In en om Assen




De Oranjebond


Onder het motto: “slopen is goedkoper dan onderhouden”, viel in 2001 ook dit stukje Asser historie op Oranjebond -7- onder de slopershamer. foto © Sietse Kooistra


Een steen waarop staat: "O.v.O 1898"

Achter aan de Zwartwatersweg ligt een klein straatje met een der merkwaardigste namen in de gemeente. Nog slechts enkele woningen zijn hieraan gelegen. De aandachtige toeschouwer ziet in de gevel hier en daar nog een steen met het opschrift: “O.v.O. 1898”. In mijn jeugd was het nog de enige zijweg van de Zwartwatersweg en sprak men van ‘het Oranjebond’. Thans ligt het straatje ietwat weggestopt in de muziekbuurt. Een klein straatje kan echter ook een bijzondere geschiedenis hebben. In 1898 zijn hier tien arbeiderswoningen gebouwd door de Oranjebond van Orde, vandaar de afkorting en het jaartal in de gevel. Om die reden van de bouw op dat moment te begrijpen is het nodig de oorzaak van het ontstaan en de doelstellingen van de Oranjebond toe te lichten


De Oranjebond van Orde

De situatie van de arbeidende bevolking in het Noorden van ons land was aan het eind van de vorige eeuw weinig rooskleurig en de economische malaise leidde tot spanningen. Vooral in Oost-Groningen liepen eind 1892 de emoties hoog op. Stakingen bij onder andere de aardappelmeelfabrieken in Oude Pekela leidden tot zodanige rellen, dat de overheid huzaren inzette om de gemoederen te bedaren. Rond de jaarwisseling was de onrust op zijn hoogtepunt en het zou tot eind januari 1893 duren voor de soldaten naar hun kazerne konden terugkeren. Het merendeel van de burgerij in het hele land raakte zeer verontrust over de ‘opstand’ in het Noorden.
Men besefte dat men de socialisten de wind uit de zeilen moest nemen door sociale misstanden te bestrijden. Voorop stond echter dat er weer orde moest komen. Zodoende ontstonden er twee ‘bonden van orde’; de Bond van Orde door Hervorming, opgericht op 2 februari 1893 te Winschoten door de Finsterwoldse notaris mr. A.H. Koning – die het strijdgewoel in Oost-Groningen van nabij had aanschouwd – en de Oranje Bond van Orde, die op 25 februari 1893 door een aantal notabele Utrechtenaren werd opgericht.


De bond hield zich voornamelijk bezig met heideontginning

De laatsten kozen Oranje als ‘de band, het cement dat ons samenhoudt’ om te benadrukken dat men zich niet op politiek of godsdienstig terrein wilde begeven Het laatste leidde er overigens meteen toe dan enkele ‘departementen’ – afdelingen – van de bond zich aansloten bij een Centrale van Oranjeverenigingen en zich inzetten bij de viering van Koninklijke verjaardagen. Zo was het niet bedoeld en de bestuurders besloten tot een snelle reorganisatie per 1 januari 1896. Sindsdien hield de bond zich voornamelijk bezig met heideontginning, enerzijds door de bouw van arbeiderswoningen en boerderijen op heidegrond, anderzijds door het aankopen en ontginnen van grote complexen heide en zandverstuivingen.

In 1894 werd op initiatief van mej. B.L.W. van der Huchte te Apeldoorn de “Kwartgulden-Vereeniging voor heide-Ontginning’ opgericht.
Dit was een damesvereniging die kwartjes verzamelde ten behoeve van de door de Oranjevereniging uit te voeren ontginningsprojecten.Deze vereniging zorgde voor het grootste deel van de inkomsten van de Oranjebond


De bewoners werden onmiddellijk eigenaar van de woning

Min of meer bij toeval ging de Oranjebond zich in de beginjaren op woningbouw toeleggen. Het idee werd gelanceerd door de Apeldoorner P.B. Bruijn van Rozenburg, gepensioneerd Luitennat kolonel van het Oost-Indische leger. De bond realiseerde de bouw van 32 arbeiderswoningen op het Hof- en Hattemscheveld ten zuiden van Apeldoorn. Nieuw was dat de bewoners onmiddellijk eigenaar van de woning werden. Deze stond op een stuk grond van 1 hectare, dat deels door de bond werd ontgonnen. De rest moesten de bewoners doen. De financiering geschiedde door een hypotheek van fl. 1000,- per woning, tegen een rente van maximaal 31/2%. De bewoners betaalden echter 4% aan de bond om een onderhoudsfonds te kunnen opzetten. De illusie dat bewoners zorgvuldiger met hun woning zouden omgaan als het hun eigendom was, viel echter al snel in duigen.

In februari 1896 kocht de bond al enkele woningen op het Hofveld terug en gaf ze vervolgens weer in huur uit. Een succes zijn de bondsactiviteiten op het gebied van woningbouw nooit geworden. Ze werden in de periode 1907 – 1912 afgestoten, waardoor het accent op de heideontginning kwam te liggen. De werkzaamheden daarvoor werden uitgevoerd door de in 1888 opgerichte Nederlandsche Heidemaatschappij. Deze nam per 1 januari 1918 ook de administratie van de Oranjebond op zich tot de opheffing van de bond in 1923, toen er nog slechts 300 leden waren. De bezittingen en schulden van de bond werden toen door de Heidemaatschappij overgenomen en in een apart ‘Oranjebond van Orde-fonds’ ondergebracht.


Voor fl. 700,- werd 10 hectare grond aangekocht

De geschiedenis van de Oranjebond in Assen begon in 1897, toen een speciale commissie op 7 juli aan het bestuur van de Oranjebond berichtte dat in de gemeente Assen geschikte grond voor de bouw van woningen was gevonden. Het ging om een terrein ‘a/d Zwartwaterscheweg gelegen, ter grootte van ca. 10 hectare’. Reeds op 20 juli werd de koop van de gronden, kadastraal sectie K, nrs. 300 en 833, vastgelegd bij notaris Jhr. Mr. Anne Willem van Holthe te Assen. Voor fl. 700,- werd 10.13.96 hectare grond verkregen. De aankoop werd gefinancierd door de uitgifte van 22 obligaties á fl. 500,-. Het geld was al eerder door de financiers beschikbaar gesteld voor het plan Huis en Hof in Amersfoort. Eén van de obligatiehouders was koningin-moeder Emma.


Een huisje aan de Oranjebond, kort na de bouw ervan in 1898. De bewoners zijn druk bezig met het aanleggen van een siertuintje voor het huis (Rijksarchief in Gelderland, archief Oranjebond van Orde, inv. nr. 185)


De eerste woning werd in 1898 betrokken

Op het terrein, gelegen in het Peeloërveld, werd eerst een rijtje van vijf woningen gebouwd, die op 1 mei 1898 betrokken konden worden. Men besloot vanwege de grote belangstelling nog vijf woningen te bouwen, doch toen ‘hielden op eens de kandidaten zich schuil’.Velen vonden de grote afstand naar de stad een bezwaar. Binnendoor was het een kwartier, maar langs de grote weg twintig minuten lopen.In 1899 werd de weg beplant Medio 1899 vroeg de bond hulp bij het zoeken naar geschikte bewoners aan het plaatselijke departement van de Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen. Dominee Schuring reageerde daarop, maar het is niet duidelijk of door het Nut daadwerkelijk assistentie is verleend. Toch konden nog in hetzelfde jaar 1899 vier woningen van het tweede rijtje worden betrokken. De laatste kon per 1 maart 1900 worden verhuurd.

Evenals in Apeldoorn stonden de woningen op een perceel grond van ongeveer een hectare. Een kwart daarvan was woning met tuin en heg. De bond liet een deel van de resterende grond ontginnen, terwijl de bewoners zelf ongeveer een halve hectare konden ontginnen. De bond had duidelijk een pedagogische ondertoon! In de beginjaren stelde de Oranjebond gratis mest ter beschikking. In 1899 werd de weg die door het terrein liep beplant. In dat jaar waren er klachten over het drinkwater, die men hoopte te verhelpen met ‘het plaatsen van luchtkokers in de putten’.


De huur bedroeg fl. 0,80 per week

De huur zou aanvankelijk per half jaar verschuldigd zijn, maar al gauw werd besloten deze naar plaatselijke gewoonte per week te innen. De huur werd vastgesteld op fl. 0,80 per week, maar voor veel arbeidersgezinnen was dit toch al een groot bedrag.
Op 20 januari 1904 bleek de bewoner van nr. 6, Geert Timmermans, met de noorderzon vertrokken, met achterlating van een huurschuld. Tot februari 1899 was Mr. A. ten Oever te Assen belangeloos behulpzaam bij het verwerven van de grond en het beheer van de woningen. Het dagelijkse bestuur benoemde op 19 februari 1899 tot beheerder de heer J.M.J. Sutherland, klerk bij de belastigen, wonende Molendwarsstraat 21, voor fl. 50,- per jaar.

Wegens drukke werkzaamheden verkreeg hij echter al ontslag op 13 mei 1899. Medio juni werd hij opgevolgd door de heer E.H.H. Scheffer, deurwaarder van de directe belastingen. Het algemeen bestuur besprak in maart 1901 klachten over het beheer, waarna vanaf 1 april 1901 als ‘opzichter’ de heer J.G. Bettink Jr. aantrad. Laatstgenoemde bleef in functie tot 1911. Bettink was toen agent van de levensverzekeringsmaatschappij ‘Utrecht’ en schreef op briefpapier van de Vereeniging ‘Werkmanslust’ te Assen.


Jacob Harms bleef de bond altijd trouw

Vanaf 1900 ging zich voor het eerst een vrij vaste kern van bewoners vormen. In 1911 bleek dat zes bewoners er reeds meer dan zeven jaar woonden, Jacob Harms, één van de bewoners, bleef de bond altijd trouw en stierf op ‘het’ Oranjebond. Zijn activiteiten in de tuin zouden zelfs tot enkele prijzen leiden. Op een tentoonstelling in Smilde in november 1900 verkreeg hij een zilveren medaille en op de Landbouwtentoonstelling te Zutphen in augustus 1905 won hij een bronzen medaille voor ‘tuinvruchten op heidegrond geteeld’ .


Negen woningen werden verkocht voor fl. 750,-

Op 22 oktober 1910 besloot het algemeen bestuur alle woningen te verkopen aan de bewoners en de obligaties af te lossen. Enkele obligatiehouders stelden hun obligaties kosteloos of met korting ter beschikking, waardoor de bond een positief saldo aan de exploitatie kon overhouden. Met behulp van notaris D.A.M. de Fremery, die de verkoopakten verzorgde, konden uiteindelijk alle tien bewoners de aankoop financieren. Negen woningen werden verkocht voor fl. 750,-, en één verbouwde woning – die van ‘Vrouw Harms’ - voor fl. 1000,- te aanvaarden per 1 mei 1911. Aan dit laatste was de nodige strijd vooraf gegaan. Zo schreef opzichter Bettink op 29 januari 1911 in een onthullende persoonlijke brief over de weduwe van Jacob Harms, die kennelijk nogal wat eisen stelde alvorens haar woning te willen kopen: “Vrouw Harms beschouwt zich zoowat als koninginne van den Bond omdat zij er altijd hebben gewoond en vermeent daardoor een zeker recht te mogen aanmatigen”. De band met de Oranjebond was definitief verbroken. Op 26 juni 1911 ontving opzichter Betting van het algemeen bestuur van de Oranjebond de laatste afrekening, inclusief een gratificatie van fl. 65,-.


Bronvermelding:

Asser Historisch Tijdschrift; nummer 2 / juni 1992. Een artikel van J. Eefting Wzn.


Van de tien aan de Oranjebond gebouwde huisjes is deze woning op een foto uit 2010 het enige overgebleven exemplaar. foto © Sietse Kooistra


Het geheim van de gevelsteen

Hans van Maaren (1943) beleefde zijn jeugd op de Oranjebond. Dat was een verzameling huizen aan een zijweg van de Zwartwatersweg. De naam komt van de in 1893 opgerichte Oranjebond van Orde, een antisocialistische beweging die de maatschappelijke onrust in die tijd wilde bestrijden en trouw betoonde aan het Huis van Oranje. In Assen bouwde de bond in 1898 op ontgonnen grond tien arbeiderswoningen. Hans van Maaren vertelt zijn verhaal van de Oranjebond en ontsluiert tegelijkertijd het geheim van een verdwenen gevelsteen.

Ik ben geboren in Smilde, maar in mei 1945 verhuisden we naar Oranjebond. De woning was eigendom van mijn oom, ook een Van Maaren, die naar Veenhuizen zou vertrekken. Mijn vader, die ondergedoken was geweest, ging naar het gemeentehuis van Assen en heeft zich daar zonder zijn voornaam gemeld. Hij heeft alleen gezegd dat hij Van Maaren was en op Oranjebond 7 woonde. Op die manier omzeilde hij de regelgeving die kort na de oorlog van kracht was. Wat die regels precies inhielden, weet ik niet, maar je kon toen niet zomaar verkassen. Ons huis was de eerste woning aan de linkerkant. Aan dezelfde kant woonden naast ons de familie Kok en Arend Jansen, die de eigenaar was. Naast Kok en Jansen woonde De Boer, dan kwam Van de Velde, daarnaast De Vries en van de bewoners van het laatste huis aan de linkerkant ben ik de naam vergeten.

Op rechts begon het met Klok, dan Aafje Bijl, dan Oost, vervolgens Timmer, Loman, Tienkamp en Betting. De huizen van Klok, Oost en De Vries waren trouwens niet van hetzelfde type en bouwjaar als die van Oranjebond. Ik weet niet waanneer ze gebouwd zijn. Met overbuurman Klok had ik een heel goed contact. Ik kon altijd bij hem terecht als ik ruzie met mijn moeder had. Ze zei wel eens dat ik meer van hem mocht dan de eigen kleinkinderen. Klok nam elke morgen een kop koffie met een ei en cognac erin. Hij is ver over de 80 geworden. Aafje Bijl, of Afie Biel zoals wij zeiden, woonde recht tegenover ons. Ik heb ergens op een site gelezen dat haar huis een eindje achteruit stond, maar dat klopt niet. Het stond gewoon in het rijtje langs de klinkerweg vol gaten die door Oranjebond liep. Er wordt gezegd dat Aafje seniel was, maar zo zou ik het niet willen zeggen.


Het Aafke's Bosje

Het was gewoon een aparte vrouw met een heel wisselvallig karakter. Ze was naaister en verstelde kleding bij mensen thuis. Een paar keer per dag kwam ze bij ons op de klok kijken hoe laat het was. Die hing eerst in de hal en later in de kamer. Soms was ze boos en dan liep ze iedereen voorbij, maar ze bleef wel komen kijken. Als ze niet kwaad meer was gooide ze blaadjes van de scheurkalender in de brievenbus. Zo kon je precies zien hoe lang ze boos was geweest. Wij plaagden haar wel eens, dat doe je als kinderen. Dan kwam ze ons achterna, maar ze kreeg ons natuurlijk niet te pakken. Aafje stuurde elk jaar een verjaardagskaart naar de koningin en kreeg ook altijd antwoord.

Ik was bevriend met Wout Kok en Wim Oost, maar we speelden ook wel met de andere kinderen. De sfeer was heel goed. We voetbalden met elkaar in het bosje van Aafje, op een open plek die vroeger landbouwgrond was geweest. Het bos is er nog en heet nu Aafke's Bosje. Oudejaarsavond vierden we vaak met de hele buurt in de schuur van buurman Arend Jansen, die tuinder was. Er stond dan een grote kachel. Arend was op 1 januari jarig en zijn familie kwam die avond ook. Oranjebond was een hechte en verdraagzame gemeenschap. De familie Timmer, zo rood als het maar kon, woonde met negen kinderen tegenover de streng gereformeerde familie De Boer met veertien kinderen.

Die gingen probleemloos met elkaar om. Alleen op zondag mochten de kinderen van De Boer niet verder dan de 'dam', ze mochten het erf niet af. Bij elke woning was een hectare grond, gescheiden door houtwallen. Mijn vader verbouwde er aardappels en een deel verhuurde hij aan boer Oost, die aan de Teraardseweg woonde. Die zaaide er haver en rogge. Hij was een broer van Oost, die bij ons op Oranjebond woonde. De kastanjeboom uit onze tuin staat er nog steeds. Arend Jansen had op zijn grond het tuindersbedrijf en bij hem werkten we af en toe. Witlof op rij zetten bijvoorbeeld, dat deed je kruipend. Later kwamen er kassen met tomaten. Daarvan moesten we de loten weghalen.


De gevelsteen van de Oranjebond van Orde. foto © Sietse Kooistra


We woonden wel in Assen, maar ver buiten de stad

Ik heb daarna tien jaar geen tomaten meer gegeten. Voor het werk kregen we van Jansen tribunekaartjes voor de TT. Hij was in 1957 ook de eigenaar van ons huis geworden. Dat ging heel apart. Mijn oom wilde de woning verkopen en mijn vader bood geld. Daar reageerde mijn oom niet op, maar hij verkocht het huis aan Jansen. Tussen mijn vader en zijn broer is het nooit meer goed gekomen. Jansen heeft het huis wel laten verbouwen. De dakgootlijn werd opgetrokken, waardoor er ruimte kwam voor twee slaapkamers boven. Daar sliep ik met mijn jongere broer Johan. Ik ging naar de Wilhelminaschool aan de Groningerstraat. Die stond ongeveer achter het tegenwoordige café De Pimpelaer. Eerst werd ik nog gebracht, later moesten we lopen.

De Zwartwatersweg af, dan door de Groningerstraat en de brug over. Ik denk dat we er ongeveer twintig minuten over deden, maar kinderen lopen nooit in een keer door. In de middagpauze gingen we naar huis. Je was vrij van twaalf tot half twee, dus erg lang thuis waren we niet. Hoogtepunten waren het paasfeest en de viering van 1 mei met een optocht. Als het winter was liepen we over de akkers naar de ijsbaan van Peelo om te schaatsen. We woonden wel in Assen, maar ver buiten de stad. Luchiesland was er nog niet en je kon naast de Groningerstraat alleen via de Venestraat of de Molenstraat naar het centrum. Daar kwamen we nauwelijks.

Ook later, toen ik op de fiets naar de ambachtsschool aan de Schoolstraat ging voor de opleiding tot machinebankwerker, ging ik nog niet vaak echt de stad in. Op de leeftijd dat het uitgaan in die tijd begon, ben ik gaan varen. Assen heb ik pas goed leren kennen na mijn trouwen. Met varen ben ik toen gestopt. Ik woon nu al heel lang in de Bosstraat. Mijn vrouw Mettie heb ik trouwens op Oranjebond ontmoet. Zij woonde in Schoonoord, maar haar vader was een neef van Timmer en daar kwam ze wel eens. Het is begonnen met kinderspel letjes. We waren een jaar of veertien. We hebben in het begin van ons huwelijk nog bij mijn ouders op Oranjebond gewoond. Zij woonden beneden, wij boven.


De vraag van de Asser Historische Vereniging is nu beantwoord

Onze zoon Marcel is er geboren. Later heeft onze dochter Saskia er ook met haar gezin gewoond. Ze moesten de periode overbruggen totdat het huis dat ze in Kloosterveen lieten bouwen klaar was. Tot het laatst heeft er dus een Van Maaren op Oranjebond gewoond, waar alle huizen ondertussen zijn afgebroken op één na, dat van Timmer. Er zit een aardige tegenstelling tussen de van oorsprong antisocialistische Oranjebond van Orde en de manier waarop mijn leven zich heeft ontwikkeld. Niet alleen door de viering op school van de Dag van de Arbeid, maar ook door het vakbondswerk dat ik in latere jaren heb gedaan. Mijn eerste baan aan de wal was bij de Engels-Nederlandse Verpakkingsindustrie.

Ik was er ploegleider, maar ben eruit gewerkt vanwege mijn vakbondsactiviteiten. Bij mijn volgende werkgever PTT en later KPN ben ik me altijd op dat terrein blijven bewegen, onder meer ook als lid van de ondernemingsraad. En nu ik met pensioen ben, doe ik dat nog steeds. Tot slot wil ik nog iets verklappen. Toen onze dochter Saskia het huis op Oranjebond verliet, heb ik de gevelsteen van de Oranjebond van Orde eruit gehaald. Niet lang daarna werd de woning afgebroken. Dat was in 2001, toen wij met vakantie in Australië waren. De Asser Historische Vereniging vroeg zich af waar de gevelsteen gebleven was. Ik heb hem dus. Het was het enige waar ik belang bij had. Voor het overige doet Oranjebond me niets meer.


Bronvermelding:

Asser Historisch Tijdschrift; nummer 2 / juni 2011. Een artikel van Hans van Maaren


De Oranjebond Anno 2011


foto © Sietse Kooistra



Misschien doorstart dierenweide

Info drenthejournaal d.d. 9 oktober 2013


Het dierenparkje bij Aafke’s Bosje aan de Oranjebond in Assen maakt een desolate indruk. De dieren zijn verdwenen en het hek zit op slot. Sinds 1 oktober is de dierenweide gesloten. Raadslid Luc Rengers van de PvdA stelt er vragen over aan het college. Hij vraagt zich af of het parkje zomaar gesloten kan worden. Inmiddels zijn er ook initiatieven voor een doorstart.

Geen geiten meer, de kippen zijn verdwenen en ook varken Babe heeft een nieuw onderkomen gevonden. Door een tekort aan vrijwilligers konden alle taken op en rond de dierenweide niet meer worden uitgevoerd. Een wervingscampagne leverde niks op. Dierenweide Oranjebond heeft de deuren moeten sluiten. Luc Rengers betwijfeld echter of dat wel mag. ‘De gemeente is eigenaar geworden van de dierenweide, nadat een erfenis is aanvaard met de verplichting een dierenweide in het leven te roepen en in stand te houden. Mijn vraag aan het college is voor hoe lang de gemeente die verplichting is aangegaan. Want als de afspraak nog geldig is, moet de dierenweide terugkeren.’

Rengers ziet nog wel mogelijkheden voor een doorstart, waarbij wordt samengewerkt met instellingen, zoals De Hofstede, Vanboeijen, Promens Care of de wijkvereniging. Daarnaast kan er volgens hem eventueel een link worden gelegd met de nabijgelegen onderwijsinstelling Pro Assen of de tuindersvereniging Oranjebond. ‘Want als dit blijft leegstaan, dan wordt het een hangplek of gaat mogelijk zelfs de fik erin.’ Inmiddels worden er uit de buurt ook pogingen ondernomen om een doorstart met de dierenweide te maken. Kees van Ee is initiatiefnemer. ‘De mensen hier in de buurt missen het dierenparkje echt. Als ik ’s avonds ga wandelen, wordt ik er iedere keer over aangesproken. Deze dierenweide bestaat natuurlijk ook al zo’n dertig jaar.’

Van Ee ziet mogelijkheden voor een doorstart. ‘We willen een zelfstandige stichting oprichten. Een viertal vrijwilligers heeft zich al gemeld. Als stichting willen we graag samenwerken met bijvoorbeeld Promens Care. Wanneer wij hier een dagbesteding van kunnen maken, dan heb ik er veel vertrouwen in dat de dierenweide weer opent in het nieuwe jaar. Maar nog steeds hebben wij vrijwilligers nodig.’





© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl