In en om Assen





De geschiedenis van het landgoed Overcinge in Havelte


Bronvermelding:
Research Ellen Steffers-Dekker. Tekstsamenstelling: Otto  Lussenburg


Landgoed Overcinge, Havelte. Foto: Anne Kootstra


Hoe het allemaal begon


Wat zijn mensen toch rare wezens, ze weten wel iedereen tegen zich in het harnas te jagen. Zelfs een statig huis, ja, een hof als ik. “O nee! Jij kunt geen Havezate zijn, want er heeft nooit adel gewoond binnen jouw muren!” Nee, dat zal wel niet, maar als jullie wisten wat die Prins Van Nassau binnen mijn muren heeft uitgespookt dan piepten jullie wel anders! Maar laat ik bij het begin beginnen: Zoals de meesten van u kan ik me mijn bouw niet meer herinneren, maar ruim 700 jaar geleden was ik er al. Ik werd gebouwd door de Bisschop van Utrecht op een slimme plek, waar de weg van Zwolle naar Groningen langskwam, de Poort naar Drenthe zeg maar. Doorgaand verkeer genoeg zou je zo zeggen. En dat was nodig, want Groningen was een belangrijke havenplaats, en bovendien regelmatig erg opstandig tegen de bisschop, net als de Drenten trouwens.

Ik kreeg een goede leenheer, Herbertus Putten, van de Hof te Putten. Hij was de leenheer van de bisschop vanaf het begin van mijn bestaan in 1313, en hij en zijn familie verhuurde me weer door aan anderen. Dat duurde tot in 1795 de Franse Revolutie hier een eind aan maakte. Alle leenmannen hadden een “eervol beroep”. Ze waren bijvoorbeeld schout of militair en in staat om mij te verdedigen in geval van oorlog of een overval. Rond 1300 werd ik de hof te Overessingen en het Kotland te Hesselen genoemd: -Curtim t'Oeveressingen et bona dicta bona Cotland de "Hessele"-Ik was dus toen al van meer dan gewone betekenis. Rondom mij stonden boerderijtjes. Eigenlijk was het zo: Havelte, dat was ik, zo jong als ik was.

Zo ongeveer zag Havelte er toen misschien nog wel uit. Een van mijn eerste leenmannen was Johan Willemszoon, die in 1410 een steen boven de kerkdeur plaatste in de kerk van Havelte. In mijn eerste honderd jaar was Hendrik de Vos van Steenwijk een van mijn leenmannen. Ook hij was een belangrijk man in deze streken. Sommigen van u kennen hem vast wel. Hij woonde graag binnen mijn muren. Hij onderhield goed en ik had het liefste dat hij nooit weg was gegaan, dat hij mijn sleutel niet had verloren…..


De 80 jarige oorlog


Vanaf 1579, Unie van Utrecht, weet u nog, was de bisschop van Utrecht niet meer mijn baas, maar ik bleef gewoon eigendom van het huis te Putten. En deze Unie van Utrecht luidde een buitengewoon eenzame tijd voor me in, want de 80‐jarige oorlog (1568‐1648) woedde hier in Drenthe in alle hevigheid. De Oorlog bracht Drenthe aan de rand van de afgrond, want juist dit gebied was jarenlang het strijdtoneel tussen de Spaanse troepen en die van Oranje‐Nassau. Denk aan de slag bij Heiligerlee, het beleg van Kampen 1572 en 1578, Zwolle 1580, Steenwijk 1582 en 1592, Coevorden 1592, 93 en 94 en ga zo maar door.

Nu kwam er weer een Spanjaard binnen mijn poorten, dan weer een Hollander of ander gespuis. De een knokte met de ander. De katholieke kerk had voor de 80-jarige oorlog veel invloed. De katholieke kerk was het enige grote georganiseerde instituut met verder strekkende macht dan alleen het regionale. Men betaalde “belasting” aan de heer. De heren werden aangesteld vanuit de kerk. Later werden die verworven posities van belasting mogen heffen erfelijk. Uit die groep van “heren” zijn de edelen ontstaan. De edelen gingen uiteindelijk kastelen bouwen als in Coevorden en te Ruinen. Daarnaast kende men de versterkte boerderijen de Havezaten, met hun eigen rechten en privileges op provinciaal gebied, de landschap Drenthe. Rond 1600 woedde de 80 jarige oorlog, een uiterst verwarde tijd; vriend en vijand betwisten elkaar het bezit van en vooral een doortocht door “de Landschap” Drenthe. Plunderen en platbranden was aan de orde van de dag.


Plundering van een dorp door Pieter Molijn (Frans Halsmuseum, Haarlem)


Kraakpand Overcinge


Zei ik bewoond? Gekraakt mijnheer, gekraakt! En Putten, mijn leenheer verdiende alleen maar geld aan me. Is er ook maar iets veranderd door de eeuwen heen?? Hier in Drenthe was het armoe troef. Volgens mij was dit ook de armste periode uit mijn hele bestaan, want de troepen van Maurits (die de Staatsen heetten) hadden een nieuwe tactiek van oorlogvoeren verzonnen. Die van de verschroeide aarde. Die tactiek werd hier in Drenthe getest : De Staatsen vermoordden ongeveer een derde van de Drentse bevolking en staken alles in brand wat ze niet konden gebruiken of meenemen, om te voorkomen dat de Spanjaarden het in handen zouden krijgen. De Spaanse troepen hielden zich op in de katholieke gebieden. Om de Spaanse invloed te weren ging Prins Maurits tezamen met de geuzen de katholieke Spaanse gebieden, gelegen boven België, protestant maken en de Spaanse troepen verjagen.

Prins Willem van Oranje is pas later protestant geworden. Drenthe moest ook protestant worden in plaats van katholiek. Dit gebeurde omstreeks 1600. Is hij protestant geworden om Prins over Nederland te worden? Het idee van een arme Drent komt voort uit met name een paar donkere perioden. De donkerste was toen Prins Maurits en consorten, de Staatse troepen, een derde van de Drentse bevolking had weggejaagd c.q vermoord Wat ik allemaal aan ellende voorbij heb zien komen! Waar de rest van de republiek welvarend was, de gouden eeuw, weet u wel, en een bloeiende economie had, daar was het in Drenthe donker, grauw en uitgemergeld van armoede en dood. Hier en daar kwam tegen het einde van de 80 jarige oorlog de veenontginning enigszins op gang, maar de oorlog smoorde die weer in de kiem. Spaanse soldaten, Duitse huurlingen, Schotse strijders, Zwitserse garde, Waalse cavalerie en Engelse lansknechten vochten hier allemaal in Drenthe. De situatie was wel heel ernstig, ten hemel schreiend…..

Drenthe is in die tijd zo uitgemergeld dat na de 80-jarige oorlog, bij de vorming van Nederland, niet mee mocht doen met de rest van Nederland. Wel had Drenthe mede in 1580 de Unie van Utrecht ondertekend. De Unie van Utrecht is een op 23 januari 1579 getekende overeenkomst tussen een aantal Nederlandse gewesten, waarin werd overeengekomen dat men zich gezamenlijk zou inzetten om de Spanjaarden het land uit te jagen Pas door Napoleon kwam daar verandering in en mocht men zitting nemen in de regering. Grote delen van Drenthe, met name het zuiden, waren niet echt Oranjegezind. Is er wat misgegaan in de overgangsperiode, teveel wrevel?


De Haagse huizen van plezier


Zoals het een voornaam huis betaamt, zal ook ik maar weinig prijsgeven van wat zich binnen mijn poorten heeft afgespeeld. Wat ik wel kwijt wil is dat in deze kamer verschillende Prinsen van Oranje hebben vertoefd. Ik herinner me Prins Maurits in 1591 en in 1592 samen met zijn neef Lodewijk van Nassau die er ook in 1610 nog logeerde. Nou, vooral die Maurits was me er eentje! Ik citeer het Westfries Museum tijdens de tentoonstelling: Roddel & Achterklap in de Gouden Eeuw: Heeft Maurits, onze stadhouder en prins van Oranje, een nieuw liefje? Het gonst van de geruchten in de Haagse huizen van plezier. Zoals bekend houdt de prins er een gevarieerd liefdesleven op na. In ieder stadje een schatje, zo gezegd. Het huwelijk lijkt voor onze Maurits niet weggelegd. Hij heeft al twee veelbelovende aanzoeken afgewezen. Lag enkele jaren geleden de naam van Margaretha van Mechelen op ieders tong, sinds kort wisselen de nachtvlinders elkaar in snel tempo af.

Cornelia Jacobsdochter werd ingeruild voor Ursula de Rijck uit Breda, die op haar beurt weer plaats moest maken voor Jobghen van Alpen Arentsdochter. Volgens doorgaans betrouwbare bronnen zouden er al verschillende kinderen uit deze relaties geboren zijn. Drie zeker, want de zoons uit zijn relatie met Margaretha van Mechelen, Willem, Lodewijk en Maurits junior, groeien gewoon aan het hof op. Het gerucht wil dat zijn nieuwste vlam een 19-jarige Haagse schone is, die luistert naar de naam Anna. Ze is de oudste dochter van uurwerkmeester Van der Kelder uit de Schoolstraat. Waaruit maar weer eens blijkt dat uiterlijk voor de prins belangrijker is dan afkomst.


Een rigoureuse verbouwing

Hoe ging het met mij? Zoals ik zei werd ik gekraakt door allerhande volk. U kunt zich voorstellen dat een huis als ik door krakers niet heel goed onderhouden werd. Hier ziet u hoe ik mij voelde… Dus of het echt goed met me ging? Maar er was wel altijd drank in overvloed en voor een knokpartij deinsde mijn bewoners niet echt terug. Dus regelmatig waren er feesten en partijen. Gerrit Struick werd mijn nieuwe leenman. Met zijn familie kreeg ik echt een band. Vanaf iets van 1610 kwam hij regelmatig bij me langs. Hij had veel invloed en was een druk en rijk man. Hij was schout, rechter, gedeputeerde en rentmeester van zowel het geseculariseerde klooster Dickinge in De Wijk als van het kapittel van Sint Pieter te Utrecht. Behalve mij bezaten de Struicken nog andere goederen. Het was een rijke familie.

Ze konden ruimer leven en het oude hof, de oude ik, vonden ze te klein. Daarom werd ik rigoureus verbouwd tot mijn tegenwoordige omvang. KLIK En eigenlijk was dat het begin van mijn bestaan zoals ik er nu uitzie. Gerrit zelf heeft op Douwengoed gewoond, hier p g g , in de buurt, maar hij kwam vaak langs. Zijn zoon Gerhard Struick en zijn gezin kwamen hier wel wonen. Na jaren van onrust kreeg ik weer een gezin binnen mijn muren. Maar Gerrit Stuuck laat zich het goed belenen op 27 juli 1616. Drie jaar later lijkt het erop dat Gerrit Struuck,- een vermogend man en veel invloed vanwege zijn ambt als schult, ette, gedeputeerde en rentmeester van zowel het geseculariseerde klooster Dinckinge te De Wijk als het kapittel van Sint Pieter te Utrecht-, de zaak in zijn voordeel beslist heeft: op 1 augustus 1619 wordt de hof te Overcinge en het Kotlandt overgedragen aan Gerhard Struuck/Struick (?)

Behalve Overcinge bezaten de Struicken nog andere goederen .Hij woonde op Douwengoed dat afgesplitst lag van Overcinge. Ze konden ruimer leven en het oude hof was daarvoor niet meer geschikt, daarom liet Gerrit Struick het tegenwoordige huis bouwen maar heeft er niet gewoond. Hij overleed in 1642. De eerste bewoner is zoon Jan Struyck met zijn gezin die 2 jaar na het overlijden van zijn vader op Overcingen kwam. Met het gezin van Jan Struyck, de landschap 's secretaris, begint een nieuwe Episode in mijn geschiedenis van het tegenwoordige “Huis” De Struycken behoorden tot de gegoede stand en het leren musiceren was onderdeel van de opvoeding Ondanks de nog steeds aanwezige Oorlog 's situatie werden er op Hof Overcinge muziek-avonden georganiseerd .


De Volkshogeschool 'Overcinge'


In 1665 kwam Overcinge in opspraak.

Op een dag was Gerrit Struick op bezoek bij zijn oom de landschap secretaris Jan Struick die op Overcinge woonde. Gerrit was de zoon van Jan Steenbergen Struick, schulte van Havelte. In de Rode kamer ontmoette deze jongeman een andere man en het kwam tot een gevecht met dodelijke afloop; hij vluchtte over de landschap' s grens van de aanliggende provincies die in elk geval niet uitleverden. De zoon van de Schult was voorlopig veilig van een vervolging met zware straf. Zijn vader, de schult van Havelte, zal wel niet hard gelopen hebben om zijn zoon gevangen te nemen. Na verloop van tijd werd een flinke som “zoengeld” aangeboden aan de bloedverwanten van de overledene tegen het recht om weer vrij in Drenthe terug te keren. De geest van het slachtoffer bleef rondhangen op Overcinge: een vers van een latere bewoonster vertelt;

De uilen zuchten voor de poort;
en boven in de achtergang spookt het.
Veel gasten hebben het te middernacht gehoord.

Struick ging failliet en verkocht Overcinge.


Een nieuwe fase met buitenlands bloed:

In 1675 was de zoon Hubert Struuck in grote financiële moeilijkheden geraakt; zijn faillissement is al uitgesproken maar tot zijn dood in 1680 heeft hij de executie van zijn boedel weten op te houden Na zijn dood sluiten zijn schuldeisers en de erfgenamen van zijn moeder Mechteld van Westerbeeck op 14 september 1680 een overeenkomst, waarbij van de opbrengst van de executoriale verkoop van "de grote behuisinge met alle annexen" twee-derde voor de crediteuren bestemd zal zijn en een derde deel voor de erfgenamen . Een zeer lastige situatie als onroerend bezit publiekelijk verkocht moet worden ; goed een derde deel blijft over en men slaakt een zucht van verlichting als men alles in den minne op kan lossen want tenslotte blijft het Huis in de familie.

Het geslacht Sichterman komt in 1681 op Overcinge en hiermee komt er buitenlands bloed op het Landgoed en wel uit Frankrijk. De Sichtermannen waren voornamelijk beroepsmilitairen en daarom vaak afwezig op Overcingen, omdat zij elders in garnizoen lagen. De Struucken hadden altijd veel te maken gehad met de bevolking; zo zorgden voor vele zaken waar nu de politie, notaris en de belastingsdienst mee belast zijn. Dat was anders bij de Sichtermannen; Overcingen werd een bolwerk van beroepsmilitairen van de Staten Generaal die weinig in contact kwam met de bevolking. Waarschijnlijk omdat de familie zeer weinig op het Landgoed was verkochten ze Overcinge in 1717 aan Frans Willem Carpenter, een Engselse cavalerieofficier, maar de heer Carpentier heeft blijkbaar grote moeite om de koopsom bij elkaar te krijgen( misschien vanwege het feit dat hij geen familie was wordt wellicht het verkoopbedrag opgeschroefd ??)

Want hij verkoopt Overcinge op 24 oktober 1720 aan Wolter Kymmell , die voorheen cavalerieofficier was in het regiment van de ritmeester Herman Sichterman. Er moet weer orde komen op Overcinge , een familie die het landgoed kan besturen en daar het geld voor over heeft. Hadden we eerst een Fransman, toen een Engelsman nu hebben we een Duitser uit Zweibrücken op het Landgoed. Het blijkt dat al deze families door huwelijk aan elkaar verwant waren, want de echtgenoten waren Wilsons, uit Engelse families , groothandelaren die in Elbing in Polen woonden. Kymmell stamde af van zowel de Struicken als van de Sichermannen en was gehuwd met een een Wilson. Men wilde blijkbaar roerend/onroerend goed in de familie houden.


Geslacht Kymmell

Met Wolter Kymmell komt Overcinge in een geslacht dat er tweehonderd jaar zal blijven wonen. De Kymmells werden juristen en de militairen verdwenen van het toneel. Petrus Kymmell was de 3e generatie en erfde Overcinge; hij was ongehuwd, geestesziek ( inteelt ? ) en niet in staat de goederen te beheren. Het Huis werd verhuurd en verwaarloosd: in de beneden gangen werden schapen gestald en boven werd het hooi geborgen. Gelukkig had hij een broer , een notaris te Meppel, met een zoon: Joachim. De notaris stierf jong en zijn weduwe Tonckens ging met haar zoon Joachim Lunsing Kymmell , dus de neef van Petrus, naar Groningen waar hij medicijnen ging studeren; in 1838 studeert hij af, trouwt, en komt met zijn moeder naar Overcinge . Ook had hij de boerderij in eigen beheer. Helaas overleed zijn echtgenote bij de geboorte van zijn kind, waarna hij met zijn moeder en dochtertje op Overcinge bleef wonen.

Gedurende 40 jaar werkte hij als arts in Havelte en de aangrenzende plaatsen. Hij ging te paard of met een rijtuig naar zijn patiënten. Overcinge had weer een bewoner die met de bevolking meeleefde. Als wethouder had hij veel invloed in Havelte. Overcinge moest nodig opgeknapt worden; de ramen van glas in lood in kruiskozijnen tochtten en rammelden en zaten zo hoog, dat men zittend op een stoel niet uit kon kijken. Dat was niet gezellig en daarom werd in de geest van die tijd, we spreken over 1840,1850 , de kozijnen door schijframen vervangen… Toch heeft men blijkbaar niet gedacht aan een renovatie van de boerderij De boerderij waar zoveel brandgevoelige materiaal aanwezig was b.v het hooi; er hoeft maar wat te gebeuren of er is Brand ….

Door hooibroei brandde de boerderij af. Het Huis liep groot gevaar bij deze brand en er werd iemand gestuurd naar Meppel om de brandspuit te halen en bij de goed bedoelde pogingen van de naoberhulp, verdween het servies met zilveren theepot in de gracht. Het Huis bleef behouden, maar met de boerderij verbrandden ook de vertrekken tegenover het Huis waaronder het koetshuis . De boerderij , waar niets van overbleef, werd weer opgebouwd . In 1870 werd een boerderij vanuit Ubbenakanaal bij Groningen verplaatst naar Overcinge. Deze boerderij moest weg in verband met de aanleg van de spoorweg Assen-Groningen. (Zie de twee gedenkstenen tegen de boerderijmuur.) Maar de vertrekken tegenover het Huis kwamen niet terug evenals het koetshuis, welke tegen de poort stond dat nu door een muur is vervangen. “Het Hof was niet meer”


Landgoed Overcinge, Havelte. Foto: Anne Kootstra


Linthorst Homan

Na het overlijden van Joachim Lunsingh Kymmell in 1876 kwam Overcinge in het bezit van dochter Ida Elisabeth en schoonzoon Johannes L. Linthorst Homan, advocaat, gedeputeerde en commissaris van de Koningin in Drenthe. Hij trachtte Overcinge op te knappen, en verder te gaan, daar waar zijn schoonvader geëindigd was; maar het Huis was wel heel erg bouwvallig. Ook hun zoon Johannes Tijmens, die net als zijn vader commissaris van de Koningin in Drenthe was, bewoonde Overcinge. Hij overleed relatief jong waarna zijn weduwe als laatste bewoonster er nog enige jaren bleef wonen. Waarschijnlijk werd het opknappen en de bewoning op het Hof te duur want haar zoon Johannes Linthorst Homan droeg het Huis over aan de Volkshogeschool; wiens goede zorgen en dank zij de nodige subsidies het voortbestaan van het Huis verzekerd was. In 1953 werd Overcinge eigendom van de Volkshogeschool

In de oorlog is Huize Overcinge door de bezetter gevorderd. Het huis bood onderdak aan de Bauleiting die verantwoordelijk was voor de aanleg van Fliegerhorst Havelte. Na de oorlog werd het uitgewoonde complex aan de Volkshogeschool overgedragen.In de tweede wereldoorlog was huize Overcinge in handen van de SS. Tijdens een feestje werden de heren van de SS dronken en wilden ze een aanwezige verpleegkundige verkrachten. Met een kapotgeslagen wijnglas stak ze in het oog van één van de SSers. De andere heren sloegen haar bont en blauw en gooiden haar vervolgens van de trap waar ze levenloos bleef liggen.


De Volkshogeschool

De eerste volkshogescholen werden vanaf het midden van de 19e eeuw gesticht in Denemarken door de dichter en theoloog N.F.Grundtvig . Het doel was het platteland te emanciperen en verzet te bieden tegen het opkomende rationalisme en liberalisme. Tot op de dag van vandaag hebben de volkshogescholen in de Scandinavische landen een belangrijk aandeel in de educatie van de bevolking. Ook in Nederland werden volkshogescholen opgericht, die het karakter kregen van vormingsinstellingen in internaatsverband. Allardsoog (nabij Bakkeveen) was de eerste plaats waar (in 1931-1932) een volkshogeschool van start ging : Het doel van de volkshogescholen werd als volgt omschreven:

"Het geven van een zedelijk-geestelijke ontwikkeling aan volwassen personen als grondslag voor de vernieuwing van de volkscultuur en ter versterking van de volksgemeenschap".

Er werden dan ook veel cursussen gegeven gericht op het sociaal functioneren in de samenleving. Het samen zingen is bij uitstek een manier om beter sociaal te leren functioneren. Deze doelstelling was niet nieuw. Al eerder besefte men, dat als men bepaalde bevolkingsgroepen van de Nederlanden uit hun armoede en daardoor uit hun achterlijkheid wilde halen, dan zal men hen moeten “onderwijzen”! Tussen 1750 en 1850 maakte West-Europa, na een periode van grote bloei, een crisis door. Tijdens en na de Bataafs-Franse tijd was het aantal behoeftigen in Nederland groot. Het aantal bedelaars en te vondeling gelegde kinderen was zeer hoog. Het pauperisme was het grootst in de steden, maar ook op het platteland kwam het veel voor. De drijvende kracht achter de oprichting van de Maatschappij van Weldadigheid was generaal Johannes van den Bosch.

Hij ontwikkelde een groots plan om tal van paupers weer werk en een bestaan te geven. In januari 1818 wendde hij zich tot de Koning met een verzoekschrift om een Maatschappij van Weldadigheid te mogen oprichten. Deze Maatschappij wilde ook vooral de mensen onderwijzen: ‘onderwijs en werk’. Door het stichten van scholen, fabrieken en landbouwkoloniën zou de grootste nood gelenigd kunnen worden. De regering adviseerde de Koning om de werkzaamheden van de op te richten Maatschappij zich te laten beperken tot het geven van scholing en het stichten van landbouwkoloniën. Zie verder ‘Maatschappij van Weldadigheid ‘ te Frederiksoord.


Het Landgoed Overcinge, Havelte. Foto: G. Lanting


Overcinge werd een erkend Rijksmonument

In 1953 werd Overcinge eigendom van de Volkshogeschool. Onder het vijfentwintig jaar durende voorzitterschap van J.E. Wilmans kwam de volkshogeschool tot bloei. In de beginjaren was de aandacht vooral gericht op die groepen die met name in Drenthe het meest te lijden hadden van hun maatschappelijke isolement. Later werd de nadruk gelegd op” Education permanente ” In de jaren 50 kwam ook het schoolconcert in zwang; want men vond dat muziek bij de algemene ontwikkeling behoort.

Begin jaren '80 werd de subsidiekraan dichtgedraaid en verzorgde Overcinge cursussen op eigen risico en startte cursussen in het medezeggenschapswerk. De accommodatie en verzorging van cursisten werd op een hoger niveau geplaatst. In 1987 fuseerde het instituut met Vormingscentrum De Klencke en Overcinge kreeg weer een andere functie: Zalen verhuur en accommodatie voor trouwerijen. Nu in de 21 e eeuw is het huis in bezit van Landgoed Vrouwe Bianca Hijman; ofschoon Het Huis niet meer privé bewoond wordt, tracht zij, samen met manager Hennie Jager, het Hof Overcinge iets van de oude luister terug te geven middels o.a. het geven van concerten.


Duo Modus

Duo Modus (Ellen en Hanne SteffersDekker ) en Otto Lussenburg hebben een programma opgezet rond de geschiedenis van het Landgoed waarbij Otto het het verhaal vertelt begeleid door beelden uit de geschiedenis van het Hof en Duo Modus de muziek van Hoog Barok speelt met een spook, een brand in de Hoog en Laat Romantiek toen het kostbare servies in de slotgracht belande en een canon als gemeenschapslied van de Volkshogeschool en ze eindigen met ……(?)

Ook op zondag 8 maart a.s. zal het Theater Concert in 3 episoden “Geschiedenis Huis Overcinge in Havelte” gespeeld worden.


Nageslagen literatuur:

Met dank aan de de Historische Vereniging Havelte die aan Otto Lussenburg , onze Voice Over, het boekje gaf: Overcinge de Klencke.
Overcinge – Wikipedia
Monumenten in Nederland. Drenthe
80 jarige oorlog in Drenthe Walter Slomp te Gieten
Bronnen vanuit het Drentsarchief


Bezoek hier de website van Huis Overcinge in Havelte






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl