In en om Assen




Rhee


De Veldweg. Foto © Sietse Kooistra 2010


Info op wikipedia.nl

Rhee is een buurtschap gelegen ten noorden van de stad Assen in de provincie Drenthe (Nederland). Rhee behoort sinds de gemeentelijke herindeling in 1998 tot de gemeente Assen, daarvoor tot de toen nog bestaande gemeente Vries. Rhee ligt aan de uit de ijzertijd daterende Koningsweg, die liep van Balloo, via Loon, Peelo, Rhee, Zeijen naar Lieveren. Rhee is een gebied van hoge archeologische betekenis. Er zijn sporen van een raatakker aangetroffen. Ook zijn in het gebied vondsten gedaan, die zowel vanwege de hoeveelheid, als de samenstelling (aardewerk, baksteen, dakpannen, hutteleem, maalstenen) wijzen op bewoning.

Mogelijk gaat het hier om de voorganger van het huidige gehucht Rhee. In de zuidoosthoek van het terrein is bovendien IJzertijd/Romeinse-tijd aardewerk aangetroffen. Er zijn sporen van bewoning uit het Neolithicum (5300 - 2000 vC), en mogelijk uit andere perioden. Er is een omheinde nederzetting uit de Romeinse tijd aangetroffen. In 1382 wordt Rhee genoemd in een oorkonde van Reinoud IV, heer van Coevorden, waarin hij goederen te Rhee overgedraagt aan het nonnenklooster te Assen Maria in Campis. Tot 1850 bestond Rhee uit 2 boerderijen.
Aan de Dr. Johan Picardtweg 6 bevindt zich een gemeentelijk monument, de 'Picardthoeve', een hallehuisboerderij met krimp. De naam van de hoeve is ontleend aan Johan Picardt (1600 - 1670), predikant in Rolde en historicus, die zich daar in 1644 vestigd.


Info op provinciedrenthe d.d. 08 oktober 2009

Met een bijdrage van de provincie Drenthe heeft Assen de oude brink en kampjes in het buurtschap Rhee teruggebracht. Het project is uitgevoerd in het kader van de Impuls Sociaal Economische Vitalisering. Op 23 april vond de feestelijke opening plaats door gedeputeerde Rein Munnicksma en wethouder Alex Langius. In de stralende zon en met de camera van RTVDrenthe zaaiden ze het oude gewas Emmertarwe op een van de kampjes.

In het Esdorp Rhee hebben in het verleden kampjes (met een wal en struiken/bomen omzoomde akkertjes) en een brinkje gelegen. Ter hoogte van historische Picardthoeve, waar dominee Johan Picardt heeft gewoond, zijn een brink met lindes en twee kampjes aangelegd. De watergangen zijn vergraven, zodat ze natuurlijker ogen en daarnaast de ecologische waarde gaat toenemen. Langs het gebied is een wandelpad aangelegd. De kampjes zijn in gebruik gegeven aan de omwonenden. Zij gaan er oude landbouwgewassen verbouwen.

De eerste oogst van Emmertarwe (10 zakken) en Boekweit is binnengehaald. Emmertarwe is een gewas dat al duizenden jaren geleden in Drenthe werd verbouwd. De inwoners zijn erg enthousiast over de kampjes en het brinkje. Recreanten die even van de fietsstappen krijgen het verhaal te horen de historie van deze plek. Assen heeft er niet alleen een stukje levend historisch landschap bij gekregen, maar ook een blij buurtschap waar de inwoners samen voor hun brinkje en kampjes gaan. 

Zie hier de opnamen van RTVDrenthe: 'Brink Rhee weer als vanouds'


De Picardthoeve. Foto © Sietse Kooistra 2010


't Lantschapshuis te Rhee


Bronvermelding:

Informatie en archief van R. Vanderveen te Rhee Drentse Biografieën 2, Meppel 1990
Tijdschrift van de Asser Historische Vereniging; september 2003. Een artikel van Martin Hiemink


De Picardthoeve in Rhee roept herinneringen op aan een bijzondere inwoner van Drenthe. Het betreft de gedreven en actieve Johannes Picardt (Benthiem 1600 – Coevorden 1670), die in 1623 predikant in Egmond aan Zee wordt en in 1628 in Leiden promoveert tot doctor medicus. Naast zijn dokterspraktijk houdt hij zich veel bezig met onderzoek naar de verbeteringen van landbouwgronden. Als hij in 1643 in Rolde predikant wordt, huurt hij een boerderij in Rhee en gaat er wonen. Voor de inwoners van Rolde blijft hij een vreemdeling. Zijn ideeën, hoe men woeste grond vruchtbaar kan maken, vinden in Drenthe geen weerklank.
Uit archieven weten we dat er in Rhee aan de Koningsweg, de doorgaande weg van Assen naar Groningen, al in 1382 een boerderij stond. De boerderij, die oorspronkelijk acht eikenhouten gebinten had, brandde aan het eind van de zestiende eeuw, midden in de 80-jarige oorlog, tot de grond toe af.

De boerderij in Rhee, zoals we die nu kennen, werd gebouwd in de periode 1600 – 1641. In plaats van lemen wanden de nieuwbouw stenen muren. Vanaf de achterbaander gerekend werden de gebinten aan de linker zijde gemerkt met de Romeinse cijfers 1 tot en met V111. In de gebinten rechts werden de nummers 1 tot en met 11111111 gegutst. Leefde het boerengezin hier tot 1600 nog samen met het vee in één ruimte, sinds de nieuwbouw was er sprake van een voorhuis dat van de deel was gescheiden. Uit ‘Rekeningen van den rentmeester van Assen uit de periode 1599 – 1808’ blijkt dat in het jaar 1641 twee erven te Rhee aan Johannes Picardt werden overgedragen:

“...Is vererffpacht aan Johan van Welvelde tot Oosterbrouck voor twaalfhondert carolus gl. Eens ende vijf ende vijftich mudden rogge jaerlexe erfpacht, die ’t selve opten-30-novemb: 1641 met consent van de H.H. Drost en Gedeputeerden heeft overgedragen aan Dr. Johannes Piccardt. Comt over deren Jaerre erffpacht 55 mudden...”.

Toen Picardt de boerderij in 1643 betrok, liet hij er een apart vertrek inrichten, waar hij zich voor studie en schrijfwerk kon terugtrekken. In 1655 – Picardt is dan al weer enige jaren predikant in Coevorden, waar hij in 1670 overlijdt – worden de erven te Rhee (weer) eigendom van het Landschaps bestuur. In rekeningen van de rentmeester uit dat jaar lezen we:

“… die ’t selve opten-30-novembris 1641 met consent van de H.H. Drost en Gedeputeerden heeft overgedragen aan Dr. Picart. Ende doordien enige jaeren herwars denselven de betalinge van de beloofde 55 mudden erffpacht niet wel en heeft waiergenomen, zijn de gemelde erven Rhee alsoo bij de Landtschap wederom in eijgendom aengenomen. Ende op den 15 martij 1655 verhuirs voor den tijt van een jaar aen de gebruikers Johan Meyeringe voor twee derde parsen ende Reijnder Luitjens de resterende derde part, met dese condisie dat deselve ’t samen over desen jaere 1655 daervoor tot huire souden betalen acht ende vijftich mudden roggen gelijck ook bij den rendant op martini ende midwinter is ontfangen, dus hijr 58 mudden...”.

Over opeenvolgende bewoners van de boerderij te Rhee staat het navolgende in de archieven beschreven:

“...Rhee onder den klokkenslag van Vries, zijn de twee erven waarbij door de Heeren Drost en gedeputterden is gelegt een volle waare van Betinge Erve tot Loon gelijk mede de Lutteke Monnicke hem Fol: 6 verso breeder gemensioneert. En is het voorsch Erve den 7 de Julij 1711 verhuirt an Marten Jansen, en zijn soon Jan Martens met alle daartoe gehorende Landerijen, hoij en bouwlanden, niets uitbesondert, zo als ’t selve voormaals bij Hendrik Warners en desselfs Weduwe, en soon Luichien Hendriks Meijerwijse is gebruikt geweest, met nog daar en boven een vierndeel Waardeels in ’t velt in de marke van Zeijen, en onder conditie dat het vervallen huis in ’t naastkomende voorsomertijt vertimmert, en met een Kamer vergroot sal worden..".

"...En dat de Meijer ten ansien van Lant tot dese plaatse gehorig eenigsints vervallen is, en tot inkoop van Creatuiren eens voor al sal genieten een somma van Een hondert Rijxdalers, sonder dat hij van deze somma iets sal weder geven, bovens het gebruik van brouw Kuipe, en Ketel die de Lantschap van de Meijer Luigjen Hendriks overnemen, en hem aan zijn agterstalligge huire van vijf en dartig Mudden Winterrogge; aanvank nemende op Meij 1712 enpirerende ses jaren later als de lopende huirjaren van de tegenwoordige Lanschaps Meijer; sullende de Meijer de Landerijen Meijerswijze gebruiken, en de Behuisingen of getimmers goet ontfangende deselve behoorlijk onderhouden gelijkandere Lantschaps Meijeren gehouden zijn, -zo dat het jaar huire verschenen op Martini en Midwinter 1713 alhier voor Ontfank wordt uitgetrokken. Dus 35 Mudden. Bedragende dit Ontfanck in Noordervelt. Een hondertseven en ’t negentig mudden rogge. Sigranudden...”

In 1712 was er opnieuw een verbouwing. Het voorhuis werd, op kosten van het Landschapsbestuur, uitgebreid met twee (goedkopere) grenen gebinten. Over de kosten lezen we:

“...Berent Popkens houtkoper tot Groningen gelevert aan ’t Lantschapshuis huis tot Rhie volgens reke 90-4-0 (guldens-stuivers-centen). Ulfert Jansen wegens geleverde steen en kalk volgens reke 102-10-0. Teunis Freriksen wegens geleverde spijkers 5-8-0. Mr Jan Geerts smit tot Vries volgens rek. voor ijserwerk 28-15-0. Mr Berent Hendriks wegens het maken van een Brouw Kuipe 11-16-0. Somma 234-13-0...”.

De nota voor het geleverd hout van de eerder genoemde Popkens wordt namens de Landschap Drenthe door rentmeester Nijsingh voldaan. De rekening is als volgt opgemaakt:

“...nota (…) Edele Heer rentmeester Nijsingh in qualiteit debet an Berent Popkens door Mr Luigijn Albers gekast tot het Lantschap huis te Ree, 1712 deb 19 Maij. 3 biel ende waergrwune 30 vo balken a 71/2 gl 22-10-, 32 juffers 30 voet a 18 st 28-16-, 13 br witte duims posten 14 st 9-2-, 10 greune duims posten 20 vo a 16 stu 7-0-, 6 greune duimst posten 20 vo a 16 st 4-16-, 1000 voet greune panlaten van 1 ende 2? duim 10-0, Somma 90-4-, voldaan door den E heer Nijsink rentmeester van Assen, Den 4 october 1712. B. Popkens...”.

Ruim tweeënhalve eeuw later laat Ruurd Vanderveen zijn oog op de hoeve vallen en koopt in 1973 de dan op instorten staande boerderij in Rhee. Er volgt een grondige restauratie en sindsdien staat de hoeve er weer goed bij. Twee percelen land – het Picardtkampje en het Domineerskampje – en een plaquette aan de muur van de hoeve aan de Picardtweg 6 houden de herinnering aan deze Drentse dominee levend.


De Landdag van het Drents Genootschap


Bronvermelding:
Provinciaal Drents Maandblad 'Drente'. 18e jaargang, nr. -7- . November 1947


Na aan een genoegelijke koffiemaaltijd in „De Hertenkamp" o.a. de uitreiking van „afstammingsbewijzen" aan de nazaten van de Drenten die in 1847 naar Michigan vertrokken, te hebben besproken, begaf het gezelschap zich naar Rhee, alwaar de voorzitter, de heer H. J. Prakke, met een kort woord de in de gevel van de oude Picardt-boerderij aangebrachte plaquette, overdroeg aan het gemeentebestuur van Vries. Vervolgens werd, na een toespraak door de Burgemeester van Vries, aan het begin van de weg naar Rhee, door de oudste volmacht in de marke, de Heer G. Emmens, het naambordje onthuld, dat aangeeft dat deze weg in het vervolg Dr. Joh. Picardtweg zal heten.

Na een gastvrij onthaal in de oude Picardtboerderij door de familie Lammers, waarbij de Heer Duiven uit Nijeveen het lied van de Olde Scheper ten gehore bracht en de Picardtpenning verkrijgbaar was, vertrok men weer naar Assen, waar dr. J. Naarding in een boeiende causerie de betekenis van Dr. Joh. Picardt voor Drente uiteenzette. Zijn betoog werd geïllustreerd door de Heer L. J. Kramer, die een drietal fragmenten uit de oude croniek van Picardt voorlas.



De Picardt-Penning


Bronvermelding:
Provinciaal Drents Maandblad 'Drente'. 18e jaargang, nr. -6- . Oktober 1947


Het op 12 Maart opgerichte Drents Genootschap heeft ter gelegenheid van het eeuwfeest van het Drents Landbouw Genootschap een nieuwe gedenkpenning doen vervaardigen, de Picardtpenning. Hoewel Dr Joh. Picardt, de bekende Coevorder predikant en medicus uit het midden van de 17de eeuw, niet tot de oprichters van het D.L.G. behoorde (dat kwam pas 200 jaren later tot stand) was hij toch door zijn experimenten en adviezen op landbouw- en ontginningsgebied een agrarisch pionier en een voorloper der D.L.G.-oprichters van 1844.

Dit is in.het randschrift van de penning tot uiting gebracht: rondom zijn beeltenis leest men: „Dr. Joh. Picardt, Drente's pionier-ontginner. agrarisch en cultureel", waaronder zijn zinspreuk „Mensche bowet 't aerdryck" en de jaartallen 1600—1670, die de periode begrenzen waarin Picardt leefde. De keerzijde van de penning vermeldt: Geslagen ter ere der jubilerende Drentse Landbouw-, Zuivel- en Stamboekorganisaties door het Drents Genootschap", met als randschrift: ,,'n Eeuw D.L.G., 'n halve eeuw D.P.S. en D.Z.B." Tijdens het op 28 Augustus j.l. te Meppel gehouden eeuwfeest van het D.L.G. werd namens het Drents Genootschap aan het D.L.G.-bestuur een portret van Dr Picardt en het eerste exemplaar van deze gedenkpenning aangeboden.

Deze penning, uitgevoerd in brons met een middenlijn van 60 mm (en naar verkiezing voorzien van een oogje om hem op te hangen) is thans nog in beperkt aantal voor de prijs van / 10.— per stuk verkrijgbaar bij het Drents Landbouwhuis, Oostersingel 25, Assen en bij het Drents Genootschap. Een vergroot model van de voorzijde der penning is op 1 November 1947 als gedenkplaat door Het Drents Genootschap aangebracht in de gevel van de oude boerderij te Rhee in de gem. Vries, waar Dr Picardt 300 jaren geleden woonde. De penning vormt dus tevens een herinnering aan de Picardt-herdenking te Rhee.





© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl