In en om Assen





Veenhuizen, een spiegel voor de menselijke natuur


foto Hans Dekker


Niet één van de geringste juwelen in de schatkamer van het Drentse erfgoed zijn de bijzondere dorpen Veenhuizen en Frederiksoord. Het mag dan ook geen wonder heten dat de Gemeenten Noordenveld en Westerveld en de Provincie Drenthe zich sterk maken om ze als Unesco werelderfgoed aangemerkt te krijgen. Stichting Het Drentse Landschap steunt dit initiatief van harte.


Veenhuizen doetje wat

Letterlijk iedereen die Veenhuizen bezoekt, raakt onder de indruk van de mysterieuze schoonheid die van het landgoed Veenhuizen uitgaat. Enerzijds voelt het als een eiland in de tijd, een vergeten territorium waar de 19e eeuw nog steeds niet geëindigd is. Met een in gebouwen versteende afspiegeling van de toen heersende maatschappelijke orde en gelegen in een streng ontgonnen landschap. Anderzijds vormt het een brandpunt van twee eeuwen sociale geschiedenis, een pelgrimsoord voor verlichte geesten, een uit oogpunt van armoedebestrijding indrukwekkend voorbeeld van beschaving. Veenhuizen doetje wat. Van een simpele boerennederzetting tot een bruggenhoofd van de beschaving. Van utopie tot verbeteringsgesticht.

Van gevangenisdorp tot kunstenaarskolonie. Van open naar gesloten en weer terug — Veenhuizen heeft het allemaal doorleefd. Veenhuizen is dan ook veel meer dan een bijzonder landschap met historische bebouwing.Veenhuizen is het erfgoed van de politieke en maatschappelijke stromingen die de Europese samenleving de afgelopen eeuwen hebben beroerd.Voor het verderop gelegen Frederiksoord geldt hetzelfde. De bijna 200 jaar oude Maatschappij van Weldadigheid ontfermt zich met name over het erfgoed in dit dorp. Het is inmiddels de hoogste tijd om niet alleen de mondiaal unieke betekenis van beide dorpen met een plaatsing op de Werelderfgoedlijst van Unesco te onderschrijven.

Tevens is het de hoogste tijd om daadwerkelijk een organisatiestructuur in het leven te roepen, die op heldere wijze en met mandaat van de verschillende overheden de noodzakelijke gebiedsontwikkeling gaat realiseren. Door op 'moderne' wijze het behoud van de meer dan 100 rijksmonumenten en het 3000 ha beslaande landgoed Veenhuizen op een duurzame wijze inhoud te geven


Nuttige arbeid

Het begon bijna 200 jaar geleden met de oprichting van de Maatschappij van Weldadigheid in 1818. Door Johannes van den Bosch, een generaal die in Nederlands-Indië fortuin had gemaakt. Vanuit zijn sociale bewogenheid, zijn geloofsovertuiging en een weinig gelukkig privéleven wilde hij daadwerkelijk iets doen voor de vele armen in het verpauperde post-napoleontisch Nederland. Het reglementaire doel van de Maatschappij was duidelijk omschreven: men wenste de toestand der armen en lagere volksklassen te verbeteren door hen arbeid, onderhoud en onderwijs te verschaffen. Om hen uit 'dien toestand der verbastering op te beuren tot een hogere beschaving, verlichting en weldadigheid'. Geen gratuite liefdadigheid dus.

Een tegenprestatie in de vorm van nuttige arbeid vormde de essentie van dit sociale experiment op nationale schaal. In 1822 kocht de Maatschappij 3000 ha woeste grond bij het gehucht Veenhuizen. Vanuit een streng orthogonaal ontwerp ontgon men de woeste gronden, bouwde kerken, tehuizen, boerderijen voor de talloze bedelaars, dronkaards, vondelingen, weeskinderen, landlopers en publieke vrouwen. Met als doel ze te leren zichzelf te onderhouden. Er gold een leerplicht, als eerste plek in Nederland was men haar tijd hier ver vooruit en met zaken als discipline en hygiëne hoopte men deze mensen "uit hun toestand der verbastering te verheffen."

Omstreeks 1850 woonden er al 10.000 mensen, maar de prachtige droom ontaardde in een moreel en financieel faillissement. De ondergang van het verlichtingsideaal was compleet. In 1859 kocht de Staat Veenhuizen en veranderde weldadigheid in correctie. Veenhuizen werd een penitentiaire instelling. Vanaf 1859 werd er volgens een strenge hiërarchie enorm veel gebouwd. Huizen voor armlastigen, ambachtslieden, hogere en lagere ambtenaren, directeuren en natuurlijk gevangenissen. Voor elk soort mens een eigen type huis, een eigen stichtelijke spreuk.


Klein Soestdijk (foto Sonja van der Meer)


Veenhuizen anno nu

Veenhuizen is uitgegroeid tot een mondiaal uniek complex met een overvloed aan rijksmonumenten in een groots landschap met een fascinerende ordening. Omgeven door het prachtige esdorpenlandschap van Norg en het immense Fochtelooërveen. Een van de mooiste en meest betekenisvolle identiteiten van Nederland. Met een enorm schaalniveau en een opdracht van behoud door ontwikkeling waar we nog maar nauwelijks ervaring mee hebben opgedaan. In de negentiger jaren van de vorige eeuw werd Veenhuizen abrupt opengesteld en door het Rijk, dat hier met vrijwel alle ministeries vertegenwoordigd is, op de markt gebracht. Veel van de huizen en wat kleinere complexen werden verkocht aan particulieren. Van een centrale regie op de ruimtelijke processen was geen sprake meer.

Tezamen met leegstand en verval van ca 20.000 m2 vloeroppervlak aan gebouwen gaf het Veenhuizen een aura van teloorgang. Rond de millenniumwisseling werd, mede op grond van toenemende kritiek uit de samenleving, door de Rijksgebouwendienst, Justitie, de Gemeente Noordenveld en de Provincie Drenthe besloten tot een revitaliseringbeleid. Gelukkig zijn er niet alleen stapels rapporten geproduceerd, er is inmiddels ook ontzettend veel gerestaureerd. De beide kerken bijvoorbeeld, het nu al meer dan 100.000 bezoekers per jaar trekkende Gevangenismuseum is er gekomen, Erfgoedlogies Oud Bergveen, het hospitaal voor Goede Zorg en recent de aankoop van Klein Soestdijk, de directeurswoning. Verder is er een plan om de hoofdweg te veranderen en er nieuwe groene poorten langs te realiseren


Behoud door ontwikkeling

Het bruist dus van de initiatieven en ontwikkelingen. Ondernemerschap groeit in vele vormen. Tientallen kleine ondernemingen hebben zich de laatste jaren gevestigd in Veenhuizen. Maar het is nog niet genoeg. Er moet een integrale gebiedsgerichte ontwikkeling komen die de fysieke en mentale aspecten met elkaar verbindt. Hiervoor wordt een sterk concept ontwikkeld, dat onder een langjarige, planmatige regie uitgevoerd moet worden. Hiervoor zijn nieuwe en nieuwe economische dragers nodig. Uit het veld van onderwijs, zorg, kunst en cultuur, recreatie, medische dienstverlening, ondernemers uit midden- en kleinbedrijf. Behoud door ontwikkeling.

Nergens ter wereld bestaan oorden als Veenhuizen en Frederiksoord, waar de ogenschijnlijke maakbaarheid van de menselijke natuur zo centraal stond en dat als cultureel erfgoed nog steeds zo sterk domineert over haar omgeving. Die unieke combinatie van fysiek en spiritueel, die weerslag van 200 jaar denken over mens en samenleving geven beide dorpen bijna een moreel recht op plaatsing op de Unesco Werelderfgoedlijst.


Bronvermelding:

'Het Drentse Landschap'. Maart. 2011, nummer 69. Een artikel van Eric van der Bilt, directeur van Stichting Het Drentse Landschap.







© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl