In en om Assen




De Sluisstraat


De Sluisstraat in de jaren '60


In de Sluisstraat had je garage de Vries met een benzinepomp

Eigenlijk stond mijn geboortehuis aan het Larixlaantje, dat nu de Kamerlingh Onneslaan heet en naar villa De Larix liep. Het adres was niettemin Sluisstraat 1 en het was 1942. Mijn ouders waren bij mijn opa in getrouwd. Hij was weduwnaar. Ik was de middelste van drie meisjes. In 1947 of ’48 zijn we verhuisd naar Sluisstraat 2. Het huis was te klein, want in 1948 werd mijn broer geboren. Dit huis stond wel in de straat. De Sluisstraat liep van de Witterbrug naar de sluis in Het Kanaal. De straat bestond nog uit kinderkopjes met aan een kant een fietspad en bij de huizen gewoon zand. Ik kan me nog herinneren dat we een nieuwe bestrating kregen. Dat was een hele belevenis.

In deze straat woonden veel kinderen en we hebben hier dan ook veel met elkaar kunnen spelen. Het Larixbosje was ook een mooi speelterrein met kikkers, torren, bloemen en andere dingen uit de natuur. Er woonden heel wat families. Ik kan me namen herinneren als: Uildriks, Gorter, Hummel, Thöne, De Vries, Andringa, Bakker, Huisjes, Van Engen, Mellens, Van der Zwaag, Koopmans, Mellies, Scheffer, Winter, Wüst, Smit, Smildiger, Nobach, Strijk, Vochteloo, Felix, Steen, Lieuwes, Koster, Otter, Drijver, Sterken, Zoer, Sikkens en Tuinenga.  In de Sluisstraat had je garage De Vries met een benzinepomp en een klein kantoortje. Ziekenauto’s hadden ze toen ook al en twee leswagens. Daar heb ik nog autorijden geleerd. Als je fietsband lek was kon je er ook terecht.

Verder woonde bij ons in de straat de familie Huisjes: een gezin met acht dochters. Ze hadden een transportbedrijf. Een van de dochters heeft nog op een transportwagen gereden. Achter hun schuur stikte het van de rode bessen. Die konden we plukken en dan kregen we er geld voor per kilo. Ik geloof dat ik de meesten meestal zelf opat. Naast Huisjes woonde het hoofd van de Sluisstraatschool Van Engen. Ik ben nooit naar die school geweest, want het was namelijk geen ‘opleidingsschool’. Je moest daarna nog een of twee jaar naar een andere school voor je naar de mavo kon. Ik ben naar de Emmaschool geweest.


Met Pasen werden er nootjes geschoten

In de bocht van de straat had je kruidenier Koopmans. Bij de ingang naar het Luchiesland kocht ik altijd kleien knikkers; ik meen bij de familie Vaas. Het Luchiesland was toen, op een paar boerderijen na – onder andere van Slofstra – nog niet bebouwd. Achter in de straat woonde de familie Mellies. Ook die hadden een transportbedrijf. De groenteboer in de straat was Winter. Daar ben ik heel wat keren geweest om boodschappen te doen. Ernaast woonde de sluiswachter. Hier kon je snoep kopen in het winkeltje en achterom moest je petroleum  halen. Ik kwam regelmatig over de sluis, want mijn vriendin woonde aan het Kanaal daar waar nu Geerts zijn uitvaartbedrijf heeft. Vroeger was daar bakkerij Rijpkema. Achterin de straat had je, wat wij noemden ‘de hoogte’. Hier gingen we ’s winters met de slee van af.


Harm Janssen en Hendrikus Albertus Oostergetel openden in 1903 op de Stegeweg (later Sluisstraat) op nummer 63/65 een winkel in brood, koek en banket en kruidenierswaren. Het oude pand Kruisstraat 12 staat er nog. Tot in de jaren zestig had de familie Koster er een kruidenierswinkel.


Daar had je ook woningen van de bouwvereniging. In de bocht van de straat woonde Nobach, de smid. Ik weet nog goed dat daar paarden werden beslagen. Naast Nobach was een gangetje. Ik noemde dat de lange jammer. Volgens mij waren daar eenkamerhuisjes. De meeste mensen die daar woonden hadden het niet breed. Tegenover de school woonde de familie Felix. Zij gingen altijd met Pasen nootjes schieten. Walnoten op een rij en daar centen bij leggen. Dan proberen de noten weg te schieten en dan waren de centen voor diegene die het goed deed. De bakker in de straat was Koster. Toen haar man plotseling overleed zat mevrouw Koster met drie kleine kinderen. Ze heeft er toen een kruidenierszaak van gemaakt. Vroeger was ze verpleegster. Ze is later nog directrice van bejaardencentrum De Boshof geweest.

De familie Otter woonde ook in onze straat. Meneer Otter was fotograaf en tekenaar bij de Drentsche en Asser Courant. Een schoenmaker telde de Sluisstraat ook: de heer Zoer. Die kon heel netjes schoenen maken. Naast ons woonde de familie Tuinenga. Mevrouw Tuijnenga naaide kleertjes voor klederdrachtpoppen voor de toeristenindustrie. Op de hoek woonde Duits. Die woning (villa Zonnehoek) is enige jaren geleden weer opgebouwd na een brand. De Witterbrug was een gevaarlijke plek voor de kinderen uit de buurt. We moesten vier keer per dag de Vaart over naar school. En dat was toen al een druk punt. Aan de overkant van de Vaart op de hoek met de Witterstraat stond De Haan met zijn ijscokar. Daar heb ik menig ijsje gehaald.


Wij deden grensbal, bokkie springen en knikkeren

Met de TT gingen we bij de brug naar het verkeer kijken en naar de lichtjes. Aan het eind van de week keken we er naar het vuurwerk dat afgestoken werd aan het eind van de Vaart. Ook schaatsten we vroeger veel op de Vaart. We hebben er ooit een keer zes weken achter elkaar op kunnen schaatsen. Met Sinterklaas gingen we ook naar de Vaart, want dan kwam de Sint van Kloosterveen met de boot. Een oom en tante van mij hadden een vrachtboot en als ik ze dan eens zag, mocht ik bij de Trambrug op de boot en de sluis door. Achter de sluis legden ze dan aan. Mijn opa De Vries zat altijd bij de Trambrug. De man die de brug bediende, Willem Mast, was een neef van hem. Iedereen in de buurt kende mijn opa. Hij liep altijd met zijn wandelstok en had een hoed op. Als je hem tegenkwam ging het hoedje omhoog en de stok de lucht in.

De eerste brugwachter van de Witterbrug die ik ken heette De Wit. Ook hebben we nog Moes, Oosterwijk en Schuurman als brugwachter gehad. In het Larixlaantje woonden behalve wij onder meer de familie Huisjes (opa en oma van de andere Huisjes in de straat), de familie Feijen, de familie Harkema in de villa Lariks en in het tuinhuis van de villa de familie Graatsma. Harkema was aardappelhandelaar. We kwamen als jeugd vaak samen midden op de Sluisstraat en dan deden we grensbal, trefbal, verstoppertje, knikkeren, touwtjespringen of bokkie springen. Met palmpasen hadden we altijd een Haantje op een stokje en met Pasen eitjes in een netje. Kattenkwaad haalden we natuurlijk graag uit. Tegenover ons was pension Thöne. Die werden nogal gepest.

Ik heb erg mooie herinneringen aan de Sluisstraat. Nog regelmatig kom ik mensen uit de straat tegen en ik blijk niet de enige die er graag aan terugdenkt.


De Sluisstraat anno 2010

foto © Sietse Kooistra


Bronvermelding:

Asser Historisch Tijdschrift; . Een verhaal van Jannie Koekoek - Alink





© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl