In en om Assen





De historie van het landgoed Vredeveld te Assen.
Periode 1600 - 1842


Bronvermelding:
Scriptie van Sander Schimmel; Assen, 1 april 1977



Vredeveld is waarschijnlijk in het laatst van de 16e eeuw gebouwd


Het is niet met zekerheid te achterhalen wanneer het buiten Vredeveld (aanvankelijk gespeld als ‘Vredevelt’) gebouwd is. Volgens sommige gegevens is Zeino Joachem van Welvelde, telg uit een adellijk geslacht dat reeds in de veertiende eeuw genoemd wordt en wiens naam voorkomt op de gevelstenen van het landgoed, rond 1630 de stichter en eerste bewoner. Waarschijnlijk echter komt zijn vader, Johan van Welvelde ter Klencke, lid van de Ridderschap en van Gedeputeerde Staten van Drenthe en gehuwd met Barbara van Warmeloo tot Westerveld, een dochter van de Drost van Salland, Gerard van Warmeloo tot Westerveld, deze eer toe.

Hun huwelijk vond plaats op 16 november 1606 en in dit geval zou Vredeveld in het laatst van de zestiende eeuw gebouwd moeten zijn. Johan van Welvelde zou dan tot 29 december 1601 op Vredeveld gewoond hebben, aangezien hij vanaf dat tijdststip tot 1614 en van 1616 tot 1638, compareerde op de Drentse landdagen wegens ‘de Klencke’ te Oosterhesselen en in de tussenliggende tijd in Twente woonde, de oorspronkelijke herkomst van het geslacht. Door huwelijken met andere adellijke families verspreidden de van Welveldes zich over Drente (sinds 1535) en kwamen o.a. terecht op de havezaten ‘de Klencke’ en ‘Oosterbroek’ bij Eelde.

Voor de eerste maal was Johan van Welvelde gedeputeerde van het landschap Drenthe in 1604, voor het laatst in 1637. Hij zetelde in 1609, 1612 en van 1617 tot en met 1636 in Zuiderveld en was diverse malen gecommitteerde tot den Rekendag tussen 1617 en 1637. Zeino Joachim van Welvelde (tot Duirsma, Vredeveld en Woltersum), trouwde op 9 september 1632 met Josina van Rochelle (of Roussel), de weduwe van Allert van Ewsum, die echter op 17 november 1653 overleed. Tijdens dit huwelijk werden twee kinderen geboren, die beiden spoedig overleden. Om redenen van biologische aard is hier waarschijnlijk sprake van een gedongen huwelijk. Zeino Joachim trouwde vervolgens op 27 mei 1655 met Aaltien of Aelcke van Douma, een dochter van Epo van Douwma te Hallum en Sjouck Hiddema, die hem vier kinderen schonk.

In de beide zandsteen uitgehouwen gevelstenen, waarvan de één in de Noordwestgevel en de andere in de Zuidoostgevel was ingemetseld en die zich nu in het Provinciaal Museum bevinden, zijn de familiewapens van van Welvelde en resp. de familie Roussel en van Douma, benevens de respectievelijke data 20 juli 1653 en 20 juli 1656, onder een kroontje vermeld. Waarop deze datering betrekking heeft is onbekend. Zeino Joachim heeft nooit onder de Ridderschap gecompareerd, omdat het toen vaak ‘berucht’ genoemde Vredeveld geen havezate was. Wel was hij landschapsambtenaar en van 1643 tot 1674 ontvanger generaal.

Hij bevorderde de landontginning en de boscultuur en deed veel voor de nijverheid. Op de landdag van 12 februari 1661 stelde hij aan het Landscshapsbestuur voor, dat zij in plaats van de fl. 19.000,- die hij van hen tegoed had, zijn zoon Jr. Ephraim van Welvelde ‘ofte nae desselfs doot den anderen zoon’ de survivance van het ontvangerschap wilden gunnen, die door een bekwaam persoon zou worden waargenomen gedurende de minderwaardigheid van de zoon.

Hij overleed omstreeks 1681 op zijn heerlijkheid Woltersum, na aldaar zijn laatste jaren te hebben doorgebracht. Zijn zoon Manasse erfde Vredeveld, evenals ’t Glimmershuis te Woltersum. Hij trouwde op 22 april 1683 met Aletta Margaretha Janssonius, die zich na zijn overlijden op 11 maart 1699 te Vredeveld vestigde en hertrouwde met Wilhelmus Sylvius. Hierdoor ontstonden zoveel onenigheden met haar beide zoons Zeino Joachim en Otte Frederich, dat zij en de heer geautoriseerde van de heer Drossaard op de lotting van 14 juni 1710 een commissie van de etstoel verzochten om verscheidene kwesties ‘a l’amiable te reguleeren’. Tenslotte overleed de domineesdochter Aletta, die bekend stond als ‘de vrouw van Woltersum’ in 1722.

De zoon van Manasse, Zeino Joachim, heer tot Woltersum en door aankoop eigenaar van de havezate Vledderinge, werd op de landdag van 20 maart 1714 gekozen tot lid van Gedeputeerde staten. Zijn tweede zoon, de in 1685 geboren Otto Frederich, in 1710 getrouwd met freule Wilhelmina Johanna van Dongen, dochter van Rutger van Dongen tot de Clencke en Rutgera van Loen, woonde op Vredeveld. Hij werd in 1712 door de Landschap gekozen tot luitenant te paard en tot kapitein in 1715; in 1723 kozen Ridderschap en Eigenerfden van het Landschap Drenthe hem tot luitenant – kolonel, terwijl hij in 1731 belast werd met zeker bevel of commandement. Van zijn vijf kinderen werden er drie gedoopt in de kerk van Assen, waarin de Heer van Vredeveld een eigen gestoelte had. Hij overleed in 1736. Eén van zijn kinderen was Zeino Jan, de laatste telg uit het geslacht van Welvelde. Op zijn grafzerk, aan het eind van de 18e eeuw uit de kerk te Oosterhesselen verwijderd en op het rondeel van het landgoed de Klencke geplaatst, is te lezen:


ZEINO JAN
BARON VAN WELVELDE
In leven Capitein van een
Compagnie Infanterie ten dienste
der Vereenigde Nederland etc. etc.
de laatste van het geslagte
VAN WELVELDE BEVOOREN
RUINEN GENAAMD


geboren op den huise Vredeveld
den 1 febr. 1723
stierf op den huise de Klencke
den 18 May 1775
en werd alhier begraven


In totaal heeft het geslacht Welvelde Vredeveld dus meer dan honderd jaar bewoond.


Warmold Albertinus Baron van der Feltz


Vredeveld wordt gekocht door de fam. Van der Feltz

Na het overlijden van Otto van Welvelde autoriseerden Dros en 24 Etten op de lotting van 12 juni 1736 zijn weduwe om, als voogdes van haar minderjarige kinderen, enige vaste goederen te verkopen. Hiertoe behoorde ook Vredeveld, dat zodoende in handen kwam van Jr. Herman Roel (o)f Wolf van der Feltz, een officier in Statendienst. Hij was op 11 november 1700 geboren op het huis Westervlier bij Diepenheim uit het huwelijk van overste – luitenant Jr. George Willem van der Feltz, heer van Horstwijck, gesneuveld in de slag van Malplaquet en Elisabeth Judith barones van Hoevell van Nijenhuis. Pas na het huwelijk van van der Feltz met Louisa Isabella barones van Imhoff, geboren te Leer op 15 oktober 1715, overleden te Zwolle op 23 mei 1786, die een dochter was van Willem Hendrik, ambassadeur aan verschillende hoven en Jonkvrouw Isabella Sophia Boreel, die op 18 januari 1739 te Bellingwolderschans in het huwelijk waren getreden, betrok hij Vredeveld.

Waarschijnlijk is het landgoed in de drie tussengelegen jaren bewoond geweest door het geslacht Piccardt, dat voorheen de burcht Fraijlemaborg te Slochteren bewoonde, doch met zekerheid is dit niet te achterhalen. Jr. H.R.W. van der Feltz, gedeputeerde van Drenthe en lid van de Loffelijken Etstoel, vroeg in 1769 toestemming en vreemd genoeg, verkreeg die ook, om de rechten van de havesathe Entinge te verleggen op Vredeveld. Op 10 januari 1644 hadden Ridderschap en Eigenerfden namelijk besloten dat geen nieuw havezaten meer mochten worden opgericht (een havezate was in oorsprong een hoeve of hofstede van de heer en later een ridderhofstede, die aan de ridders of edelen die ervan eigenaar en ook verder de vereisten bezaten om tot de ridderschap toegelaten te worden, bepaalde privileges verleenden. Toch wordt op 2 maart 1680 nog het Huis te Eelde tot havezate verheven.


Vredeveld verkrijgt voor korte tijd de status van havezate

Op 8 maart 1698 worden de namen van de toenmalige havezaten ter protocolle geinsereerd (= aangetekend);

- De Klencke, Echten, Ansen, Rheebruggen, de Havixhorst, Oldengaerden, Batinge, Entinge, Ruinen of Oldenhof, Peize, Mensinga te Roden, de Helle, Oosterbroek, Eelde nu Vennebroek, ter Borch, Westrup, Vledderinge nu Laarwold en Dunningen -.
Er mogen in het vervolg geen nieuwe erecties en geen verleggingen plaatsvinden.Desondanks wordt op 1 maart 1722 het recht van havezate van Mensinga te Roden verlegd naar Roderwolde, op 22 maart 1740 wordt het recht van Westdorp verlegd naar Dwingeloo en op 22 april 1766 dat van ter Borch naar Lemferdinghe.

Aangaande het verzoek van van der Feltz wordt op 14 maart 1769 in het protocol van Ridderschap en Eigenerfden aangetekend:

“Op den requeste van H.R.W. van der Feltz, Gedeputeerde State en mede lid van den Loffelijken Etstoel der lantschap Drenthe, vertonende hoe door koop van de Heere I. Baron van Dongen Heere tot den Oldengaerden en Westrup was magtig geworden de Havesathe Entinge gelegen te Bonnen als nu welgenegen waar gem(elde) Havezathe te verplaatsen op het Vredeveld bij Assen alsmede onder de naem van Vredeveld. Hebben de heeren Ridderschap en Eygenerfden dit verzoek geaccordeert, dog alles buiten bezwaar en belastinge van het Carspel Rolde”.

Aldus verkreeg huize Vredeveld de status van havezate en behield deze voorlopig ongestoord. Doch op 10 maart 1772 vermeldt het protocol van Ridderschap en Eigenerfden:

“Op den requeste van F.I.W.R. Baron van Heeckeren tot Ovelaar, vertonende, wat voegen de heer Renst van de heer Gedeputeerde van der Feltz bij aankoop magtig was geworden de Havesathe Entinge genaemt, thans leggende op den huise Vredeveld, dat de heer Renst als nu wel inilineerde om gem(elde) Havesathe op een plaats te Craal, waarvan door koop Eygenaar geworden was te verleggen.
Verzoekende dat gen(oemde) verplaatsinge van de Havesathe mogte worden geaccordeert. Hebben de Heeren Ridderschap en Eygenerfden in dit verzoek gedifficulteerd”.

 En op 22 maart 1774 wordt, volgens het protocol van Ridderschap en Eigenerden, het recht van havezate van Vredeveld verlegd op een keuterij (een kleine boerderij) te Steendijk:

“Op den requeste van Zijne Excellentie A.C. Graaf van Heiden Heer van Laarwoud Drossaerd van Coevorden en der Lantschap Drenthe, verzoekende, dat het regt van Havesathe Entinge, thans op het huis Vredeveld gelegen en bij den Heer Remst van den Heer Gedp(uteer) de H.R.W van der Feltz angekogt, mogte worden gelegt en overtekent op de behuisinge en keuterie meede door den Heer Renst van de vrouw weduwe wijlen den Ontfanger Gen(eraal) W.C. Carsten en kinderen angekogt. Hebben de Heeren Ridderschap en Eygenerfden dit verzoek an de Heer Remst geaccordeert dog alles buiten praejuditie van het carspel Rolde”.

Van der Feltz overleed op 23 april 1781 op zijn eigendom Vredeveld. De oudste van zijn zes kinderen, George Willem hendrik baron van der Feltz, geboren op Vredeveld op 3 december 1739, was kapitein ter zee. Hij kwam om het leven toen zijn schip, het fregat ‘de Alphen’, op 15 september 1778 op de rede van Curaçao in de lucht vloog. Het lijk is, na de volgende dag bijna onherkenbaar verminkt uit het water te zijn gehaald, met militaire eer in een grafkelder te Curaçao bijgezet. Hij was getrouwd mt Gustavine Wilhelmina de Vaillant, een dochter van Hendrik en van Henriette Louise Margaretha barones van Imhoff.

Een jonger zoon, Gustaaf Willem van der Feltz, eveneens op Vredeveld geboren en aldaar gedoopt op 16 september 1742, overleden te Assen op 2 juli 1816, was kapitein in het derde regiment Oranje-Nassau en later Gedeputeerde Staat van het Landschap Drenthe. Hij trouwde te Leer op 30 juli 1777 met Charlotte gerhardine barones van Rehden, geboren te Leer op 7 augustus 1743, overleden te Assen op 19 december 1802, een dochter van baron Oncko en Gerhardina Christina Wilhemmina Wiarda. Aanvankelijk woonde het paar op Batinghe te Dwingeloo, waar hun beide zonen werden geboren, maar verhuisden omstreeks 1786 naar Vredeveld.


Plattegrond van het huis Vredeveld omstreeks 1816 (Drents Archief)


De verkoopacte van Vredeveld

Na de door van Gustaaf Willem brachten zijn beide zoons, mr. Gustaaf Willem en mr. Louis Onck Wolf van der Feltz, het landgoed op 19 november 1816 in publieke veiling, maar weigerden uiteindelijk het voor fl. 16.849,65 aan de hoogste bieder van de hand te doen.
Deze, de ontvanger principaal der indirecte belastingen Arend Willem van Holthe uit Oldegaarden, had het in de verkoopacte aldus beschreven gezien:

a. het huis te Vredeveld, met deszelfs beide vleugels of bouwhuizen, bevattende een ruim voorhuis, elf kamers, en kabinetten, kelders, keukens, ruime zolders, meidenkamers, koetshuis, turfschuur en stalling voor negen á tien koeyen en zes paarden;
b. een afzonderlijke schuur;
c. eene wel gecultiveerde hof voorzien van een meenigte schoone vrugtdragende fijne appel-, peere-, pruime-, kerse-, persik-, abricose-, note-, en andere boomen;
d. twee kampen zeer goed weideland voor en bezijden het huis en den hof gelegen;
e. de laan van het huis naar den weg, met het plantsoen daarop staande;
f. een ruime cingel, rondom de hof en de voornoemde twee weidekampen loopende.

Het gemelde is ruim 21 mudden lands groot, te weten met de gragten en de plaatsen daar de getimmertens op staan, en op dezelve bevinden zich eene meenigte in wasdom staande en reeds tot allerley timmerhoud bekwame eiken, schoone beuken, eenige denneboemen, alsmede eenig kap- en weekhout.
Verdeer; de zoogenaamde Eikelkamp, gelegen ten Oosten van den cingel; het driehoekje daarnaast gelegen; de zg. Kooy of Husse met de daar naar toe lopende allee, beginnende bij den Eikelkamp; de zg. Ronde kam[, gelegen ten Westen van de laan voor het Huis (groot 2 ½ Mudde lands), alles gelegen ten Zuiden van den weg van Assen naar Rolde.

Voorts ten Noorden van den weg; de zg. middenlaan, lopende regt voor het huis uit tot aan den Esch of het Koornland toe; de zg. Men allee, lopende van de gemeene weg tot aan de Esch; vijf akkers zaayland op den Esch, welke van het Oosten naar het Westen opschieten, bij het Huis te Vredeveld; een halve waar waardeel wat het veld aangaat, en een en een halve waar waardeel wat het hout aangaat.
In de ongescheidene gemeente markte van Anreep en Amelte; het dykje of pad langs het hooyland en het afgegraven pad van het onland en het afgegraven pad van het dykje daarhenen leidende, zijnde dit het voetpad van Vredeveld naar Assen; het Bosch ten Noorden van den weg naar Rolde (10 percelen tesamen 81 mudden, 11 schat en 3 spind); twee keuterijen (ieder met een hof, 4 dagwerk hooyland en 8 mudden 2 schat ander land); een keuterij te Steendijk en diverse percelen grond”. 

3 mudden is ongeveer gelijk aan 1 hectare


Deze tekening van het huis werd in 1901 gemaakt naar een schetsje op een kaart uit 1816


De familie Hofstede

Tenslotte verkopen de van der Feltz Vredeveld dan toch en wel waarschijnlijk in april 1817, daar zij op 23 en 24 april van dat jaar ‘eenige tilbare goederen’ op het landgoed in publieke veiling brengen. De opbrengst van deze boeldag bedroeg fl. 1.963,45, waarbij een span paarden destijds fl. 182,- opbracht en een koe fl.71,-. De nieuwe bewoner, mr. Petrus Hofstede, die op 6 april 1814 tot Gouverneur van Drenthe was benoemd, verlegde evenals de vorige zijn woonplaats van Batinghe naar Vredeveld. Hij was geboren op 14 april 1755 te Doornik als zoon van Wolter Hendrik Hofstede, toen officier bij het bataljon Oranje – Drenthe en Marie Cos, en trouwde in Havelte op 5 mei 1782 met Susanna Christina Kymmell, bij wie hij tien kinderen verwekte. Zij was de dochter van mr. Jan Kymmell en Johanna Oldenhuis.

Tijdens de bewoning door mr. Hofstede beleefde Vredeveld een bloeiperiode; er werden vele feesten en diners gegeven en op sommige hoogtijdagen werd het gehele goed geïllumineerd, - zoals steevast gebeurde op 25 augustus, de verjaardag van koning Willem 1e ; hetgeen altijd veel nieuwsgierigen uit Assen lokte. Zoals bekend hield Hofstede zich actief bezig met de ontginning van de in de omgeving van Assen gelegen gronden, en op velerlei manieren bevorderde hij de bloei van de plaats. Hij was de grondvester van de gemeentelijke zelfstandigheid en alvorens hij in 1809 koning Lodewijk Napoleon wist over te halen aan Assen stadrechten te verlenen, installeerde hij op 4 juli 1807 het eerste gemeentebestuur.

Nadat hem, op zijn verzoek, met ingang van 25 augustus 1831 eervol ontslag uit zijn betrekking was verleend, vestigde mr. Hofstede zich in Groningen, waar hij in 1839 op zijn verjaardag overleed. Op 31 maart 1832 had hij Vredeveld voor fl. 14.000,- verkocht aan Sophius Piccardt, een notaris uit Oude Pekela.


De koopacte van de overdracht beschrijft het landgoed als volgt:

“het huis Vredeveld met alle annexe gebouwen, met de tuinen, landerijen voor en terzijden de heerenbehuizing, de Singels zoover al de om ’t goed loopen, met een woord, alles wat tusschen den Rolderweg en het vijverstuk gelegen is en dus ook het huis en de grond voor aan den Rolderweg bij Hendrik Adams in gebruik”.
"Voorts het Vijverstuk ten Zuiden de achterste Singel met de houtwallen ten Zuidoosten en Zuidwesten daaromheen gelegen en zich al zoo uitstrekkende tot aan den Menneweg van Assen naar de boerderij en van de boerderij naar de Stroet loopende”.

“Het Telgenkampje ten zuidoosten den Singel en het hoekje met dennen bepoot, aan de overzijde der daaraangrenzende weg in den opstaeke van Pieter Jans de Weerd, ten Noordoosten het Roldervoetpad”.
“De gehele Stroet zooals die vroeger in drie gedeelten aan den koop is gebracht, waarbij nu wordt gevoegd, de houtwal ten Zuidoosten daarbij langs loopende, verder niet”.
“De Uitkamp, zooals ook vroeger geveild met het bepoote gedeelte der Uitkamp ten Zuidoosten daaraan zwettende, vermeerderd”.

“Dan nog het land, gelegen ten Noordoosten de Allee, die van den Singel naar den Algemeenen weg leidt, als de Onee-akkers, aangekocht van de heeren van der Feltz en het geheele daarop volgende of daaraan grenzende Amelter Koesteek, het hoge en lage gedeelte Hoogland en bouwakkers, niets uitgezonderd, of zoo als de heer Verkoper Meester Petrus Hofstede het zelve heeft gebruikt”. 

Notaris Piccardt deed op 20 augustus 1833 het hoofdgebouw voor fl. 2.985,- op afbraak van de hand.


De tekst van de koopakte luidde:

“Als eerste perceel zal beschouwd worden: Het huis Vredeveld, bestaande uit een groote heerenbehuizing of hoofdgebouw met twee vleugels, en uit een apart waschhuis, hetwelk er voor korte jaren aan het hoofdgebouw, aan diens westkant is bijgetimmerd”.

“Dit eerste perceel zal ter fine van afbraak en dus zonder ondergrond, gepresenteerd worden in vier afdeelingen te weten:
a. het aparte waschhuis;
b. afbraak van het hoofdgebouw met uitzondering van de vleugels;
c. de afbraak van de zijvleugel aan den Westkant, waarin de meidenkeuken, de koestal en de paardestal
de afbraak van de zijvleugel aan de Oostkant, waarin zijn vier kamers, het wagenhuis, een kamer met plankenvloer, billardkamer genaamd, en een nieuwe kelder met karnplaats”.
“het tweede perceel zal bestaan uit afbraak van het tuinhuis”.


Waarschijnlijk is het behoud van het gebouw te danken aan het plotseling en onverwacht overlijden van de sloper. Het landgoed kwam hierdoor in bezit van landmeter Henricus Josephus Steveniers, die weliswaar de zijvleugels en de toren liet afbreken, doch de rest van het gebouw zodanig opknapte, dat hij in staat was het later voor fl. 9.600,- ter verkopen, waarmee tevens langzamerhand de episode Valkenstijn ingeleid wordt.


De bewoners van het huis Vredeveld bij Assen.


Bronvermelding:
Nieuwe Drentse Volksalmanak, twintigste jaargang; 1902. Een artikel van J.M. van Kuyk


In den Nieuwen Drentschen Volksalmanak van het vorig jaar werd bij de titelplaat eene korte beschrijving gegeven van het huis Vredeveld bij Assen, met vermelding van de namen der personen die er op gewoond hebben. In aansluiting daarmede laten wij hieronder meer uitvoerig het een en ander over zijne bewoners volgen.

Zooals reeds werd medegedeeld, is in een der muren van het huis een steen ingemetseld, waarop zijn uitgehouwen de wapens der familiën VAN WELVELDE en DOUMA, gedekt door een kroon, waaronder vermeld zijn de namen van ZEINO JOACHIM VAN WELVELDE en AELHE VAN DOUMA, benevens de datum 20 Juni 1656. Deze ZEINO JOACHIM VAN WELVELDE, ontvangergene- raal van Drenthe, gesproten uit een oud-adellijk geslacht, dat reeds vroeger in de tijden der bisschoppen een belangrijke rol in Twente speelde, was een zoon van JOHAN VAN WELVELDE TER KLENCKE, lid van de Ridderschap en van Gedeputeerde Staten van Drenthe, en BARBARA van WARMELOO, dochter van den Drost van Salland, GERARD VAN WARMELOO TOT WESTERVELD.

Hij had tot eerste vrouw JOSINA VAN ROCHELLE of ROUSSEL, die den 27sten November 1653 overleed, uit welk huwelijk twee kinderen werden geboren, die op jeugdigen leeftijd stierven. In 1666 (3de gebod te Leeuwarden 27 Mei 1655) hertrouwde hij met AALTIEN of AELHE VAN DOUMA, dochter van EPO VAN DOUMA te Hallum en SJOUCK H IDDEMA, bij wie hij vier kinderen verwekte. Den 6den Januari 1648 procedeerde hij tegen JAN t AMELTE wegens koop van een vierendeel waardeels in Anreper marke en werd in de stukken ,,van Welvelde op Vredevelt" genoemd ; hem werd in dat jaar toegestaan zooveel schapen en ,,creaturen" bij Vredevelt te weiden als hij wilde.

Vier jaren later, den 15den Februari 1652, verzocht hij octrooi of vrijheid van consumptie ,,op zijn plaetse Vredevelt" (nabij Assen in het kerspel Rolde) voor de pachters, daar hij aldaar ,,een stapel van laekenreederij" wilde maken. Vrij zeker kan men, mede in verband met het bovenstaande, aannemen dat ZEINO JOACHIM VAN WELVELDE de stichter en eerste bewoner van Vredeveld is geweest. Veel bijzonders valt er niet omtrent hem mede te deelen ; alleen is liet, als een bewijs hoe zonderling men somtijds in vroeger tijden met het toekennen van posten omsprong, niet onaardig te vermelden, dat hij op den landdag van 12 Februari 1661 ,,onder betoog dat hem een bedrag van ongeveer f 19000 van de Landschap toekwam", aan het Landschapsbestuur eene schikking voorstelde.

Dit onder voorwaarde dat de Staten ,,zijn zoon Jr. EPHRAIM VAN WELVELDE ofte nae desselfs doot den anderen zoon" de survivance wilden geven van het ontvangerschap, met waarneming door een bekwaam persoon gedurende minderjarigheid. Na zijn dood ging het landgoed over in handen van MANASSE VAN WELVELDE, een zijner zonen uit het tweede huwelijk, die er zich op vestigde, hetgeen o. a. blijkt uit een vonnis op de lotting van 26 Juni 1724, volgens hetwelk hij in 1686 met de tiendplichtigen van Gees en Zwinderen overeenkwam ,,hem betaling te doen op Vredeveldt". Niet altijd was Vredeveld een veld van vrede, daar de verschillende leden van het geslacht VAN WELVELDE dikwijls met elkaar oneenig waren.

Zoo werd den 3den September 1698 MANASSE door zijn eigen broeder EPHRAIM te Rolde in het openbaar voor een schelm uitgescholden, en toen later, na het overlijden van MANASSE, dat in 1699 plaats had, zijne weduwe ALETTA JANSSONIUS hertrouwde met ,,monsieur WILHELMUS SILVIUS" ontstonden er zoovele onaangenaamheden tusschen haar en hare beide zonen ZEINO JOACHIM en OTTO, dat eerstgenoemde en de heer geauthoriseerde van den heer Drossaard over den gemelden OTTO zich genoodzaakt zagen om, op de lotting van 14 Juni 1710, eene commissie van den etstoel te verzoeken om verscheidene quaestiën , welke zij met hunne moeder hadden ,,à l' amiable te reguleren".

MANASSE VAN WELVELDE liet bij zijn overlijden twee zonen na, den reeds genoemden ZEINO JOACHIM en OTTO. De eerste, heer tot Woltersum en door aankoop eigenaar van de havesate Vledderinge, werd op den landdag van 20 Maart 1714 gekozen tot lid van Gedeputeerde Staten van Drenthe. De tweede zoon, de luitenant-kolonel OTTO VAN WELVELDE, die gehuwd was met JOHANNA WILHELMINA VAN DONGEN, dochter van RUTGER VAN DONGEN TOT DE CLENCKE en RUTGERA VAN LOEN, woonde op Vredeveld. In een proces op de lotting van Juni 1721 tegen de boeren van Loon, zeide hij dan ook ,,dat hij woonde in de marke van Loon" .

Na het overlijden van OTTO VAN WELVELDE, autoriseerden Drost en 24 Etten, op de lotting van 12 Juni 1736, zijne weduwe als voogdesse van hare minderjarige kinderen eenige vaste goederen te verkoopen. Hieronder behoorde ook Vredeveld, dat kwam in handen van Jr. HERMAN ROELOF WOLF VAN DER FELTZ, officier in Statendienst, geboren op den huize Westervlier bij Diepenheim den 11den November 1700, uit het huwelijk van den oversteluitenant Jr. GEORGE WILLEM VAN DER FELTZ, heer van Horstwijck, gesneuveld in den slag van Malplaquet, en van ELISABETFI JUDITH barones VAN HOEVELL VAN NIJENHUIS. Na zijn huwelijk met Louisa ISABELLA barones VAN IMHOFF, geboren te Leer 15 October 1715, overleden te Zwolle 23 Mei 1786, dochter van WILLEM HENDRIK.

Ambassadeur aan verschillende hoven, en van Jonkvr. ISABELLA SOPHIA BOREEL , dat te Bellingwolderschans werd gesloten den 18den Januari 1739, betrok de gemelde HERMAN ROELOF WOLF VAN DER FELTZ met zijne vrouw zijne bij Assen gelegen bezitting, alwaar hij den 23sten April 1781 overreed. Hij was Gedeputeerde van Drenthe en lid van den Loffelijken Etstoel. In 1769 vroeg hij vergunning, dat de rechten van de havezathe Entingen mochten worden verlegd op Vredeveld, wat hem werd toegestaan, zoodat het van dien tijd af behoorde tot de havezathen van de Landschap. De oudste van zijne zes kinderen was GEORGE WILLEM HENDRIK baron VAN DER FELTZ, geboren op Vredeveld 3 December 1739.

Deze was kapitein ter zee en kwam door een noodlottig toeval om het leven, daar zijn schip, het fregat de Alphen, den 15den September 1778 op de reede van Curaçao in de lucht sprong. Bij dat ongeluk werden slechts twaalf man gered, behalve tien personen die zich, om water te halen, aan den wal bevonden. Het lijk van VAN DER FELTZ werd 's morgens, een dag na het ongeluk, in het water gevonden, aan het hoofd zóó zwaar gewond, dat het bijna niet te herkennen was. Het werd met de noodige militaire eer in een grafkelder te Curaçao bijgezet. VAN der FELTZ was gehuwd met GUSTAVINE WILHELMINA DE VAILLANT, dochter van HENDRIK en van HENRIETTE LOUISE MARGARETHA barones VAN IMHOFF.

Een jongere zoon GUSTAAF WILLEM VAN DER FELTZ, eveneens op Vredeveld geboren en aldaar 16 September 1742 gedoopt, overleed te Assen 2 Juli 1816. Hij was kapitein in het 3de regiment Oranje-Nassau en huwde te Leer 30 Juli 1777 CHARLOTTE GERHARDINE barones VAN REHDEN, geboren te Leer den 7den Augustus 1743, overleden te Assen 19 December 1802, dochter van baron ONCKO en van GERHARDINA CHRISTINA WILHELMINA WIARDA. Zij woonden eerst op Batinghe te Dwingeloo , alwaar hunne beide zonen werden geboren, en later op Vredeveld. Na het overlijden van genoemden GUSTAAF WILLEM VAN DER FELTZ, werd het landgoed in 1817 verkocht aan Mr. PETRUS HOFSTEDE

Die, na zijne benoeming op 6 April 1814 tot Gouverneur van Drenthe, zijn woonplaats van Katinghe naar het nieuw aangekochte landgoed nabij Assen overbracht en zich met ijver begon bezig te houden met de ontginning van de in de nabijheid gelegen gronden. Hij deed den toren en de beide vleugels van het huis afbreken, waardoor dit het aanzien kreeg dat het thans nog heeft. Een veertiental jaren bleef HOFSTEDE Vredeveld bewonen en meermalen klonken er des zomers op den 25sten Augustus - den verjaardag van Koning WILLEM I - de vroolijke gesprekken der gasten op het diné, hetwelk steeds op dien datum door den gouverneur werd gegeven, bij welke gelegenheid de plaats werd geillumineerd , wat altijd vele nieuwsgierigen uit Assen lokte.

Nadat aan hem op zijn verzoek, met ingang van 25 Augustus 1831, eervol ontslag was verleend uit zijne betrekking, vestigde HOFSTEDE zich te Groningen, alwaar hij den 14den April 1839, op zijnen vier en tachtigsten verjaardag, overleed. Hij was te Doornik geboren den l4den April 1755 uit het huwelijk van WOLTER HENDRIK HOFSTEDE, destijds (1755) officier bij het bataljon Oranje- Drenthe, in garnizoen te Doornik, en van MARIE COS, en huwde te Havelte den 5den Mei 1782 met SUSANNA CHRISTINA KIJMMELL , dochter van Mr. JAN KIJMMELL en van JOHANNA OLDENHUIS, bij wie hij tien kinderen had. Drie jaren na het overlijden van HOFSTEDE werd Vredeveld ten derde male verkocht.

Eigenaar werd AUGUSTINUS VAN VALKENSTIJN, die den eersten Mei 1842 met zijne vrouw uit Haarlem kwam en zich mei haar op zijn nieuw eigendom metterwoon vestigde. De dagen van aanzien onder de WELVELDES en VAN DER FELTZEN, die van vreugde onder HOFSTEDE, waren voor het oude landgoed voorbij.






© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl