In en om Assen

Tabakswinkels in Assen tussen 1859 en 1935


 

Inleiding

Winkels zijn er in Assen halverwege de vorige eeuw nog maar erg weinig. Dat geldt helemaal voor tabakswinkels. Langs de huizen trekkende kramers en de week- en jaarmarkten zorgen in die tijd voor veel concurrentie. Wordt het vak van winkelier uitgeoefend, dan gebeurt dat in combinatie met andere bezigheden. Men moet zich de winkel waar de handel te koop wordt aangeboden dan ook niet als iets van grote omvang voorstellen. De verkoop aan de klant vindt plaats in een deel van een vertrek, een afgeschermd hoekje, in het Duits een 'Winkel'. Verschillende ingezetenen van Assen hebben aan de Markt, de Havenstraat (de Marktstraat), de Kruisstraat en de Jordaan in die zin een winkel met allerlei voorwerpen voor dagelijks huishoudelijk gebruik.


Het sigarenmagazijn van de weduwe J. Lamberts op de hoek van de Stationsstraat - Oostersingel omstreeks 1900 (collectie E.W. Stel, Assen)


De tabakshandel werd met andere activiteiten gecombineerd

Tabaksspeciaalzaken zijn er dan nog niet in Assen. Enkele winkeliers geven er de voorkeur aan tabak, sigaren en pijpen in hun "advertentieën" als eerste te noemen. Bij anderen staan de kruidenierswaren voorop. Zo'n handelaar en koopman in tabak is Gerrit Gezinus Lambers, die aanvankelijk als tabaks-kerver zijn beroep uitoefent en korte tijd later een zaak heeft aan de Kruisstraat. Gezien de van hem te vorderen belasting mogen we aannemen dat hij behoorlijk zijn boterham in de tabakshandel verdient.Tijdgenoten en collega's combineren de tabakshandel met tal van andere activiteiten.

H. Menninga noemt zich onder andere handelaar in wijn, azijn en pijpen en F.J. Rensing, handelaar in tabak, koffie, thee, sigaren, pijpen en kruide­nierswaren.3 Andere zaken waar de Assenaar in die tijd voor zijn rokertje terecht kan, zijn die van Machiel Nathans aan de Kruisstraat 122, Johannes Adrianus Rensing aan de Brink 18, H.H. Vos aan de Markt A-37/A-58 en Johannes Upmeijer aan de Groningerstraat 1. Aan dezelfde straat heeft J. Dekker een winkel in behangselpapier, randen, linnen, gordijnpapier, tabak, sigaren en kruidenierswaren. Rond het jaar 1860 ver­schijnt Markus Jan Veeze, handelaar "in Tabak, Snuif, Sigaren, Koffy, Thee en Kruidenierswaren aan de Markt te Assen", ten tonele. Na zijn overlijden in 1883 wordt de winkel door zijn vrouw overgenomen onder de naam Wed. M.J. Veeze. Hun zoon Jan Christiaan Veeze is naar alle waarschijnlijkheid zijn moeder in de zaak opgevolgd.

Als het om inkomsten gaat, kiest de winkelier in tabakswaren in veel gevallen het zekere voor het onzekere door de tabakshandel met andere activi­teiten te combineren. Op deze manier is men van een bepaald inkomen verzekerd en kunnen tegenslagen worden opgevangen. Het is een formule die tot in de jaren zestig van deze eeuw populair zal blijven. Er zijn aan het eind van de vorige eeuw enkele voorbeelden van gecombineerde handel te noemen, zoals die van R. Bakker aan de Gymnasium­straat, die naast sigarenhandelaar pensionhouder is. A. Hopma aan de Vaart NZ 82 heeft een kruidenierszaak in combinatie met tabakswaren. Albertus Koetsier in de Kruisstraat 3-5 is hande­laar in kalvervoer, kruidenierswaren en tabak. Ook het beroep van bakker/ kruidenier blijft in combinatie met de verkoop van tabak aantrekkelijk.

Naast de pijptabak begint de sigaar aan populariteit te winnen. Ook het Asser publiek wordt hiermee geconfronteerd. Jan Fabricius schrijft hierover in zijn jeugdherinneringen: "Ik begon op te groeien. De dagen waren voorbij waarop we in 't bos een hut bouwden en er als Roodhuiden in onze 'wigwam' sabels en dolken uit hout sneden en er de Vredespijp rookten uit een gezamenlijk gekochte kalken pijp met 'afvaltabak' van Upmeijer op de hoek van de Rolder- en ( Groningerweg. Die dagen waren voorbij. We rookten nu echte sigaren! 'Bloem van Menado'. Vier voor een dubbeltje. Bij Van Guldener op de Brink. Stoepie veur de deur. Mijn vader sprak schande van mijn dure sigaren. 'Toen ik nog zo'n jong was as jij, toen kochten we ze veur acht 'n dubbeltie en dan mossen d'r nog minstens zes gespikkelden bij wezen, aans wollen we ze nog niet eens hebben'. Mijn vader had er geen idee van hoe voornaam de nieuwe generatie het vond om sigaren van vier voor 'n dubbeltje te roken en op de vraag: 'Wat rook je?' te kunnen antwoorden: 'Bloem van Menado'."


Derk Achterop is voor 1920 bakker van beroep en heeft een zaak op de hoek van de Javastraat en de Rolderstraat. Van 1920 tot 1924 verruilt hij het bakkersvak voor dat van sigarenhandelaar. Hij heeft in die periode een sigarenzaak aan de Rolderstraat 62 / 64a (collectie D. Achterop, Bovensmilde)


Het platteland begint de winkel te ontdekken

Aan het eind van de vorige eeuw begint de ontwikkeling van de 'middenstand' tot een aparte maatschappelijke klasse. De groep zelfstandige handelaren en ambachtslieden is voortaan te onderscheiden van groepen als arbeiders, industriëlen en intellectuelen. De middenstander zit daadwerkelijk in het midden. Aan de ene kant wordt er tegen hem opgekeken door de arbeider. Hij is immers eigen baas en heeft het over het algemeen financieel beter. Aan de andere kant is er de hogere klasse, die hem niet als haar gelijke beschouwt. Tot dan toe heeft de plattelandsbevolking zelf in de eerste levensbehoeften voorzien. Daar komt nu door de toenemende welvaart en de betere verkeersmogelijkheden, zoals de tram en de fiets, verandering in. Het platteland begint de winkel te ontdekken. Steeds vaker gaat men naar Assen voor de boodschappen.

De groei van het aantal tabakshandelaren in Assen is in de vorige eeuw gestaag geweest, maar rond de eeuwwisseling is de uitbreiding van het aantal kooplieden in tabakswaren aanzienlijk te noemen. Eén van de nieuwkomers is Jan Beekman, die min of meer toevallig in de tabakshandel terechtkomt. Jan Beekman is de in 1864 geboren zoon van een modelmaker, die bij de Asser Ijzergieterij werkt. Hij groeit op aan de Kattegang A 586 en wordt in navolging van zijn vader modelmaker. Hij woont dan bij de opslagplaats van R. Dieters aan de Groninger straat­weg D 110 en trouwt met Margien Boerhave.In 1887 krijgt Beekman de gelegenheid vertegenwoordiger in tabakswaren te worden voor de drie noordelijke provincies bij de firma Wed. H. Meulenkamp te Kampen.

Het opzeggen van zijn baan als modelmaker om zich volledig op het vak van handelsreiziger te kunnen storten, wordt hem door zijn nieuwe werkgever ten stelligste ontraden: "Uit Uw schrijven dato gisteren vernam ik dat Uw een vaste positie bekleedt. In Uw belang zoude ik U raden die niet te laten varen om het vak van reiziger aan te nemen. Ik reis zelf veel en weet en hoor in het algemeen hoe onaange­naam het reizen voor zaken op den duur wordt, vooral wanneer men gehuurd is. Daarbij wordt men door het reizen in den regel erg uithuizig. Daarbij het is een tijd van enorme concurrentie, om dan te slagen op reis kost zeer veel moeite. Beter ware het om in hoofdzaak Uwe betrekking te blijven bekleden, en zo veel mogelijk vrijen tijd aan den handel te besteden. Konde Uw daarbij een enkele dag in de week in de buurt een reisje maken, tegen provisie en een kleine vergoeding van reiskosten, ik geloof dat zulks voor Uw belang het best, en ook naar mijne meening.


Geert Ensinge begint in 1917 aan de Steendijk een sigarenmagazijn. Omdat hij na de mobilisatie van '14 - '18 nog een tijdje in militaire dienst blijft, staat zijn vrouw in de winkel. Geert wordt omstreekt 1920 schilder bij Stel in de Oudestraat en begint in 1923 een eigen schildersbedrijf. Ook de sigarenwinkel houdt hij aan. Als hij in 1953 overlijdt neemt zijn zoon Koen beide zaken over. Wim van Buuren staat voor hem in de sigarenwinkel. Van Buuren neemt de zaak uiteindelijk begin jaren vijftig over en heeft deze tot omstreeks 1957 (collectie K. Ensing, Assen)


Voor het plaatsen van een kachel was een vergunning nodig

Naast reiziger in tabak wordt Beekman handelaar/winkelier. In 1891 schrijft stadsbouwmeester Boonstra aan het college van B. en W. van Assen: "De aanvraag van J. Beekman om in het door hem bewoonde pand in de Singelstraat no. 4 eene kachel te plaatsen, waarvan de rookgeleiding tusschen even genoemd pand en het aangrenzende, bewoond door de weduwe Wigman, zou worden aangebracht, gaat hierbij met advies. Indien de rookgeleidingen van de te bezigen kachel op doelmatige wijze en brandvrij worden aangebracht, komt het mij voor, dat voor eene vergunning geen bezwaren zijn". Het gaat hier om een kachel die nodig is om tabakswaren op de juiste vochtigheid te houden. De in die tijd geldende hinderwet verplicht sigarenverkopers voor het plaatsen van een kachel een vergunning aan te vragen.

Korte tijd later betrekt Beekman het pand Kruisstraat 2. Zijn handel omvat dan naast die in tabak en sigaren ook de nodige andere waren. Het bedrijf is dan ook actief met "Agentures en commissiehandel in alle Koloniale- en Bakkersartikelen", als "Depot van Bessenwijnen en Sappen van Joh. W. Meijer, Sneek" en als "Groothandel in Eng. Pepermunt en Suikerwerken". De zaak aan de Kruisstraat houdt Beekman aan tot hij omstreeks 1900 met zijn gezin naar Zuidlaren verhuist. Abraham Roelf Bouwman wordt de nieuwe eigenaar van het pand. Bouwmans handel is echter van korte duur, want reeds op 12 september 1904 wordt het faillissement uitgesproken. In de faillissementsbeschrijving treffen we een keur van rookwaren aan.

Een greep uit de winkelinventaris leert ons dat gangbare sigarenmerken van dat moment onder andere zijn Paljas, Tadellos, La Perfection, Java Inpost en Reuzenknak. Pijprokers gebruiken tabak met namen als De eerste pijp, De toelast, Concurrentie en Reclamebaai. Verder bevat de inventaris verschillend soorten tabakspijpen en sigarettenpijpjes. Omstreeks 1880 begint J. Lamberts eer, handel in sigaren aan de Stationsstraat 1. Na zijn overlijden zet zijn vrouw de zaak voort als de firma Wed. J. Lamberts Zoals de etalageruiten op oude ansichtkaarten vermelden, verkoopt deze al spoedig zeer gerenommeerde tabakszaak "Geïmporteerde Havanna- en Manilla­sigaren".


Franciscus Hendrikus (Frans) Botter - de grootvader van de maker van deze website - heeft van 1940 tot 1945 een sigarenzaak annex schildersbedrijf in de Brinkstraat.


De opbrengst vanuit de tabakszaak beschouwde men als neveninkomsten

In de loop der jaren neemt Gerard Lamberts de zaak van zijn moeder over. De firma vervult voor die tijd al een beperkte grossiersrol voo verschillende Asser middenstanders. In 1908 verleent de gemeente Assen de firma Wed. J. Lamberts een vergunning tot het bouwen van een fraai Jugendstil-hoekpand.12 'Borneo' wordt een kapitaal pand met een teakhouten dubbele winkeldeur, afgehangen met koperen scharnieren. Ook de dubbele "winkelklokschel" is in koper uitgevoerd. De ruiten in de voordeuren zijn voorzien van geslepen facetten. Ook aan het begin van deze eeuw beschouwen de meeste mensen die in Assen een tabakszaak beginnen de opbrengsten daaruit meestal nog als neveninkomsten.

Een goed voorbeeld is Harm Tijs, tot 1917 sigarenhandelaar aan de Kerkstraat en daarna aan de Gedempte Singel, op de hoek van de Nieuwe Huizen, die tevens "beëdigd makelaar in vaste goederen en assuran­tiën" is. Een familielid herinnert zich jaren later: "Harm Tijs is in eerste instantie makelaar, maar als de zaken slecht gaan, koopt hij een sigarenzaak en zet er zijn eigen vrouw en een winkeljuffrouw in. Ook worden er hengelsportartikelen (één vaste etalage), koffie en thee verkocht. Meestal worden er één of twee sigaren per klant verkocht, een enkele keer vijf, samengebonden met een lintje. Als men een kistje met twintig sigaren verkoopt, aan een rijk iemand, dan is de dag goed. Harm Tijs denkt overal rijk mee te worden, maar het gezin heeft het in feite altijd armoedig gehad".

Enkelen wagen echter wel de stap en richten zich zuiver op de verkoop van tabakswaren. Onder hen zijn er die zich in Assen een naam hebben weten te verwerven. Wellicht de bekendste is de tabakszaak van Jan Pieter Greebe op Brink 18, die zal uitgroeien tot dé zaak in Assen voor het betere publiek. Als Greebe in 1935 wordt opgevolgd door zijn zoon Huib, heeft de zaak voornamelijk klanten van het gemeentehuis, het provinciehuis en de rechtbank: "Onder hen heb je Mr. Pelinck uit de Gymnasiumstraat, van wie bekend is dat hij de vochtigheid van de sigaren goed in de gaten houdt. Is er veel vochtigheid in de lucht dan pleegt hij te vragen: 'Heb je gestookt, Greebe?'

En of er nu wel of niet extra gestookt is, Huib Greebe's antwoord is altijd: 'Ja hoor meneer, prima gestookt!', wat voldoende is voor mr. Pelinck om met de vertrouwde doos van 6 of 8 sigaren te vertrekken."(...) "Door de week is de zaak van Greebe tot 's avonds 8 uur geopend en in 't weekend tot 10 uur. Zijn personeel krijgt instructies als: "Je blijft vriendelijk. En als je je agressie kwijt wilt, dan draai je je maar om, want hier heb ik allemaal lege sigarenkistjes staan en dan vloek je daar maar een potje tegen. Maar je blijft vriendelijk tegenover de klant met 'Ja meneer, alstublieft meneer'. En natuurlijk altijd het puntje eraf knippen voor de sigaar wordt aangestoken!"


Bronvermelding:


Asser Historisch Tijdschrift; nummer 4 / december 1992. Een artikel van M. Hiemink en H. Sprik


Naar boven




© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl