In en om Assen





Plassen op de Brink in Assen


Toen Von Dülmen pas in Drenthe woonde, keek hij soms zijn ogen uit. Let bij deze 'Zondagse wandeling' ook op de zich van het tafereeltje afwendende boer (DMA)


Van Kieschen en Teederen Aard.

Drente begon langzaam mee te tellen in de rij van de provincies. Op allerlei gebied. De 'nieuwe tijd' diende zich ook aan op het terrein van de zedelijkheid. Lees de ervaringen van A. J. Servaas van Rooyen bij een bezoek aan Assen, zoals hij deze in juni 1880 beschreef in het tijdschrift 'Europa':


'... Toen we des morgens tegen 11 uur den weg volgden, om weer op den Brink te komen, zagen wy tot onze groote verrassing iets (wat wij in Assen niet gedacht hadden, te zullen ontmoeten)... van kieschen en teederen aard. Toch willen wy trachten, er in 't publiek over te schrijven.

... Wel was des avonds op den Brink ons iets overkomen, wat ons aan groote steden herinnerde, maar dit liet ons vrij koud, omdat het 'noodzakelijk kwaad' onuitroeibaar schijnt; de geheele inrichting der maatschappij, zegt men, brengt dat mede.

... ieder heeft het al geraden, en die vrouwen in de meest primitieve kleeding (wij — en drie onzer medereizigers eveneens — troffen er twee aan) gaven met het onbeschaamdste gezicht ter wereld, niet alleen duidelijk te kennen, wat zij begeerden, maar zelfs toonde één daarvan haar goedgekéürd brevet.

... maar wij gelooven, dat dergelijke aanrandingen, op klaarlichten dag, aan den openbaren weg — het was NIET IN het bosch, waar wij de ontmoetingen hadden — konden voorkomen worden, wanneer politietoezicht daarvoor waakte.

Wij en onze medereizigers zijn ten volle overtuigd van de zedelijkheid van Assen en de Assenaren, — zelfs schrijven wij hun daarvoor te veel schoonheidsgevoel toe — maar den schijn te voorkomen is toch altijd zaak...

Laat iedere Assenaar medewerken, om Gods heerlijke vrije schepping, dat heerlijke bosch, waar Assen terecht trotsch op mag zijn, niet te verontreinigen.'


Of 't stadsbestuur zich deze regels heeft aangetrokken, is niet bekend. Wel kwam er ruim twintig jaar later een besluit van de vroedschap, waarin afgerekend werd met een oud volksgebruik, dat nauw verband hield met de openbare zedelijkheid. Al sinds mensenheugenis was dit gebruik in ere geweest. Nooit had iemand er zich aan gestoten. Men wist niet anders, of het hoorde zo. Niet alleen in Assen, maar in vrijwel alle Drentse plaatsen. Door de week op marktdagen op de brink en zondags op de met gras begroeide 'erven' rond de kerk.

Boerinnen en daglonersvrouwen, komend van buiten, die inkopen hadden gedaan, zetten dan hun eier- en andere manden naast zich op de grond. Breeduit hurkten ze vervolgens neer, hun machtig rokkenwerk wijd om zich heen uitwaaierend. En dan klaterde een kleine beek onder de rokken vandaan, die onder stoere eiken en beuken het gras vruchtbaar maakte. Generaties van vóórmoeders hadden het zo gedaan. In een kring, of wanneer er een sloot of greppel was, in een lange rij naast elkaar aan de rand. De cafés waren voor de manluu. Bovendien paste het voor een 'vrommes oet 't loeg' niet, om in een kroeg te gaan.

Zondags zag men dit tafereel rond de kerken. Degelijke boerinnen en struise boerendochters, opgetuigd met oorijzer en ander 'kastentuug', moe van de lange wandeling, hurkten kwebbelend naast elkaar. Anders zouden ze straks in de volle warme kerk in hoge nood raken, als de dominee in het vuur van zijn verkondiging hen op de zenuwen werkte. De mensen van de nieuwe tijd kregen in Assen langzamerhand de meerderheid in de raad. Zij tolereerden niet langer deze traditie. In deze nieuwe eeuw van vooruitgang en beschaving, waarin ze hun woonplaats tot een moderne stad wilden laten uitgroeien, pasten dergelijke gebruiken niet.

Politie moest erop toezien, dat voortaan niemand zich meer aan zo'n tafereel hoefde te stoten. In andere plaatsen in Drente verdween het gebruik stilzwijgend, zonder ingrijpen van gemeenteraad of politie, naarmate 'vooruitgang en beschaving' meer bezit namen van de dorpen.


Bronvermelding:

'Met de kiekkast door Drenthe'. Tekst L. Huizing. Knoop & Niemeijer, Haren. 1972





© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl