In en om Assen





Kamp Schattenberg; een belangrijk deel van de Molukse geschiedenis


Di tempat masuk kamp terdapat sebuah 'slagboom', jang disebut oleh penduduknja 'de portier'. Dulu 'portier' itu ditutup kalau sudah malam hari. Orang-orang jang masuk atau keluar kamp diper-hatikan dari barak jang kiri itu. Seorang jang sebenarnja tidak datang untuk bertamu dilarang masuk kamp. Bis jang tiap hari berdjalan kian kemari antara Assen dan Schattenberg, berhenti di muka 'slagboom' itu.


Voorwoord door ds. Samuel Metiary

Als KNIL-soldaten werden wij naar Nederland overgebracht terwijl wij de status hadden van KL (Koninklijke Landmacht). Wij werden in kampen gehuisvest die de Nederlandse regering beschikbaar stelde. Wij stemden ermee in om in deze kampen te wonen omdat we toch maar tijdelijk in Nederland zouden blijven. Het kamp waar wij terechtkwamen heette kamp Schattenberg in Westerbork. De redenen waarom wij hierheen zijn gebracht en hier zijn gebleven, hangen met elkaar samen. Wij mogen dat niet vergeten en behoren het aan de jongere generaties door te geven opdat zij het niet vergeten. Wat de komende generaties niet mogen vergeten, wil ik hier puntsgewijs noemen:

ten eerste, de historische omstandigheden waarom wij hierheen zijn gebracht;
ten tweede, dat wij tijdelijk naar Nederland zijn overgebracht;
ten derde, waarom wij hier nog steeds wonen en wat het doel is van ons verblijf hier.

Dat betekent dat wij
1. een volk zijn met een eigen identiteit dat ook zodanig behandeld moet worden;
2. in onze opvoeding niet mogen vergeten hoe wij voor een vrij land zullen blijven strijden;
3. hoewel wij hier tijdelijk verblijven de wetten behoren te respecteren van dit land;
4. op de hoogte moeten blijven van de ontwikkelingen in de wereld;
5. de band met het moederland als belangrijkste moeten zien.

Als volk in ballingschap hebben wij ons georganiseerd om ons staande te kunnen houden. Wij hebben:
1. een algemene leiding die voor een eenheid zorgt;
2. plaatselijke leiders die in een wijkraad zitting hebben;
3. kerken en gemeenten;
4. organisaties op maatschappelijk en kerkelijk gebied.
5. de mogelij kheid om onze kinderen te onderrichten vanuit de opdracht en roeping die ik boven heb geschetst.

De leidinggevende personen toendertijd in kamp Schattenberg waren de heren Saptenno, Salamur, Tunyluhulima en Mustamu. Zij waren officieren in het KNIL, voornamelijk sergeant of sergeant-majoor. De leiding op kerkelijk gebied was in handen van de kerkraad en haar dominee, de heer Metiary. Molukse predikanten in het KNIL, de zogenaamde Leger Predikanten, kwamen met de groep KNIL-militairen mee naar Nederland. Het waren de volgende predikanten: ds. Uniputty, ds. Lawalata, ds. Pesulima, ds. Sahetapy, ds. Hattu, ds. Kailuhu en ds. Metiary.

Deze leiding speelde een belangrijke rol in het leven van de Molukkers in de kampen. Het resultaat van hun inzet en inbreng is duidelijk merkbaar. Ook in Schattenberg was dat het geval. Wat dat betreft is een woord van dank aan de Nederlandse regering op zijn plaats. Zij heeft ons de mogelijkheid gegeven om ons volgens onze inzichten te organiseren. Daaraan heeft ook het toenmalige CAZ (Commissariaat Ambonezenzorg) een bijdrage geleverd. Met behulp van het CAZ konden problemen opgelost worden. Nu wij in woonwijken gehuisvest zijn, hebben wij baat bij de organisatievorm die wij toentertijd gekozen hebben. Als Molukkers moeten we op deze voet doorgaan. We moeten nooit vergeten waarom wij hier naartoe zijn gebracht en steeds voor ogen houden dat we hier "slechts tijdelijk" zijn.


Seluruh kamp Schattenberg dikelilingi oleh sebuah kali (brandgracht), hanja bagian barat tidak. Dl sini kali itu dl bagian selatan kamp. Di belakangnja terdapat kebun-kebun dan kandang-kandang ajam dan babi. Di tempat ini anak-anak kamp beladjar bermain 'schaatsen', kalau dingin dan es sudah turun.


Voorwoord door Marga Kool (Gedeputeerde provincie Drenthe 1991 - 1999)

Weinig zaken zijn zo ingrijpend in een mensenleven als het verlaten van je eigen land. En zeker als omstandigheden je daartoe dwingen. Op dit moment zijn over de hele wereld zo'n veertig miljoen mensen op de vlucht voor geweld, honger, vervolging, oorlog. Ongetwijfeld leeft het land van herkomst in hun gedachten. Later zal de bitterheid, het trauma blijven schrijnen. En daarnaast zullen er herinneringen zijn aan de wijze waarop men is ontvangen en gehuisvest in zijn nieuwe woonomgeving. Ook in Nederland!

Een Drentse bevolkingsgroep die dat alles al heeft meegemaakt is de groep van de Molukkers. Zo'n vijfenveertig jaar geleden kwamen ze naar ons land, nadat Indonesië een onafhankelijke republiek was geworden. In Drenthe kregen ze een woonplek in het voormalige doorgangskamp uit de Tweede Wereldoorlog in Westerbork: het Woonoord Schattenberg. Over de redenen en de komst van Molukkers leest u meer op deze pagina.

Inmiddels ligt voor de Molukkers ook in ons land al een deel van hun geschiedenis. En 'de jaren in Schattenberg' nemen daarbinnen een heel speciale plaats in. Ongetwijfeld zijn er diepe en intense herinneringen aan verbonden: herkenning, anekdotes, emoties die uiteenlopen van lach tot bitterheid. In Schattenberg is alleen de plaats terug te vinden. Molukkers zijn in onze Drentse steden en dorpen komen wonen. Ze hebben naast hun eigen cultuur kennis gemaakt met de Nederlandse cultuur en zijn daar deel van uit gaan maken. Drenten weten echter over het algemeen maar weinig van de Molukse cultuur met zijn heel specifieke eigen taal en gewoonten. In 1994 heeft het Drents Museum daarom besloten structureel aandacht te besteden aan de Molukse cultuur en deze daarmee bekend te maken bij een groot publiek. In datzelfde jaar heeft dat geleid tot een zeer succesvol Moluks weekend, met dans, zang, muziek. En nu is de fototentoonstelling over Schattenberg en het bijbehorende boek een goed vervolg daarop. (Zie bronvermelding)

Als gedeputeerde van de provincie Drenthe met minderhedenbeleid en cultuur in portefeuille, ben ik blij met deze aandacht. De provincie heeft het stimuleren van aandacht voor minderheden door algemene instellingen als vast onderdeel van haar beleid gemaakt. Het is goed dat het Drents Museum hierin een voorbeeldrol op zich heeft genomen.

Ik spreek de hoop uit, dat deze fototentoonstelling en dit boek bijdragen aan meer bekendheid van wat een volk in onze provincie heeft meegemaakt. Hoe mensen zo dicht bij ons, maar tegelijkertijd ook zo onzichtbaar voor ons, hebben geleefd. En tegen de Molukse lezers zou ik willen zeggen: Veel genoegen bij het opnieuw beleven van een stukje van uw geschiedenis in Drenthe. Wij weten dat u er zelf niet voor had gekozen hier te zijn. Maar weet dat u hier welkom bent!


Menteri RMS, tuan RW. Lokollo, mengundjungi Schattenberg pada tahun 1951.


Inleiding

"Gelukkig stormde het niet in de Golf van Biskaye en we kwamen veilig in Rotterdam aan. Ik vond het koud toen we van boord gingen. We werden eerst opgevangen in één van de grote hallen van de haven. Er werd warme koffie, thee en warme melk uitgedeeld. De vrouwen en kinderen konden een mantel of vest gaan halen. Daarna stapten we in de gereedstaande bussen en reden naar Amersfoort. Daar werden we medisch onderzocht en doorgelicht. Na de broodmaaltijd hoorden we waar we heen gingen. De groep werd in kleine groepjes opgedeeld. Wij behoorden tot de groep die naar Schattenberg zou gaan. Het was een trieste boel daar in de bus. We wisten niets van Nederland. Niemand had ons ingelicht, maar we hadden hoge verwachtingen van dat land. We dachten, dat het een land was overvloeiende van melk en honing. Wat viel dat vies tegen.

De aankomst in het kamp Schattenberg werd dan ook een anticlimax: er was maar één kleine kamer voor een heel gezin. We moesten slapen op stromatrassen, er hing een deken voor het raam, het water uit de kraan was koud en dan die vreselijke kou buiten. Gelukkig kwam er diezelfde avond een oom op bezoek. Hij was twee maanden eerder dan wij aangekomen. Hij vroeg, of wij die avond bij hem kwamen eten. We voelden ons nu niet meer zo verlaten. De overtocht was verleden tijd. Een nieuwe periode was begonnen, het tijdperk Schattenberg."


Tijdelijk verblijf

Het verblijf in het woonoord Schattenberg zou tijdelijk zijn. Een gegeven dat in eerste instantie zowel door de Molukkers als door de Nederlandse regering werd benadrukt. Toen in 1949 de republiek Indonesië onafhankelijk werd, volgde in de loop van het jaar daarop de ontbinding van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger, het KNIL. Deze operatie, waarbij in totaal 65.000 militairen betrokken waren, verliep betrekkelijk vlot op een groep van ongeveer 4000 militairen van Molukse herkomst na die op dat moment verspreid over Indonesië gelegerd waren.

Demobilisering van deze groep binnen Indonesië - met name op de Molukken -bleek onmogelijk vanwege de strijd die op de Zuid-Molukken gestreden werd. De Indonesische regering was bang dat zo een groep getrainde militairen de gelegenheid zou krijgen zich aan te sluiten bij de verzetsstrijders op de eilanden. Daar was namelijk op 25 april 1950 de onafhankelijkheid van het gewest Zuid-Molukken uitgeroepen onder de naam Republik Maluku Selatan (RMS).

De betrokken Molukse militairen en hun gezinnen, in totaal 12.500 personen, werden uiteindelijk naar Nederland overgebracht om daar tijdelijk gehuisvest te worden. Op 22 maart 1951 kwam het schip de Kota Inten met een eerste groep van ongeveer 1000 personen in Rotterdam aan. Nog diezelfde dag werd de mannen op een stenciltje meegedeeld dat ze waren ontslagen uit militaire dienst en werden ze ondergebracht in verschillende verspreid door Nederland liggende tijdelijke onderkomens of kampen.


Kamp Westerbork

Schattenberg was groot. Het was één van de grootste woonoorden voor Molukkers in Nederland. In de jaren vijftig vonden meer dan tweeduizend mensen er onderdak. Zij vormden een gemeenschap op zich, wat natuurlijk bevorderd werd door de afgelegen ligging van het kamp. Op het huidige terrein van kamp Schattenberg overheersen twee zaken: een lange rij machtige telescopen van de radiosterrewacht Westerbork en de stilte. Een stilte die goed past bij de bewogen geschiedenis van het gebied. Eigenlijk nog niet zo heel lang geleden, aan het einde van de jaren dertig van deze eeuw, besloot de Nederlandse regering in dit verlaten en toen nog kale stuk Nederland een opvangkamp voor joodse vluchtelingen uit Duitsland neer te zetten.

De barakken die toen gebouwd werden, hebben er voor het grootste deel tot 1970 gestaan. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kregen ze de functie van 'Polizeiliches Durchgangslager'. De Duitse bezetter deporteerde vanuit dit 'kamp Westerbork' meer dan honderdduizend Nederlandse joden naar vernietigingskampen in Duitsland. Na de oorlog bracht de Nederlandse regering er NSB-ers onder. Na tevens onderdak geboden te hebben aan Nederlandse militairen en repatrianten uit het voormalig Nederlands-Indië, kreeg het vanaf 1951 de bestemming die het tot de afbraak zou behouden: opvang- en woongelegenheid voor Molukse militairen uit het KNIL en hun gezinnen. Het kreeg de naam Schattenberg, genoemd naar een grafheuvel in de directe omgeving.


Upatjara harían: mengambil air panas.


Kamp Schattenberg

Het tijdelijke karakter van hun verblijf in Nederland, met als achterliggend idee een terugkeer naar een vrije republiek der Zuid-Molukken, is een belangrijk element in de geschiedenis van de Molukkers. Het ondergebracht zijn in barakken leek hiervoor garant te staan. Naar omstandigheden voelde men zich er thuis. Schattenberg zorgde voor een beslotenheid met een vertrouwde eigen omgeving die gevoelsmatig niet eens zo ver van de kazernecultuur uit de KNIL-tijd afstond. Het kamp gaf bewegingsvrijheid en bood de bewoners veel gelegenheid tot onderlinge contacten. Binnen het kamp ontstond in de loop der tijd wat wel genoemd wordt een 'woonoordcultuur'.

Een cultuur die zijn oorsprong vond in de vermenging van tradititionele uitgangspunten als familierelaties, herkomst en dorpsverwantschappen en de speciale omstandigheden waaronder men in Nederland moest samenleven. Geloof en politieke opvattingen speelden hierbinnen een eigen belangrijke rol. In een interview omschrijft de heer S. Saptenno uit Bovensmilde Schattenberg als een dorp. "Schattenberg moetje zien als een klein Nederlands dorp van drieduizend zielen. Het werd bestuurd door een kampraad van vier mannen. Deze vier werden gekozen op grond van hun positie in het Koninklijk Nederlands Indische Leger. Ze waren meestal officier of onderofficier geweest.

De kampraad zorgde voor rust en orde in het woonoord, en onderhield contacten met de kampbeheerder en de politie. Schattenberg was zo groot, dat het een ziekenhuis en een dokter had, een apotheek, een lagere school, een schouwburg en een badhuis. Een badhuis was in die tijd niet zo vreemd, ook niet in de Nederlandse samenleving, want in de huizen van toen had je nog geen douches. De huizen waarin wij woonden, waren opgetrokken van hout of geperst strokarton. Ze werden verwarmd door centrale verwarming of door kachels waarin eierkolen werden gestookt. Er waren verschillende typen woningen: sommige waren groter en gerieflijker dan andere.

Schattenberg had ook een buurthuis dat dagelijks gebruikt werd. Wij noemden het echter 'de kantine' wat duidelijk het militaire verleden aangeeft. Zo spraken we ook van 'ziekenrapport' en 'hospitaal'. De kantine werd het centrum van het sociale gebeuren. Daar ontmoette men elkaar, en er waren veel ontspanningsmogelijkheden. In de kantine stonden drie biljarttafels en een flipperkast. Er waren mogelijkheden om een kaartje te leggen, te dammen en te schaken. Dit heeft ertoe bijgedragen, dat de sociale band werd versterkt. Er waren vijf voetbalvelden waar intensief werd gevoetbald. Voor de meisjes was er een handbalclub en ze konden ook korfballen. In de schouwburg werden in het weekend films gedraaid en er werd muziek gemaakt."


De barakken

Na een lange weg door het bos werd de entree van Schattenberg gevormd door een spoorboom die als slagboom dienst deed. Er waren verschillende types barakken en deze hadden verschillende functie's: voor bewoning werd gebruik gemaakt van kamerbarakken en zaalbarakken. Deze laatste werden ook wel kachelbarakken genoemd omdat ze, in tegenstelling tot de kamerbarakken, door kolenkachels werden gestookt in plaats van door centrale verwarming. De kamerbarakken waren door de betrekkelijke luxe van centrale verwarming en door de beschikbare ruimte per gezin het meest voor bewoning geschikt. De zaal¬barakken waren daarentegen van oorsprong grote ruimten met daarin door scheidingswanden gevormde 'appartementen'.

Deze scheidingswanden waren dun en de privacy van de bewoners was dan ook gering. Je hoorde altijd wel ergens geluid of lawaai vandaan komen. De kamers kwamen alle uit op een lange gang. Voorzieningen als toiletten en wasgelegenheid moesten gemeenschappelijk gebruikt worden. De inrichting van de kamers was uiterst sober: een bed, een tafel, stoelen en een kachel. Doordat groepen barakken genummerd waren - dertigers, veertigers, tachtigers - kon je spreken van wijkjes. Sommige barakken had een gemeenschappelijke functie als gaarkeuken - later kerk -, kantine, ziekenhuis, kraamkliniek, schouwburg, badhuis, werkplaats, postkantoor, administratie of school.

Buiten het kamp stonden nog enkele stenen huizen. Het meest imposanté werd bewoond door de 'kolonel', een gepensioneerde Nederlandse militair die verder niets met het kamp te maken had. Dat huis was tijdens de oorlog bewoond geweest door de kampcommandant. Daarnaast stonden nog enkele woningen die bewoond werden door Nederlandse functionarissen die betrokken waren bij het beheer van het kamp. Op een aantal leerkrachten van de school na, woonden er verder geen Nederlanders bij of in het kamp.


Murid-murid sehabis bersekolah. Di belakang kelihatan salah satu barak, jang dibangun sesudah barak 'barak- barak enampuluh' terbakar hantjur pada tahun 1958.


Permanent verblijf?

De zorg voor de woonoorden en de bewoners was in 1951 nog ondergebracht bij twee ministeries: bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en het Ministerie voor Uniezaken en Overzeese Rijksdelen. Na het instellen van en Ministerie voor Maatschappelijk Werk werd een ambtelijke instelling met de zorg voor de woonoorden en de bewoners belast, het Commissariaat Ambonezenzorg (CAZ). Medewerkers van het CAZ bewoonden huizen direct buiten het kamp. Tussen het CAZ en de kampleiding en kampbevolking heeft het nooit geboterd. Misschien was de voornaamste reden wel het feit dat de Molukkers hun positie als een politieke kwestie zagen en niet als een sociaal probleem. Daarnaast gaf de alom tegenwoordige bureaucratie van het CAZ veel aanleiding tot moeilijkheden.

Na verloop van tijd veranderde het beleid van de Nederlandse regering. Een spoedige terugkeer naar de Molukken werd steeds onwaarschijnlijker. De regering liet het uitgangspunt van tijdelijkheid los en was van mening dat de Molukkers zich moesten richten op een min of meer permanent verblijf in Nederland. Eén van de leden van de kampraad van Schattenberg, de heer Tunyluhulima, heeft de mening van de Molukkers als volgt verwoord: "Wij, Ambonezen, beschouwen ons nog steeds als militairen, die op weg zijn naar huis. Wij zijn nog niet ontslagen en nog niet op de plaats van bestemming.".


Beleidsontwikkeling

De ontwikkeling van het beleid van de Nederlandse regering ten aanzien van het verblijf van de Molukkers wordt goed geïllustreerd door de maatregelen die genomen werden met betrekking tot de verzorging. Toen de Molukkers in Nederland aankwamen, werd hun verzorging centraal uitgevoerd. Het eten bijvoorbeeld werd klaargemaakt in de centrale keuken van Schattenberg, in eerste instantie door Nederlandse koks, maar later door Molukse. Tot 1956 kon iedere dag tussen acht uur en tien uur het ontbijt afgehaald worden dat bestond uit brood aangevuld met pap of melk. Tussen twaalf uur en half twee was het tijd voor de warme maaltijd - per week vier maal rijst- en drie aardappelmaaltijden -en tussen twee uur en drie uur kon de avondmaaltijd afgehaald worden bestaande uit brood, boter, beleg en fruit.

De maaltijden waren volledig naar Nederlandse smaak en gewoonte samengesteld en bereid. Omdat dit problemen opleverde mochten al vrij gauw ook Molukse vrouwen maaltijden klaarmaken in de centrale keuken, zodat een meer op de Molukse smaak afgestemde maaltijd bereid kon worden. Naast de maaltijden werden er kledingbonnen uitgereikt waarmee tweemaal per jaar in Assen inkopen konden worden gedaan (meestal bij Vanderveen, Bertram, Van Haren en Boersma). Voor kleine uitgaven werd een zakgeld uitgedeeld van drie gulden per volwassene en anderhalve gulden per kind. Molukse mannen mochten geen betaalde arbeid verrichten of zich beschikbaar stellen voor de Nederlandse arbeidsmarkt. Om toch een noodzakelijke aanvulling op de schaarse financiële middelen te vinden, werd er zo mogelijk seizoenswerk verricht bij de boeren in de omgeving.


Zelfzorg

In 1956 werd het systeem van volledige voorziening vervangen voor dat van de zelfzorg. Mede doordat Molukkers steeds meer zelf gingen verdienen - noodzakelijk om eigen maaltijden te kunnen bereiden - en doordat ze officieel werden toegelaten tot de arbeidsmarkt, stelde de regering zich tot doel Molukkers in hun eigen levensonderhoud te laten voorzien. De gaarkeuken werd afgeschaft en meer individuele kookgelegenheden werden ingericht. Deze werden in nieuwe gebouwtjes ondergebracht waarbij de verschillende kookruimtes gescheiden werden door houten wandjes. Het gevolg was overigens wel dat nog steeds met pannen met eten gesjouwd moest worden.

Dus probeerden veel bewoners - voor zover dat al niet in voorgaande jaren gebeurd was - in de eigen woning kookvoorzieningen aan te brengen. Voor degene die geen werk had werd een zakgeld van zes gulden ter beschikking gesteld. Het Rijk bleef schoolgeld en gezondheidszorg betalen. Veel ongenoegen bestond over het feit dat de bewoners ook moesten gaan betalen voor huur, gas, water en electriciteit. De Molukkers wilden erkenning voor hun status als militair op weg naar huis, een vrije RMS, en dus normaal het recht hebben op volledige verzorging. Ook het CAZ pastte zich aan bij het nieuwe beleid al bleef de bemoeizucht. Dat de betutteling van het CAZ ver ging mag wel blijken uit het feit dat tijdens de invoering van de zelfzorg - of zoals binnen het CAZ zelf gezegd werd 'ter bevordering van de zelfzorg' - geprobeerd werd Molukse huisvrouwen huishoudboekjes bij te laten houden om inzage te krijgen in hun uitgavenpatroon.

De resultaten hiervan zouden gebruikt worden in cursussen om te leren hoe ze met geld om moesten gaan. Dit voornemen kreeg echter ruchtbaarheid en de Molukse leiders in de kampen verboden de vrouwen hieraan medewerking te verlenen, zodat dit initiatief nooit van de grond is gekomen. In 1959 adviseerde de commissie Verwey-Jonker, genoemd naar de voorzitter mevrouw dr. H. Verwey-Jonker, het perspectief te verleggen. Molukkers moesten zich voorbereiden op een permanent verblijf in Nederland. De kampen waarin ze waren ondergebracht - die overigens overbevolkt waren en slecht onderhouden werden - waren hiervoor niet de goede plek. Bovendien ontbrak het in de nabijheid vaak aan voldoende werkgelegenheid. Na uitbrengen van dit rapport werden renovatie en onderhoud aan de barakken praktisch geheel stilgelegd. In 1960 besloot de regering over te gaan tot het bouwen van open woonwijken in diverse dorpen en steden. Op termijn stonden de woonoorden op de nominatie ontruimd en afgebroken te worden.


Team 'handbal' anak-anak perempuan kelas 6 pada tahun 1964


Van woonoord naar woonwijk

De samenstelling van de bevolking van Schattenberg is nooit statisch geweest. Vanaf het begin af aan hebben zich wisselingen voorgedaan. Al vrij vlot nadat Schattenberg in gebruik werd genomen verliet een groep islamitische Molukkers het kamp om zich bij geloofsgenoten in Friesland te voegen. Van overheidswege was soms sprake van gedwongen overplaatsingen van personen of gezinnen. De grote brand in maart 1958, waarbij drie barakken volledig en èèn voor de helft in de as werden gelegd, leidde tot het vertrek van een aantal gezinnen die dakloos waren geworden naar andere kampen. Begin jaren zestig verhuisde een groep van honderdtien inwoners vanwege de slechte woonomstandigheden in Schattenberg naar Krimpen aan de IJssel.

In de loop van de jaren hadden zo overigens al meer groepjes mensen Schattenberg verlaten, omdat ze elders werk of betere huisvesting hadden gevonden. Feitelijk begon het aantal inwoners van Schattenberg na 1958 terug te lopen. Dit schiep voor de achterblijvers de mogelijkheid tot interne verhuizingen of verbouwing van bestaande barakken tot grotere eenheden. Maar aangezien het beleid van de Nederlandse regering er na 1959 op was gericht tot sluiting van de kampen over te gaan en derhalve het onderhoud op een zeer laag pitje te zetten, werkte de leegstand tevens een versneld verval van Schattenberg in de hand. Ondanks protesten en tekenen van verzet tegen de zelfzorg, de integratie in de Nederlandse samenleving en de gedwongen verhuizingen legden vele Molukkers zich na verloop van tijd neer bij de ontstane situatie.

Een aantal Molukkers bleef zich echter principieel verzetten. Het meest bekend geworden is 'de groep van Leasa' halverwege de jaren zestig die weigerden te betalen voor woning, gas en electra. Uiteindelijk heeft deze groep Schattenberg toch moeten verlaten. Nadat eind 1964 in Assen een speciaal voor Molukkers gebouwde woonwijk werd opgeleverd, verhuisde een grote groep Schattenbergers daarheen. Het was de bedoeling de achterblijvende bewoners over kleinere wijken elders in het land te verdelen, maar zover kwam het niet. Met name door druk vanuit de bevolking in Schattenberg werd in Bovensmilde een speciale woonwijk voor honderd gezinnen gebouwd. In 1971 verliet de laatste bewoner het kamp, dat daarna volledig werd gesloopt. De radiotelescopen waren toen al in aanbouw.


Literatuur

- W. Manuhutu, H. Smeets (red.), Tijdelijk Verblijf. De opvang van Molukkers in Nederland, 1951. Amsterdam 1991.
- D. Marijanan, Eerst Moluks en dan pas vrouw. Molukse vrouwen in Drenthe, 1950-1990 in: M. Hoogendijk (eindred.), Kriiderige wieven. Drentse vrouwen in de 20ste eeuw. Zutphen 1991, p.141-162.
- Ministerie van WVC, Vreemd Archief Ongeregistreerd MaWe-Archief. A. de Man, Hoofdstuk Onderwijs, Hoofdstuk Verzorging van de Ambonezen wat betreft huisvesting en voeding.
- J. Neuteboom, H. Straver, 'Er zijn zoveel dingen gebeurd...'Een geschiedenis van het woonoord Schattenberg. Assen, SBO, 1990 en het bijbehorende werkboek: M. Kingmans, H. Straver (red.), Het woonoord Schattenberg op school. Assen, SBO, 1990.
- Pertemuan. Boelanan Oentoek Pendoedoek2 didalam woonoord2 di Negeri Belanda, 1953-1966.
- T. Wittermans, Social Organisation among Ambonese refugees in Holland. Amsterdam 1991.


Kaart Woonoord Schattenberg (1956)

Klik op de afbeelding voor een grotere weergave


Bronvermelding:

'Kamp Schattenberg, een Moluks verhaal in foto's'. Uitgave Drents Museum. Samenstelling: Otis Polnaya. Tekst: Magdaleen Kingsma en Peter Schonewille. 1996 Samenwerkingsverband Bicultureel Onderwijs regio Assen. ISBN 90 70884 64 X






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl