In en om Assen





Een portret van Wilhemmina Jacoba Pelinck-Zijnen de Gier


Wilhelmina Jacoba Pelinck-Zijnen de Gier


'Uit naam van alle Drentsche zuigelingen'

Drenthe en heel Nederland hebben veel te danken aan de vrouw die gedurende een groot aantal jaren het gezicht van de 'moeder en kindzorg' in Drenthe bepaalde: Wilhelmina Jacoba Pelinck-Zijnen de Gier. Door Boivin wordt Wilhelmina omschreven als een 'markante persoonlijkheid'. Geboren op 22 september 1872 te Berlicum (NB), bezocht ze na de Openbare Nutsschool enige jaren een kostschool te Bonn. Daarna woonde ze een tijdje in Baarn bij de huisdame van haar vader - haar moeder was reeds in 1875 overleden. Enkele jaren na de dood van haar vader - hij stierf in 1886 - liet ze zich vervroegd meerderjarig verklaren. Dit bood haar de mogelijkheid een opleiding aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag te volgen.

Nadat ze de opleiding onder de hoede van A. W. R. Odé met succes had afgerond vertrok ze naar Rome om zich bij de bekende Friese kunstenaar Pier Pander verder in de beeldhouwkunst te bekwamen. Volgens Pander was Wilhelmina bijzonder begaafd en was voor haar een gouden toekomst in de beeldhouwkunst weggelegd. In Nederland beschikte Wilhelmina in Den Haag over een eigen atelier en werkte aan een inzending voor de Prix de Rome toen ze in 1903 met Mr. Hendrik Pelinck in het huwelijk trad. Het echtpaar verhuisde naar Maastricht en omdat Wilhelmina zwanger was en niet langer tijd had voor het beeldhouwen, gaf ze aan een vakgenoot in Den Haag de opdracht om haar werk, dat tijdens de verhuizing was opgeslagen, te vernietigen.

In 1919 verhuisde het echtpaar - er waren ondertussen drie kinderen - naar Assen, waar Hendrik was benoemd tot president van de rechtbank. Wilhelmina verruilde het beeldhouwen voor een nieuw levensdoel: de verbetering van de hygiëne van moeder en kind. In 1921 werd ze gevraagd zitting te nemen in het bestuur van de Asser Vereeniging tot Ondersteuning van Behoeftige Kraamvrouwen. Het was echter niets voor haar om eens per week met 'deftige dames' samen te komen om - wanneer dit uitkon - aan arme kraamvrouwen uitzetjes of bonnen voor eieren en boter uit te delen. Ze wilde meer dan een beetje filantropie en haalde de bezem door de vereniging. In korte tijd zag Wilhelmina kans in Assen een stedelijke Kraamverplegingsdienst op poten te zetten (1924).

En alhoewel vrouwen uit de middenstand en de Asser society zich aanvankelijk 'te deftig' achtten om gebruik te maken van de Kraamverplegingsdienst, nam hun aantal snel toe. Toch was Wilhelmina Pelinck nog niet tevreden. In Assen nam ze de leiding over van het reeds bestaande consultatiebureau, dat was gehuisvest in een groezelig lokaaltje in het Wilhelminaziekenhuis. Ze zorgde ervoor dat dit bureau binnen een jaar beschikte over lokaliteiten die aan de modernste eisen voldeden. Zelf zei ze hierover: 'Ik heb iemand bereid gevonden voor het Consultatiebureau een huis te bouwen en dit gedurende eenige jaren gratis te onzer beschikking te stellen en daarna aan ons te verhuren.' Die iemand was niemand minder dan haar man. Wilhelmina Pelinck was er de vrouw niet naar zich enkel te beperken tot Assen.

Ze zag de dingen in het groot en richtte zich vanaf 1925 op de hele provincie. Zij zorgde ervoor dat binnen het Groene Kruis twee commissies benoemd werden: één voor de hygiëne van moeder en kind en één voor de bakersopleiding en kraamhulp in Assen. Door haar inzet en doorzettingsvermogen lukte het haar in diverse plaatsen in Drenthe Commissies voor Moeder en Kind van de grond te krijgen. Wilhelmina Pelinck had tot doel in alle Drentse dorpen een Consultatiebureau voor zuigelingen en de daarbij behorende Kraamverplegingsdienst van de grond te krijgen. Maar Drenthe alleen was haar niet groot genoeg. De regering was zo onder de indruk van het werk van Wilhelmina Pelinck dat na Assen in heel Nederland bakeropleidingen van de grond kwamen.

Van heinde en verre werden haar adviezen gevraagd. In 1933 kwam een deputatie van de Hygiënische Commissie van de Volkenbond, bestaande uit een Tsjechische, een Chinese en een Schotse specialist, speciaal naar Assen om de organisatie van de zuigelingenbureau's en kraam-opleiding zoals deze door Wilhelmina Pelinck waren opgezet, te bestuderen. Bij alles wat Wilhelmina Pelinck ondernam ging ze met grote voortvarendheid te werk. Tegenstand van behoudende en kortzichtige elementen uit de Drentse samenleving prikkelden haar tot een nog grotere inspanning. Wie naar haar idee zijn plichten niet voldoende nakwam, werd eenvoudig opzij geschoven.

Sentimentaliteit in zulke zaken was haar een gruwel. Persoonlijk zocht zij dan ook vaak de beste krachten uit. Tegelijkertijd vermeed ze consequent dat haar naam ergens genoemd werd. Toen ze geridderd werd in de Orde van Oranje Nassau, reageerde ze woedend: 'Had meneer Homan me die subsidie maar gegeven!' (Homan was de toenmalige Commissaris der Koningin in Drenthe.) Een dodelijke ziekte noopte haar zich in november 1933 uit het openbare leven terug te trekken. Vlak voor haar overlijden ontving Wilhelmina Pelinck nog een bloemenhulde waaruit een poppetje - als zuigeling - te voorschijn kwam met het hoofd omhoog waaraan een strookje verbonden was met de tekst: 'Uit naam van alle Drentsche zuigelingen'.

Wilhelmina stierf op 5 juli 1934. Bij haar overlijden was er in bijna ieder Drents dorp een Consultatiebureau en een gediplomeerde baker.


Bronvermelding:

Krüderige wieven : Drentse vrouwen in de twintigste eeuw / onder red. van Marion Hoogendijk. Een artikel van Marion Hoogendijk. ISBN 90-6011-726-3, NUGI 644






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl