In en om Assen





Steegje van geitenmest en vleesafval


Het steegje achter de Kruisstraat 18 komt uit op de Singelstraat tussen de winkels van slager Barkhof en bakker Boomgaardt. De foto is van omstreeks 1930 (collectie H. Wielenga, Bloemendaal).


De verbinding tussen de Kruisstraat en de Singelstraat

Een anzichtkaart van een oud stukje binnenstad van Assen verraadt eeen bijzonder straatje. Het was meer een steegje, waarvan ik niet weet of het een naam had. Het vormde de verbindig tussen de Kruisstraat en de Singelstraat. Aan de Kruisstraatkant begon het steegje tussen de panden van groenteboer Smit en kapper Boerma. Het liep met een knik om het pand van Boerma en kwam aan de Singelstraatkant uit tussen de winkels van slager Barkhof en bakker Boomgaardt. Die zaten er rond 1950. Later is het straatje aan de Kruisstraatkant dicht gebouwd door uitbreiding van - toen -boekhandel Van der Kuy. Maar aan de kant van de Singelstraat is er nog altijd een brede gang van over.

In de oude houten schuur rechts hield een - in mijn herinnering - heel oude man met baard geiten. Wij noemden hem opa Bremer. Het was als het ware een boerderijtje midden in de stad. Het hoge witte pand er tegenover was toen magazijn van de boekhandel van mijn vader G.R. Wielenga. De schuur linksvoor behoorde bij stomerij Hoyer, die destijds de winkel naast de boekhandel had. De stomerij werd gedreven door 'tante Gientje'. Iedereen die je goed kende noemde je in die tijd tante, oom of opa. Van tante Gientje mochten we als kinderen op het grasveldje achter de winkel spelen.

De foto dateert van eerder datum, vermoedelijk uit de jaren '30, en is waarschijnlijk genomen vanaf het huis waar ik geboren ben, Kruisstraat 18, boven de boekhandel. Het was een veilig steegje, zonder enig verkeer, al ging de route van de tonnenman er wel langs. Er overheersten, zeker in de zomer, de geuren van hooi, stro en geitenmest, maar ook van botten en vleesarval uit de slagerij. Heel landelijk en dorps, maar toch midden in het toen nog zo kleine en overzichtelijke stadje Assen.


Alle scholen waarvan ik ooit leerling was zijn van de aardbodem verdwenen

Ik herinner me als de dag van gisteren dat ik op de dag van de bevrijding van Assen met vlaggetje en feesthoedje bij de ingang van het steegje stond en me afvroeg waarom iedereen zo buiten zichzelf van vreugde was. In dat kleine stadje waren wel vijf boekwinkels: Van Gorcum en Het Boekhuis op de Brink, Iwema aan de Gedempte Singel en Hummelen en Wielenga in de Kruisstraat. Mijn vader wilde in 1948 wat meer ruimte en ons gezin (ik heb twee zussen) verhuisde toen naar Marktstraat 16, waar later 'Petten Thijs' zich vestigde. In het pand aan de Kruisstraat trok toen boekhandel Van der Kuyl.

Onze winkel sloot in 1954 en wij verhuisden naar de Oosterhoutstraat. Het was prettig wonen in de binnenstad, boven die winkels. Ruimte voor een tuin was er niet. Maar het Asser bos met de kleedklopperij en de voetbalvelden aan de Broeklaan boden voldoende compensatie. De wereld was toen nog te overzien, je kende half Assen bij naam, dacht je. Kortom, voor mij was het een beschermde jeugd op een vertrouwde plek. Dat Assen inmiddels ingrijpend veranderd is, zeker het oude centrum, ach, dat hoort bij de loop der dingen. Maar sommige dingen werken toch bevreemdend bij het zoeken naar je 'roots'.

Zo zijn alle scholen waarvan ik ooit leerling was van de aardbodem verdwenen: de christelijke school van meester Goudzwaard op de hoek van Schoolstraat en Venestraat, de christelijke kleuterschool en de christelijke ULO aan de Kanaalstraat en de kweekschool (voorheen jeugdherberg) aan de Noordersingel. Het is nu veertig jaar geleden dat ik uit Assen vertrok; ik ben nu zestig. Maar de plaats waar ik mijn jeugd- en jongelingjaren doorbracht blijft - met de Drentse 'Umwelt' -een niet op te geven herinnering. Nog altijd volg ik in de maandagse sportbijlage de verrichtingen van ACV en Achilles. Een tv-reportage van de TT roept meer op dan louter een wedstrijdverslag. Terwijl eind december het begrip 'Kerstvolleybaltoernooi' in mijn hoofd en hart rondspookt. Assen, ik raak er niet los van - integendeel zou ik haast zeggen-.


Bronvermelding:

Asser Historisch Tijdschrift; nummer 4 / december 2000. Een artikel van Henk Wielenga


Naar boven




© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl