In en om Assen





Paleizen van Assen


Op deze pagina staat een korte beschrijving van een aantal Asser 'paleizen'. De cijfers bij de omschrijving komen overeen met de cijfers op deze plattegrond


- 1 - Overcingel


Oostersingel; links het huis van burgemeester Van der Feltz, rechts Overcingel.


Aan de Oostersingel staat in een lommerrijke omgeving een van de eerste Asser paleizen, het huis Overcingel. Dit huis, gebouwd omstreeks 1777/1778, ontleent zijn naam aan de ligging bezien vanuit het centrum van Assen: aan de 'overzijde' van het omstreeks 1957 gedempte oostelijke deel van de singelgracht waardoor Assen in vroeger tijden werd omsloten. Opdrachtgever tot de bouw en eerste bewoner was Johannes van Lier, de ontvanger generaal van Drenthe in de periode 1758-1785. Aanvankelijk was Johannes van Lier met zijn gezin woonachtig in het Ontvangershuis te Assen. Voor grote ontvangsten en vorstelijke personen met hofhouding was het Ontvangershuis echter te klein.

In 1776 besloot Johannes van Lier dan ook om een nieuw huis te laten bouwen. Het ontwerp en vervolgens het opzicht over de bouw werden gegund aan de timmerman/architect Abraham Martinus Sorg. Deze was op dat moment te Assen betrokken bij de bouw van een nieuw onderkomen voor de drost van Drenthe te Assen: het Drostenhuis. In 1778 was de bouw van het huis Overcingel voltooid. Oorspronkelijk had Overcingel alleen aan de voorzijde een bovenetage. Zoals dat in die tijd in Assen meer gebruikelijk was, liep de dakbedekking aan de achterzijde door tot aan de bovenzijde van de benedenkozijnen. Na 1863 werd een dubbel zadeldak met middengoot aangebracht. De schuur die aan de noordzijde van het huis staat werd in 1868 gebouwd.

In de omvang van het grondgebied dat oorspronkelijk tot 'Overcingel' behoorde is in de loop van de tijd veel gewijzigd. Door de aanleg van de spoorlijn en van de Stationsstraat in 1870 en de bouw van het Wilhelmina Ziekenhuis en het kantoorgebouw van het Gemeenschappelijk Administratiekantoor moesten grote delen van het grondgebied van Overcingel worden afgestaan. De tuinkoepel die thans deel uitmaakt van het hotel Overcingel bij het Stationsplein, hoorde bij Overcingel en laat zien tot hoever het grondgebied van het huis zich uitstrekte. Door de huidige bewoners, de familie Van Lier Leis, in de zijlinie nazaten van de stichter Johannes van Lier, wordt ten sterkste geeijverd voor het in oude luister in stand houden van het huis en het overgebleven park.


- 1 A - Park Overcingel


Tuinkoepeltje in het Park Overcingel


Op kaarten van Assen uit 1809 en later is te zien dat het oude landgoed een samenstel was van weien bouwlanden, omzoomd door lanen en bosgebieden. Van dit gebied van ruim 14 ha is in de loop der tijden veel afgegaan; het huidige terrein is nu 4,5 ha groot. Rondom het woonhuis lag de siertuin welke rond 1820 in landschapsstijl is aangelegd, waarschijnlijk door LP. Roodbaard. Aan de overzijde van de Nijlandsloop (inmiddels gedempt) en in het verlengde van de zichtas van het huis bevindt zich de vijver, die als 'grand canal' waarschijnlijk al circa 1780 aangelegd is. Hieromheen vinden we de moestuin, de heestertuin, verschillende bospercelen en weilanden. De oorspronkelijke aanleg met lanen, houtwallen en bospaden is nog steeds aanwezig.

Dit is de enige tuin in Assen die nog grotendeels in de staat van 1825 is behouden gebleven. De tuin is uniek door de stinzeplanten, de bijzondere bomen, allerlei wilde planten en vele soorten broedvogels. Van de bijzondere bomen noemen we er enkele: moerascypres, ginkgo biloba, sneeuwklokjesboom, goudeik, tulpenboom en grote paardekastanje. Bijzonder is ook de ligging als overgang tussen plateau en beekdal met de bijbehorende vegetatie. In het bos is deze overgang ook nog te herkennen. De typisch Drentse vorm van oude eiken met een ondergroei van hulst gaat over in essen met vogelkers.


- 2 - Ontvangershuis

Het Ontvangershuis was in de 17de en 18de eeuw ambtswoning van een van de 'ministers' van de Landschap Drenthe, de Ontvanger-generaal, vandaar de naam. Het huis bestaat uit twee bouwlichamen achter elkaar. Aan de tuinzijde telt het twee verdiepingen; de beganegrondvloer ligt hier op straatniveau. Aan de voorzijde ligt de vloer enige treden boven de straat en is het linker vertrek vanouds onderkelderd. De verdieping aan de tuinzijde is later ontstaan. Eerst is er in het midden een grote gemetselde dakkapel gemaakt, daarna is deze naar beide zijden vergroot, zodat een volle verdieping ontstond. Nog weer later zijn aan de voor en achterzijde in de kap brede dakkapellen, zogenaamde attieken, aangebracht.

Omstreeks 1830 (de data van de vorige verbouwingen staan niet vast) is er aan de Brinkzijde een nieuwe voorgevel vóór de oude opgetrokken wat aan de merkwaardige 'dubbele' kozijnen goed te zien is. Bij bezoek van de stadhouder moest de Ontvanger-Generaal zijn huis ontruimen en aan de hoge gast ter beschikking stellen. Zo functioneerde het huis als Prinsenhof voor Prins Willem IV in 1730 en 1732 en Prins Willem V in 1773, 1777, 1785 en 1791. Ook Lodewijk Napoleon heeft er in 1809 gelogeerd. In 1822 is het huis verkocht en in de loop der jaren is het in vieren gesplitst. In de jaren vijftig van deze eeuw heeft de provincie Drenthe het teruggekocht, hersteld en als museum ingericht.


- 2 A - Tuin Ontvangershuis

Oorspronkelijk liep de tuin van het Ontvangershuis door tot aan het water van de Oostersingel; bovendien hoorde er aan de overzijde van deze singel nog een zogenaamde overtuin bij die aanmerkelijk groter was en reikte tot halverwege de huidige Stationsstraat. De huidige tuin is dus maar een klein fragment van de oorspronkelijke aanleg. Hoe de tuinaanleg er in het verleden uitzag, is niet bekend. Wat wij er thans van zien, is een ontwerp in de Nederlandse stijl van de 18de eeuw in zijn eenvoudigste vorm, zoals dat past in Drenthe. De beelden zijn van elders afkomstig; het is wel waarschijnlijk dat er ooit beelden geweest zijn.

Het enige oorspronkelijke tuinornament dat bewaard bleef is een rijk bewerkte zandstenen pomp, maar die staat op de begraafplaats in het Stadsbos als grafmonument. Het grote inrijhek is gered bij een afbraak in Meppel, de lage hekken zijn afkomstig van Laarwoud in Zuidlaren waar zij bij een restauratie zijn verwijderd. De Venus die haar toilet maakt, is afkomstig van de tuin van het Paviljoen in de Haarlemmerhout. De Triton van de wereldberoemde zeventiende-eeuwse beeldhouwer Adriaen de Vries wacht geduldig tot hij weer zijn eigenlijke bestemming, namelijk die van fonteinbeeld, terugkrijgt.


- 3- Huize Tetrode


De Brink; links Huize Tetrode, midden Ontvangershuis, recht Abdijkerk (in die tijd het Asser gemeentehuis)


In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, is het Huize Tetrode niet door de familie Tetrode, maar door iemand met een andere naam gesticht. Het was mr. A. Homan die de grond bij onderhandse akte in 1821 kocht van de Ontvanger der directe belastingen J.A.R. Kymmell. Mr. Homan, die jarenlang notaris in Assen was, bouwde er een woonhuis dat hij tot 1849 bewoonde. Hierna verhuurde hij het een paar jaar aan de uit Harlingen afkomstige Gerard Pieter Servatius die in Assen Controleur der directe belastingen geworden was. Servatius kocht het huis in januari 1852 voor f 7643.08V2. Na zijn dood in 1860 bleef zijn weduwe Catharina Maria van Bulderen, die nauw geparenteerd was aan de familie Hofstede de Groot, aan de Brink wonen.

Op 12 maart 1866 hertrouwde zij met de heer George Maynard Tetrode, geboren te Harlingen. Vanaf dat tijdstip is het pand bewoond geweest door de familie Tetrode tot de gemeente Assen het pand en de tuin in 1930 kocht en het uiteindelijk in 1951 als gemeentehuis inrichtte. Begin 1876 werd de muur aan de achterzijde, vanaf de bouwlaag begane grond omhooggetrokken tot goothoogte van de bestaande eerste verdieping aan de voorkant en werd de huidige dakconstructie verkregen. Toen zijn dus de huidige B & W-kamer en de kamers van twee wethouders aan de achterkant van het gebouw ontstaan


- 4 - Paleis van justitie en huis van bewaring


Brinkstraat met Paleis van Justitie


Het Paleis van Justitie aan de Brinkstraat is een ontwerp van A. Kommers, hoofdingenieur van Waterstaat in de provincie Drenthe en werd gebouwd door aannemer Jan Wind uit Den Haag. De bouwstijl is sober classicistisch. In het timpaan aan de voorgevel lezen we: 'Sine iustitia nulla libertas': zonder gerechtigheid geen vrijheid. Daaronder staat in het fries het jaar van ingebruikneming: MDCCCXL (1840). Daarvoor was eeuwenlang recht gesproken in het oude kloostergebouw aan de Brink. In het begin van de negentiende eeuw voldeed deze ruimte echter niet meer en werden plannen ontwikkeld voor de bouw van een geheel nieuw gerechtsgebouw. In 1834 stelde de gemeente Assen gratis bouwgrond beschikbaar, namelijk het terrein dat tot 1823 als kerkhof in gebruik was geweest. Op 20 mei 1840 werd het nieuwe Paleis van Justitie in gebruik genomen.

De leden van de rechterlijke colleges begaven zich op die dag in optocht naar hun nieuwe onderkomen. Mr. S. Gratama, president van het Gerechtshof hield een inwijdingsrede. Ook hij was zeer tevreden over het gebouw: "is het niet of men de duurzaamheid der heuvelen en eiken onzer voorgangers heeft willen evenaren". Langs het Paleis van Justitie ligt aan de kant van de Brink het Huis van Bewaring. Ook dit gebouw is een ontwerp van A. Kommers. Op 11 januari 1842 werd de bouw aangenomen door aannemer P. van Limburg uit Ameide (Zuid-Holland) voor een bedrag van f 49.000,—. Reeds in januari 1843 werden de eerste gevangenen in het nieuwe gebouw ondergebracht. Daarvoor had een gedeelte van de oostvleugel van het voormalige klooster als gevangenis dienst gedaan. (Deze zeer bouwvallige gevangenis werd in 1848 afgebroken.)


- 5 - Tabingh's herberg


Brink / Torenlaan


Het huidige pand op de hoek van de Brink en de Torenlaan dateert voor het grootste deel uit het begin van de achttiende eeuw. Zeer waarschijnlijk zijn er restanten van een ouder gebouw in opgenomen. Er was vanouds een herberg, in gevestigd. Rond 1700 was deze herberg in handen van Lammert Tabingh. Deze Tabingh heeft waarschijnlijk het huis in zijn huidige staat doen bouwen. In het begin van de negentiende eeuw was het gebouw nog belangrijk groter. De bijgebouwen bevonden zich toen in de huidige Torenlaan. Jan Wijnties Tabingh (1713-1808), zoon van Lammert Tabingh, was de volgende eigenaar.

Hij heeft enige tijd het doortrekken van de Hoofdlaan van het Asser bos naar de Brink tegengehouden. In 1812 werd het pand gekocht door de uit Oost-Friesland afkomstige E.A. Smidt. Het vestigde er een wijnhandel in. Zijn zoon, die leefde van 1821 tot 1891, liet het complex bijgebouwen veranderen. Er zijn toen onder andere kelders gebouwd voor de wijnhandel. Een aantal jaren geleden is het gebouw gerestaureerd. Jammer genoeg verdween toen veel van het oude interieur. Ook het oude koetshuis en het dienstgebouw zijn toen gesloopt. Het pand is verdeeld in een aantal appartementen.


- 6 - Beilerstraat, van der Feltzpark en dr. Nassaulaan


van der Feltzpark / dr. Nassaulaan


Wanneer een bouwheer nèt genoeg geld heeft om een huis te bouwen dat bestaat uit begane grond en kap, dan is het begrijpelijk, dat hij het zonde vindt, dat van die kapruimte zo weinig profijt getrokken kan worden. Dan ligt het voor de hand, in dat dak een grote gemetselde dakkapel te maken, zodat er tenminste één kamer zonder schuine wanden op de verdieping kan komen. In Assen komt dit veel voor, vandaar de benaming 'Asser type".

In sommige gevallen is die dakkapel later uitgebreid tot een complete verdieping, waardoor dan ook de gehele kap omhooggebracht moest worden. Hier en daar is dat goed te zien (o.a. aan de achterkant van het Ontvangershuis). In de achttiende eeuw komt in Engeland bij de parkaanleg de zogenaamde landschapsstijl op. Men liet zich daarbij inspireren door Franse schilders uit de zeventiende eeuw, die geïdealiseerde Italiaanse landschappen afbeeldden. Om de illusie te completeren moesten de landhuizen in die romantische parken ook gaan lijken op de huizen in die schilderijen, en dat betekende dat zij licht van kleur moesten zijn. Dat werd bereikt met licht geverfd pleisterwerk. En als men dan toch aan het pleisteren is, wordt het ook mogelijk om met weinig kosten fraaie ornamenten aan te brengen.

In ons land duurde het bijna een eeuw, voordat men er toe overging die Engelse stijl te volgen. In de negentiende-eeuwse 'nieuw-bouwwijken' van Assen, zoals langs de Beilerstraat, de Dr. Nassaulaan en bij het Van der Feltzpark, is een aantal fraaie voorbeelden daarvan te zien. Zij zijn meestal geheel gepleisterd, bezitten getrokken lijsten om de ramen, waarboven zich ornamenten bevinden hetzij van kunststeen danwel van terracotta. In het algemeen maken zij gebruik van vormen en ornamenten die gebaseerd zijn op de klassieke architectuur, maar toepassing van andere stijlen komt ook voor.

Zo bezit Assen een huis waarin ietwat verwaterde ornamenten uit de Engelse gothiek zijn toegepast. Ook in het interieur vindt stucwerk rijkelijk toepassing. De mogelijkheid gegoten ornamenten repeterend aan te brengen zorgde voor weelderige interieurs, tegen relatief bescheiden kosten. Het Van der Feltzpark ontleent de naam aan W.A. Baron Van der Feltz, burgemeester van Assen van 1857-1878. Op zijn initiatief werd hier een stuk van het Asser bos gekapt om er 'paleizen' te kunnen bouwen.


- 7 - Hertenkamp



De Asser Hertenkamp werd aangelegd in 1842. In of bij Gasselte was een 'koninklijk hert' gevangen dat cadeau werd gedaan aan de gouverneur van Drenthe. Later schonk zijn weduwe, douairière Van Harencarspel Eckhardt, het dier aan de stad Assen. In eerste instantie aarzelde de gemeenteraad het aanbod te accepteren. Tachtig gulden voor het aanleggen van een hertenkamp vonden de raadsleden te hoog! Toen enkele weken later een aantal notabelen te kennen gaf het benodigde bedrag voor hun rekening te willen nemen ging de raad alsnog akkoord.


- 8 - Zusterhuis


Links op de foto het 'Zusterhuis'


Komende vanaf de Vaart staan er links en rechts bij de Markt twee oude 'paleizen die beide als bank-gebouw in gebruik zijn. In het huis rechts heeft onder meer mr. Wolter Hendrik Hofstede, de grondlegger van het Asser bos, gewoond. Later woonde er de familie Van Holthe tot Echten. Veel Assenaren kennen het pand nog als hotel Bies. Het gebouw links, voor de Asse-naren het 'Zusterhuis', werd omstreeks 1855 aangekocht door de familie Pelinck.

In 1936, nadat het door verschillende leden van de familie Pelinck was bewoond, werd het huis verkocht aan de 'Witte Zusters'. Later kwam het huis een tijdlang in het bezit van de gemeente Assen. Bij het huis behoorde een zogenaamde Engelse tuin die doorliep tot aan De Kolk. Door de aanleg van een weg tussen De Kolk en het Zuster-huis is van de tuin niet veel over-gebleven.


Bronvermelding:

'Assen, stad der Paleizen'. Uitgave: VVV Assen en Rijksarchief Drenthe. samenstelling: Comité Open Monumentendag Assen (Fred v.d. Beemt, Bertus Boivin, Jan Ennik, Corneille F. Janssen, Joke Klosters, Jan Lagendijk, Henk Specht, Arnold den Teuling en Peter Zweegers) . Eindredactie: Bertus Boivin (in samenwerking met Joke Klosters).






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl