In en om Assen




De Resedastraat


Bronvermelding:
Asser Historisch Tijdschrift; nummer 2 / juni 2003. Een artikel van Fokke Bleijleven




Televisie was nog een luxe

De Resedastraat roept bij mij een tweeslachtig gevoel op: positief en negatief. Het negatieve betreft met name de vochtigheid in de woningen van toen en de stille armoede die er heerste. Vooral in de jaren ’50, voor zover ik die bewust heb meegemaakt.
Er wordt tegenwoordig door oudere mensen te snel geroepen dat vroeger alles beter was en dat de jeugd van tegenwoordig zo slecht is. In mijn jeugd – ik ben geboren in 1950 – liep er net zo goed tuig van de richel rond. Het positieve is de saamhorigheid van toen, de sociale controle en dat het leven zich veel meer op straat afspeelde en de mensen niet de hele avond voor ‘het kassie’ zaten. Televisie was gelukkig nog een luxe.


Ons gezin van telde elf personen

We verhuisden in 1954 van de Tweesporenweg, een zijstraat van de Lonerstraat waar nu de Amelterhout ligt, naar de Resedastraat 23. De voornaamste reden was dat er meer woon- en slaapruimte was om ons gezin van elf personen te herbergen. Onze ‘nieuwe woning’ was ook nog een hoekhuis. We kregen de beschikking over een voor- en een achterkamer, drie grote slaapkamers en een grote overloop waar ruimte genoeg was voor een stapelbed. Wat een luxe! In die buurt woonde meer grote gezinnen. Tegenover ons woonde het gezin Gonlag met de bekende zonen Daan, Frits en Piet. In de straat verderop, de Dahliastraat, woonde de familie Greving.
Volgens de geruchten hadden die zoveel jongens dat ze gemakkelijk een voetbalelftal konden oprichten.


De bewaarschool aan de Oosterhoutstraat

Ik was vier toen we naar de Resedastraat kwamen en moest gelijk naar de bewaarschool, de latere kleuterschool. Dat werd niet de Ericaschool aan de Rodeweg, waar alle buurtgenootjes heen gingen. Omdat wij katholiek waren gedoopt, gingen wij naar de Katholieke bewaarschool. Die stond indertijd aan de Oosterhoutstraat, naast de oude ingang van het Wilhelminaziekenhuis. Volgens mij is het gebouwtje later de aula van het ziekenhuis geworden.

Het schooltje werd geleid door nonnen van het ‘klooster’, het Zusterhuis aan de Markt. Aangezien er weinig speelruimte bij het schooltje was, gingen we bij mooi weer in gelid naar de grote tuin bij het Zusterhuis, waar we naar hartelust konden spelen. Helaas is er door de aanleg van de Doorbraak naar de Gedempte Singel van de tuin weinig meer over. Maar het voormalig Zusterhuis staat er nog in volle glorie. Het is tegenwoordig in gebruik bij de Fortisbank.


Omdat het schooltje niet meer aan de eisen van de tijd voldeed en het rooms-katholieke schoolbestuur de kleuterschool en de lagere school, toen aan de Schoolstraat, op een zelfde plek wilde vestigen, verhuisde de kleuterschool in 1956 naar de Prinses Irenestraat Daar stond een nieuwe kleuter- en lagere school: de Sint Willehadusschool. Het was voor ons een best stuk lopen van de Resedastraat naar de Prinses Irenestraat, want geld voor een fiets was er niet. Maar je wist niet beter in die tijd.


Pootje baden op Kampsheide

Grote afstanden lopen deden we wel meer Als het ’s zondagmiddag mooi weer was, trok haast het hele Blauwe Dorp naar natuurgebied Kampsheide bij Balloo om er pootje te baden in het veenmeertje of om er meeuweneieren te zoeken. We liepen dan altij via de oude spoorbaan Assen-Rolde en gingen vaak door naar het Balloërveld om adders te zoeken. Ook haalden we er jonge kraaien uit nesten in konijnenholen om ze te temmen. Op de zaterdag van de TT en de zondag erna gingen we naar de TT-baan om er lege flessen te zoeken voor het statiegeld.



Bijverdienen via de Wilco

Een andere manier van bijverdienen voor gezinnen in het Blauwe Dorp was het koppen van wortels en het punten van sperziebonen voor de Wilco, de concervenfabriek aan de Rembrantslaan. Eens per week kwam er een vrachtauto met kisten vol wortels en sperziebonen door de buurt. Die werden verdeeld onder de deelnemende gezinnen. De Wilco heeft het ook nog een poosje geprobeerd met appels, die geschild moesten worden. Maar omdat de appelkisten gewoon achter de huizen werden gezet, werden er in het donker zoveel appels gejat dat men daar maar snel mee is gestopt.


De houten keet van kruidenier Bolhuis

Waar ik me achteraf nog steeds over verbaas is het grote aantal middenstanders in het Blauwe Dorp van toen. Bij ons in de Resedastraat had je de kruidenierswinkel van Bolhuis, eigenlijk niet meer dan een grote houten keet. Een paar honderd meter verder, op de hoek van de Ericastraat en de Dahliastraat, had je de winkel van Vos. En weer verder, op de hoek van de Ericastraat en de Violenstraat, de winkel van Van Woerkom. Ook kruideniers.

Aan het begin van de Rozenstraat, op de hoek van de Oosterparallelweg, zat groenteboer Boxma. Maar een eindje verder op de hoek van de Anreperstraat, nu Narcisstraat en de Spoorstraat was ook nog groenteboer Bolhuis. In de Rozenstraat, tegenover Boxma, zat slager Uri. En aan het begin van de Anreperstraat had je ook nog een slager. En er waren nog twee kappers: Boelens in de Rozenstraat en Lameris in de Anreperstraat.


Robert Imker

De bekendste figuur uit onze buurt is volgens mij Robert Imker, beter bekend als Tokkel. Hij is helaas niet meer onder ons.
Begin jaren ’60 zaten we regelmatig naar hem te luisteren als hij in de schuur achter zijn ouderlijk huis achtereen op zijn gitaar zat te tokkelen. Vandaar zijn bijnaam. Niet lang daarna vormde hij de groep Tokki and The Streetdogs, die ik diverse keren op zondagmiddag heb zien optreden in clubhuis De Poort aan de toenmalige Ericastraat.

Omdat we te jong waren voor een bezoek aan Dancing Boele Geerts aan de Groningerstraat – ik was pas 14 – waren we elke zondagmiddag in De Poort te vinden, waar altijd een lokale band optrad. Daar zag ik voor het eerst een optreden van de legendarische Cuby and The Blizzards, waar ik trouwens nog steeds een grote fan van ben


De Resedastraat anno 2011 (foto Sietse Kooistra)


"....Op nummer 42 aan de Groningerstraat in Assen bevond zich destijds café Boele Geerts. Tegenover het pand is de Groningerdwarsstraat, waar Willy Middel, in de beginjaren bassist bij Cuby & Blizzards, met zijn ouders woonde. Café-zaal Boele Geerts was één van de eerste plekken waar Cuby & Blizzards optraden. De vader van Hans Kinds was ober bij Aaltje en Boele Geerts. Hij heeft destijds het pad voor C+B warm gemaakt. Ze traden er niet alleen op, maar konden er in de middaguren ook repeteren als er verder niets te doen was. Eigenlijk begon hier hun succes...."


Oude zwart - wit films van Laurel en Hardy

De Poort was toen het clubgebouw van de Eerste Asser Speeltuinvereniging, de E.A.S. Toen we in de Resedastraat kwamen wonen had de E.A.S. een oude clubgebouwtje aan de Rozenstraat, vlak achter ons huis. Daar werden op maandagavond door de heer Hoekstra, die naast het clubgebouwtje woonde, oude zwart-wit films van Laurel en Hardy en de Comedy Capers gedraaid. De entree was vijf cent. Je moest wel het geluk hebben dat alles goed ging, want regelmatig werd de filmprojector te heet of brak de film. De pret was er nooit minder om.


De karbonadebuurt

Tot slot een anekdote. Toen er een nieuwe woonwijk – het plan Vredeveld – aan de andere kant van de Tuinstraat werd gebouwd, doopten de Blauwe Dorpers die buurt om tot karbonadebuurt. Wij dachten dat de mensen die daar kwamen wonen zo rijk waren, dat ze zich alle dagen een karbonade bij het eten konden veroorloven. Bij de Blauwe Dorpers bleef het meestal bij een speklapje op zondag.





© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl