In en om Assen



Trijntje van der Scheer en Gerrie van der Veen



‘Gewoon dichtbij’, eerste Drentstalige cd van Trijntje van der Scheer en Gerrie van der Veen


Op donderdagavond 1 maart 2012 wordt in Bibliotheek Emmen tijdens het Drents dictee de eerste Drentstalige cd gepresenteerd van Trijntje van der Scheer en Gerrie van der Veen. Sinds 5 jaar vormen beiden een duo en brengen zij een programma dat bestaat uit vrolijke, maar ook uit prachtige luisterliedjes in de Drentse taal. Behalve streektaalmuziek hebben zij een nostalgisch Nederlandstalig programma.

De titel van hun eerste Drentstalige cd is genaamd: ‘Gewoon dichtbij’. Trijntje en Gerrie zullen deze avond live enkele nummers die op de cd staan ‘ten gehoren brengen’. Het Drents dictee, georganiseerd door Radio Emmen en het Huus van de Taol, duurt van 19.00 uur tot 21.00 uur. Het dictee en de cd presentatie zijn ook live te beluisteren via RTV Emmen..

Trijntje van der Scheer woont in Oosterhesselen, treedt al 25 jaar op als streektaalzangeres en is zeer actief op het gebied van de streektaal. Zij was werkzaam bij Drentstalige radioprogramma’s van Radio-Drenthe en locale omroepen. Van haar zijn al meerdere liedjes te horen op Drentstalige cd’s. Trijntje van der Scheer is ‘Keurnoot’ bij ’t Huus van de Taol’. Gerrie van der Veen is zanger en toetsenist en woont in Klazienaveen. Hij begon 30 jaar geleden met muzikale optredens. Sinds vijf jaar zingt hij in de streektaal. In het dagelijks leven is hij werkzaam bij Bibliotheek Emmen. Velen kennen hem als amateurhistoricus. Hij schreef veel artikelen over de geschiedenis van Emmen en Drenthe en werkte mee aan een aantal historische boeken.

Op hun eerste cd zijn bekende melodieën te horen die in het Drents vertaald zijn, maar ook nummers met eigen tekst en muziek. De cd werd opgenomen in de Mobyphone studio in Ter Apel.



Info in Coevorden huis aan huis; 16 september 2009


Zij zocht iets erbij naast haar Drentstalige liedjes en hij wilde wat met dialect gaan doen. De muzikale paden van Trijntje van der Scheer en Gerrie van der Veen hebben elkaar vorig jaar gekruist en sindsdien werken beide rasechte Drenten aan een nostalgisch muziekprogramma, getiteld ‘Met een knipoog en een scholderklop’.

‘We kennen elkaar nu een jaartje of twee,’ zegt Trijntje over de kiem van hun samenwerking. ‘In de bibliotheek in Emmen gaf ik in het kader van Meertmaond Streektaolmaond een optreden, waarvoor Gerrie het geluid verzorgde. Na afloop kwam hij naar mij toe en vertelde hij mij dat hij een eigen programma had, waarin hij liedjes zong en toetsen speelde, maar weinig in het Drents deed. Dat wilde hij graag doen.’

Vanuit zijn woonplaats Emmen reist Gerrie met een gevarieerd programma langs feesten en partijen, maar speelt ook regelmatig voor senioren. ‘Van popmuziek tot Frank Sinatra, de Zangeres Zonder Naam en Wim Sonneveld. Mijn repertoire bestaat vooral uit luisterliedjes en ook Trijntje zingt die in haar programma veel’, zegt hij. ‘Ik vroeg haar of zij zin had om samen iets te ondernemen. Ik kan veel talen, zing in het Nederlands, Frans, Engels, enzovoorts, maar geen Drents, terwijl ik zo plat als een dubbeltje praat! Een mooie combinatie lag in het verschiet, omdat Trijntje iets anders zocht naast haar eigen programma.’

Trijntje vertelt dat zij verschillende andere wegen had geprobeerd. ‘Zo sloot ik mij in de afgelopen tijd aan bij verschillende koren om te kijken of ik dat wat vond, maar ik kon niet voluit datgene doen wat ik echt wilde. Gerrie ontmoette ik min of meer precies op het goede moment.’ Samen begonnen Trijntje en Gerrie te werken aan een programma met Drentse liedjes in het Drents en met nostalgische liedjes. ‘In het begin deden wij het langzaam aan’, aldus Gerrie. ‘We hadden natuurlijk ons eigen ding en wilden samen iets goed doen. Een programma maken waar wij allebei liedjes en verhaaltjes aan konden bijdragen en waarin wij goed op elkaar zijn ingespeeld. Het is gericht op ouderen, of senioren zoals ze tegenwoordig worden genoemd!

Maar ook jonge mensen zullen er veel plezier aan beleven.’ Als voorbeeld haalt Trijntje hun optreden op Zuidenveld aan van afgelopen juni tijdens de ouderenmiddag. ‘Voor die tijd was in de tent een activiteit aan de gang van Pabo-studenten met kinderen, waarna wij begonnen met spelen van wat popnummers. De kinderen hoorden dat en begonnen spontaan mee te zingen.’ Het Nederlandstalige repertoire bestaat uit nummers van bijvoorbeeld Wim Sonneveld, Eddy Christiani en nummers uit musicals als De Jantjes en Ja Zuster, Nee Zuster.

‘Ook zingen we ‘Vluchten kan niet meer’ van Frans Halsema en Jenny Arean’, vertelt Gerrie. ‘Dat is een stuk dat vaak jong en oud goed kent. Wat betreft het genre Nederlandstalig moet je vaak uitleggen dat je je niet toelegt op nummers van bijvoorbeeld Lucas & Gea, piratenmuziek of de pop uit Volendam. Niet dat we er iets op tegen hebben, maar het past niet in ons programma.’ In het programma zingt Trijntje een vertaling van The Rose van Bette Midler, ‘De Roos’. ‘Ik zing dat ook in mijn eigen programma en daar krijg ik vaak reacties op.

Gerrie speelt het nummer nu prachtig mee op toetsen en bewerkt dat stuk evenals andere liedjes tot een geheel eigen vorm. Ik zing bij zijn nummers tweede stem en speel mee op gitaar. We voelen daarbij elkaar goed aan.’ Gerrie is bijna dertig jaar muzikant, maar kan naar eigen zeggen geen noot lezen. ‘Ik kreeg op mijn zesde jaar een accordeon in handen. Merkte dat de hoge noten bovenaan zaten en de lage onderaan. Zo ben ik spelenderwijs verder gegaan. Ik speel naast toetsen ook gitaar en kan een beetje drummen.

Ooit speelde ik een paar jaar in een popbandje, maar ging daarna al snel op het solopad. Trijntje en ik zijn echt een duo, terwijl mensen ons soms ook alleen willen hebben, omdat ze ons apart al lang kennen.’ Al zingt Trijntje nog een paar keer per maand alleen; ook zij staat graag met Gerrie op het toneel: ‘Met ons beiden heb je net iets meer!’ De eerste optredens van ‘Met een knipoog en een scholderklop’ zijn Trijntje en Gerrie goed bevallen.

‘Wij leggen makkelijk contact met het publiek,’ zegt Gerrie. ‘Niet dat het altijd zo vanzelfsprekend gaat; er moet altijd een vorm van positieve spanning zijn. Als die er niet is, dan moet je stoppen. Het publiek moet iets van je verwachten, die nieuwsgierigheid moet er zijn en dan springt de vonk vaak over. Reacties na afloop vormen dan de mooiste beloning die je kan krijgen.’







© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl