In en om Assen





Hendrika Alberdina van Riel-Smeenge


Hendrika Alberdina van Riel-Smeenge


'Een grote Drentse vrouw'

In 1958 overleed Henderike Alberdina van Riel-Smeenge, voormalig voorzitster van het Comité van ingezetenen uit Emmen en bekend als de vrouw die in 1926 de Nederlandse pers opmerkzaam maakte op de erbarmelijke toestanden in de veenstreek. Uit de naar aanleiding van haar overlijden geschreven kranteartikelen en het in memoriam van de heer H. Koning, inspecteur van het lager onderwijs in Assen, komt het beeld van een actieve en energieke vrouw naar voren. Een vrouw die naast haar gezin - ze had drie zoons -een belangrijke rol in Drenthe zou spelen.

Henderike werd in 1879 geboren in een gegoede Drentse familie. Ze kreeg een gedegen opleiding en had graag rechten willen studeren. Maar Henderike trouwde en volgde haar man naar Hoofddorp waar hij tot directeur van het post- en telegraafkantoor was benoemd. Uit haar verdere levensloop blijkt dat ze een onafhankelijke positie verkreeg door andere wegen te bewandelen en dat ze zowel toen als nu als voorbeeld voor veel vrouwen kan dienen. Henderike van Riel-Smeenge werd in Hoofddorp lid van de vereniging voor gelijkberechtiging van de vrouw en het 'was haar vaste overtuiging, dat de vrouw gerechtigd was en ook hiertoe bekwaam om elke positie in het maatschappelijke leven te bekleden'.

Koning schrijft dat ze in haar latere levensjaren teleurgesteld was dat zo weinig vrouwen een leidinggevende functie ambieerden. Haar gevoel van teleurstelling en haar onbegrip voor vrouwen die kansen lieten liggen, kwamen voort uit haar eigen ervaringen. In 1916 verhuisde Henderike van Riel-Smeenge naar Emmen - haar man was naar Emmen overgeplaatst - en begon daar een carrière in het onderwijs. In 1917 kreeg ze een betrekking als arrondissementsschoolopziener. In 1924 moest ze deze baan echter opgeven omdat gehuwde vrouwen volgens de wet geen openbare ambten mochten vervullen. Gelukkig veranderde dat in 1926 waardoor Henderike van Riel-Smeenge tot inspectrice van het lager onderwijs in Borger kon worden benoemd.

In 1936 zou ze inspectrice in Assen worden. Met een onderbreking tijdens de Tweede Wereldoorlog - ze weigerde de Duitse voorschriften te volgen - zou ze deze functie tot haar pensionering in 1946 vervullen. Henderike van Riel-Smeenge was behalve op het gebied van het onderwijs ook zeer actief in de politiek. In dit licht moeten haar inspanningen voor de 'stervende veenstreek' gezien worden. Ze was lid van de gemeenteraad van Emmen en vervulde diverse bestuurlijke functies binnen de Liberale Staatspartij. Ook was ze lid van de vrouwengroep van de Liberale Staatspartij. Het lidmaatschap was vanzelfsprekend voor deze 'voorvechtster van de vrouwenemancipatie'. Ze was actief in verschillende besturen van locale en landelijke vrouwenverenigingen.

In Emmen en Assen richtte ze afdelingen op van de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen. Vrouwenemancipatie en onderwijs gingen voor haar hand in hand. Henderike van Riel-Smeenge vond een goede opleiding voor opgroeiende meisjes heel erg belangrijk. Het is opvallend dat van vrouwen als Henderike van Riel-Smeenge wordt gezegd dat ze 'dominant' waren, felle kritiek konden leveren en sterk door hun vaders beïnvloed waren. Henderike zou van haar vader 'haar strijdbare natuur en haar politieke belangstelling' geërfd hebben. Daarbij wordt voorbij gegaan aan het feit dat vrouwen in deze tijd - wilden ze iets bereiken - niet op hun mondje gevallen kónden zijn. De vooraanstaande positie van haar man speelde waarschijnlijk eveneens een rol; dit ondanks het feit dat hij reeds in 1932 overleed.

In de verschillende biografieën staat niet te lezen hoe Henderike van Riel-Smeenge na haar pensionering in 1946 de tegenstand van politici zoals Romme tegen de opheffing van het verbod op arbeid van gehuwde ambtenaressen in de jaren vijftig ervoer. Ongetwijfeld had ze hier net zo weinig begrip voor als voor vrouwen die zonder wettelijke tegenwerking uitdagingen uit de weg gingen. Ze stelde niet alleen hoge eisen aan zichzelf, maar ook aan anderen. Koning noemt haar met recht 'een grote Drentse vrouw'.


Bronvermelding:

Krüderige wieven : Drentse vrouwen in de twintigste eeuw / onder red. van Marion Hoogendijk. Een artikel van Petra Broomans. ISBN 90-6011-726-3, NUGI 644






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl