In en om Assen




Piet de Lange


Piet en Henny de Lange bij het ijsloket van hun cafetaria aan de Molenstraat (foto Harry Cock; collectie P. de Lange)


Assen Oost. De Anemoonflat. Zes hoog, een fraai uitzicht over een deel van de Drentse Hoofdstad. Het is al geruime tijd de nieuwe woonplek van Piet de Lange (1930). Het was eerst even wennen, maar nu voelt hij zich er goed thuis. “Je moet in een flat gaan wonen als je er aan toe bent. Ik was dat, toen vijf jaar geleden mijn vrouw Henny overleed. De Zwanenstraat was mooi wonen, maar de tuin was niets voor mij. Te veel werk. Ik moet wel wat te doen hebben. Regelen. Nou dat kan hier in de flat volop. Heel jammer, dat ik het zonder Henny moet doen. Dat doet nog altijd veel pijn”.


De Lange was een gedreven man

Een portret van een gedreven man, die zijn hele leven hard heeft gewerkt in één van de populairste cafetaria’s in Assen. Een man ook, die zijn bedrijf eerst in de Rolderstraat in 1954 en later in de Oude Molenstraat (nu Febo) in 1961 gezicht gaf. Een ijsje van De Lange was een super lekkernij; fris, romig van smaak en ver verheven boven een fabrieksijsje.

Piet de Lange is nog altijd een opgeruimde sportieve man, die liever vooruit kijkt dan terug en die de bewoners van de flat graag een handje helpt. Met wat dan ook. Hij is zo’n beetje de duizendpoot van de Anemoonflat. Piet de Lange is in de loop der jaren een echte Assenaar geworden. Hij kwam in 1945 van Epe naar Assen en woonde enige jaren bij zijn grootmoeder in de Javastraat.

Daarvoor was Apeldoorn zijn woonplaats. Hij werd er op 22 juli 1930 geboren. Met die beide plaatsen heeft de Lange al heel lang niets meer. “Ik ben er later nog wel eens geweest. Heel veel herkenbare plekken waren er niet meer. Nee Assen heeft duidelijk mijn voorkeur. Ik hoef hier niet meer weg. Het is een echte zeer leefbare stad geworden. Met goede voorzieningen. Veel recreatiemogelijkheden en mooie winkels. Heel wat anders dan in ’45. Toen was het een dorp, zo van ons kent ons. Niets mis mee hoor, maar zo was het wel”.

De school was taboe voor de jonge de Lange. “Toen ik vijftien jaar was wilde ik aan het werk”. Anderhalf jaar Ulo, avondonderwijs bakkersvakschool in Groningen en een middenstandscursus. Daar bleef het bij. Genoeg echter voor zijn toekomstige werkkring, de banketbakkerij van Albert Scholte aan de Gedempte Singel in Assen. “Eigenlijk leek verslaggever me wel wat. Ik heb een paar maanden gewerkt bij de Nieuwe Drentsche Courant aan de Marktstraat. Dat was een christelijk blad. Toen ik een verslag van de paardenrennen op het Stadsbroek had gemaakt en dat was op zondag, was het gebeurd. Het stuk werd niet geaccepteerd”.

Daarna werd het de banketbakkerij. Van Scholte heb ik veel geleerd. Overdag hard werken en ’s avonds naar school. Veel improviseren. Ik heb er van alles gedaan op bakkergebied en vijf fijne jaren gehad. Het leger riep in 1951 en de Lange kwam aanvankelijk terecht bij de geneeskundige troepen. Dat werd niks. Veel straf en weinig naar huis. “Mijn vader was een radicaal mens. U redt zich maar met hem was de reactie als Defensie bij hem aan klopte, omdat ik niet functioneerde, zoals zij graag wilden. Die lui hadden ook wel door dat ik daar niet op mijn plaats was. Het werd tenslotte, in plaats van strafkamp Nieuwersluis, het Korps Commando Troepen in Roosendaal.

Een pittige opleiding, maar de moeite waard. Een fijne tijd. Geen problemen gehad. Ik was geloof ik de eerste militair in Assen met een groene baret. Ja je werd toen bijna als heilige beschouwd met die baret op. Ik heb hem ook nooit ingeleverd. Voor mij is het een waardevolle onderscheiding. Nog steeds. Ik koester dat groene petje”.


De eerste automatiek in Assen

Het gezin De Lange was inmiddels verenigd in Assen. Vader de Lange, niet gezond teruggekomen na de oorlog in Duitsland, begon in 1952 een automatiekhal op de hoek van de Noordersingel en de Nieuwe Huizen. In dat pand was voorheen de kruidenierswinkel van Jaap van der Ziel. Voor de oorlog eind jaren dertig, maar ook tijdens de donkere jaren had kruidenier Van der Ziel daar al een zogenaamde Hal-Automatic. Hij adverteerde met ‘steeds fijne warme kroketten en knakworst, zalm en huzarensla’.
De zaak van vader De Lange was na de oorlog de eerste automatiek in Assen, waar je de warme hap bij een loketje kon halen. Dat was in 1952. “We maakten alles zelf. IJs, kroketten, bamiballen noem maar op. Ik geloof dat een kroketje toen een kwartje kostte. De mensen aten hem op op een donker plekje in de buurt.

In die tijd at je geen kroketje op straat. Dat hoorde niet. We hadden een goede boterham, ook omdat mijn vader – hij was van huis uit ijsbereider – zomers met zelfgemaakt ijs op de markt stond. Dat heb ik ook jaren gedaan”. In het centrum van Rolde runde vader De Lange in de jaren vijftig ook een bedrijf. Het werd later door Ans, de zuster van Piet, voortgezet.


Van 1954 tot 1961 was aan de Rolderstraat, ter hoogte van de Prins Hendrikstraat, de cafetaria annex ijssalon van Piet de Lange. De foto is van eind jaren vijftig. Aan het eind van de straat de spoorwegovergang. (collectie P. de Lange, Assen)


De cafetaria in de Rolderstraat

In 1954 maakte de familie De Lange de overstap naar een eigen bedrijf aan de Rolderstraat nummer 107. De klanten waren veelal vrachtrijders. “Een aparte gemeenschap”. Het was van korte duur. In de jaren ’60 moest de cafetaria / ijssalon wijken voor de expansiedrift van Assen. De tunnel deed met veel bombarie zijn intrede. Destijds vertelde Piet de Lange in een interview in de plaatselijke krant:

“Ik had graag aan de Rolderstraat willen blijven, maar ik had nu eenmaal bepaalde eisen: ik wilde bijvoorbeeld aan de zonkant en dat ging niet. De overgang naar de Molenstraat (nu Oude Molenstraat) was een complete gok, maar al met al ben ik er zeker niet minder van geworden”. De Lange was toen 33 jaar. In het najaar van 1961 ging de oude zaak onder de slopershamer voor de bouw van de tunnel. Assen kreeg weer wat meer stadsallures. In de Molenstraat in het pand van de lampenzaak van Reurekas werd klein begonnen, mede omdat het zakendoen met Reurekas voor uitbreiding niet naar wens verliep.

Maar hoe klein ook, de cafetaria annex ijssalon liep als een trein.
Piet en zijn vrouw, ook afkomstig uit de bakkerswereld, werkten zeven dagen in de week, van ’s morgensvroeg tot ’s avondslaat.
Alle producten werden zelf gemaakt. Tijd voor ontspanning was er nauwelijks, al profiteerde de Asser hockeyclub wel van de organisatorische kwaliteiten van de Lange. Dat kwam mede door de drie kinderen die op hockey zaten. Als coach begeleidde Piet diverse jeugd- en seniorenteams. De zaak werd in de jaren zeventig al gauw een begrip in Assen


Het befaamde loket

Een nieuw fenomeen was het befaamde loket, waar veelal ijs werd verkocht. De klantenkring was groot en bestond voor een groot deel uit Molukkers. Dat was een verhaal apart. In zijn diensttijd in Roosendaal reisde Piet met de trein en ontmoette toen veel Molukkers, die ook naar Assen moesten. En ook bij de Wilco, waar hij in de nachtploeg terecht kwam omdat hij goed kon opschieten met zijn Ambonese collega’s, die veelal in de nachtelijke uren werkten.

“Ik heb altijd een goede band met de Molukkers gehad. Ik kwam ook veel bij Amboina. Een derde van mijn klantenkring waren Molukkers. Het was de tijd, dat Assen in rap tempo veranderde. Heet inwoneraantal groeide stevig en het centrum van de stad kreeg een modern gezicht. Wethouder Dick Berger heeft daarin een grote rol gespeeld. We hadden toen best goed bestuurders. Het was een interessante periode en boeiend om te zien hoe Assen zich ontwikkelde

Ook in het ondernemerswereldje was dat het geval. Alle neuzen stonden lang niet altijd dezelfde kant op, maar er kwam in de jaren zeventig door samenwerking toch veel goeds tot stand. “Ik bewaar goede herinneringen aan mijn collega’s. Bijvoorbeeld aan Luken met zijn cafetaria aan het Kerkplein, voorheen automatiek Rees. Ja, en het eten uit de muur en het afhalen van een maaltijd werd heel gewoon. Wij hebben in het bedrijf ook in die periode nog alles zelf gemaakt. Ik vond het werk in de keuken altijd heerlijk. Dat deed ik in de ochtenduren. Wat je nu in de meeste cafetaria’s koopt is confectie. Alles hetzelfde, al zijn er wel nieuwe snacks bijgekomen


“Vakkennis ging bij mij voor”

In augustus 1990 ging de deur dicht aan de Molenstraat. Het echtpaar De Lange zei de vaste klandizie vaarwel en verhuisde naar de Zwanenstraat aan de rand van het Amelterbos. De tijd voor fietsen en reizen en meer aandacht voor de drie kinderen staat voor de deur. “Al lange tijd werd ik belaagd door projectontwikkelaars, die geïnteresseerd waren in mijn pand. Op een gegeven ogenblik was ik er flauw van. Al dat gezeur. Ik heb toen via mijn makelaar goede zaken gedaan met Lammert de Jong uit Schipborg. Die man was werkzaam in de automatenbranche.

Overigens wilde ik zelf nooit automaten in mijn bedrijf. Vakkennis ging bij mij voor. Je kon met die automaten klanten winnen, maar ook verliezen. Bovendien was mijn zaak er te klein voor en had ik graag contact met de klanten. De vraagprijs werd betaald en het was gebeurd met de handel aan de inmiddels Oude Molenstraat. Nee heimwee of spijt heb ik niet. Het doet met niets meer. Die brug ben ik over

Het bowlen is gebleven, maar wel met de lichtste bal De zaak werd verbouwd en aan de Febo overgedaan. Piet de Lange was inmiddels verzeild geraakt in het wereldje van het bowlen. Hij gooit een aardig balletje en was ook geruime tijd actief op bestuurlijk gebied in Groningen, Friesland en Drenthe. Dat is nu ook een gepasseerd station. Net als de functies in de Bond van IJsbereiders en het Nederlands Verbond van Middenstandsverenigingen afdeling Assen. Voor de rest neemt het wel en wee van de Anemoonflat veel van zijn tijd in beslag. Hij is er een vraagbaak en met die vrolijke lach, die zijn vele vrienden en cafetariaklanten zo goed kenden uit die roemruchte tijd uit de inmiddels Oude Molenstraat.

Een kroket uit de muur? “Zeker wel, maar ik kijk wel even of hij er al niet te lang ligt”.


Bronvermelding:

Asser Historisch Tijdschrift; nummer 4 / December 2004. Een verhaal van Ger Gramsma





© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl