In en om Assen




De historie van het landgoed Vredeveld te Assen.
De periode Johannes Godefridus Hubertus Wijandus Krans


Bronvermelding:
Scriptie van Sander Schimmel; Assen, 1 april 1977


Hubertina Maria Elisabeth Beekman en Jean Krans. (Collectie mevr. Werkman-Niks)


Vredeveld wordt geïnspecteerd


Voordat de Diaconie der Rooms-katholieke gemeente haar nieuwe bezig verhuurde, werd het vanzelfsprekend uitvoerig geïnspecteerd en op eenvoudige wijze in overeenstemming gebracht met de eisen des tijds.
In 1882 wordt het door pastoor H.D. Brenninkmeijer in het tweemaandelijkse kerkblad “Ons Genoegen” als volgt beschreven:


“Niet immer vinden wij daar de scoonste dreven de merkwaardigste gebeurtenissen, waar de zwaarste runderen grazen, of waar de landman u op het zwaarste zaad kan wijzen. De zoo magere zandbodem heeft van Moeder Natuur dikwerf andere voorrechten ontvangen, onder andere afwisseling, verscheidenheid, geschiktheid tot verlerlei cultuur en gezondheid van luchtstreek.

Wilt gij hiervan overtuigen, gaat Assen en Omstreken eens bezoeken, wandelt dan verder eens naar het nabijgelegen Rolde en al zijt ge geen minnaar van tumuli, heidensche graven, hunnebedden en soortgelijke zaken, ge zult daar langs dien weg die daar door Bosch, heide, bouw en weide als de kronkelende Meliander slingert, natuurschoon in overvloed vinden. Ook aan merkwaardige plaatsen ontbreekt het aan dien straatweg niet. Nauwelijks hebben wij den spoorweg overschreden, of wij zien voor ons het reeds eeuwenoude Vredeveld – nog eenige ogenblikken en we bevinden ons bij de eerste laan der bomenrij, die het landgoed van alle zijden omringt.

Wij gaan verder, maar spoedig wij vol bewondering stil. Daar ligt een heerlijk weiland, omzoomd door prachtige sierbomen, donker en lichte beuken, eiken met gesprenkelde bladeren; hoe fier verheffen zij hunnen kruinen en bieden zij de koeien, die daar grazen, eene goed schuilplaats aan bij hitte of stortregens. Daar staan wij voor de woning.

Is dat nu Vredeveld, roept gij uit; geen toren, geen verf of kleur meer aan het gebouw; het gras hangt van de muren, nog eenige jaren en het is een onherstelbare ruïne. De Italiaansche populieren, die daar onmiddellijk aan de deur staan, schijnen wel gelijk aan die Franse grenadiers, die daar op de Russische sneeuwvelden niet meer verroerden. Die boomen, omwoelt met klimop, hebben geen takken meer of wachten het uur af, dat zij geveld zullen worden. En verder is daar alles in denzelfden stijl, overlommerd evenwel door reuzen van populieren, die beschermend hunnen armen over de eeuwenoude woning schijnen uit te strekken. Treden wij nu dat overoud gebouw binnen.

Weinig is er van dat eeuwenoude terug te vinden, het is voor ruim veertig jaren herbouwd en let wel, sedert dien tijd heeft er geen schilder, timmerman of glazenmaker de hand aan geslagen, dan in uitersten nood! Nissen, bogen, plafonds, schilderwerk en behang uit dien tijd.
De houten vloeren, welke verteerd waren door de vochtigheid zijn door steenen keukenvloeren vervangen. Zijn er ook antieke meubelen? Zekerlijk, maar geheel uit den smaak en niet meer gezocht. Hoe somber is daar alles!

Gaat ge naar boven, daar is het torenkamertje aan alle zijden met groote afbeeldingen van geraamten behangen. En toch, hoe schoon moet dit alles eens geweest zijn, toen in die ruime kamers met bijwoning de gouverneur zijn zomerverblijf hield en hoe lieflijk zal het hier eens weder worden, wanneer de bijl al dat hout uit de naaste omgeving heeft weggeslagen; het gezicht op dit huis en uit dit huis is hersteld.

Kelders en kasten willen wij daar verder maar niet inspecteren, ook niet door al die spionnengaatjes zien. Daar ligt een brug en een schuit daarnevens. Wij treden over die brug den tuin binnen; alweder zijn de paden door boomen en stuikgewas van lucht, uitzicht en ruimte beroofd. Eindelijk worden wij eens van dat lastig heerschap verlost.

Werp nu eens uwe blikken links en rechts. Vreest niet, dat een sterveling u hier van buiten kan gadeslaan. Daarvoor heeft de vorige eigenaar boven alles gezorgd; zelfs een venster in de schuur moest toegemetseld worden, opdat de arbeider vandaar zijn gangen niet kon gadeslaan.

Gij voelt hier geen wind. Gij hoort hier dat talloos vogelenkoor. Alles is omringd door hoog opgaande bomen, door dichte heggen en kleine grachten. Welk een rustige tuin! Aangename wandelwegen rondom tal van vruchtbomen en heerlijke grasvelden! De oppervlakte van die heerlijkheid is nu reeds geslonken tot 8 hectaren, 55 aren en 37 centiaren. Ziedaar de begraafplaats van de laatste bewoners van Vredeveld.

Hier hebben de heer Augustinus Valkenstijn en Louise Aubry d’Arancey hunne laatste rustplaats gekozen. Voor het monument en grafkelder staan twee treuresschen; ook ligt daar hun hond begraven. In de grafkelder liggen de laatste overblijfselen in kostbare lijkkisten van hout en lood; daarboven een dekking van zerk, metselsteen, ijzer, enz., terwijl de Asser gieterij een zandloper en ten laatste een kruis daarboven heeft geleverd.

Verder is door den heer Valkenstijn een Engelsch tuintje aangelegd van thuas, hulsten, jeneverstruiken enz. Wij naderen nu de plek waar die twee kluizenaars zoo vele uren van hun leven hebben doorgebracht. Het is een Bosch, voor lilliputters bestemd; afgeschoren dennen, populieren zoo dicht aaneengeplant, zoo met mosplanten, kamperfoelie en klimop begroeid en zoo van takken beroofd, alsof zij nog dezen avond voor illuminatiepalen moesten dienen.”


Krans kwam uit een familie van Franse adelijke afkomst

Zoals vermeld wordt Vredeveld dan in 1889 verhuurd aan Johannes Godefridus Hubertus Wijandus Krans, die zich meestal Jean liet noemen en een zoon was van een op kasteel Horn bij Roermond verblijvende familie van Franse adellijke afkomst. Deze familie had zich tijdens de machtsuitbreiding van Lodewijk Napoleon Bonaparte genoodzaakt gezien naar Nederland uit te wijken. Daar werd zij echter geconfronteerd met de heerschappij van Lodewijk Bonaparte, zodat zij besloot de adellijke familietitel ‘Viconte’ te laten vervallen en de familienaam te wijzigen in Krans. Juan Marie was door de familie onterft en verstoten toen hij te kennen had gegeven niet, in overeenstemming met de wens van de familie, pastoor te willen worden, doch zijn eigen gang te willen gaan.

(Correctie: Lodewijk Napoleon Bonaparte leefde van 1778 - 1846. In de onderstaande stamboom is te lezen dat de familie al vanaf 1755 de naam Krans voerde. Dus vóór het bewind van Napoleon. Of er sprake is van het laten vallen van de naam 'Viconte' en of de familie van adelijke afkomst is kan naar het land der fabelen verwezen worden).

Na zijn studie vestigde hij zich te Assen, waar hij trouwde en leraar werd aan de Rijks HBS in een scala van vakken, waarvan wiskunde, natuurkunde, bouwkunde, waterbouwkunde, werktuigkunde, geodesiede (wetenschap die zich bezighoudt met de bepaling van de vorm en de afmetingen van de aarde) en tekenen de belangrijkste waren. Tevens was hij als begaafd musicus leider van de Asser muziekgroep Smanks, waarvan vele notabelen deel uitmaakten.

Als schilder maakte hij talloze werken, voornamelijk heidelandschappen, alsmede portretten. Ook werd hij later benoemd tot Kamerheer van de Koningin. Op zijn school stond hij bekend als een zeer streng leraar, die hardhandige disciplinaire maatregelen kon treffen. Zijn vreemdsoortige, buitenlands getinte kleding bewerkstelligde een markante verschijning. Hij spande zich zeer in voor liefdadige doeleinden en gaf privé onderricht aan kinderen van vooraanstaande ingezetenen van Assen. Tijdens zijn bewoning fungeerde Vredeveld als trefpunt van de noordelijke ‘high society’. Belangrijke personen op velerlei gebeid kwamen ten zijnen huize bijeen.


Louis Marie Krans, de zoon van Jean Krans in 1929 - drie jaren voor zijn overlijden - . (Collectie mevr. Werkman-Niks)


De dieven sneden haar volledige vingers af

Desondanks weerde hij evenals Augustinus van Valkenstijn, onuitgenodigde bezoekers zoveel mogelijk. Zo liet hij op donkere avonden wel zijn kleinkinderen op de oprijlaan een doodshoofd, voorzien van een lampje, heen en weer bewegen teneinde eventuele nieuwsgierigen af te schrikken. Toch is, niettemin deze maatregelen, de zich op zijn terrein bevindende graftombe meerdere malen geschonden.

De eerste maal is daarbij het lijk van Louise d’Arrancey van al haar kostbaarheden beroofd, waarbij de dieven, die blijkbaar in grote haast handelden, niet de moeite genomen hebben de kostbare ringen van haar vingers te nemen, doch de volledige vingers hebben afgesneden en ontvreemd. Bij latere schendingen is nimmer van diefstal sprake geweest en altijd is de tombe zo spoedig mogelijk weer gesloten.
Op het ogenblik draagt de Dienst Gemeentewerken zorg voor het onderhoud.


Jan stortte van de trappen van de watertoren

Jean Krans, in andere bronnen gemoemd Johannes Godefridus Hubertus Wynandus Krans, woonde tot aan zijn dood in 1932 op Vredeveld en werd begraven op de Zuiderbegraafplaats. Zijn echtgenote, de evenals hijzelf uit Limburg afkomstige Hubertina Maria Elisabeth Beekman, overleed op 5 april 1925 en liet als kinderen na: Juan Willem, Louis Marie, Guido Maria, Norbert Louis Angéla, Anna Catharina, Elisabeth Maria en Fernando Maria. De eerste, meestal Jan genoemd, was, na een noodlottig ongeval in zijn jeugd toen hij van de trappen van de Asser watertoren stortte, min of meer debiel. Hij bleef zo lang mogelijk in zijn ouderlijk huis wonen, maar werd later geplaatst in een inrichting voor geestelijk mindervermogenden, waar hij ook overleed. Louis Marie had zijn opleiding tot kunstschilder genoten aan een tekenakademie in Antwerpen en op Rozenburg.

Hij bleef lange tijd bij zijn vader op Vredeveld wonen, maar verhuisde na zijn huwelijk met de uit Rolde afkomstige Grietje Prinsen naar de Lonerstraat, waar zij hem de kinderen Albert Jan Louis (aanvankelijk eigenaar van een meubelzaak, na de oorlog handelaar in zonweringen; overleden op 30 september 1974 te Assen; vader van René Alfred Emile, chemicus te Venlo, geboren in 1940, op zijn beurt vader van twee kinderen, en Alfred Juan Louis, Neerlandicus te Assen, geboren in 1946, Robert (drukker te Voorburg), Annie (ongehuwd verpleegster te Amsterdam) en Corrie (huisvrouw te Assen) schonk.


Emily Krans-de Waart, Norbert Louis Angèle Krans en de kleine Eugène Krans (Bron: 'Mijn boek' van Leendert van Aalst)


Grietje werd overreden door een Canadese legertruck

De op 24 oktober 1875 te Roermond geboren Louis Marie overleed op 29 maart 1932 ten gevolge van een foutieve injectie.
Grietje Prinsen kwam op 12 augustus 1945 om het leven toen zij door een Canadese legertruck werd overreden. Beiden zijn op de Zuiderbegraafplaats begraven Guido Maria was vermoedelijk veearts. Norbert Louis Angéla was student in de medicijnen te Groningen en getrouwd met Emily de Waart, met wie hij de kinderen Eugéne Emilie Norbert (landsadvocaat bij het Ministerie van Defensie (momenteel wonende te Wassenaar), Elvira Sylvia Emilia (operazangeres, getrouwd) en Eric Etienne Angéla (jazzmusicus, later afdelingshoofd bij de AVRO, in 1976 door een ongeluk om het leven gekomen) had.

Norbert overleed op 19 september 1927 te Assen. Hoewel zijn doodsoorzaak onbekend is, staat vast dat geruchten, als zou hij zich in een politiecel na een arrestatie op verdenking van pedofilie van het leven hebben beroofd, onjuist zijn. Zijn vrouw verhuisde na zijn overlijden naar Driebergen. Anna Catharina was aanvankelijk apothekersassistente te Middelburg en trouwde later met de Groningse dierenarts Jurjen Niks. Elisabeth Maria trouwde met de Tilburgse koopman Willem Remi Johan Ceulen, die enige jaren na het huwelijk failliet ging. Fernando Maria was beroepsmilitair en overleed ongehuwd op 18 juli 1917 te Noordwijkerhout.


De geheime gang is vermoedelijk ingestort

Waarschijnlijk is het tijdens de bewoning van de individualistische Jean Krans, die altijd een zilveren doodskopje als dasspeld droeg, geweest, dat de geheime gang, die Vredeveld in verbinding stelde met het oude klooster van Assen en waarvan de ingang in een put bij het landhuis was verborgen, in onbruik geraakt. In ieder geval bleek het wegens instortingen later niet meer mogelijk de gang te gebruiken. Overigens is uit de historie van Vredeveld ook geen geval bekend, waarin het nodig was haar te benutten. Het is evengoed mogelijk, dat de gang is ingestort bij de aanleg van de spoorwegverbindingen.


Jean Krans


Bronvermelding:
Artikel uit '101 markante Drenten' van Maxine Robeta Hilbrandie - Meijer; uitgeverij Moordboek, 2001. ISBN 90 330 1238 3


Jean Krans als dirigent van het kamermuziekgezelschap 'Smanks' met zijn zoon Louis als pianist (collectie Kunst A.C.)


De voorouders van Johannes Godefridus Hubertus Wijnandus Krans kwamen uit Duitsland, maar zijn liefde voor Frankrijk was zo groot dat hij na van huis weggelopen te zijn dienst nam in het Franse vreemdelingenlegioen. In de Frans-Duitse oorlog vocht hij tegen de Duitsers en noemde zich voortaan Jean.

Na weer met beide benen op de grond te zijn beland is hij 40 jaar tekenleraar aan diverse opleidingen in Assen geweest, niet direct een benijdenswaardige baan voor een avonturier. Maar de levensloop van Krans was absoluut nooit saai. Waar hij was, daar gebeurde het. Hij was een bonvivant en hield van een goed glas wijn. Onder het motto 'Goede wijn behoeft geen krans, maar Krans wel goede wijn' nam hij er meermalen eentje te veel.

In Assen was hij met zijn grote gezin gaan wonen in het huis Vredeveld, ook wel genoemd Huize Valkenstijn, een buiten ten oosten van Assen. Van het eens voorname huis met een toren en zijvleugels was maar een klein verwaarloosd gedeelte over. De vorige bewoners hadden zich er verschanst achter een gracht en vele bomen om de nieuwsgierige Assenaren op een afstand te houden. En ook de zonderlinge familie Krans hield de bevolking graag op afstand. De oudste zoon Juan, die geestelijk niet meer honderd procent was door een val uit de Asser watertoren, verzorgde de tuin en moest elke avond de oprijlaan aanharken om te zien of er 's nachts ongewenst publiek rondspookte.

Zijn kleinkinderen lieten meermalen 's avonds een verlicht spook over de laan heen en weer dansen, hetgeen inderdaad het beoogde schrikeffect had. De privacy lijkt wel gespeeld, want de artistieke Jean Krans kon men dagelijks over straat zien lopen op weg naar zijn werk en niet onopvallend. Hij droeg een fluwelen kuitbroek, schoenen met hoge hakken en met zilveren gespen en een enorme flambard, zeer excentriek. Als er kermis in de buurt was, was hij present en ging uit zijn dak. Hij dronk en vocht als een bezetene en kwam tegen de ochtend gehavend thuis. Weg was die mooie aangeharkte oprijlaan. Valkenstijn is in de jaren zestig gesloopt; er rest alleen nog de oude oprijlaan met beuken.

Krans kende een serieus kunstenaarsbestaan als portretschilder. Hij stimuleerde jonge kunstenaars als Roessingh en Dozy hun schildercarrière aan de Academie van Antwerpen te volgen. Zijn tweede zoon Louis Krans werd onder zijn leermeesterschap een bekende landschap- en portretschilder. Ook niet vergeten moet worden zijn wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de chemie en farmacie en zijn pionierswerk in de fotografie. Ook daarin bleef hij een kleurrijke figuur. Altijd was er wel iets leuks aan zijn werk; hij deed bijvoorbeeld onderzoek naar een middel om zomersproeten te verdrijven.


Jean Krans op zeventig jarige leeftijd



Stamboom familie Krans







© 2006-2009 www.mijn-eigen-website.nl