In en om Assen





Nederlandse troepen in Indonesië


Bronvermelding:
'Welkom aan het garnizoen, 157 jaar militaire aanwezigheid in Assen'. A.E.S. de Mol Moncourt en H.M. Luning.
REGIO-PRoject 1998. ISBN 90 5028 116 8



Vertrek per boot naar Nederlands Indië


Vele lichtingen werden in Assen opgeleid voor dienst in de tropen

De snelle opbouw van de Koninklijke Landmacht was ook gericht op het uitzenden van een expeditionaire macht voor de bevrijding van Nederlands-Indië. De Japanse capitulatie maakte dit aanvankelijk onnodig, maar het optreden van Indonesische vrijheidsstrijders vereiste, in de ogen van de toenmalige regering, een snel optreden. Het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) was nog niet uit krijgsgevangenschap teruggekeerd. Bovendien was een groot deel van het voormalige KNIL ernstig verzwakt door de behandeling die de soldaten moesten ondergaan in de kampen en tijdens dwangarbeid. Verse troepen uit Nederland waren daarom noodzakelijk om deze taak over te nemen.

Zij werden voor een deel opgeleid te Assen. In eerste instantie werden vrijwilligers uitgezonden, die begin 1946, na een verblijf in Malakka, aankwamen in Nederlands-Indië. De eerste lichting dienstplichtigen 1945 werd bestemd voor uitzending naar Indië en werd daarvoor gedurende 5 à 6 maanden opgeleid om in het najaar van 1946 naar Indië te worden verscheept. Onder de troepen bevond zich de X-Brigade, bestaande uit de Ie Bataljons van het le en 12e Regiment Infanterie en het 2e Bataljon van het 5e Regiment Infanterie. Het Ie Bataljon van het Ie Regiment Infanterie, onder commando van majoor Rombout, vertrok per trein naar Oostende om daar ingescheept te worden naar Engeland. Na een verblijf van enkele weken gingen de vrijwilligers door naar Nederlands-Indië.

Het bataljon bestond voor het grootste deel uit Drenten. Op de reis naar de tropen met de Nieuw Amsterdam overleed op de Indische Oceaan de uit Assen afkomstige Tammo Grasmeijer. Hij kreeg een zeemansgraf. De X-Brigade landde samen met de mariniersbrigade te Soerabaya en bezette Grisse en Sidoardjo. Ook via Assen vertrok de V-Brigade, bestaande uit de Ie bataljons van het 3e, 5e en 9e Regiment Infanterie. Zij landden te Tandjong-Priok, versterkten eerst de bezetting van Batavia en gingen op 10 april per vliegtuig naar Bandoeng. om van daaruit Tjimahi te bezetten. Vele lichtingen werden in Assen opgeleid voor dienst in de tropen. Boerenzoons die nog nooit buiten het eigen dorp hadden gekeken, gingen per troepentransportschip naar Nederlands-Indië.


Het militair hospitaal op de kazerne in Assen ging weer als hospitaal dienst doen

De verhalen die inmiddels uit Indië waren overgewaaid en een zekere ongewisheid, maakten de militairen in Assen niet rustiger. Om hun zenuwen de baas te blijven werden in de garnizoens-kantine regelmatig grote feesten gegeven. Sommigen spraken van bacchanalen, in het bijzonder wanneer er weer een groep vertrok en afscheid genomen moest worden van ouders en vriendinnen. De enige die voordeel trok uit deze activiteiten was de Asser middenstand! Het garnizoen dat door het vertrek van enige bataljons naar Indië zeer gering van omvang was, werd door de opkomst van de lichting 1946 versterkt met ongeveer 2600 man. Het garnizoen bestond in dat jaar uit de derde Bataljons van het Ie en 12e Regiment Infanterie, de 2e Afdeling Anti Tank en de 2e Geneeskundige Afdeling.

De staf van de 1e Infanterie Brigade bevond zich te Havelte. Het militair hospitaal, dat jarenlang als administratie-gebouw was gebruikt, ging weer als hospitaal dienst doen. Het werd hiermee het enige militaire hospitaal in het noorden. De chef werd majoor dr. de Mink. Op 29 augustus 1946 vond op het Sportpark te Assen een indrukwekkende plechtigheid plaats. Op die dag zou koningin Wilhelmina, in aanwezigheid van prins Bernhard, aan een veertigtal militairen onderscheidingen uitreiken. Het was overigens de tweede keer in één week dat de prins Assen bezocht. Eerder die week droeg zijn bezoek een zuiver militair karakter. De koningin kwam met de trein van 11.55 uur aan op het station. De prins arriveerde per vliegtuig op Eelde.

Hij was aanwezig bij de aankomst van de koningin op het station. Vanaf het station reden de hoge gasten naar het Sportpark, waar de troepen in carré stonden opgesteld. Hier stonden ook de Koninklijke Militaire Kapel onder leiding van kapelmeester R. van Yperen en de drumband van de 1e Divisie. Een groot aantal hoogwaardigheidsbekleders stond ingetreden, onder wie de chef van de generale staf, generaal Reinders, generaal Winkelman en de commandant van het Veldleger in 1940, luitenant-generaal Baron Van Voorst tot Voorst. Zeven militairen werden ridder 4e klasse in de Militaire Willemsorde. Deze ridderorde was bestemd voor hen die zich in de strijd door uitstekende daden van moed, beleid en trouw hadden onderscheiden.


Op 4 maart 1948 moest een nieuwe lichting dienstplichtigen opkomen in de Wilhelminakazerne in Assen. Hier staan ze voor het eerst aangetreden voor het spoelen van eet- en drinkgerei na de maaltijd. (DMA)


In 1947 was in Assen kritiek te horen over het uitzenden van troepen

Niet iedereen was het eens met de acties in Nederlands-Indië. Verschillende berichten bereikten de Assenaren, zoals een demonstratie in Amsterdam tegen het uitzenden van troepen naar Indië, waarbij vlugschriften werden verspreid. De politie greep in voordat zich een stoet kon vormen. Er vielen schoten. Op de Haarlemmerdijk kwam zelfs een militair om het leven.345 Ook in Assen waren in 1946 kritische geluiden te horen. Op 12 september 1946 probeerden tweehonderd militairen een protestvergadering te houden op het Sportpark aan de Broeklaan. Bij aankomst van de gemeentepolitie verspreidden de militairen zich onmiddellijk. Op 27 september vertrokken uit Assen de derde bataljons van het Ie en 12e Regiment als onderdeel van de 7-December Divisie naar Indië.

De Drentse en Asser Courant riep de bevolking zelfs op de vlaggen uit te steken langs de gehele marsroute. Op 23 september 1946 vertrokken de kwartiermakers en op 27 september vertrok een viertal extra treinen met militairen uit Assen. De stemming was goed, ondanks het feit dat op 20 september pamfletten waren verspreid met een kritische inhoud. Reeds bij het vertrek was het 's morgens vroeg druk op straat. Met militaire muziek vertrokken de troepen naar het station. Hoge officieren en de militaire kapel stonden op het perron en jongedames deelden aan de vertrekkenden sigaretten en chocolade uit. Ook in 1947 was in Assen kritiek te horen over het uitzenden van troepen.

Op 24 juli 1947 hield de CPN, afdeling Assen, in café Wolthekker een protest-vergadering tegen de oorlog in Indië. Sprekers waren de heren Caspers en Flamingen. De vergadering werd bezocht door zestig belangstellenden, onder wie een militair. Ook voorstanders hielden bijeenkomsten, zoals op 25 november 1946 de stichting indië in nood, geen uur te verliezen'. Als spreker trad op dr. W.K.H. Feuilletau de Bruyn, die door ongeveer honderd personen werd aangehoord. In november 1947 hield de CPN, afdeling Assen,een feestelijke vergadering. In de zaal hingen spandoeken met het opschrift 'Voor herstel van de vrede met Indonesië', 'Voor een zelfstandig en democratisch welvarend Nederland', 'Weg met de regering Beel' en '1917-30 jaar Sovjetmacht-1947'.


2.589 militairen zijn tijdens de acties gesneuveld

De vergadering werd bezocht door tweehonderd personen, onder wie twee militairen. In december 1947 werd in Assen een grote vergadering georganiseerd door het provinciale comité van de Anti-Revolutionaire Partij in Drenthe en het provinciaal bestuur van de Christelijk Historische Unie.353 Het Comité Handhaving Rijkseenheid afdeling Drenthe hield een protestvergadering in het Concerthuis en de Noorderkerk. De bijeenkomsten werden bezocht door zestienhonderd personen die werden toegesproken door onder andere prof. Gerbrandy met een toespraak, getiteld 'Hoe redden wij ons Koninkrijk', en H.A. Lunshof met een toespraak 'Quo Vadis?' Het geheel had een ordelijk verloop en er werden spandoeken gebruikt met het opschrift 'Republiek Indonesië betekent onvrijheid, chaos en ellende' en 'Het roer moet om'.

De protesten weerhielden prins Bernhard niet, na uitvoerig bezoek aan de kazerne, de naar Nederlands-Indië vertrekkende troepen op de Markt te inspecteren. Na de inspectie werd op donderdag 16 oktober 1947 op de Dr. Nassaulaan gedefileerd. Zowel tijdens de inspectie als tijdens het défilé werd de prins door een grote menigte toegejuicht. Ook op 9 januari, 28 februari, 20 mei, 7 juli, 1 september, 5 en 11 november 1947 werden in aanwezigheid van diverse militaire autoriteiten defilé's gehouden in verband met het vertrek van de troepen. Hierbij werden door de politie strenge veiligheidsmaatregelen getroffen, maar ongeregeldheden deden zich nooit voor.

Van het 1e Regiment hebben verscheidene bataljons in Nederlands-Indië gediend: het 1e Bataljon bij de Z-Brigade in juli 1947 en het 5e Bataljon bij de U-Brigade in december 1948. Meer dan honderdduizend jonge Nederlanders hebben van 1946 tot eind 1949 acties uitgevoerd in Nederlands-Indië. 2.589 militairen zijn hierbij gesneuveld en werden begraven op verschillende erebegraafplaatsen in de Republiek Indonesië. Pas toen op 27 december 1949 de souvereiniteit aan Indonesië werd overgedragen, kon Nederland zich volledig gaan wijden aan de opbouw van een krijgsmacht in eigen land. Voor de Koninklijke Landmacht en het KNIL waren geen taken meer in Indonesië.

Op 29 april 1951 arriveerden de laatste dienstplichtigen in Nederland. Bij Koninklijk Besluit werd het KNIL opgeheven. Een deel van de voormalige KNIL-militairen ging over naar de Koninklijke Landmacht, onder wie twaalfduizend Zuid-Molukse KNIL-militairen. Toen zij echter in Nederland aankwamen, moesten zij de dienst verlaten. Ook ander beloften werden niet nagekomen. Hierin ligt de oorsprong van het verzet van de Molukse gemeenschap in Nederland tegen Indonesië.

Een lezer gaf op de bovenstaande alinea het volgende commentaar: ..."Het waren ongeveer 12.500 toen nog Ambonezen genoemd, waarvan ongeveer 5000 KNIL-militairen met hun gezinsleden. De Nederlandse Staat heeft de Molukse KNIL-militairen op dienstbevel naar Nederland gehaald. Aangekomen in Nederland, werden de KNIL-militairen ontslagen en inderdaad andere beloften werden niet nagekomen. Tot op heden is ook achterstallige soldij niet uitbetaald. De Molukse KNIL-militairen vochten vóór de Nederlandse Staat tegen Indonesië. De Nederlandse Staat heeft de Molukse KNIL-militairen, letterlijk aan de kant gezet. Hoe de Nederlandse Staat de KNIL-militairen behandelde, dát is de oorsprong wat bij de molukse gemeenschap in Nederland tot kwaad bloed zet. Het verzet tegen Indonesië, is vanwege het feit dat Indonesië de RMS niet erkend en Indonesië de Molukken onderdrukt..."


Op de Johan Willem Frisokazerne is aan de noordkant van de Brammert, aan de muur van de filmzaal, een monument aangebracht van acht marmeren platen. Hierop staan de namen van de gevallenen van de acht bataljons infanterie, die op de kazerne zijn opgeleid en uitgezonden naar Nederlands-Indië in de periode 1946-1950


De acht plaquettes zijn van de volgende eenheden:

3-1 R.I., ingezet op West-Java (drieëntwintig slachtoffers)
3- 12 R.I., ingezet op West-Java (achtentwintig slachtoffers)
4- 1 R.I., ingezet op Zuid-Sumatra (tweeëntwintig slachtoffers)
4- 4 R.I., ingezet op Zuid-Sumatra (twintig slachtoffers)
5- 1 R.I., ingezet op Zuid-Celebes en Midden-Sumatra (zes slachtoffers)
5-4 R.I., ingezet op Zuidoost-Borneo (zeven slachtoffers)
403 B.I., ingezet op Midden-Java (eenentwintig slachtoffers)
426 B.I., ingezet op Midden-Java (zes slachtoffers).







© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl