In en om Assen





Molukkers in Schattenberg (Kamp Westerbork)


De ingang van het woonoord (afgestaan door Meent van der Sluis)


Een tipje van de sluier

In de ruim dertig jaar van zijn bestaan werden in kamp Westerbork, zoals het algemeen bekend staat, verschillende groepen mensen ondergebracht: Duitse joden, Nederlandse joden, NSB-ers, Nederlandse militairen, repatrianten uit het voormalige Nederlandslndië en Molukkers. Hoewel de laastgenoemde groep het langst - twintig jaar - in het tot Woonoord Schattenberg omgedoopte kamp heeft gewoond, is dit veel Nederlanders onbekend. Een tipje van de sluier.


De komst

Begin 1951 komen de eerste Molukkers in Schattenberg aan na een lange bootreis uit het voormalige Nederlandslndië. Het zijn militairen met hun gezinnen, die op Java en andere eilanden buiten de Molukken gelegerd waren geweest. Door de onafhankelijkheid van Indonesië waren ze in een moeilijk parket gekomen: omdat ze tot het laatst toe loyaal waren gebleven aan het Nederlandse koloniale gezag, vreesden ze repercussies van de plaatselijke bevolking. Daarom eisten ze demobilisatie op de Molukken. Een gerechtvaardige eis, ware het niet, dat op dat moment daar de strijd woedde om een onafhankelijke Zuid-Molukse republiek (de RMS - republik Maluku Selatan). Bij Nederlanders en Indonesiërs bestond de angst, dat zij zich bij de strijders voor de RMS zouden scharen.

Daarop werd besloten hen voor een - naar men dacht - 'tijdelijk verblijf' van zo'n half jaar naar Nederland te verschepen. Bij aankomst kregen ze ontslag uit militaire dienst, wat leidde tot hevige en langdurige verbittering. De ruim 4000 Molukse militairen met hun gezinnen moesten hier onder dak geholpen worden. Het beleid was erop gericht, dat integratie met de Nederlandse bevolking zoveel mogelijk tegengegaan werd; het verblijf was immers tijdelijk, dus moest voorkomen worden dat de Molukkers zich aan Nederland zouden hechten. Vandaar dat de Molukse militairen met hun gezinnen in geïsoleerd gelegen werkkampen uit de crisistijd en in de voormalige concentratiekampen Vught (nu Lunetten) en Westerbork (Schattenberg) werden ondergebracht.


Een tijdelijk verblijf

In Schattenberg heerst zeker in het begin een groot ruimtegebrek. Vaak worden gezinnen ondergebracht in één enkele kleine kamer van zo'n 15 m2, die met wat dekens provisorisch in een woon- en slaapgedeelte wordt gedeeld. De toiletten en de wasgelegenheid zijn gemeenschappelijk. In deze centrale ruimte bevindt zich ook een grote waterketel, die op een kolenkachel warm wordt gehouden. De zorg hiervoor vervullen de vrouwen bij toerbeurt. Sommige barakken hebben kolenkachels, andere worden centraal verwarmd. Voormalige bewoners vertellen, dat ze precies wisten wie daar dienst had; de één stookte veel warmer dan de andere. De overgang van Indië is heel groot. Ook daar was men gewend aan een kleine behuizing, maar daar kon het leven zich vooral buiten afspelen.

Hier - hartje winter - moet men noodgedwongen binnen blijven, ook bij gebrek aan warme kleding. De vrouwen missen bovendien het gemeenschappelijk koken - en kletsen - in de zogenaamde vrouwenloods. Hier moeten ze op vastgestelde tijden hun eten uit de centrale keuken halen. Ook het eten is vaak vreemd. Het wordt weliswaar bereid door koks, die bekend zijn met de Indische keuken, maar het kost moeite te wennen aan één warme maaltijd per dag, die soms bestaat uit zulke oerHollandse groenten als prei en spruitjes. Voor de mannen is de overgang zo mogelijk nog groter.

Ondanks hun ontslag uit militaire dienst, handhaven ze in de beginperiode de militaire discipline en dagorde. Ze blijven hun uniformen dragen en houden iedere morgen vrijwillig appèl. Het kazerneleven, dat zich eerder voornamelijk buitenshuis afspeelde, kan echter niet worden gehandhaafd - ze brengen het grootste deel van de dag door met sport, corvee en praten in de kantine. Veel meer is er niet te doen. Pogingen om cursussen houtbewerking, metaalbewerking en landbouw op te zetten met het oog op de toekomst in Indonesië lopen na een hoopvol begin spaak, wanneer blijkt dat het verblijf in Nederland niet zo tijdelijk is als men had gehoopt


Appel voor de centrale keuken (foto afgestaan door C. Saptenno)


Pangkuan ibu

Contacten tussen Schattenberg en de buitenwereld zijn er nauwelijks. Daarvoor ligt het woonoord te geïsoleerd. Alleen kinderen, die naar het voortgezet onderwijs gaan, komen dagelijks buiten het terrein; de anderen gaan sporadisch naar Assen om bijvoorbeeld kleren te kopen. En een aantal Molukkers werkt in seizoenarbeid bij boeren in de omgeving. Zwart uiteraard: het is hen de eerste jaren verboden te werken om de arbeidsmarkt niet te belasten. In dit isolement ontstaat een hechte gemeenschap; Schattenberg wordt door oudbewoners wel liefkozend pangkaun ibu (de moederschoot) genoemd. Dit is opmerkelijk, omdat de Molukse gemeenschap intern sterk is verdeeld.

Bij aankomst zijn de gezinnen willekeurig over de verschillende kampen verspreid, zodat verschillende bevolkingsgroepen en religies in één en hetzelfde kamp zijn vertegenwoordigd. Dit leidt onder andere in Schattenberg tot soms bloedige vechtpartijen, waardoor door overplaatsing naar andere woonoorden een einde komt. Dit geldt echter niet niet voor de politieke verdeeldheid, die oplaait wanneer er een nieuw concreet toekomstperspectief geformuleerd moet worden sinds ontwikkelingen in Indonesië de tot stand koming van een vrije Molukse Republiek onwaarschijnlijk maken. Pas in 1962 komt aan de ergste verdeeldheid een einde. In de tussentijd probeert de Kampraad tevergeefs te bemiddelen.

Deze Kampraad is in 1951 ingesteld om de dagelijkse gang van zaken binnen Schattenberg in goede banen te leiden en de gemeenschap bij elkaar te houden, nu er een leemte is ontstaan door het wegvallen van de militaire hiërarchie en discipline. Omdat ze klem zit tussen enerzijds de Nederlandse overheid, die meest bedillerig optreedt, en anderzijds de intern verdeelde woonoordgemeenschap, slaagt ze hierin slechts zelden. Het ontstaan van een sterk gemeenschapsgevoel is dan ook vooral terug te voeren op initiatieven van de bewoners zelf. Binnen Schattenberg en andere grote woonoorden grijpt men terug op de bestaande traditionele relaties.

Hierbij richt men zich niet alleen op de eigen familiegroep (mata rumah), maar ook op dorpsgenoten (sekampong). Bovendien worden oude bondgenootschappen tussen dorpen (pela) versterkt of nieuw leven ingeblazen. Zo ontstaan in Schattenberg een aantal hechte sociale groepen, waarop men ten alle tijde een beroep kan doen. En via deze groepen onderhoudt men ook contact met gezinnen in andere woonoorden. Zo wordt ook landelijk de saamhorigheid versterkt.


De afbraak

Ook de Nederlandse overheid wordt alras duidelijk, dat het verblijf van Molukkers in Nederland een langere tijd dan aanvankelijk verwacht zal gaan duren. Een belangrijke stap die ze onderneemt is het invoeren van de zogenaamde Zelfzorg in 1956. Molukkers moeten nu, zoals de naam al zegt, voor zichzelf gaan zorgen: werk zoeken, betalen voor voorzieningen als woonruimte, water en gas, zelf koken in nieuw te bouwen gezinskeukens etcetera. Dit leidt tot felle protesten, omdat dit gezien wordt als een ontkenning van de speciale positie van de Molukse gemeenschap. Ondanks de ingrijpende beleidsverandering, zegt de overheid er nog steeds van uit te gaan, dat het verblijf in Nederland van tijdelijke aard zal zijn.

Dit wordt anders, wanneer in 1959 het rapport van de Commissie Verwey-Jonker, Ambonezenzorg in Nederland 3 verschijnt. Hierin wordt een beleid aangekondigd, dat men in moderne termen het best kan omschrijven als 'integratie met behoud van eigen cultuur'. Het meest ingrijpende beleidspunt is, dat de oude, slechte woonoorden opgeheven zullen worden en de bewoners moeten verhuizen naar nieuwe 'open' woonwijken. Nu hebben de commissieleden gelijk in hun oordeel over de bouwkundige toestand van de woonoorden. De houten barakken van Schattenberg voldoen zeker niet aan de woonvoorschriften van de jaren zestig, ze zijn door overbevolking vaak uitgewoond en slechts matig onderhouden.


Het schoolplein (collectie Bob Seidel)


De enige overblijfselen van een bewogen periode...

Toch liggen er plannen voor een complete renovatie van het kamp: slechte barakken zullen worden afgebroken en in steen herbouwd; betere opgeknapt. Verder dan de tekentafel zullen deze plannen echter niet komen, want het Rapport van de Commissie Verwey-Jonker wordt het uitgangspunt van het beleid. Het enige onderhoud, dat tot de verhuizing naar de woonwijken nog aan de barakken uitgevoerd wordt, is ze 'regen en wind vrij' houden. Toch laat die verhuizing op zich wachten. Gemeenten moeten bereid gevonden worden om de bewoners van Schattenberg te huisvesten, bestemmingsplannen gewijzigd en de huizen gebouwd. Ook de Molukkers verzetten zich tegen verhuizing: ze hebben in Schattenberg een eigen cultuur opgebouwd en willen niet meer uit elkaar.

Bovendien verzetten ze zich principieel tegen integratie in de Nederlandse gemeenschap, omdat dat niet te verenigen valt met hun ideaal, een Vrije Zuid-Molukse Republiek. Na 1962 verlaten groepen Molukkers langzamerhand Schattenberg, omdat de meesten van hen hun verzet na verloop van tijd opgegeven hebben. Toch moet meermalen politie te paard eraan te pas komen om met geweld een huis te ontruimen. Ook verder loopt de afbraak langzaam. Door het touwtrekken tussen verschillende gemeenten duurt het eindeloos voor er voldoende woonruimte gevonden is. En dat, terwijl er zware politieke druk uitgeoefend wordt, omdat de geplande bouw van de radiosterrenwacht vertraging ondervindt.

Toch duurt het tot 1967 voor er ruimte gevonden is voor alle bewoners van Schattenberg en tot 1971 voor de laatste bewoner het woonoord heeft verlaten en de laatste barak is neergehaald. Het terrein is nu stil en verlaten, even ontoegankelijk voor gemotoriseerd verkeer als het voor 1939 was. Alleen was het toen kaal en winderig, nu bebost. Uit de vorm van de boomrijen valt soms nog op te maken waar een barak gestaan heeft en soms liggen er nog wat kolen. Het zijn de enige overblijfselen van een bewogen periode... •


Kaart Woonoord Schattenberg (1956)

Klik op de afbeelding voor een grotere weergave


Bronvermelding:

'Drenthe, een onafhankelik maandblad'. Mei 1991






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl