerd de daadwerkelijke steun van leerlingen van instellingen van M.O. Met groote bereidwilligheid gaven directeuren (trices) dezer instellingen hunne toestemming, om voor de leerlingen een causerie over het Drentsche opbouwwerk te houden en vervolgens om op de onder hun leiding staande scholen een actie ten bate van een in de Drentsche venen te bouwen kleuterschool te organiseeren.

In 1929 waren het de leerlingen van ,,'t Kopje" te Bloemendaal, het „Baarnsche Lyceum" te Baarn en „de Middelbare Meisjesschool" te Zeist, die op deze wijze het werk der Centrale Vereeniging steunden. Het laat zich aanzien, dat verschillende scholen op deze manier hun eigen kleuterschool in de Drentsche venen stichten.


Opleiding leidsters kleuterscholen

De in 1928 onder leiding van Mej. L. de HAAN en den Heer H. ATEN aangevangen cursus tot opleiding van de leidsters der kleuterscholen voor het Fröbeldiploma werd in 1929 voortgezet. Het is de verwachting, dat verscheidene der cursisten in 1930 reeds voor het examen zullen kunnen opgaan. Tevens zal dan geconstateerd kunnen worden of de door de Centrale Vereeniging in het leven geroepen cursus levensvatbaarheid heeft.


Overzicht buurthuizen

De decentralisatie, de oprichting van de buurthuizen te Barger-Compascuum en te Witteveen, de organisatie van het Nijverheidsonderwijs voor meisjes en de nieuwbouw der kleuterscholen zijn, wat het werk der buurthuizen betreft, in het jaar 1929 de meest vermeldenswaardige feiten. Onder de deskundige leiding van de aan de buurthuizen verbonden krachten kon het vele nieuwe werk worden aangevat, terwijl dezelfde leiding het reeds in vorige jaren begonnen werk consolideerde. Den Minister van Binnenlandsche Zaken en Landbouw werd in April 1929 uitvoerig rapport gedaan van de reorganisatie van de dienst der buurthuizen. De verschillende clubs en cursussen hadden weer op dezelfde wijze als in 1928 plaats. De in de buurthuizen gehouden consultatie-bureaux mochten zich in toenemende belangstelling verheugen, hetgeen uit onderstaande cijfers duidelijk blijkt:


Buurthuis Emmer-Erfscheidenveen

1929: Aantal ingeschrevenen: 62. consulten : 440.

Buurthuis Nieuw-Dordrecht

1929: Aantal ingeschrevenen: 40: consulten : 219.

Buurthuis Zwartemeer

1929: Aantal ingeschrevenen: 48. consulten : 195.

Buurthuis Emmerschans

1929 Aantal ingeschrevenen: 17. consulten : 136.

Deze cijfers toonen aan, dat de bevolking de consultatie-bureaux op prijs stelt, vooral wanneer men in aanmerking neemt 't feit, dat de moeders veel werk buitenhuis moeten verrichten, waardoor het bezoek aan het consultatie-bureau dikwijls achterwege moet blijven.


Krot en keetopruiming

De indertijd mede in overleg met de Centrale Vereeniging voor den Opbouw van Drenthe ingestelde huurgarantie-commissie werkte in 1929 als zelfstandige commissie op dezelfde wijze als het voorafgaande jaar. Hoewel de Centrale Vereeniging direct met het werk dezer commissie geen bemoeienis meer heeft, is het belangrijk met het oog op het geheele complex maatregelen, die voor den hygiënischen Opbouw genomen werden, eenige mededeelingen en cijfers te geven.

Het aantal keeten en krotten in Emmen bedroeg op 31 Dec. 1929 nog 381, een getal hooger dan men aanvankelijk verwacht had. De telling, die op verzoek van den Inspecteur van de Volkshuisvesting plaats had, geschiedde echter dit maal op meer systematische wijze dan voorheen het geval placht te zijn. De moeilijkheden, die te overwinnen waren, waren ook gedurende het afgeloopen jaar weer talrijk. Het feit, dat meest gezinnen emigreeren, die over de beste arbeidskrachten beschikken, doet de eigenaar vervener terstond zoeken naar soortgelijke gezinnen voor zijn woning, ten einde over meer werkkrachten voor het bewerken der turf te beschikken. De hierdoor ontstane opschuiving geeft echter dikwijls de gelegenheid de vrijgekomen woning door een krot- of keetbewoner te doen betrekken.

In het voorjaar 1929 kwamen de 25 speciaal voor keetbewoners gebouwde woningen gereed, zoodat hierdoor weer een aantal keeten en krotten konden worden opgeruimd. In het geheel verdwenen in 1929 114 keeten en krotten, welker bewoners voor het grootste deel in goede steenen woningen konden overgaan. De strenge winter van 1929 maakte, dat de huurbetaling niet steeds een vlot verloop had. De Centrale Vereeniging voor den Opbouw van Drenthe verleende het uitvoerend lid der huurgarantiecommissie voor zijn vele bemoeiingen weer een gratificatie. Eveneens stelde de Centrale Vereeniging voor 1929 de huurgarantiecommissie een bedrag ter beschikking, waardoor het der huurgarantiecommissie mogelijk werd bij het overplaatsen van keetbewoners naar een particuliere woning eenig meubilair aan te schaffen. Van den dienst der woning-inspectrice werd ook dit jaar door de huurgarantie-commissie een druk gebruik gemaakt.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl