In en om Assen





De wilde nachten van Assen


Bronvermelding:
Asser Historisch Tijdschrift; juni 2000.

Martin Hiemink deed de research voor dit artikel. Hij las de jaargangen van de Drentsche en Asser Courant erop na en sprak onder andere met Joop Wellen van de Gemeente Assen. Bertus Boivin schreef de tekst



Foto gemeentearchief Assen


"O baby, baby, it’s a wild world"

Eén week per jaar kwam de hele wereld op visite in Assen: de TT-week. Eén nacht per jaar waren wij op visite in onze eigen stad; de Nacht van Assen. De TT was voor de liefhebbers van de motorsport, de TT-nacht was voor iedereen, zeker voor ons…. Als kind leefde je er naar toe. De Nacht was minstens zo spannend als Oudejaarsnacht. De TT-nacht: thuisblijven tot het zo’n beetje donker was, dan met vader en moeder de stad in, een flesje drinken, iets om te eten en samen slenteren door de straten. De TT-nacht was je vergapen voor de beslagen ramen van de volgepakte cafés, je verbazen over al die dronken mensen in de stad, je laten voortduwen door de straten die gisteren en eergisteren zo anders, zo gewoner waren. Kortom: de Nacht van het jaar ….


Janboel

Maar in 1967 kwam er plotseling een eind aan onze oude TT-nachten. ‘Een janboel in de TT-nacht’ stond er zaterdag 24 juni 1967 groot voor op de Drentse en Asser Courant: “De befaamde TT-nacht zal dit jaar de geschiedenis ingaan als een der meest onaangename en wanordelijke nachten sedert het motorevenement in Assen georganiseerd. De onregelmatigheden concentreerden zich op de Nieuwe Huizen. Ze begonnen toen de politie bij een verkeersongeval zou zijn belemmerd in het verlenen van hulp. Toen men de straat wilde vrijmaken werden de bevelen genegeerd, waarna de agenten zich genoodzaakt zagen drastischer maatregelen te nemen. De opgewonden menigte, hoofdzakelijk beststaande uit opgeschoten jongelui, begon met lege bierblikjes te gooien en verzette zich tegen de politie”.

Wie dacht dat het toeval – een incident – was geweest, wist het jaar erop wel beter. Opnieuw rellen en nog erger dan het jaar daarvoor. Stenen, bierblikjes, charges en maar liefst 37 arrestaties. Van de arrestanten was het overgrote deel van buiten Assen en buiten de provincie Drenthe. De Drentse en Asser had op 29 juni 1968 het volgende commentaar: “Assen leeft een heel jaar naar de TT toe. Drenthe’s hoofdstad zet dan zijn poorten open en laat de tienduizenden binnen. Gastvrijheid en commercie gaan hier hand in hand. Vele Assenaren pikken hiervan een graantje mee. Assen als stad van de TT is een zaak van prestige. Dit jaar opnieuw wreed verstoord. Wat altijd het carnaval van Drenthe is geweest, is vorig jaar en de afgelopen nacht ontaard in een rellenschopperij van opgeschoten branies voor wie het bier bepaald niet best is”.


Agentje – pesten

In Parijs woedde de Mei – revolutie, Berlijn stond op zijn kop, in Amsterdam brandden de vrachtwagens van De Telegraaf tijdens de bouwvakkersrellen. En Assen had zijn TT-nacht ‘nieuwe stijl’ met mobiele eenheden, de lange lat en sinds 1969 zelfs traangas. Gezien het feit dat overal elders ook het oproer kraaide, ligt het niet erg voor de hand om naar specifieke problemen in en rond de TT-nacht te gaan zoeken. Het leek hetzelfde probleem dat overal elders de gemoederen beroerde: een nieuwe generatie die aan de weg begon te timmeren. Een generatie die de crisis van de jaren dertig en de ellende van de oorlog niet zelf had meegemaakt. Een generatie die méér  wilde en niet van plan was het gezag voor zoete koek te nemen.  Uit verzet tegen de vorige generatie ontwikkelden zich de creativiteit van Provo, het democratiseringsgeloof van de studenten en het politieke elan van Nieuw Links in de Partij van de Arbeid. Soms bleef het jongerenverzet beperkt tot agentje-pesten en daar bleek de Asser TT-nacht zich bij uitstek voor te lenen.

“De zwaarste straatschenderij die men in Drenthe ooit heeft meegemaakt en schandalige jeugdbaldadigheid”, wist de Drentse en Asser Courant op 28 juni 1969 te melden. Tachtig arrestaties waren er dat jaar: “De zwabbers van deze TT-nacht vochten tegen iedereen: tegen rustige wandelaars, tegen politieagenten, tegen fotografen, tegen journalisten en ten slotte tegen elkaar”.
Journalist Sjoerd Punter schreef een persoonlijke impressie van de nacht: “het haast zwartgrijs van de nacht gaat over in blauwige ochtendschemering. Met een beklemmend gevoel over me loop ik door de stad. Verkeerszuilen, glasscherven, stukken hout, kokers van traangasgranaten en duizenden platgetrapte blikjes liggen op de weg”.


Foto links: Bereden politie in actie op de driesprong Gedempte Singel - Noordersingel - Nieuwe Huizen. 1969 (foto Willem Jan Kleppe). Foto rechts: 'Stenen, bierblikjes, charges ....' De Nieuwe Huizen 1969 (foto archief Gemeentepolitie Assen; collectie L. Huizinga, Assen)


Bierblikjes

De reactie van de autoriteiten op de provocaties en het geweld van de groepen ‘branieschoppers’ was in Assen niet anders dan elders. Na afloop van de TT-nacht van 1969 vertelde de Asser burgemeester Grolleman dat drie keer scheepsrecht was en dat het in zijn ogen tijd was geworden voor echte maatregelen; hij wilde de bierblikjes verbieden. Daar was drie jaar geleden de ellende mee begonnen, aldus Grolleman ….
De TT-nacht van 1970 was dan ook de eerste zonder het allesoverheersende gerinkel en gerammel van bierblikjes. Assen dronk een nacht lang uit plastic bekertjes, maar van het beloofde positieve  effect van het ontbreken van geëigende munitie kwam niet veel terecht. Het duurde weliswaar iets langer voor de ellende begon, maar daarna was het opnieuw goed raak. Zestig arrestanten konden worden geboekt nadat om half elf de eerste trottoirtegel onder het uitspreken van het populaire ‘Hi-ha-happening’ richting politie gegooid was. Dat waren ‘professionele relschoppers’ die met de toen befaamde ‘trein uit Amsterdam’ hun bijdrage aan de feestvreugde kwamen leveren.

De Asser Courant stond ook op 26 juni 1970 weer met de neus vooraan: “Later die avond dezelfde tonelen als vorig jaar. Met traangas is de politie royaal. Tegen één uur is de hele binnenstad vergeven van het gas. Het waren steeds een paar mensen, die de politie het leven zuur maakten. Weloverwogen, niet dronken en vooral met veel plezier. Met de trein van tien over elf komen ze aan. Ze trekken direct naar het centrum. Speciale groepen knokkers uit het westen. Kwart voor twee een ‘aanval’. Duizenden jongeren tegenover tien, vijftien agenten met karabijnen en schilden. Vijftig meter straat, bezaaid met stenen en vernielde verkeerspalen, scheiden ordedragers en ordeverstoorders. De meeste jongeren passief. Van een paar moet het komen. Van de duizend mensen gooien er welgeteld acht met stenen”.

Ondanks het feit dat de 500 man sterke politiemacht toch weer zijn toevlucht moest zoeken tot de gebruikelijke middelen, toonde burgemeester Grolleman zich voorzichtig tevreden over het strijdverloop. Dit jaar had men voor het eerst de tactiek van het ‘keep moving’ beproefd en met succes, vertelde de burgemeester. ‘Keep moving’ hielde in dat de relschoppers door de mobiele eenheden voortdurend van de ene kant van de stad naar de andere gemept werden. Er waren maar weinigen die net als de burgemeester lichtpuntjes in de taferelen zagen. Zo noemde de VVV-voorzitter Gerrit Timmer het ontbreken van activiteiten en bandjes op straat  als één van de mogelijke oorzaken van de ellende; “De stad in feestsfeer lijkt meer op een begrafenis”, noteerde de Drentse en Asser Courant op 27 juni 1970 uit zijn mond.

Grolleman repliceerde onmiddellijk weinig voor het plan van Timmer te voelen. Meer activiteiten zou nóg meer politie vragen om de orde te handhaven. Ondertussen weken meer en meer Assenaren uit naar de donderdagavond als ‘hun’ avond en beperkten de meesten zich vrijdagsavond tot een wandeling door de stad in de vooravond van de TT-nacht om daarna voor een krakend en piepend radiotoestelletje de politiezender te volgen die in een soort geheimtaal verslag deed van de veldslagen. Menig Assenaar pinkte zo’n TT-nacht een traantje weg. Het was onduidelijk of zulks werd ingegeven door verdriet over wat verloren leek, of door de deken van traangas die over de stad heen lag.


Wild World

De nacht van 1971 verschilde nauwelijks van de vier rumoerige nachten daarvoor. Het ging deze keer mis toen de eigenaar van De Passage de ruiten van zijn propvolle etablissement liet blinderen. De menigte buiten vergaapte zich aan de hotpants van zangeres Marjan Stienstra en café-eigenaar Dijkstra vreesde voor zijn ruiten. Echt mis ging het die nacht overigens met de ruiten van meubelzaak Zandbergen aan het Koopmansplein (dat in die jaren in wording was). Bij Zandbergen was aan het eind van de nacht geen ruit meer heel. Voor de eigenaar was het het jaar daarop een aanleiding z’n ruiten deskundig dicht te laten timmeren. Wie in de TT-nacht van 1972 door de kijkgaten bij Zandbergen naar binnen keek, zag een grafzerk waaronder volgens de maker de ouderwetse TT-nachten begraven lagen.

Het jaar 1972 vertoonde vrijwel hetzelfde beeld: tot en met het dichttimmeren van de ruiten van De Passage dat ook nu weer als een startsein voor de ongeregeldheden leek te werken. De charges van de mobiele eenheid strekten zich uit tot in jongerencentrum Rammenask aan de Brink dat voor deze gelegenheid bij wijze van experiment de hele nacht was opgengebleven. ‘O baby, baby, it’s a wild world’ klonk de hit van Jimmy Cliff door de luidsprekers in de stad. En daar was iedereen die voor de politiepaarden uit voor zijn leven rende , het graag mee eens.


Foto links: De TT-nacht van 1969 (foto archief Gemeentepolitie Assen; collectie L. Huizinga, Assen). Foto rechts: De TT-nacht van 1969 met mobiele eenheid en traangas (foto archief Gemeentepolitie Assen; collectie L. Huizinga, Assen)


Werkgroep TT-feest

Wat weinigen zich in die TT-nacht van 1972 hebben gerealiseerd, is dat dat jaar de laatste grote TT-rellen bleken te zijn. Het geweld leek West-Europa plotseling – na een jaar of vijf, zes – weer te verlaten. De Asser TT-nacht van 22 juni 1973 was weer een ‘nacht vol sfeer en vrolijkheid als vanouds’, schetste de Drentse en Asser Courant. Burgemeester Grolleman deed er in zijn evaluatie nog een schepje bovenop: “Om een uur of drie begonnen op de Nieuwe Huizen twee jongens stenen uit de straat te halen, maar niemand had belangstelling voor de activiteiten van het tweetal, omdat er nog zoveel te beleven viel”.

Het jaar 1973 was het eerste waarin de Werkgroep TT-feest actief was. Het gezelschap was op 24 januari van dat jaar voor het eerst bij elkaar gekomen ten huize van sociaal-cultureel werker Marius Hille Ris Lambers. De deelnemers waren afkomstig uit kringen van de gemeente, de politie, het welzijnswerk en het bedrijfsleven. Als probleemstelling formuleerde men: “Het probleem van de TT-nacht is de verveling bij grote groepen mensen. Hierdoor krijgen de relschoppers de kans rellen uit te lokken. Er is publiek dat ernaar kijkt en voor applaus zorgt. Als dit publiek op een andere manier wordt beziggehouden, krijgen de rellenmakers geen kans. Zonder publiek is er voor rellenmakers geen aardigheid aan”.

De werkgroep was geïnspireerd door de adviezen van de Leidse criminoloog Buikhuizen die de stelling had geponeerd dat er voor verrassingselementen moest worden gezorgd om de menigte af te leiden. Joop Wellen was destijds als kersvers gemeenteambtenaar bij de werkgroep betrokken: “Er is breed gediscussieerd hoe zoiets aan te pakken. In al die discussies stond één ding centraal: we moeten iets doen aan die verveling. Die moeten we wegnemen. Ik denk dat het daarnaast ook wel paste in het tijdsbeeld. Je zag het niet alleen in Assen. Achteraf zeggen we natuurlijk dat we door het organiseren van activiteiten de zaak rustig hebben gehouden. Misschien was het ook wel rustig gebleven doordat de tijd aan het veranderen was”.


Keep moving …

‘Keep moving’ kreeg vanaf 1973 een ander karakter. Niet langer gejaagd door de lange lat van de politie, maar nieuwsgierig gemaakt door de activiteiten die de werkgroep in de stad organiseerde. En eigenlijk is het zo meer dan een kwart eeuw gebleven. ‘Keep moving’…. ‘In a wild world’ …


De TT en de Nacht van Assen


Bronvermelding:
‘Gemeentepolitie Assen, van kerspelsoldaat tot Regio-agent 1714 – 1994’. Gemeentearchief Assen 1994. Auteur: H. M. Luning.
ISBN 90-801924-1-4


De agenten J.W. Vonk en H. Vegter in 1968 per motor onderweg op de hoek van de Rolderstraat en de Groningerstraat (foto DAC, collectie G.A.A.)


Spoedig was de chaos in het centrum van Assen compleet

Assen en de TT zijn een reeds jarenlang met elkaar verbonden begrip. Vanaf het begin was het een evenement dat het kleine politiekorps van Assen voor grote problemen stelde. Alleen was zij niet in staat een dergelijk groot gebeuren in goede banen te leiden. Daarom deed ze een beroep op de marechaussee, die meteen de leiding overnam en voor de gemeentepolitie slechts een bescheiden rol overliet: het verkeer in de stad regelen. Dat ze dat vol overgave deed, bewijst een opmerking van de middenstand die de politie ervan beschuldigde het verkeer met een stijve arm de stad uit te wijzen. Dit kwam de omzet niet ten goede... Toen na de oorlog het TT-spektakel weer op gang kwam (1946), werkte de gemeentepolitie Assen samen met de rijkspolitie.

De regeling van het verkeer en de handhaving van de orde in de stad en naaste omgeving werd als vanouds opgedragen aan de gemeentepolitie. De bewaking van het 17 km lange circuit behoorde tot de taak van de rijkspolitie, die daarvoor 200 man inzette. De toeloop van het publiek was groter dan vóór 1940 en werd geschat op 60.000. Deze mensenmenigte en het ongedisciplineerd gedrag van het publiek stelde de politie voor grote moeilijkheden. Burgemeester Bothenius Lohman verweet de rijkspolitie weifelend optreden. De gemeentepolitie echter was geen enkel verwijt te maken. Het verkeer verliep vlot en onnodige stagnatie trad niet op. Het feit dat de bij de vroegere races aangebrachte solide afrastering rond de baan tijdens de oorlog verdwenen was, zorgde voor gevaarlijke situaties.

Tijdens de wedstrijd van 1946 stak het publiek de baan over en toen Piet Konijnenburg binnen kwam na zijn fenomenale race, stormde men de baan op, er niet op lettend dat nog 15 renners moesten binnen komen. De politie stond voor een vrijwel hopeloze taak. De kleine ongeregeldheden die zich in 1946 hadden voorgedaan, vallen in het niet bij wat zich in de jaren zestig afspeelde. Vooral de nacht voorafgaande aan de TT werd beroemd en berucht. De gezellige TT-nachten van weleer schenen tot het verleden te behoren. In 1967 bijvoorbeeld was een legertje van 650 politiemensen op de been om de stad voor chaos te behoeden. Een aanrijding in de binnenstad was aanleiding voor incidenten.

De opdringerige toeschouwers voldeden niet aan het verzoek van de politie achteruit te gaan. Daarop volgden hardere maatregelen en begon het publiek met bierblikjes te smijten. De politie reageerde daarop en spoedig was de chaos in het centrum van Assen compleet. Niet met planken afgeschermde winkelruiten sneuvelden. Er werden charges uitgevoerd door de bereden politie, waardoor het probleem werd verplaatst naar de Torenlaan. De caféhouders sloten uit angst voor vernielingen hun zaken. De Asser politie, die zich gedwongen had gezien tot het nemen van harde maatregelen, betreurde dat ook onschuldige burgers klappen hadden opgelopen. Naar aanleiding van de gebeurtenissen werden deskundigen van de Rijkspsychologische Dienst ingeschakeld om achter de oorzaken van de ongeregeldheden te komen.


Dankzij versterking bleef men de situatie de baas, maar er kon niet worden verhinderd dat ook onschuldigen rake klappen opliepen, (foto A.P.B.)


Al zullen velen zeggen dat het niet meer zoals vroeger was

De conclusie was dat verveling in de TT-nacht een beslissende rol speelde. Niet alleen zou het gemotoriseerde verkeer uit de binnenstad geweerd moeten worden, vooral het scheppen van meer vertier op meerdere plaatsen in de stad zou een gunstige uitwerking kunnen hebben op het gedrag van een deel van het publiek. Niet ieder was het echter eens met het afsluiten van de binnenstad voor het verkeer tijdens de TT-nacht. Eén van de raadsleden was bang dat het college met de voorgestelde maatregelen op de enige dag dat er werkelijk vertier in de stad was van Assen een dode stad zou maken. Volgens hem behoefden de gebeurtenissen van het vorig jaar zich niet te herhalen. De burgemeester gaf echter de verzekering dat al langer over deze materie was nagedacht.

Hij was van mening dat de maatregelen die genomen zouden worden, de orde bevorderden en de schade beperkten. Het beleid van de politie zou daarbij gebaseerd zijn op vrijheid en gemoedelijkheid binnen de grenzen van de rechtsorde, aldus de burgemeester. De heren Andries en Keen speelden in op het voornemen van burgemeester en wethouders door in 1968 voor de komende TT een aanvraag in te dienen voor een feesttent aan de Rolderstraat. Ook anderen kwamen met een dergelijk voorstel, waardoor mogelijk ook tenten zouden worden geplaatst op de Gedempte Singel en aan de Groningerstraat. Naast het gebruikelijke vertier in de café's was er op de Brink in een optreden van een vijftal draaiorgels voorzien en werd een show gegeven door de Jeugddrumband Assen.

Niet bepaald een programma om de wat oudere jeugd te boeien. Het politiebureau fungeerde als algemene politiepost. Zowel op het kermisterrein als in het gebouw van de rechtbank waren hulpposten ingericht. De hulppost bij de kermis was de gehele nacht bezet door 10 tot 20 man van de gemeentepolitie. In de rechtbank was 20 man van de rijkspolitie ondergebracht. Daarvan deden 10 dienst in burger die fungeerden als informant. Alleen in uiterste nood mochten ze zelf ingrijpen. Verder waren in het centrum nog twee observatieposten ingericht (hoek Oudestraat-Groningerstraat en in de Rolderstraat). Voor het onderdrukken van eventuele ongeregeldheden werd in de kazerne een ME-ploeg van 20 man en 10 beredenen in reserve gehouden en voor alle zekerheid waren er 10 cellen gereserveerd in het Huis van Bewaring.

Tot ongeveer 11 uur 's avonds ging alles redelijk goed, maar toen ontlaadde zich de spanning. Bij de Rolderstraat werd hoofdagent W. Koning, die het verkeer stond te regelen, door een lege bierfles tegen zijn hoofd gewond. Dit was het begin van de moeilijkheden. Een joelende menigte trok van de Nieuwe Huizen naar de Brinkstraat, een spoor van vernielingen achterlatend. Verkeerszuilen werden omgetrokken, feestverlichting vernield en winkelruiten ingegooid. De politie voerde charges uit en een burger werd gewond. Er was 125 man politie ingezet en elf overvalwagens voerden de arrestanten af. Onder luid gejoel werden 47 personen op het politiebureau afgeleverd. Maar de politie oogstte ook applaus uit de menigte voor haar beheerst maar vasthoudend optreden.

In de jaren zeventig bleek de formule om de mensenmassa te amuseren toch te werken. Nog meer werden de evenementen verspreid in de stad georganiseerd. Voortaan traden er popgroepen op op de Brink, de Kolk en het Koopmansplein. Dit deed veel van de vroegere gezelligheid terug keren, al zullen velen zeggen dat het niet meer zoals vroeger was.







© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl