In en om Assen





De Varkensmarkt


De Varkensmarkt en het begin van de Kruisstraat omstreeks 1912. Rechts vooraan de hoeden- en pettenwinkel van de firma B. Mulder. Twee huizen verder de ijzerwarenzaak van Jan Koetsier. In het pand met de 'speklagen' - tegenwoordig de winkel van opticien Becker (in 2011 verbouwd en toegevoegd aan van der Veen) - was het schildersbedrijf Jan Buning gevestigd. Tussen Buning en Koetsier lag het Hoekstraatje


De Varkensmarkt is verdwenen bij de aanleg van het Koopmansplein in het begin van de jaren ’70 van de 20e eeuw. Het was een kort gebogen straatje tussen de Gedempte Singel en de Oudestraat. Nu heeft het plaats gemaakt voor winkelcentrum ’t Forum langs de oostkant van het Koopmansplein. In 1929 kwam Jan Smit er ter wereld als oudste zoon van Hendrik Smit en Katharina Lulofs. Hij beschrijft de jaren rond het begin van de Tweede Wereldoorlog.


De Varkensmarkt van voor de oorlog had achttien adressen

Hoe het straatje aan zijn naam gekomen is, weet ik niet. Als er varkens werden verhandeld dan was dat voor mijn tijd. Ze werden er wel geslacht. Door mijn vader. Die had op het adres Varkensmarkt 12 een ‘elektrische’ slagerij. Elektrisch had betrekking op de koeling. Eerder gebeurde de koeling met staven ijs. Ik woonde er tot ik in 1956 met mijn vrouw Harma naar de Vredeveldseweg verhuisde. De Varkensmarkt was in mijn jonge jaren een pure winkelstraat: winkels met woningen. Niks hoogdravends, gewoon hardwerkende middenstanders.

En van alles wat: van kruidenier tot drogist, van caféhouder tot kapper. De meeste gezinnen, zoals wij, woonden achter de winkel. Het trottoir langs de straat was ontzettend smal, soms maar een tegel breed. Er kwam vrij veel verkeer langs, dus op straat spelen was er niet bij. Het was niet echt een leuke straat om te wonen, maar toch denk ik er met plezier aan terug. Als kleuter ging ik naar de Fröbelschool aan de Javastraat, met de leidsters Van der Puijl, Blok en de Vries. Gedurende die tijd werd ik van huis via de Gedempte Singel bij Herenmodezaak Vorenkamp naar de overkant van de Nieuwe Huizen gebracht door Roelof van der Veen, een geestelijk gestoorde man.

Roelof was berensterk. Als schooljongens van de ambachtschool uit de Schoolstraat KAJO riepen, dan moesten ze maken dat zij weg kwamen, want hij kwam ze na. Roelof had een baantje. Hij nam bij cafe Centrum aan de Varkensmarkt pakketten in ontvangst voor ander andere boderijder Feike van Veen uit Beilen. Die had op het pleintje voor het café zijn wekelijkse standplaats. De Varkensmarkt van voor de oorlog had maar achttien adressen. Op de hoek van de Gedempte Singel had je eerst ijzerhandel Koetsier. Achter de winkel had hij een grote schuur met ijzeren balken. Eigenlijk stond die aan de Hoekstraat.


Het café en de ijzerzaak zijn gesloopt

Op nummer 4 was de luxe banketbakkerij van Douna. Het was een gezin met vier dochters, maar ik had er weinig contact mee. Wij waren niet kerkelijk en zij wel. De firma Becker uit Groningen had op nummer 6 een brillenzaak die werd gerund door het echtpaar Rinsema. Hun pand had een achteruitgang naar de Schoolstraat. Hun buurman was dames- en herenkapper Cees Top. De mannelijke klandizie werd er zo’n beetje dagelijks geschoren. Als mijn vader was geweest rook hij heel lekker, weet ik nog. Top deed ook grimeerwerk. Onder meer voor het openluchttheater in Diever. Zij hadden een dochter Frouk en een zoon Henk. De laatste heeft de zaak van zijn vader overgenomen.

Café Centrum was te vinden op nummer 10. Ik herinner mij de caféhouders Kraan, Blauw en De Roo. Het was een café met een biljart en een klein zaaltje. Boven was nog een grote zaal voor danspartijen en bruiloften. Heel apart was dat de slaapkamer van de uitbaters van de grote zaal gescheiden was door schuifdeuren. De schuur achter het café heeft voor van alles gediend. In de mobilisatietijd stalde de cavalerie er paarden. In de oorlog stalde de WA er zijn auto’s. Later repareerde garage Tappels er auto’s. De familie De Roo is bij de bevrijding gevlucht vanwege hun politieke overtuiging. Een van de drie dochters had zich verloofd met een Duitser.

Na de oorlog was in het café een half jaar lang de onderofficiersmess van het Canadese leger. Een van de militairen leerden wij kennen. Zijn ouders waren tijdens de Eerste Wereldoorlog geëmigreerd naar Canada. Tot op heden hebben wij  nog contact met zijn kinderen in Barrie, Ontario. Na repatriëring van de militairen heeft Thijs Huizinga het café gerund. Later heeft de familie Beerta het café geëxploiteerd en na sluiting is het café gesloopt. Dat gebeurde ook met de ijzerzaak van Koetsier. Naast het café op nummer 12 woonden wij: mijn ouders, ik en mijn zus Ali die in 1935 is geboren.


De Varkensmarkt in de jaren zestig gezien vanuit de Oudestraat in de richting van de Kruisstraat. Dit straatbeeld was in twintig jaar nauwelijks gewijzigd (collectie Johan Lammers, Assen)


Op de toonbank stond een kleine kachel om de tabak droog te houden

Naast ons huis was een smal gangetje waar soms de varkens stonden te wachten voor de slacht. Het was zo smal dat de motor van mijn vader er maar net door kon. Koeien werden niet aan huis geslacht. Dat gebeurde in het slachthuis aan de Paul Krugerstraat, toen nog tegenover wasserij De Hoop. Op nummer 14 was voor de oorlog de groenten- en fruitzaak van Maurits de Jong. Ik weet nog dat ze het toilet buiten hadden: met zo’n tonnetje, dat gewoon door de woonkamer en de winkel ging als het geleegd moest worden. De hele familie is in de oorlog opgepakt en niet teruggekeerd. In de oorlog heeft zich daar de familie De Bruin uit IJmuiden gevestigd. Zij exploiteerden er het café De Seinpost. Na de bevrijding zijn zij terug gegaan naar IJmuiden.

Jelle Overzet heeft er enige tijd zijn expeditiebedrijf gevoerd en na diens vertrek heeft Daan Gans er een sportzaak gehad. Op nummer 16 was de drogisterij van Booij Sukkel. Ik herinner e dochter Tootje en de zonen Gert, Theo en Heine. Mevrouw had de papieren, maar hij zelf wist er ook genoeg van. Ik speelde veel met Gert. Erg interessant vond ik het magazijn achter de winkel. Daar keek je je ogen uit. De dames Jantje en Tini Greving hadden op nummer 18 een tabak- en koffiezaak. Op de toonbank in de winkel stond een kleine kachel om de tabak droog te houden. Opticien en horlogerie Dick Greving nam de zaak over en verhuisde later naar de Gedempte Singel.

Een deur verder trof je de levensmiddelenzaak van de familie Zegers. Een vrij luxe zaak met een ruim assortiment. De betere kruidenier zeg maar. Als je het overstak kwam je op een braakliggend terrein, waar eind jaren ’20 nog een grote schuur stond met stallen. Deze is ver voor de oorlog gesloopt. De plek heeft daarna een hele tijd als parkeerplaats gefungeerd voor boderijders: onder andere Klaas Dammer uit Vries, Hartzman uit Smilde, Jan Enting uit Eext en Pepping met paard en wagen uit Gasselte. Daarnaast woonden Duitse joden: de familie Heijmann. Ze woonden boven hun herenkapsalon. Het waren vriendelijke mensen die naar ons land waren gevlucht vanwege de Jodenvervolging in eigen land. Ze zijn opgepakt en na de oorlog niet teruggekeerd.


Van het straatje zelf is niets terug te vinden

Tegenover mijn ouderlijke huis was op nummer 1 de schoenenzaak van de familie Gans, met de zonen Daan, Bram en Joop. Een joods gezin. Ik moest er ooit op sabbat het gas aansteken, omdat ze dat zelf niet mochten. Het was een luxe winkel. Voordat de familie onderdook heeft vader Gans de schoenenvoorraad bij anderen ondergebracht: de linkerschoenen bij de een en de rechterschoenen bij een ander. In de oorlog was in dat pand een boekhandel met pro-Duitse en NSB-lectuur gevestigd. Na de bevrijding hebben vader en zoon Gans de zaak weer opgebouwd.

Veel gebeurde er niet aan de Varkensmarkt, althans ik merkte daar niet veel van. Ik had er ook weinig vriendjes. Spelen deden we elders. Een van de spannendste momenten was in de mobilisatietijd, toen de paarden voor een militaire wagen op hol sloegen. Het span ging recht op de winkel van Koetsier af. Omstanders deden de handen voor de ogen, maar op het laatste moment schoten de dieren vlak langs de winkelpui de Hoekstraat in. Met zulke herinneringen moet je het nu doen: van het straatje zelf is niets terug te vinden.


De situatie anno 2010


Foto Sietse Kooistra


Straatnamen in Assen

Op 23 juni 1948 startte de Provinciale Drentsche en Asser Courant met het rubriekje ‘straatnamen in Assen’. Op 6 oktober 1948 publiceerden zij een beschrijving van de naamgeving van de Varkensmarkt:


Ongetwijfeld behoort de Varkensmarkt of de Jordaan, zoal zij vroeger genoemd werd, tot één van de oudste gedeelten van Assen. Reeds in 1809 toen de stad nog geen 1000 inwoners telde en dus nog pas aan haar ontwikkeling stond, was zij nagenoeg in haar tegenwoordige vorm aanwezig. Ook de verbindingen met de gedempte Singel en de Molenweg bestonden reeds, terwijl de Kruisstraat toen nog bereikt werd over een brug die noodzakelijk was doordat er een gracht doorheen liep; bij het dempen hiervan in 1864 werd de brug overbodig.

Verder leidde een weg vanaf de Jordaan naar de Asser of conventvenen, de zogenaamde Veneweg. Had dus de Varkensmarkt haar huidige vorm  aangenomen, met de bestrating was het wel een beetje anders gesteld, want als deze nu nog zo was als destijds, zouden de bewoners zeer zeker behoorlijk op hun poot spelen. In de winter was de Jordaan zelfs geheel onbegaanbaar en het gebeurde eens dat de postbode, die op zijn weg van Groningen naar Meppel hier passeerde, met zijn paard in de modder bleef steken.

Wel trachtte het gemeentebestuur herhaaldelijk om hierin verbetering te  brengen, maar geld speelde destijds blijkbaar ook al een grote rol en toen later de postweg werd omgeleid, zag men er maar helemaal van verbetering af. Er stonde in deze tijd enige woningen, doch zij waren zeer onregelmatig gebouwd. Ook was er een boerenhuis gebouwd waarin de Landschapsbode Meint Jacobs woonde, terwijl men er verder nog een uitspanning vond namelijk het logement Smit, waar de boeren uit Ter Aard en Zeijen bij hun bezoek aan de stad “aangingen”.

Enkele huizen waren bovendien ingericht als winkels waar men allerlei voorwerpen voor dagelijks huishoudelijk gebruik kon kopen. En tenslotte werd hier later nog de Joodse synagoge gevestigd, die echter in 1832 alweer overgebracht werd naar de Groningerstraat. Zo ongeveer zag de Jordaan er uit  in 1809 en sinds die tijd dateert haar ontwikkeling tot wat zij nu is. Dat men later van Varkensmarkt is gaan spreken, vindt zijn oorzaak hierin dat tijdens de markten, die vroeger in de Kruisstraat en in de Jordaan werden gehouden op laatst genoemd gedeelte een plaats was ingeruimd voor de varkens, terwijl er bovendien een waag aanwezig was waar de dieren werden gewogen.


Bronvermelding:

Asser Historisch Tijdschrift; Een artikel van Jan Smit






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl