In en om Assen





De "Poasbulte" in Drenthe


Bronvermelding:
'Van plaggenhut tot bungalow'. Auteur: Albert Waterbolk. 1989 Uitgeverij Stuberg, Hoogezand
ISBN 90 6523 050 5


Collectie familie Waterbolk


De eredienst van onze Germaanse voorvaderen


Welke Drentenaar op leeftijd heeft niet meegedaan aan het eeuwenoude gebruik om tegen Pasen rond te gaan bij de ingezetenen, ten einde — onder het zingen van een versje van ongeveer de inhoud van het onderstaande — brandstof in te zamelen voor het paasvuur.

"Hei 'j ook 'n paar olde maanden,
Die wij met Paosen braanden,
Hei 'j ook een bossien stro of riet,
Aanders braanden wij 't Paosvuur niet".

De 'olde maanden' waren welkom, maar ook rietmatten, dennetakken en alles wat maar brandbaar was, werd met graagte in ontvangst genomen om luister bij te zetten aan het grote vuur, dat met Pasen zou worden ontstoken. De ouderen hielpen graag een handje mee en er werd nog wel eens een boerenwagen aangespannen om brandstof op te halen en de stapel tot een respektabele omvang en hoogte op te voeren. Natuurlijk mocht de teerton — de kroon op het werk — niet ontbreken. Totdat het ogenblik was aangebroken, dat het paasvuur werd aangestoken, en jong en oud zich daaromheen had geschaard. Knetterend sloegen de vlammen omhoog, ver in de omtrek was het vuur zichtbaar en een luid gejuich steeg op, wanneer uiteindelijk ook de teerton vlam vatte!

Maar nog uitbundiger werd de vreugde, wanneer het jonge volkje de gelegenheid te baat nam om elkaar eens flink met houtskool te bewerken en, in het spookachtige licht van het langzaam dovende vuur, tal van gedaanten met zwart geschilderde gezichten rondwaarden. Tot dat men, dikwijls met geschroeide kleren, doch in blijde stemming, huiswaarts trok. Zo ging het reeds eeuwen geleden bij het paasvuur in deze streken, en zo gaat het nog hier en daar, waar het oude gebruik nog niet te veel is afgesleten. Is dit alles voor velen uwer geen nieuws, minder bekend is de oorsprong van het feest. En — laat ons dat er direct bij zeggen, volkomen zekerheid bestaat hieromtrent niet.

Over het algemeen neemt men echter wel als vaststaand aan, dat de paasvuren overblijfselen zijn uit de eredienst van onze Germaanse voorvaderen. De oude Germanen wijdden aan Ostara, de godin van de herlevende natuur, die uit de banden van de winter de lente te voorschijn deed komen, hun vreugdevuren. Naar deze godin heet in Duitsland het Paasfeest nog "Ostern". Het ontsteken van vuren in het voorjaar is oudtijds overal gebruikelijk geweest. En het gebruik heeft zich staande gehouden, in weerwil van de tegenstand der geestelijkheid, die daartegen nog al ijverde.

In "De Navorser", jaargang 1851, wordt o.a. melding gemaakt van een lastgeving in art. V van de Ordonnantie der eerste kerkvergadering onder Bonifacius van 21 April 742, aan iedere Bisschop om met hulp van de Graaf die de beschermer zijner kerk is, zorg te dragen tegen het plegen van "heidense bijgelovigheden en daaronder van die heiligschendende vuren". Zal in deze eeuw ook dit oeroude gebruik met zovele oude Drentse gewoonten ten onder gaan? Wij hopen van niet. Toch verminderde de animo voor het paasvuur na het eindigen van de Eerste Wereldoorlog, vooral toen op Paasmaandag kermis werd gehouden en de danszalen de belangstelling van de jeugd trokken.

Alleen de schooljeugd kon toen nog enigermate voor het paasvuur worden geïnteresseerd. Toch zou het wel jammer zijn, als er van de eeuwenoude gewoonte niets meer overbleef, want het paasvuur — thans ontdaan van alle bijgeloof en van alle minderwaardige tonelen, waartoe het vroeger wel eens aanleiding schijnt te hebben gegeven — vertolkt schone gedachten. Het getuigt van het heengaan van de winter en van het ontwaken der natuur en van de lenteweelde die zal komen. Het wil ons zeggen, dat de duisternis nu is verdwenen en het licht heeft gezegevierd, ook in de harten der mensen. Het is zo passend bij het feest der 'opstanding', dat wij met Pasen vieren.

Gelukkig zijn er nog vele Drentse dorpen, waar het gebruik in stand wordt gehouden. We zien op Paasmaandag nog steeds tot wijd in de omtrek de vreugdevuren branden als herinnering aan lang vervlogen tijden. De functie van de paasvuren wordt helaas door de bevolking nogal eens misbruikt als gemakkelijke vuilnishopen, waarop allerhande rommel wordt gegooid. Daarvoor zijn ze niet bedoeld en in feite ook niet geschikt. Dat is jammer, omdat de toch ook nuttige functie van het oeroude paasvuur in diskrediet zou kunnen raken.


Van plaggenhut tot bungalow

Een boeiend boek met verhalen en oude foto’s van Albert Waterbolk, die de tijd overdacht van 1912 tot 1976. Daarom schreef hij over de historie van de gemeente Havelte en legde gebeurtenissen vast over het nog niet zo verre verleden. De rode draad door de verhalen is zonder twijfel ook zijn liefte voor Havelte, Drenthe, ruimer gezegd het Noorden.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl