In en om Assen





‘De Rolderstraat’


Bronvermelding:
Tijdschrift van de Asser Historische Vereniging; nummer 3 / september 2006. Een artikel van Piet de Lange



In 1961 moest ons huis voor de tunnel wijken


De eerste acht jaren van mijn leven woonde ik in de Rolderstraat. Mijn geboortehuis stond op nummer 107, pal naast de toegang naar het veemarktterrein. Mijn ouders hadden daar een snelbuffet en ijssalon. Cafetaria De Lange was in Assen een begrip. In 1961 moest ons huis wijken voor de aanleg van de tunnel onder het spoor en zetten mijn ouders de zaak voort in het centrum.

In mijn herinnering aan die vroegere jaren was er thuis en in de buurt altijd bedrijvigheid. Het werk van mijn ouders speelde zich voor mijn ogen af. Mijn vader maakte zelf het heerlijke banketbakkersijs, de kalfskroketten en de frites. In die tijd fabriceerde hij ook nog de beroemde ijstaarten, die desgewenst aan huis werden bezorgd. Het was hard werken, want de zaak was zeven dagen per week tot 1 uur ’s nachts geopend. Toch heb ik nooit het gevoel gehad dat wij als kinderen aandacht tekort kwamen. Je ouders waren immers altijd in de buurt. En als je je al een keer verveelde, dan was er in de omgeving genoeg te doen.

Naast ons was het zogenoemde bodehuis met het bodeterrein, waar overslag plaatsvond van vrachtgoederen. Vrachtauto’s en af en toe nog een paard en wagen kwamen daar spullen halen en afleveren. Van mijn moeder mocht ik absoluut niet in de buurt staan bij het verladen van de grote glazen mandflessen, toen die nog werden gebruikt voor het transport van o.a. zwavelzuur. Daar waren wel eens akelige ongelukken mee gebeurd. De veiligheidsnormen lagen toen een stuk lager dan tegenwoordig.


De koop werd beklonken in café Marktzicht

Het bodeterrein lag voor de ingang naar het veemarktterrein, waar twee kleine poorthuisjes de toegang vormden. In die tijdwas daar nog een levendige handel in allerlei soorten vee. Ik herinner mij vooral de koeien, de schapen en de varkens. Het kleinvee zat in boxen en geteerde planken. Het laden en lossen van de beesten was voor ons kleine jongens spectaculair. Vooral de varkens konden flink tekeer gaan. De handelaren beklonken de koop na afloop in het nog steeds bestaande Marktzicht, dat toen gerund werd door de familie Sanders (anno 2010 ziet het pand er verpauperd uit en is in afwachting van de sloop? Of loopt er misschien nog een Asser bestuurder rond die het in stand houden van cultureel erfgoed verkiest boven economische belangen?).

Ieder jaar in juni gedurende de TT-week ondergingen de Rolderstraat en het veemarktterrein een metamorfose. Feestverlichting boven de straat en op palen leidde de bezoekers vanuit de binnenstad naar de TT-kermis. Zodra de eerste voorbereidingen werden getroffen nam de opwinding langzaam toe. Bij ons thuis begon dat al enkele weken tevoren. Er werden extra aardappelen aangevoerd voor de frites, familie en kennissen werden ingeschakeld in de bedrijfskeuken en de bediening. Als blikvanger had mijn vader op het dak een bijna levensgrote koksfiguur bovenop een stapel ijsbekers.

Bijzonder was dat in die tijd de keuring van de TT-motoren plaatsvond in en bij café Marktzicht. De deelnemers reden dan van het circuit door het centrum van Assen via de Rolderstraat naar het veemarktterrein. De stoet kwam vlak langs ons huis, het imposante gebrul van de motoren en de geur van Castrol verhoogden in belangrijke mate mijn TT-koorts. Het waren de hoogtijdagen van de Engelsman John Surtees op MV Agusta, die zes TT-overwinningen behaalde. Maar ook buiten de TT en de veemarkt was er in de omgeving veel bedrijvigheid.


Rolderstraat in de jaren zeventig. (Foto Sietse Kooistra)


Willy Alberti hoefde niet meer in de cafetaria te komen

Schuin tegenover ons zat garage Krüger, toen al Peugeot en ook nog DKW, later verhuisd naar de Tuinstraat. (anno 2010 heeft deze garage plaats moeten maken voor nieuwbouwwoningen). Op de hoek van de Prins Hendrikstraat zat bakker Achterop, binnen een straal van een paar honderd meter een van de drie kleine ambachtelijke bakkers in de buurt. Later is zijn pand opgekocht door de aangrenzende melkfabriek Acmesa. In die tijd had je nog geen tankauto’s en werd de melk aangevoerd in de klassieke melkbussen op vrachtauto’s of karren met een trekker. Af en toe nam ik een kijkje in de fabriek, want mijn vader was een goede klant die wekelijks kratten slagroom kocht voor het verse schepijs. Op de andere hoek van de Prins Hendrikstraat had je het sigarenmagazijn van Bé Richie. Dit huis is inmiddels gesloopt en de zaak verhuisde naar de hoek van de Julianastraat.

In die jaren kende Assen nog geen rondwegen. De Rolderstraat was tevens de doorgaande weg naar Gieten en Oost Groningen. De zaak van mijn ouders was daardoor een pleisterplaats voor vrachtrijders en vertegenwoordigers op doorreis. Mede dankzij de parkeerfaciliteiten die het marktterrein bood. Ook artiesten op weg naar een optreden in het Groningerland kwamen met regelmaat bij ons in de cafetaria. Een van hen hoefde van mijn vader niet terug te komen. Dat was Willy Alberti, die zich erover beklaagde dat er van hem geen platen in onze jukebox zaten. Dan was je bij mijn pa aan het verkeerde adres, die was baas in eigen zaak en hield niet van gezeur. Alberti is na die aanvaring ook niet meer verschenen. Hij liep daarmee wel de lekkere espresso mis die mijn ouders serveerden.

Mijn vader had als een van de eersten in Noord-Nederland een origineel Italiaans espresso apparaat aangeschaft, een echte La Cymbali voorzien van Illy koffie. Voor mij als kleine jongen was vooral het stoompijpje van belang. Hiermee kon ik een flesje koude Nurticia in een oogwenk omtoveren in een glas warme chocolademelk. Mijn slaapkamer was boven de zaak. Na alle belevenissen van de dag viel ik in slaap met de klanken van de jukebox op de achtergrond. Veel sterren uit die tijd – Elvis Presley, Rocko Granata en de Everly Brothers – hebben mij in slaap gezogen. Maar nooit Willy Alberti.


Rolderstraat anno 2010


Foto Sietse Kooistra


Straatnamen in Assen


Op 23 juni 1948 startte de Provinciale Drentsche en Asser Courant met het rubriekje ‘straatnamen in Assen’. Op 6 april 1949 publiceerden zij een beschrijving van de naamgeving van de Rolderstraat:

Onverbrekelijk is Assens historie verbonden met die van Rolde, want nog in het jaar 1807 vormde onze stad – toen nog een vlek – een onderdeel van dit fraaie dorp. Assen was dan ook geheel georiënteerd op Rolde en zo zien we bijvoorbeeld dat in het jaar 1700 de toenmalige bewoners van Witten in Rolde ter kerke gingen en daarvoor hun weg kozen langs de destijds al bestaande Rolderweg.

Nadat echter Assen zich op 19 juni 1807 losgemaakt had en koning Lodewijk Napoleon enige jaren later aan de plaats stadsrechten verleende, werd het langzamerhand anders. Assen begon zich te ontwikkelen en ook de Rolderweg kreeg daarin zijn aandeel. Was er in 1850 aan de zuidzijde nog niet veel meer te zien dan wat weiland en tuinen, aan de noordzijde was de weg al regelmatig bebouwd tot aan het in 1851 voltooide gesticht van de Nederlands Hervormde diaconie.

Even verder ter hoogte van de tegenwoordige Paul Krugerstraat sneed de Nijlandsloop toen nog de Rolderweg, terwijl in 1870 nog een tweede ‘obstakel’ ontstond in de vorm van de spoorbaan naar Groningen. Al in 1841 was de weg bestraat doch deze bestrating werd omstreeks 1900 weer vernieuwd terwijl in 1897 ook de watertoren verrees. Hoewel de Rolderstraat niet zozeer in het centrum lag was het toch altijd een levendige buurt met veel handel en vertier, wat waarschijnlijk zijn oorzaak vond in het feit dat er veel Israëlieten woonachtig waren.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl