In en om Assen



Piet Kleine



Info op wikipedia.nl

Piet Kleine (Hollandscheveld, 17 september 1951) is een Nederlands schaatser, die in 1976 Olympisch kampioen werd op de 10.000 meter en wereldkampioen allround. Hij won dat jaar tevens de zilveren medaille op de 5000 meter bij de Olympische Spelen in Inssbrück waar "'t snèjte dat 't verrekte". In datzelfde jaar reed hij viermaal een wereldrecord: twee keer op de 5000 meter, een keer op de 10.000 meter én op de grote vierkamp. Aan het einde van dat seizoen stond hij tweede op de Adelskalender (de wereldranglijst schaatsen) achter Hans van Helden. Hij werd dat jaar gehuldigd in zijn woonplaats Hollandscheveld.

In 1980 werd Kleine tweede op de 10.000 meter bij de Olympische Spelen, achter Eric Heiden. In 1981 stopte hij als langebaanschaatser. Daarna trad Kleine met succes toe tot het amateurwielerpeloton. In 1985 werd hij, als lid van de nationale selectie, vijfde op het onderdeel 100 km ploegentijdrit bij de wereldkampioenschappen. In 1986 debuteerde Kleine in het peloton der marathonschaatsers. Tijdens de Elfstedentocht van 1997 maakte hij de vergissing een stempelpost over te slaan. Hij werd naar aanleiding daarvan uit de uitslag geschrapt (hij was als vijfde geëindigd). Niet geheel terecht zoals later bleek: in het verleden was het diverse malen voorgekomen dat Elfstedenwinnaars hun kaart niet volledig gestempeld hadden.

In 2001 beëindigde hij zijn schaatscarrière en legde zich toe op zijn beroep als postbode, een baan die hij ook zijn gehele sportcarrière naast zijn sport heeft uitgeoefend. In zijn vrije tijd treedt hij op als ploegleider bij een ploeg met marathonschaatsers.


Beeldmateriaal van Piet Kleine

INNSBRUCK 1976: Piet Kleine snelt met lange klappen op weg naar goud op de tien kilometer.

Zie hier de beelden


NO NAME live in het programma “Sport na elven” van Mart Smeets t.g.v. het afscheid van schaatser Piet Kleine in januari 2001.

Zie hier de opnamen


TV DRENTHE SPORT - Kent u ze nog? Piet Kleine, Hilbert van der Duim en Jan Bols.... Deze schaatshelden van weleer schaatsen altijd nog één keer per week samen op de ijsbaan van Assen.

Zie hier de documentaire


ELFSTEDENTOCHT 1997. Deel 1 van de reconstructie van de Elfstedentocht van 1997. Uitgezonden door de NOS op 14 januari 2009

Zie hier deel -1- van de documentaire


ELFSTEDENTOCHT 1997. Deel 2 van de reconstructie van de Elfstedentocht van 1997. Uitgezonden door de NOS op 14 januari 2009.

Zie hier deel -2- van de documentaire


ELFSTEDENTOCHT 1997. Deel 3 van de reconstructie van de Elfstedentocht van 1997. De Wedstrijd. Angenent en Hulzebosch blikken samen terug

Zie hier deel -3- van de documentaire


ELFSTEDENTOCHT 1997. Deel 4 van de reconstructie van de Elfstedentocht van 1997. De Toertocht. Met ondermeer Johann Olav Koss en Willem Augustin

Zie hier deel -4- van de documentaire


ELFSTEDENTOCHT 1997. Na ruim zes uur schaatsen ging een klein kopgroepje sprinten om de zege in de Elfstedentocht van 1997.

Zie hier de beelden van de documentaire


"DE WERELD DRAAIT DOOR" Een gesprek met Wim van de Voort, Jan Ykema, Piet Kleine in de wereld draait door op 12 februari 2010

Zie hier de uitzending


Piet Kleine zelf. Foto's Nationaal Archief


Info op telegraaf.nl

Elfstedenbestuur in dubio over Piet Kleine, een artikel van Ron Couwenhoven en Henny Korver

Het bestuur van de Vereniging van de Friesche Elf Steden twijfelt toch nog over de schorsing van Piet Kleine. Dat bleek gisteravond tijdens een vergadering waarin de Tocht der Tochten werd geëvalueerd. Zaterdag velt de organisatie een definitief oordeel hierover.

Piet Kleine, de ongelukkige held van de 15e Elfstedentocht, verloor zijn vijfde plaats doordat hij in Hindelopen een stempel miste. De schaatsveteraan blijkt niet de enige te zijn. De stempelkaarten van de Elfstedenwinnaars Aad de Koning (1956), Reinier Paping (1963) en Evert van Benthem (1985 en 1986) missen alle één of meerdere stempels. Dit leidde evenwel niet tot diskwalificatie van de schaatsers. "Voor mij een schrale troost," zegt Piet Kleine. "Het geeft aan wat een flauwe beslissing de wedstrijdleiding heeft genomen."

Piet Kleine, de 45-jarige ex-wereld-en Olympisch schaatskampioen uit het Drentse Kerkenveld, wordt inmiddels overstelpt met sympathie-betuigingen uit het hele land. Zondagmiddag kwam een bejaarde schaatsliefhebber hem het Elfstedenkruisje brengen, dat hij zelf in 1942 had veroverd. "Als iemand een kruisje verdient, dan ben jij het," zei hij. "Daarom mag je die van mij hebben." Bij de controlepost in Hindeloopen, waar Kleine ongewild de fout in ging, bleek niet alleen de chaos op het ijs groot, maar ontbrak ook het reglementair verplichte lichtbaken op 200 meter voor de controlepost.

"Piet is het slachtoffer geworden van de televisie-uitzending," zegt zijn echtgenote Janny. "Er is ons al verteld dat de eerste dertig wedstrijdrijders allemaal stempels misten door de chaotische toestanden bij de stempelposten. Maar de kaarten worden niet gecontroleerd. De beslissing zal wel nooit meer worden teruggedraaid. Jammer, Piet had beter verdiend."

Het bestuur van de Vereniging De Friesche Elfsteden lijkt inmiddels zwaar met de kwestie-Kleine in de maag te zitten. Wedstrijdleider Gerrit van den Ham verklaarde gisteren: "De beslissing was onvermijdelijk, omdat overduidelijk is gebleken wat er in Hindeloopen gebeurd is. Er zal een commissie ingesteld worden, die de stempelkaarten van de wedstrijdrijders gaat controleren, maar deze commissie zal absoluut geen schaatspakken of handschoenen met stempels bij de controle betrekken. We zullen ons daarna beraden of er iets veranderd moet worden aan het systeem van de stempelposten."


Info op de volkskrant.nl d.d. 06 januari 1997

Regels zijn regels, zelfs voor Piet Kleine

Piet Kleine en René Ruitenberg hielden in Hindeloopen de rug gebogen, de armen keurig achterop. Met de blik op oneindig stoof het tweetal langs de stempelpost in de vierde Elfstedenstad. Het groepje schaatsers achter hen rechtte net op tijd de rug en remde scherp af naar rechts om te stempelen.

Ook Hulzebosch en Verduin schoten door, maar keerden terug. Ruitenberg en de postbode uit Drenthe gleden echter stoïcijns door. Rayonhoofd Bijker: 'Ze zijn gezien.' Een diplomatieke uitspraak, die voor tweeërlei uitleg vatbaar zou zijn. Enkele uren later schaatste Kleine, Olympisch kampioen op de 10 kilometer in 1976, als vijfde over de finish in Leeuwarden. Weer een paar uur later werd hij door wedstrijdleider Gerrit van der Ham gediskwalificiceerd en uit de uitslag geschrapt. Voor Ruitenberg had de ontbrekende stempel geen consequenties, hij miste ook die van Dokkum en Leeuwarden. Hij had voor Bartlehiem de schaatsen al uitgedaan.

Het stempelen is ooit bedacht om frauderende schaatsenrijders af te straffen. In het verre verleden kwam het voor dat Elfstedenrijders zich door schaatsende schippers lieten voortrekken over het ijs, of zich per fiets en zelfs per trein door het Friese land begaven. Maar in het televisietijdperk kon Nederland zien dat Kleine wel degelijk schaatsend door Hindeloopen was gegaan. Piet Kleine (45) vertelde achteraf dat hij volledig gefixeerd was op de race. 'Ik was zo onder de indruk van de mensenmassa, het enthousiasme, dat ik gewoon doorreed. Ik was al circa 800 meter voorbij de stempelplaats. Ik dacht: Ik ga niet meer terug. Ik had wel clementie verwacht als ik zou winnen.'

Volgens Van der Ham zou dat niet het geval geweest zijn. 'Regels zijn regels.' Zou het dan tot rellen in Leeuwarden zijn gekomen? In de Elfstedengeschiedenis werd al eerder een winnaar gediskwalificeerd, J. Bosman, in 1947. Deze schaatser zou niet het gehele traject geschaatst hebben. Misschien was het sportief beter geweest als Kleine meteen in Workum of Bolsward een rode kaart voor zijn neus had gehad, gelijk een zwevende snelwandelaar of een stayerende triatleet.

Nu bepaalde de 'postbode die een stempel verloor', in de winderige Hel van het Friese Noorden, mede de wedstrijd. Daar probeerde de oudste wedstrijdrijder meermalen uit de kopgroep te ontsnappen. Zelf dichtte hij, op de Blikvaart, ook de nodige gaatjes, onder meer met de latere winnaar Angenent. Thuis in het Drentse Kerkenveld wachtte hem nog een verrassing. Buurtbewoners hadden in zijn tuin een heus Elfsteden-stempelhokje nagebouwd.


23-02-1980 - Piet Kleine wint op de Olympische Spelen in Lake Placid (Verenigde Staten) op 23 Februari 1980 de zilveren medaille [2de plaats] op de 10.000 mtr. Uitgeput wordt hij ondersteund door zijn coach Egbert van 't Oever.


Info op nrc.nl d.d. 25 januari 2001

Afscheid van een schaatsend oermens, een artikel van Erik Oudshoorn

Hoewel hij het eeuwige sportleven leek te hebben, zette Piet Kleine (49) zaterdagavond na ruim dertig jaar een punt achter zijn actieve loopbaan als (marathon)schaatser. Dat gebeurde aanvankelijk met een zevende plek in de finale van de KNSB Cup in Assen en later op een feestje van zijn Frisia-ploeg. Afscheid van een schaatsende oermens die dankzij een vijfjarig contract van stalbaas Dirk Scheringa verder gaat als begeleider, coach en schaatsambassadeur.

Hoe kon het ook anders, Piet Kleine had als idool Fred Anton Maier toen hij op vijftienjarige leeftijd reeds zijn schaatstalenten etaleerde en toetrad tot de gewestelijke selectie Drenthe van Leen Pfrommer. Maier, de Noorse stayer, kon halverwege de jaren zestig nog weleens voor vuurwerk zorgen op de lange afstanden. Tot hij zijn meerdere moest erkennen in het supertrio Verkerk, Schenk en Bols. Qua schaatsstijl had Maier ook wel wat weg van Piet Kleine.

Al spoedig bleek dat de zoon van een spoorwegarbeider uit het Drentse Kerkenveld aanleg bezat voor schaatsen, wielrennen en voetbal. ,,Piet had overal talent voor'', kan Egbert van 't Oever zich herinneren. Hij was dertig jaar geleden al zijn coach bij Jong Oranje in een ploeg met Jacques de Koning, Co Giling en Jan Derksen. ,,Het is een man met een superlichaam en een superinstelling die altijd wil presteren. Op de trainingen kon hij het tempo soms niet eens bijhouden of werd hij verslagen door zijn ploeggenoten. Maar dat zei niets over de wedstrijden. Dan stond hij er ineens.'

Het gezin Kleine had het echter niet breed en de moeder van Piet moest zelfs op zoek naar bijbaantjes om de schaatstrainingen te kunnen betalen. Ze werd gezinsverzorgster bij Humanitas en schoonmaakster op een school in Hollandscheveld. Om de kosten te drukken reed Kleine met Jan Bols mee naar de kunstijsbaan in Assen. ,,Hij was toen al heel flegmatiek'', vertelt Leen Pfrommer over zijn karakter. ,,Een beetje teruggetrokken en wars van publiciteit. Typisch Drents, doe gewoon dan doe je al gek genoeg. Inmiddels heeft hij wel door dat het je geen windeieren legt als je af en toe eens in de publiciteit treedt.'

Kleine stapte in de leemte die Schenk, Bols en Verkerk achterlieten toen zij kozen voor het professionalisme. Prompt keerde de fanclub van Bols zich af van de stayer uit Hoogeveen en omarmde Kleine als nieuwe held. Pfrommer: ,,De Drent vond het te gek voor woorden dat je geld vroeg voor het schaatsen.'' In 1976, precies een kwart eeuw geleden, beleefde Kleine zijn gloriejaar. Aanvankelijk zag het daar niet naar uit. In de landenwedstrijd tegen Noorwegen boekte alleen sprinter Eppie Bleeker winst.

Pfrommer werd door de media ,,weggeschreven'' en verweten dat hij zijn rijders in het olympische seizoen over de kling had gejaagd. Dat bleek later mee te vallen. Op de Winterspelen van Innsbruck veroverde Kleine goud op de tien kilometer en zilver op de vijf. Ontzettend kwaad was hij geworden toen de wedstrijdleiding hem te laat waarschuwde voor de 1500 meter. Pfrommer: ,,Het sneeuwde flink. Er werd later gedweild dan de bedoeling was. Piet had zijn schoenen nog aan en zat in de kleedkamer toen hij werd omgeroepen.

Hollend bereikte hij de start. Ja, dat speelde nog mee toen hij op de tien kilometer de 14.53,30 van de Noor Sten Stensen moest overtreffen.'' Maar Kleine had in de laatste ronden nog genoeg adem over om te versnellen en bleef moeiteloos onder die tijd (14.50,59). In die jaren hadden schaatsers meestal een baantje erbij om in het leven te blijven, maar Kleine was werkloos. Hij had een opleiding op de LTS genoten voor timmerman maar toen hij aan de slag ging kreeg hij last van armen en schouders. Ook voor het werk van stukadoor, grondwerker en klusjesman op een camping bleek hij fysiek niet in de wieg gelegd.

Terwijl zijn vader dagelijks sjouwde met bielsen en keien bij de spoorwegen. Pfrommer greep het olympische succes van Kleine aan om hem te helpen. ,,Hij had een keer tegen mij gezegd: 'Het zou zo mooi zijn als ik bode kan worden op het gemeentehuis in Hoogeveen, parketwachter bij het kantongerecht of postbode'', aldus de huidige coach van Ids Postma. ,,Maar voor de baan van postbode was er een wachtlijst van 24 personen.'' Pfrommer greep het olympische succes aan om het verzoek van Kleine over te brengen aan de toenmalige minister van CRM, Harry van Doorn. Die vertoefde ook in Innsbruck, tot grote ergernis van Hans van Helden (,,Hij heeft Veronica om zeep geholpen. Die man bederft hier de schone lucht met zijn dampende pijp'').

Kleine kreeg zijn baan als postbesteller. Nog steeds rijdt hij bijna dagelijks zo'n veertig kilometer van dorp naar dorp om brieven te bezorgen. ,,Piet is een echt buitenmens'', zegt Jos Niesten die hem later ontmoette in het marathonpeloton en die de afgelopen twee jaar zijn ploegleider was bij Frisia. ,,Daarom schaatst of fietst hij ook zo graag.''

In 1976 werd Kleine ook wereldkampioen allround en vier jaar later zou hij achter het fenomeen Eric Heiden nog zilver veroveren op de tien kilometer van de Spelen in Lake Placid. In 1981 sloot hij zijn loopbaan als langebaanschaatser af. Hij trad toe tot het metier van de wielrenners. Hij maakte deel uit van de Concorde-ploeg, reed Parijs-Nice en eindigde op het WK ,in de omgeving van Venetië, met de ploegentijdrit als vijfde. Joop Zoetemelk werd op dat evenement in 1985 overigens in de nadagen van zijn loopbaan nog wereldkampioen.

De Elfstedentocht van dat jaar bezorgde Kleine echter ook weer schaatskriebels. Bovendien had hij last van hartkloppingen gekregen nadat hij de racefiets abrupt in de schuur zette. Op advies van de dokter bond Kleine de lange ijzers weer onder en trad hij toe tot de rijen der marathonschaatsers. Dat was wennen in het begin, maar Kleine redde zich beter dan menige langebaanrijder die dezelfde overstap maakte. Niesten: ,,Ik kan me nog een natuurijswedstrijd herinneren in Maasland die ik zelf won. Piet wist echt niet hoe hij zijn krachten moest verdelen en wanneer hij wel of niet naar een groepje moest rijden.

Ik heb hem toen een beetje geholpen met aanwijzingen. Hij had van huis uit een lange slag, te lang eigenlijk voor de marathons. De intrede van de klapschaats was in het voordeel van Piet. Daardoor moesten anderen weer wat meer ijs gaan maken. Maar de grootste aanpassing heeft hij moeten doen in de bochten. Ook het snel accelereren bij demarrages is nog steeds niet zijn sterkste punt.'' Niettemin geeft Niesten hoog op over de oerkrachten van de natuurmens Kleine. ,,Hij heeft een enorm duurvermogen. Nog steeds verbaas ik me daar over. In trainingskamp gingen we onlangs een uurtje of vier fietsen.

Na een kwartier nam Piet de kop over om hem niet meer af te staan. Als een stel dode vogeltjes probeerden we hijgend in het wiel van Piet te blijven. Ruitenberg en Angenent waren de afgelopen jaren gewend dat Kleine op het ijs de gaatjes voor hen dichtreed. Zij zullen nu hun tempobeul missen en de wedstrijden anders moeten indelen.'' In 1994 won hij op zijn 43ste nog vijf marathons. Niesten: ,,Hij reed in een ijzersterke ploeg met Kramer, Van Kempen en Stam. De sprinters moesten hem steeds terughalen maar deden dat niet.'' Drie jaar later werd Kleine vijfde in de Elfstedentocht.

Op het netvlies staat nog steeds het moment dat hij vergat te stempelen bij het slecht verlichte hokje van Hindeloopen. Dat bevindt zich nu in het schaatsmuseum en er is een brug naar hem genoemd ('Piet Kleine Brechje') op de plek waar hij de fout in de gaten kreeg. Kleine werd gediskwalificeerd, maar ontving wel een kruisje dat hij per ommegaande terugstuurde. De vraag zal altijd blijven: hoe kon hij het zo lang volhouden? Pfrommer: ,,Hij heeft nooit gerookt en altijd matig alcohol gebruikt. Hij trainde niet omdat het moest, maar omdat hij het leuk vond.''

En Van 't Oever: ,,Hij vormt het levende bewijs dat iemand tot een gerespecteerde leeftijd kan sporten als je netjes leeft.'' Kleine wilde niet als een versleten man afscheid nemen. Daarom zette de reus uit Drenthe zaterdagavond op zijn thuisbaan in Assen een streep onder zijn actieve loopbaan in het marathoncircus. Komend weekeinde zal hij in Finland nog proberen een alternatieve elfstedentocht te rijden. Vanaf volgend seizoen fungeert Kleine voor de Frisia-ploeg als assistent-coach van Niesten en als schaatsambassadeur om het marathonrijden te promoten. Teameigenaar Dirk Scheringa heeft hem een vijfjarig contract aangeboden.

Niesten is blij dat een monument bewaard blijft voor de schaatssport. ,,Ik heb nog nooit zo'n fijn persoon ontmoet. Hij is altijd zichzelf gebleven. Gewoon is niet gewoon genoeg voor Piet.''






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl